binnen

De natuur heeft ons tot stilstand gemaand. Ze drong ons steeds verder de huizen in. Nu zitten we binnen, terwijl zij buiten de lente van start laat gaan. De lucht is te blauw, de zon te uitnodigend.

Ik ben bij mijn ouders, al bijna twee weken. We maken wandelingen door de wijk, met beleid. In verontschuldigende bogen lopen we om elkaar heen. ‘Sorry dat ook ik dit moment heb gekozen om mezelf uit te laten.’ Maar ik ben blij dat het mag – de natuur leidt ook af. Waar in Utrecht de buurman voor mijn raam staat te roken, word ik hier door uilen begluurd. Mam wijst me op het geluid van openknappende dennenappels, op roze hemels. ‘Toetje, kom eens kijken.’

Het is fijn bezig te mogen zijn met kleine dingen. Want we zitten binnen en het grote nieuws past in geen enkel huis, niet de hele dag, niet zonder barsten in de muren te veroorzaken. Vaker dan zou moeten laat ik de cijfers toe, verdwijn ik in een eindeloze put liveblogs. Maar steeds probeer ik weer op de lente te focussen – al is het vanachter een raam.

sukkel door de liefde

In de lente wordt de liefde weer openbaar. Ze trekt zich terug uit woon- en slaapkamers, uit donkere café’s, en gaat de straat op. Naar het park of gewoon een toevallige hoek waar de laaghangende zon zich laat zien. Een vlugge zoen op het terras, een kus voordat de geliefde de bus in stapt. Een jonge man die onbegrijpelijke, blije taal uitslaat op de fiets, ogenschijnlijk tegen niemand praat. Wanneer hij passeert zie ik het kind op zijn bagagedrager. Gezichten komen weer tevoorschijn vanonder mutsen en sjaals, er wordt ruimte gemaakt voor knikjes en glimlachjes. En iedereen is zwanger.

In zo’n lente verlang ik er wel eens naar verliefd te zijn. Om haast door de stad te vliegen omdat lopen zo gewoontjes lijkt, met een grijns die komt opzetten en vervolgens nog dagen aanhoudt. Dat alles je doet denken aan hem of haar, en iedereen je irritant vindt, omdat je nergens anders meer over kan praten.

(Erg praktisch is het niet. Een vriendin van me bevindt zich momenteel in deze staat, en klaagt geregeld dat ze niets meer voor elkaar krijgt. Verliefd zijn is een full-time bezigheid.)

Zelf ben ik niet zo snel verliefd. Sowieso ben ik op dat gebied niet erg benaderbaar – nogal eens heb ik ‘donder op’ op mijn voorhoofd staan. Door openingszinnen of opzichtige versierpogingen schiet ik in de lach, of ze doen me met mijn ogen rollen.

Anderzijds, wanneer het me dan grijpt, heb ik het ook echt te pakken. (Of eigenlijk, het mij.) Dan toont zich een kant die ik dacht achter me te hebben gelaten. Rood hoofd, haperend praten, diegene nauwelijks in zijn ogen durven kijken omdat ik bang ben dat hij het daar direct zal zien: dat kleine sprankje verliefdheid – hoewel het eigenlijk die titel nog niet verdient. Ik had het laatst nog bij een jongen. Hij had een vriendin en was daarmee verboden terrein.

(Alles kan kapot, ja, ja, ja. Zeg, gedraag je even.)

(Dat is sowieso een smerige truc van mijn brein: het laat me vallen voor onbereikbare types. Dan hoef ik er in de praktijk niets mee, zoiets moet het zijn. Bezet, te oud of in andere opzichten niet de bedoeling, het kwam allemaal eens voorbij.)

We waren ergens mee bezig. Ik probeerde me te focussen, maar tevergeefs – ik kon alleen maar registreren hoe warm ik het had, of ik wel goed overkwam. En maar een beetje stom lachen. Oh, wat haat ik mezelf dan achteraf. Mijn leukste ik is heus lief, maar ook intelligent en gevat, een tikje sarcastisch. Zo’n jongen reduceert me tot een ja-knikker met rode wangen – en hij weet er niet eens van. Een sukkel door de liefde.

(De praktijk leert gelukkig dat mannen vrij slecht zijn in het herkennen van dit soort situaties. Scheelt weer voor mij.)

Maar wanneer er sprake is van wederzijdse interesse, ben ik toch vaak de eerste die afhaakt. Dan merk ik dat mijn gedachten afdwalen van zijn verhalen, dat er van die kriebels weinig overblijft, omdat het me blijkbaar niet genoeg uitmaakt of hij me ziet zitten of niet. Nog een kus op zijn wang en dan terug naar de trein. Misschien ben ik te veeleisend. Is het naïef om te geloven in die soort liefde, waarbij je gewoon weet dat het klopt – instant, of mettertijd. Ben ik tegelijk te nuchter, te hard, om daar zomaar tegenaan te lopen en in mee te gaan. Maar zo’n lente helpt me hopen.

DIE DAGEN

9R7A1797

Dit zijn misschien wel de fijnste dagen. De dagen van ’s avonds mijn sandalen klaarzetten, in de hoop dat ik het de volgende dag aandurf ermee door de koude morgen te fietsen. Het is geen winterkou – eerder een veelbelovende frisheid, die de indruk wekt dat het weer zo’n dag zal worden. Zo’n dag waarop alles te relativeren valt door simpelweg naar buiten te kijken.

Op die dagen lijkt er meer tijd te zijn. Het is pas lente, maar nu al ervaar ik zomeravonden die eindeloos voortduren – zoals ze dat nou eenmaal doen. Er is tijd om eens op een willekeurige dinsdag af te spreken, om met vriendinnen te koken of een film te kijken terwijl niemand echt kijkt.

Er ontstaan plannen voor de echte zomer, die even ver weg als dichtbij lijkt. Met bepaalde dingen wil ik niet meer wachten. Vier jaar lang liet ik mijn haren groeien, binnen een half uur lag de helft ervan bij de kapper op de vloer. Een paar dagen voelde ik me Milou, maar dan met kort haar. Inmiddels weer Milou.

Mijn roze teennagels steken fel af tegen het gifgroene linoleum van de door mij zo geliefde bètalokalen. Korte mouwen en kippenvel, want de ramen zijn er altijd open en mijn jas moet aan de kapstok. Maar later op de dag ben ik blij met die zomerkleren, al verbranden mijn bovenarmen een beetje door mijn kanten shirtje heen.

Op school valt er elke dag wel iets te vieren; dan liggen er ballonnen metershoog in de docentenkamer, inmiddels hebben we na drie lesdagen alweer weekend. Pauzes worden voornamelijk buiten gespendeerd. Met wat geluk eindigen de lessen twee minuten eerder, om de kans op een bankje in de zon te vergroten.

Anders gezegd: er is altijd een reden om waterijsjes te halen in een tussenuur. En zo niet, dan zijn de waterijsjes een reden op zich.

Processed with VSCOcam with f2 preset

Processed with VSCOcam with f2 preset

Processed with VSCOcam with hb2 preset

#69 BLOSSOM

IMG_9819

Mensen lullen vaak over het weer. Nederlanders in ieder geval, want het deugt hier nooit. Te koud, te warm, te nat, te droog. Altijd wind tegen, nog steeds (geen) sneeuw, weer die regen. Maar vandaag kon er écht niemand zijn die iets te mekkeren had. De lucht was blauw, de zon deed zijn uiterste best. Ik geniet daarvan, het maakt me oprecht heel erg blij. Hallo, ik kon gewoon mijn hele tussenuur buiten doorbrengen. Zonnebril op, muziekje in mijn oren. Het kon niet beter. (Alhoewel… Met het oog op mijn productiviteit wat betreft wiskunde had ik beter binnen kunnen gaan zitten. Maar ik besloot in het nu te leven. En nu was het lekker weer, dus nu ging ik buiten zitten. Dus sorry wiskunde: nu even niet.)

Het contrast was voor mij ook groot, natuurlijk. Een paar dagen geleden sleede ik nog door de sneeuw, nu fietste ik met mijn lentejasje over straat, terwijl de zon langzaam opkwam. Toen ik deze foto maakte ging ik zelfs helemaal zónder jas naar buiten. Al was dat nog een beetje te optimistisch. En dat wist ik eigenlijk ook wel. Maar toch was het fijn.

LIST: HELLO SUNSHINE

IMG_2259

We kunnen met z’n allen wel zeggen dat de winter óók heel gezellig is, met kaarsjes en dekentjes en andere knusheid, maar eigenlijk houden we onszelf voor de gek. Constant koude tenen en droge lippen, kilo’s zakdoeken volsnuiten – het is de dagelijkse gang van zaken. Naast koude tenen heb ik ook behoorlijk lánge tenen in de winter. Laten we zeggen door gebrek aan zonlicht. Toen ik vandaag van les wisselde en de zon op mijn gezicht voelde, droomde ik weg en dacht ik aan de lente en de zon en waarom ik er zo van houdt.

– Niet meer in het donker naar school hoeven fietsen – sterker nog, vaak zie ik de zon opkomen en de hemel roze kleuren.

– Dat ik weer rokjes kan gaan dragen op door de weekse dagen. In de winter begin ik daar niet aan – wanneer ik een panty draag, is dat alleen met een broek eroverheen.

– Hete, glanzende fietszadels en een warme rug als ik thuis kom – zwarte dingen die verwarmd worden door de zon.

– Het ’s ochtends koud hebben in mijn lentejasje en hem ’s middags over mijn fietsstuur draperen.

– Mijn zonnebril weer zonder schaamte kunnen dragen (want ik draag ‘m in de winter ook wel… Maar dat levert toch soms scheve blikken op).

– Hele leuke lentecollecties in de winkels

f00002765

– De zon die het klaslokaal binnen schijnt. (Al wordt het dan soms wel een beetje muf daarbinnen…)

– Lange schaduwen door de laagstaande zon laat in de middag.

– Meteen naar buiten kunnen lopen wanneer je dat wilt, zonder tien laagjes kleding toe te hoeven voegen. Vest, dunne sjaal, jas, dikke sjaal, muts, handschoenen…

– Dat het langer licht blijft ’s avonds. Ben ik de enige die het idee heeft dat de dag veel langer duur en je dus meer gedaan krijgt?

Note to self: het wordt tijd om je teennagels weer te gaan lakken!

– Dat iedereen vrolijker lijkt te zijn, en dat je altijd kan zeggen: ‘Ja, maar het weer is wel mooi!’

– De bloemetjes die bloeien en de lammetjes in de wei. Nee, grapje, dan wordt het wel erg zoetsappig allemaal. Maar ik kan er niets aan doen. Ik voel dat de lente eraan komt, en daar wordt ik gewoon erg blij van.