Een wirwar aan straten omringd door een stervormige wal, daarbuiten bossen en landerijen; Map of Days lijkt een kaart van een middeleeuwse stad, maar wie beter kijkt ziet dat kunstenaar Grayson Perry een zelfportret heeft getekend. Op het centrale plein staat een minuscule figuur, a sense of self, die rondtolt in de infrastructuur van zijn leven. Vanuit het plein vertrekken wegen als doing your best, fear of getting it wrong en nearest en dearest. Net buiten de stadsmuur staat een kast van een huis: the story we tell ourselves. Van zijn assumptions resteert enkel een ruïne, omringd door wasted potential. De rivier imagination stroomt diagonaal door het landschap, langs you have no fucking idea! en yearning to belong. Met zijn persoonlijkheid vult hij stad en wand, anderhalve vierkante meter museum. Kleine letters, wegen die pleinen tegenspreken.
Een paar jaar geleden zag ik Map of Days in het Bonnefantenmuseum in Maastricht, en laatst dacht ik er weer aan, terwijl ik bezig was mijn creatieve proces in kaart te brengen. Het was een kunstwerk dat me bijbleef vanwege de gedachte: had ik dat maar gemaakt. Had ik maar zo’n kaart om bij me te dragen, om uit te rollen over tafel wanneer de situatie erom vraagt. Volgens mij valt creativiteit tot op zekere hoogte af te dwingen, door simpelweg te gaan zitten en te beginnen. Toch lukte me dat niet altijd, ronddwalend in een stad waar ik de weg niet wist. Ik wilde de straten namen geven, ik wilde weten welke wegen doodliepen en welke bronnen vruchtbaar waren. Ik kan nog geen gedetailleerde kaart tekenen, en misschien komt dat moment wel nooit. Maar ik heb best wat ontdekt, de afgelopen maanden.
ik wil iets mooi(s) maken
Op de kunstacademie werd mijn moeder wel eens bestempeld als estheet. Dat was geen compliment; kunst was er om te schuren, niet om te behagen. Persoonlijk ben ik het daar niet mee eens – nature of nurture, haar hang naar schoonheid is op mij overgedragen. Dat geldt ook voor het maakproces, zo besefte ik. Esthetiek is geen glanslak die ik wil aanbrengen op iets wat al bijna af is. Ook voor tussenstappen wil ik met zorg een vorm kiezen, omdat vorm ook inhoud is.
iets moois begint niet op de computer
Op het whiteboard naast mijn werkplek staat al maanden een uitspraak van mij, opgeschreven door een collega omdat ze er zo om moest lachen: ik wil iets maken en wat ik wil maken is geen Excel-sheet. Soms eindigt het op een scherm, maar idealiter begint het daar niet. Eerst wil ik letters die onuitgelijnd over de pagina’s dansen, neonroze verf die blijft zitten onder mijn nagels, het geluid van een schaar die door papier gaat. Op een computer moet het direct goed, logisch. Op papier vertrouw ik op wat mijn handen weten zonder dat ik erbij stil sta.
Het in kaart brengen van mijn creatieve proces ging samen met het ontdekken van een nieuwe discipline: het maken van collages. Daarmee is het makkelijk beginnen: zonder woorden hoef ik niet na te denken over wat ik wil zeggen, hoef ik alleen maar te letten op waar mijn oog naartoe trekt: een tint, een textuur, een silhouet. Ook daaromheen ontstaat er vanzelf iets moois; op mijn snijmat een confetti van snijresten, niet gebruikte knipsels als een compositie op zich. Wanneer ik mijn werk omdraai tref ik op de achterkant regelmatig een collage trouvé.


iets moois begint met zin
Hoe minder tijd ik heb om te maken, hoe moeilijker ik het vind om niet te luisteren naar de stem die me vertelt wat ik ‘zou moeten’. Het is een geluidloze stem, als de zwaartekracht die me naar de aarde trekt zonder daar woorden aan vuil te maken. Nu ik dit weet probeer ik mijn neigingen in kaart te brengen, om vervolgens het tegenovergestelde te doen. Waar heb ik zin in?
Zo dacht ik laatst: ik zou een Substack moeten maken, want dat is waar het gebeurt, waar men zich bevindt. Maar ik had er geen zin in. Ik heb iets beters, bedacht ik, al bijna vijftien jaar. Deze hoek van het internet is mijn Map of Days, waar ik deel wat ik denk, wat ik maak, wie ik ben. Maar zoals kaarten met de tijd verouderd raken – een wijk bijgebouwd, een straat opengebroken – gold dat hier ook. Het voelde als een zelfportret van jaren geleden.
Tijd om te herzien. Ik dacht dat ik me daarvoor eerst zou moeten verdiepen in de achterkant van mijn website, om te weten wat er allemaal mogelijk was. Tot mijn vriendin Vita voorstelde: ‘Waarom maak je geen collage?’ Kon ik niet eerst verbeelden hoe ik het zou willen, in plaats van me te laten beperken door een technologie die ik maar mondjesmaat onder de knie had? Kon ik niet beginnen met waar ik zin in had?
iets moois is vergevingsgezind
Bladeren, scheuren, uitsnijden, kwijtmaken, terugvinden. Vastlijmen, losmaken, verschuiven, terugplakken. Niet alles kan ongedaan worden gemaakt – vouwen in het papier, witte plekken waar de lijm niet zomaar meer losliet. Maar er kan altijd iets overheen geplaatst, iets weg geknipt waardoor er iets nieuws ontstaat. Het is niet erg als er sporen van het proces zichtbaar zijn, dat geeft het juist charme. Collages zijn vergevingsgezind. Dat maakt het makkelijker om te proberen, iets wat ik juist lastig vind. Proberen doe ik liever niet – ik wil bij voorbaat al weten dat het slaagt. Dit proces maakt ook mij vergevingsgezind, bereid om te proberen, ook al weet ik nog niet of het iets wordt, waar het heen gaat.



iets moois is meerdere dingen
In een collage is elk ding meerdere dingen; een graanveld is ook een kronkelweg, een raamkozijn doet dienst als fotolijst, de zee is een envelop. Zo zie ik wat ik maak steeds vaker: als meerdere dingen tegelijk. Een verhaal is een onderzoek is een beeld, landschappen als lappendekens die iets vertellen over mij, die vertellen wat mijn handen weten.