NOWHERE ELSE

IMG_8370

Wanneer je ‘curaçao’ googelt, kom je plaatjes tegen van witte zandstranden, blauwe zeeën en prachtige zonsondergangen. Deze dingen zijn er ook, dus daar is niks aan gelogen. Maar wie daardoor denkt dat Curaçao hetzelfde is als ieder willekeurig bounty-eiland, die heeft het mis. Want er zijn een paar dingen die bij dit eiland horen als bij geen enkele andere plek ter wereld.

De weersvoorspellingen van Curaçao vind ik heel grappig, want elke dag om en nabij hetzelfde. Een zonnetje, een wolkje, een drupje en zo’n 30 graden. Het is een beetje een familiegrapje geworden: wij stellen ons voor dat er één persoon is die de weersvoorspellingen van Curaçao doorgeeft. Op één januari vult diegene gewoon voor het hele jaar zo’n beetje hetzelfde in, om vervolgens lekker naar het strand te gaan.

Puffs

Vervolgens: Puffs! Gaat er een belletje rinkelen? Ik denk dat Puffs zich het beste laten omschrijven als knaloranje, dikke, vingerchips. Vroeger verkochten ze ze ook in Nederland, gewoon bij de supermarkt. Maar sinds een aantal jaar geleden zijn ze nergens meer te vinden. (En daar zal vast een reden voor zijn. Ik denk te veel schadelijke kleurstoffen, transvetten of calorieën per zak. Maar ik weet het niet zeker – ik heb nog nooit op het etiket durven kijken.) Hier op Curaçao hebben ze echter wel Puffs. Wat een feest. Niet bij de Albert Heijn – je moet ervoor naar de achterafsupermarkten van Curaçao. Maar ach, zo kom je nog eens ergens. Ik kan me voorstellen dat niet iedereen de liefde met me deelt: je  gaat er heel erg van uit je mond stinken, als je er één op je kleren laat vallen ben je de lul (vanwege aldie kleurstoffen) (‘Dit is eigenlijk een foute Puff-jurk’ is een uitspraak die ik laatst hoorde) en ze smaken eigenlijk te erg naar kaas. Maar ze zijn zo lekker.

IMG_8361

Waar je in Nederland alleen op de 31e van half twaalf tot half één vuurwerk mag afsteken, is het hier een week van tevoren al feest. Keten langs de weg schieten uit de grond, de één nog mooier beschilderd dan de ander. De avonden voorafgaand aan oudejaarsavond zijn er al vuurwerkshows te zien, als een soort voorproefjes voor het echte werk. Datum en plaats lijken algemeen bekend, want het halve eiland loopt er voor uit. Wanneer je vlak voor het begin van het spektakel toevallig op zo’n locatie terechtkomt, weet je niet wat je ziet. Ten eerste: auto’s, overal auto’s. Elke lege ruimte wordt gezien als parkeerplaats. Mensen zitten in, op of voor hun voertuig, in dat laatste geval zelfs op meegebrachte plastic tuinstoelen. Files vormen zich, en de politie komt erbij. Oma, de pasgeboren baby, zoons en dochters plus aanhang – ze gaan allemaal mee. En dan te bedenken dat het echte feest nog moet komen!

De mensen hier verdienen absoluut een eigen alinea. Sommigen wonen in huizen waar in Nederland niet eens iemand meer in zou mogen wonen, rijden in een auto die half uit elkaar valt en hebben twee banen om rond te kunnen komen. Maar je hoort niemand klagen. Er zijn natuurlijk uitzonderingen, maar over het algemeen is iedereen hier zo vriendelijk en vrolijk.

Gisteravond bijvoorbeeld, gingen we eten in een restaurant. ‘Goeie avond’, sprak de serveerster. Een gouden tand blonk ons tegemoet. Ze was heel erg begaan met haar klanten en het restaurant, dat bleek wel. ‘Lekker!’ sprak ze nadat we onze bestelling hadden doorgegeven. Niets van de afstandelijkheid die je in Nederland vaak ziet. Het tegenovergestelde juist. ‘Smakelijk, dushi’s!’ sprak ze met een vet Antilliaans accent. Ter informatie: dushi betekent ongeveer hetzelfde als ‘schatje’. In Nederland zou men er denk ik niet van gediend zijn, schatje genoemd worden door iemand die ze pas tien minuten kennen. Maar hier kan dat, en gebeurt het ook. Verdere uitspraken waren: ‘Waar ga je, dushi?’ (toen mijn moeder opstond om naar het toilet te gaan), ‘Help me, schat,’ (toen ze een heet bord moest neerzetten terwijl ze haar handen nog vol had) en ‘Nee! Blijf bij mij tot sluit!’ (toen we vroegen om de rekening).

Tussendoor vertelde ze ons ook nog haar levensverhaal in een notendop. Ze had kinderen ‘en een man!’. Ja, dat merk je goed, daar werd de nadruk op gelegd. Er zijn namelijk heel wat vrouwen op Curaçao die kinderen van een paar verschillende mannen hebben, omdat laatstgenoemden er alweer vandoor zijn. Oud en nieuw kwam ter sprake. ‘’s Avonds ga ik naar de brug! Jullie ook? Misschien zien we elkaar daar!’ Aan het einde van de avond namen we afscheid. ‘Slaap lekker, dushi’s! Tot snel.’

FALL BREAK

scan0001

Het was even bikkelen, deze laatste schoolweek. Iets met een verdunningsreeks bij biologie (waarna ik uit ervaring kan vertellen: natriumchloride is niet lekker), nog een paar so’s en een af te ronden project. Dan het laatste dagje – docent zijn op een middelbare school lijkt me al niet gemakkelijk, maar wanneer de vakantie voor de deur staat… Oei, oei, oei. De leraar met het kortste lontje was bij voorbaat maar vast thuis gebleven.

Toen ik vanmiddag, na een gezellig feestje, naar huis fietste, kon het nooit warmer zijn geweest dan tien graden en regende het aan één stuk door. Nu zit ik in m’n pyjama op de bank terwijl de regen op de ramen tikt, en heb ik een sterke neiging om de open haard aan te doen. Tel daar de extreem knusse lampjes op mijn kamer (echt, ik kan niet eens uitleggen hoe gezellig die zijn) en het feit dat ik mijn winterjas al meerdere keren heb gedragen bij op, en dan weet je: ja, het is nu echt herfst. En dit wordt dus een echte herfstvakantie.

IMG_7507

Wat houdt dat in? Een herfstslaap houden, ten eerste. Me als een soort egeltje me opkrullen in mijn bed, het lijkt me heerlijk. Ik ben er echt aan toe, ook. Het is gewoon zo’n gekkenhuis op school. Ik denk steeds: maar vorig jaar had ik het toch ook druk? Waarom is het dan nu zo’n probleem? Het zou kunnen liggen aan een matige planning, een tamelijk laag concentratievermogen en idem motivatie… Of misschien is de stof gewoon écht moeilijker, en is er wel meer werk dat gedaan moet worden. Ik gooi het maar op een combinatie van beide.

Ik ga natuurlijk niet de hele vakantie in mijn nest liggen – er staan absoluut dingen op de planning. Zaterdag een dagje Amsterdam, afspreken met leuke mensen en woensdag naar Lissabon! Ik ben heel benieuwd, want ik heb de stad nog nooit eerder bezocht, maar ik hoor er wel veel goede verhalen over. En, een fijne bijkomstigheid: de temperaturen in Lissabon liggen boven de 20 graden. Kan ik daar mooi even vitamine D aanmaken! (Misschien zelfs een voorraadje aanleggen. De tijd van in het donker naar school én naar huis fietsen komt er weer aan.)

Maar dat is niet het enige, natuurlijk. We gaan denk ik veel bekijken en bezoeken, een echte citytrip dus. Natuurlijk ben ik van plan om veel foto’s te maken, daar heb ik ook echt zin in! Ik merk dat, nu ik even geen project heb lopen, ik veel minder fotografeer, en dat is wel jammer. Maar straks heb ik genoeg tijd en bovendien mooie plaatsen om vast te leggen.

En ik ga jullie hier op de hoogte houden. Ik moet even kijken hoe het gaat met internet daar. Maar ik heb hoogstwaarschijnlijk veel om te vertellen (in tegenstelling tot wanneer ik gewoon naar school ga…), dus ik wil graag m’n verhalen met jullie delen.

Als je zelf ook vakantie hebt: geniet ervan! Ga ik zeker ook doen.

GIRLY GIRL

IMG_7457

Vandaag zat ik bij economie. Met mijn gedachten was ik echter bij alles behalve dat. Mijn ogen dwaalden de klas rond. Rechts van me was een vriendin opdrachten aan het maken uit een roze multomap. Links van me markeerde een meisje iets met een felroze stift. Ik haalde een roze potlood uit mijn roze etui en tekende een lijn in een grafiek uit de lesbrief. Die stevig vastzat in een roze snelhechter. Mijn gedachten waren echter nog steeds ergens anders, dus enig verband constateerde ik niet. Pas toen ik een antwoord noteerde in mijn roze schrift, vroeg ik me af: wat is dat toch met meisjes en hun roze frutsels?

Ik zal toegeven, voor sommige dingen op bovenstaande foto heb ik behoorlijk diep moeten graven (die roze haarelastiekjes bijvoorbeeld, hebben denk ik minstens vijf jaar geen daglicht meer gezien). De kleur roze is al zeker 6 jaar niet meer mijn favoriet, roze kleding is nauwelijks in mijn kast te vinden. Aan de andere kant wordt ik wel omringd door een hoop roze gebruiksvoorwerpen. Waarom? Gewoon, omdat het kan, denk ik. Verder ben ik niet zo’n meisjes meisje. Toch?

Om dat te kunnen bepalen, zal ik eerst de definitie van ‘meisjes meisje’ moeten vinden. Daar zullen de meningen ongetwijfeld over verschillen, maar hier volgt de mijne. Ik zou een ‘meisje meisje’ omschrijven als iemand die een beetje giechelig is, wel behoorlijk wat tijd besteed aan haar uiterlijk (of er in ieder geval altijd verzorgd uitziet: nageltjes gelakt, haren in de plooi), bezig is met mode, graag jurkjes en rokjes draagt, af en toe een gilletje slaakt, absoluut niet vies wil worden, altijd ruikt naar een wolkje parfum en natuurlijk houdt van de kleur roze.

Als ik mezelf vergelijk met deze (door mezelf opgestelde) definitie, kan ik er heel kort over zijn. Ik ben wél een meisjes meisje. Maar, een andere eigenschap van mij (en van mijn blog), is dat ik nooit ergens kort over ben. Dus hieronder een wat uitgebreidere analyse.

Een beetje giechelig, dat klopt wel. Ik heb zo mijn momentjes en kan dan echt extreem hard lachen met vriendinnen, om de onnozelste dingen. (Dat ik er later aan terugdenk, met mijn ogen rol en tegen mezelf zeg: ‘Dûh, Milou.’)  Dan, besteed ik veel tijd aan mijn uiterlijk? Tsja, wat is veel? ’s Ochtends kan ik er soms lang over doen om mezelf klaar te maken. Ik kijk misschien iets te vaak in de spiegel. Bezig met mode: check. Draagt graag jurkjes en rokjes: check.

Maar. (‘Pfoeeee is dit verhaal nou nog niet afgelopen?’ Nee, je bent ongeveer op de helft.)

Ik zei dat ik lang bezig kán zijn ’s ochtends. Het lukt me ook wel in tien minuutjes. Daarnaast stap ik stiekem wel eens op de fiets met hetzelfde kapsel als toen ik wakker werd (niet verder vertellen), en zijn mijn nageltjes nooit netjes gelakt. (Al ligt dat misschien meer aan het feit dat ik daar gewoon erg slecht in ben.) Ik heb regelmatig een ladder in m’n panty, mijn haren hebben de neiging om zich nogal wild te gedragen en draag ik wel eens een broek met een vlekje erop, hopend dat ik de enige ben die het was opgevallen. Ik draag graag rokjes en jurkjes, maar geen ‘rokjes’ en ‘jurkjes’ (lees: franjes, kantjes en andere frutseltjes). Comfort gaat altijd boven ‘er leuk uitzien’, trouwens. Of eigenlijk probeer ik een gulden middenweg te vinden. Maar als iets prikt of kriebelt of schuurt, dan is het helaas.

Ik moet altijd niezen van zoete parfums, sla gerust een beest dood (dan heb ik het over een insect, hè. Geen konijntjes of zo), en wanneer ik er een beetje op voorbereid ben, schrik ik niet van modder op mijn broek. Ik draag vaak zwart, wat zo’n beetje tegenovergestelde is van roze.

Ten slotte ben ik niet lief genoeg om door te gaan voor meisjes meisje. Zij is een persoon met een eeuwige glimlach, waar ik bij sommigen bekend sta om mijn sarcastische opmerkingen. (Waarvan het sarcasme niet altijd door iedereen gezien wordt. Sorry als je je ooit beledigd hebt gevoeld. Ik meende het niet zo.) Conclusie van dit hele verhaal: ik ben lang van stof en geen meisjes meisje. Ik houd gewoon van roze frutsels.

100 DAYS OF SUMMER

img_0124

Laatst vertelde ik al over een project dat eraan zat te komen. Over een tijdje zou ik er alles over vertellen… en vandaag is het zover!

Nadat het 366 Project afgerond was, had ik het een tijdje erg rustig. Nog steeds fotografeerde ik veel, maar dat was toch anders. Dat het niet meer elke dag ‘hoeft’ (van mezelf, maar toch) betekende voor mij dat ik het ook niet meer dagelijks deed. Op momenten dat ik een foto zag, maakte ik hem. Maar ik ging er niet meer naar op zoek.

Na een tijdje begon ik het te missen. Soms vergat ik dat het ‘klaar’ was, lag ik in bed en dacht ik: ‘Shit, ik moet nog een foto maken!’ Oh nee. Rond maart begon de maak van het 366 Boek. Heel leuk vond ik dat, om mijn jaar in foto’s voorbij te zien komen. En al helemaal toen al die foto’s in boekvorm op mijn schoot lagen, nog geurend naar inkt, echt en tastbaar. Dit wilde ik nog een keer doen. Maar dan nét op een andere manier.

Geen 366, maar 100 dagen deze keer. Hundred days of summer. Omdat de zomer vol zit met toffe gebeurtenissen: vakanties, reizen, concerten, feesten en meer. In de zomer heb ik veel tijd en is er veel tijd – de zon gaat pas laat onder. Ik hoop op honderd mooie dagen, met leuke mensen en lekker weer. Ik hoop op een fotogenieke zomer.

TALKIN’ ‘BOUT: RED LIPS

Red lips collage

Ik weet niet precies waarom ik vandaag bij uitstek een geschikte dag vond om felrode lipstick te dragen. Ik draag het namelijk bijna nooit. Ik ben niet vies van een kleurtje op mijn lippen hoor. Lief roze, koraal, perzik en zelfs neon roze draag ik regelmatig. Maar rood is toch anders.

Deze dag was alles behalve ‘anders’. Geen speciale gebeurtenissen, sterker nog: ik had een ‘thuisdag’, die ik zou opvullen met leerwerk, opruimen en verder gewoon maar wat aanlummelen. Misschien was dat de reden: die rode lippen zouden deze dag nog enigszins speciaal maken. Met uiterste precisie bracht ik het aan. Ik deed er denk ik een kwartier over. Nooit gedacht dat dat zo moeilijk was. (Het zou natuurlijk ook kunnen dat ik gewoon extreem nauwkeurig ben, op het irritante af. Ja, dat is het. Ik ken mezelf.) Dus, vijftien minuten later zat ik vers gestift aan mijn bureau, klaar om de dag te beginnen. En toen kwam mama binnen.

‘Hoi, daar zijn we wee – hoo!’ Dat was ongeveer de reactie. ‘Maar wel mooi, hoor!’ voegde ze er snel aan toe. Ik vertelde dat het een experiment was. Vandaag was ik toch de hele dag thuis, dus waarom niet? Om een heleboel redenen, weet ik inmiddels.

Ten eerste de voor de hand liggende: je moet gewoon erg uitkijken. Met eten, met kussen, met witte kleren (ook al zo’n wijze beslissing, om naast rode lipstick te dragen, een wit t-shirt aan te trekken. Tot nu toe is het echter wel goed gegaan. *geeft zichzelf een schouderklopje*). Continu was ik dus aan het checken of de boel nog goed zat. Soms terecht: dan zat er lipstick op mijn tanden, op mijn bovenlip of zat er alleen nog een uiterst charmant rood randje om mijn mond. Maar negen van de tien keer was het niet nodig en zat alles nog keurig op zijn plek. Dan had ik alleen maar het gevóél dat er iets mis was.

Zoals bij de Kruidvat, waar ik eventjes heen was gefietst om snel iets te halen – mijn uitstapje van vandaag. Ik stond bij de kassa en had écht het idee dat het meisje achter de kassa me vreemd aan stond te kijken. Ik als een malle naar huis fietsen, daar meteen in de spiegel kijken… Niets aan de hand. Natuurlijk niet.

Conclusie van dit experiment: rode lippen brengen een hoop met zich mee.  Maar toch zal ik ze wel vaker dragen. Ik vind het er namelijk wel heel tof uitzien.

WHAT’S UP

scan0001

Ik was bezig met het tikken van een blogje. Over vakantieplannen, schoolbezigheden en andere persoonlijke dingen. What’s up? wilde ik het noemen. Wel raar dat ik deze term gebruikte, terwijl er toch wat vragen bij heb. Twee jaar geleden was ik op vakantie in de Verenigde Staten. In winkels en hotels werd het door allerlei mensen gevraagd: ‘What’s up?’ Heel aardig bedoeld natuurlijk, maar ik kon in zo’n situatie niet veel anders dan een beetje stamelen. Want wat moet je in hemelsnaam antwoorden op zo’n vraag? ‘Not much’? Komt ook nogal onverschillig over, als je het mij vraagt. ‘I’m fine’ lijkt me niet helemaal de goede reactie – de vraag was niet ‘how are you?’ (al komt het natuurlijk wel op hetzelfde neer).  Ik heb het wel eens gegoogled. (Want dat doe ik met een vraagt waarop ik het antwoord niet weet!) En ik bleek niet de enige te zijn die met dit ‘probleem’ zat.

Schermafbeelding 2013-04-23 om 16.46.26

 

Er waren niet alleen veel vragen, maar ook veel antwoorden. ‘Some clouds, at this moment’ vond ik wel leuk gevonden.

Rest mij nog één vraag: what’s up with you?

PICTURE THIS: EARRINGS

IMG_8657

Wanneer ik een jaar of zeven was had ik één grote wens. De meeste kinderen van die leeftijd willen astronaut worden, zwemmen met dolfijnen of kunnen toveren, maar ik niet. Ik wilde gaatjes in mijn oren. Mij werd verteld dat het wel mocht, maar dat ik er eerst eens even goed over na moest denken. Ongeveer elke dag zei ik: ‘Mama, ik heb er echt héél goed over nagedacht.’ Op een bepaald moment was het zover: het mocht. Ik zie mezelf nog zitten, op de toonbank bij de juwelier. Ik koos mijn knopjes uit (witte bloemetjes met een roze hartje. Ahww….). Binnen drie seconden was het gepiept, dolblij sprong ik op de grond. Een dag later zat ik in een cabriolet, met mijn handen over mijn oren. Ik was bang dat mijn oorbellen uit zouden waaien.

Al snel merkte ik dat ze er echt niet zomaar uitgingen, en dat was ook de bedoeling: zes weken moest ik ze inhouden voor ik mocht wisselen. Zes weken waarin ik constant aan die bloemetjes zat te frunniken en elke avond braaf Sterilon op mijn oorlellen druppelde. In de winkels lonkten allerlei prachtige paren. En eindelijk was het zover.Toen barstte de bom natuurlijk los. Van mijn zakgeld kocht ik allerlei oorbellen: lieveheersbeestjes, ritssluitinkjes, kersen, regenboogjes. Allemaal heel schattig. Ik matchte mijn oorbellen met de kleuren van mijn kleding. Daarna volgden periodes van (nep)diamantjes, grote hangers en van die enorme ringen. Dat laatste mocht ik eigenlijk niet. ‘Is je papegaai weggevlogen?’ vroegen ze thuis. Gelukkig kwam ik er vrij snel achter dat het me niet echt stond, dus ging ik terug naar mijn brave knopjes.

Ik had twee oorbellenrekken op mijn kast staan, gevuld met wel vijftig paar. Elke dag koos ik andere uit. Maar plots was de liefde over. Misschien was het overkill, ik weet het niet. Maar ik droeg ze gewoon nooit meer. En nog steeds niet. Soms, als ik bang ben dat ze nu écht gaan dichtgroeien, doe ik ze eens in. Maar just to be sure: wanneer ik heb vastgesteld dat er wel degelijk nog een gaatje in mijn oor zit, haal ik ze er weer uit. Gisteren keek ik toevallig weer eens naar mijn rekjes. Ik een paar schattige bloemetjes hangen. Hé, die stonden eigenlijk wel leuk bij wat ik aanhad! Ook vandaag droeg ik weer een paar. Misschien moet ik het wat vaker doen – ik wil ze toch wel graag behouden, die gaatjes. Het zijn namelijk ‘de enige gaten waar ik toestemming voor krijg’ (aldus mama). En dat vind ik ook wel prima eigenlijk.

Tijdens de kerstvakantie op Curaçao moest ik bedenken wat ik graag wilde voor mijn verjaardag. Het hele jaar door kom ik leuke dingen tegen, die ik graag zou willen hebben. Wanneer ik de gelegenheid heb om iets te vragen, kan ik niets bedenken. Op een bepaald moment lagen we op het strand. Er kwam een meisje de zee uit lopen. Op haar buik schitterde iets in de zon. ‘Nu weet ik wat ik wil!’ sprak ik overtuigend. ‘Nou, vertel!’ Mijn ouders luisterden benieuwd. ‘Een navelpiercing!’ Ik lachte plagend. Nee, dat is niets voor mij. Daarnaast heb ik geen MTV-buik, geen normale navel en geen toestemming.  Voor nu laat ik het even bij twee ongebruikte gaatjes.

DRAMA QUEEN

Toneel Bank

Iedere dinsdag heb ik toneelrepetities, dus ook toen ik een uitwisseling had met school. Door een busreis vanuit België zou ik er niet op tijd kunnen zijn. Toch besloot ik maar te gaan – beter drie kwartier repeteren dan helemaal niet. Samen met een vriendin liep ik het repetitielokaal binnen, maar dat was helemaal leeg, net als de rest van de school. We bleken buiten te repeteren, wat er heel grappig uitzag. Ons belangrijkste (en enige) decorstuk, een grote, oude leren bank, stond midden op het sportveld. ‘Ja, wij dachten, het is zo’n mooi weer!’ (Stiekem had niemand zin om alle tafels uit het lokaal te sjouwen. Het zijn er tweeëndertig – dan heb je gefitnesst en gerepeteerd op één dag.)  Verspreid in het gras lagen een voetbal, een groene maillot, een hoed, een kartonnen bekertje en een extreem grote schaar. Wat deze dingen met elkaar te maken hebben? Dat mag ik je helaas niet vertellen.

Altijd al heb ik toneel heel leuk gevonden. Ik ben een paar keer bij een musical geweest. Wanneer het afgelopen is heb ik altijd het idee: ‘Dat wil ik ook!’ Het schooltoneel was altijd op een dag dat ik niet kon, maar dit jaar was het anders en besloot ik me op te geven. Mijn toneelervaring ging tot de musical van groep acht en niet verder, maar ik werd toch ingedeeld in een groep. En wát voor een groep. We zijn met zes meisjes en één jongen en de sfeer is echt heel goed. Je hoeft je niet te schamen wanneer je iets raars moet doen, het maakt niet uit als je je tekst eens vergeet. Omdat we elkaar allemaal graag mogen hebben we wel iets te vaak de slappe lach. Ach ja, beter dan cat fights om de hoofdrol. Die zouden we sowieso nooit kunnen hebben, aangezien iedereen ongeveer even veel tekst heeft. Sterker nog: we zijn allemaal hetzelfde personage. Het klinkt heel raar en verwarrend misschien, maar in de praktijk is het heel handig: wanneer je een bepaalde zin écht niet uit je strot krijgt (‘Mijn Candadese herder jankt vette tranen uit zijn trieste hondenogen.’) vraag je gewoon of iemand anders ‘m kan zeggen.

Ongeveer twee weken geleden speelden we het eerst voor publiek, namelijk voor de andere toneelgroep. Nog niet heel serieus dus, maar alles beter dan een lege zaal. Zeker wanneer je het publiek veel betrekt bij de voorstelling  – dan vallen heel wat gaten in je doorloop, wanneer alle stoelen onbezet zijn. We vonden het allemaal behoorlijk spannend, misschien juist omdat het zo’n klein groepje was waarvoor we speelden. In het stuk moesten we heel cool overkomen: ‘niets aan de hand’, arrogant en extreem zelfverzekerd. Vanbuiten zag het er misschien zo uit, maar vanbinnen stuiterde ik van de opwinding. We speelden onder fel TL-licht en keken recht naar het publiek. Dat is toch wat anders dan een donkere zaal in staren (met nog steeds die arrogantie in je ogen). Het begin was dus spannend, maar al snel ging ik helemaal op in ons eigen stuk. De zinnen floepten mijn mond uit voor ik er erg in had, binnen tien minuten was het allemaal voorbij. Althans, zo leek het. Toen ik op de klok keek bleek het toch 40 minuten geduurd te hebben.

Nog twee weken en dan gaan we écht spelen, drie avonden voor een (hopelijk) volle zaal. Tot die tijd is het nog flink oefenen. En dat doe ik niet alleen tijdens de repetities. Laatst lag ik op de bank met behoorlijk wat spierpijn. Ik was er een beetje chagrijnig van en vond mezelf best zielig. ‘Ah, dit is echt niet meer leuk, hoor!’ kreunde ik. ‘Ja, Milou, nou weten we het wel, hè.’ Tsja, je bent een drama queen of je bent het niet.

WHAT I’M WATCHING: WIE IS DE MOL?

f00002635

Wanneer je ‘Wie is de Mol’ volgt lijkt het heel logisch. Maar wanneer je dat niet doet, is het maar een raar spelletje. Dan denk je waarschijnlijk: ‘Waarom zijn die mensen aan het graven in de modder/laserstralen aan het ontwijken/elkaar aan het beschieten vanuit een helikopter?’ ‘En wie zijn die mensen eigenlijk?’ Dat is ook wat ik dacht, aan het begin van het eerste seizoen dat ik keek. Niet gek, ik was elf. De meesten kende ik als ‘iemand die ik ooit eens op tv zag’. Nu is het anders. Van Paulien heb ik twee boeken gelezen waarbij ik hardop heb moeten lachen. Tim ken ik van New Kids, Zarayda van BNN, Daniel van Gooische Vrouwen, Ewout van ZOOP! (ja, ik was fan), Kees als ‘iemand die iets te maken heeft met Jan Smit.’ Of is dat niet waar? Vast wel. Bijna iedereen die in Volendam woont heeft wel iets met hem te maken, volgens mij.

Je kan wel zeggen dat ik een behoorlijk diehard kijker ben. Ik heb nu denk ik vijf seizoenen gevolgd, waarvan vier echt heel trouw. Aan de andere kant ben ik er nog steeds niet ‘goed’ in. Daarmee bedoel ik in het ontdekken van de Mol. Degene die ik verdenk vallen altijd af. Voor de finale durf ik dus ook geen voorspellingen te doen. Waarschijnlijk zeg ik ‘Het is Paulien!’ vlak voor de onthulling. En dan is het Kees.

De laatste aflevering vind ik altijd het leukst. Eerst de ontknoping van het programma, en dan de onthulling van de geheime hints, die ik natuurlijk allemaal over het hoofd heb gezien. Een vriendin van me daarentegen, denkt dat ze de hints wel heeft begrepen. Ze heeft zelfs een hele theorie bedacht. Behoorlijk vergezocht, misschien wel iets té. Maar het klopt wel!

Voor degene die nieuwsgierig zijn geworden, zal ik het even kort uitleggen. (Voor degene die het niet interesseert: lees lekker verder.) Kan je je de eerste aflevering nog herinneren? Na een soort speurtocht kwamen de kandidaten aan bij een kerk, waar een priester bij elke binnenkomst een soort speech gaf. Van elke speech schreef mijn vriendin het eerste woord op en daarvan weer de eerste letter. Met alle letters van alle speeches kun je de zin ‘Case is the mole.’ vormen. De aflevering heette ‘Het verlossende woord. ‘Case’ was het eerste woord van Kees’ speech. Je kan waarschijnlijk wel bedenken wie ze verdenkt.

Mijn vriendin is dus heel zeker van haar zaak. Ook andere vriendinnen, klasgenoten, followers en docenten (ja, dat lees je goed!) hebben hun theorieën en zijn vastbesloten. Maar mij rest nog steeds de belangrijkste vraag van het programma: wie is de mol? En tot vanavond, ik denk ongeveer kwart voor negen, zal het een vraag blijven.

LIST: HELLO SUNSHINE

IMG_2259

We kunnen met z’n allen wel zeggen dat de winter óók heel gezellig is, met kaarsjes en dekentjes en andere knusheid, maar eigenlijk houden we onszelf voor de gek. Constant koude tenen en droge lippen, kilo’s zakdoeken volsnuiten – het is de dagelijkse gang van zaken. Naast koude tenen heb ik ook behoorlijk lánge tenen in de winter. Laten we zeggen door gebrek aan zonlicht. Toen ik vandaag van les wisselde en de zon op mijn gezicht voelde, droomde ik weg en dacht ik aan de lente en de zon en waarom ik er zo van houdt.

– Niet meer in het donker naar school hoeven fietsen – sterker nog, vaak zie ik de zon opkomen en de hemel roze kleuren.

– Dat ik weer rokjes kan gaan dragen op door de weekse dagen. In de winter begin ik daar niet aan – wanneer ik een panty draag, is dat alleen met een broek eroverheen.

– Hete, glanzende fietszadels en een warme rug als ik thuis kom – zwarte dingen die verwarmd worden door de zon.

– Het ’s ochtends koud hebben in mijn lentejasje en hem ’s middags over mijn fietsstuur draperen.

– Mijn zonnebril weer zonder schaamte kunnen dragen (want ik draag ‘m in de winter ook wel… Maar dat levert toch soms scheve blikken op).

– Hele leuke lentecollecties in de winkels

f00002765

– De zon die het klaslokaal binnen schijnt. (Al wordt het dan soms wel een beetje muf daarbinnen…)

– Lange schaduwen door de laagstaande zon laat in de middag.

– Meteen naar buiten kunnen lopen wanneer je dat wilt, zonder tien laagjes kleding toe te hoeven voegen. Vest, dunne sjaal, jas, dikke sjaal, muts, handschoenen…

– Dat het langer licht blijft ’s avonds. Ben ik de enige die het idee heeft dat de dag veel langer duur en je dus meer gedaan krijgt?

Note to self: het wordt tijd om je teennagels weer te gaan lakken!

– Dat iedereen vrolijker lijkt te zijn, en dat je altijd kan zeggen: ‘Ja, maar het weer is wel mooi!’

– De bloemetjes die bloeien en de lammetjes in de wei. Nee, grapje, dan wordt het wel erg zoetsappig allemaal. Maar ik kan er niets aan doen. Ik voel dat de lente eraan komt, en daar wordt ik gewoon erg blij van.