PROJECT 338

Opgeven is niet mijn ding. Wanneer iets niets goed (meer) loopt, ploeter ik liever door tot het einde dan dat ik toegeef dat ik het niet kan afmaken op de manier waarop ik het voor ogen had. Perfect, dus.

Mijn Project 365 liep al een tijdje niet meer op die manier. Vaak was een foto maken pas het laatste wat ik deed op een dag, waardoor de kwaliteit te wensen over liet. Tijd om te schrijven had en nam ik niet. Bovendien begon het te voelen als nog een verplichting die ik ’s avonds van mijn lijstje kon strepen.

Dat was nou precies niet de bedoeling. In 2012 ben ik dit project gestart om twee redenen. Ten eerste wilde ik beter worden in fotografie, iets waar ik heel nieuwsgierig naar was. Ten tweede wilde ik veel foto’s maken omdat ik het simpelweg heel leuk vond. Ergens in november begon ik te beseffen dat ik aan allebei deze doelen niet meer kon voldoen. ‘Gewoon doorgaan!’ was de standaard reactie van mijn geweten. Maar sinds ik bezig ben mijn leven wat rustiger en blijer te maken, is er ook een andere stem aanwezig. Een stem die zegt: ‘Waarom zou je, Milou? En voor wie?’ Ik bedacht me: voor mij was stoppen eigenlijk een grotere prestatie dan doorgaan. En dus is Project 365, Project 338 geworden. En het mooiste is dat ik daar zelf vrede mee heb.

Wat gebeurt er dan met Picture this by Milou? Om eerlijk te zijn weet ik dat zelf ook nog niet precies. En dat vind ik eigenlijk wel prima. Ik ga eens lekker de tijd nemen om erover na te denken. Ik weet vrijwel zeker dat ik binnenkort mijn creativiteit hier weer zal uiten. Ik kan niet ‘niet’ creatief zijn. Het hoort bij mij en de manier waarop ik naar de wereld kijk. Het zal wel in een lagere frequentie zijn, denk ik. Want ook dat miste ik: de tijd nemen om mooie dingen te maken. Laatst heb ik gemerkt dat, wanneer ik de kans krijg om te schaven en schrappen, ik tot betere dingen kom.

Er zijn een hoop dingen die ik hier niet laat weten. De voortgang van mijn film, bijvoorbeeld. Ik zou het zo graag delen, maar ben bang dat het eindresultaat dan niet interessant meer is. Tenslotte heb je dan alle stukjes al gezien. Toch denk ik dat er een manier moet zijn om jullie op mijn blog mee te nemen in dit proces. Voor jullie leuk (denk ik?), voor mij heel nuttig ter reflectie. (En ik ben mega enthousiast, dus ik wil het graag delen.) Dat is iets waar ik dus nog op terug zal komen.

Verder is er vandaag iets heel tofs gebeurd: ik sta in de krant. Met een column. Via school kreeg ik de kans, die ik natuurlijk met beide handen aangreep. Het is een klein krantje, maar wel 500 woorden, met naam en foto, alles erop en eraan. Ik denk dat ik hem morgen in kan scannen en hier kan plaatsen. Het is waarschijnlijk dat het niet bij één keer blijft. Dus ook dat is iets wat je hier nog kan verwachten.

Rest mij nog één ding: de mensen bedanken die mijn project gevolgd hebben. De reacties die ik van jullie kreeg, digitaal en mondeling, hebben me telkens heel blij gemaakt. Bedankt daarvoor! Dan ga ik nu vakantie vieren. Foto’s maken wanneer ik daar zin in heb. Het vooral niet doen wanneer ik er geen zin in heb. En dan horen jullie snel weer van mij.

#279 WHAT I WANT

IMG_3742

Laatst vertelde ik al dat ik bezig ben met een project. Ik ben er heel enthousiast over, en het zorgt ervoor dat er één vraag is die steeds in mijn hoofd aanwezig is: welke studie wakkert dat enthousiasme in mij aan? Ik heb nog anderhalf jaar om erachter te komen. Aangezien de grootste clichés vaak toch waar zijn, zal de tijd voorbij vliegen. En dan moet ik kiezen.

Industrial Design

Al eerder schreef ik over de studie Industrial Design. Er was nog niets besloten, maar het leek me een goede optie. Ik kon mijn creatieve ei kwijt, het had te maken met mensen en ook nog met techniek. Dan zou ik iets doen met alle bèta-kennis die ik in de bovenbouw had opgedaan. Want zoals je misschien weet, koos ik zo’n anderhalf jaar geleden voor een vakkenpaket met biologie, scheikunde, natuurkunde en wiskunde B. Dat leek me een verstandige keuze, aangezien ik met dat profiel me voor alle studies kon aanmelden.

Wanna-be-bèta

Spijt heb ik er niet van. Ik haal prima cijfers (ook omdat ik mezelf er inmiddels van overtuigd heb dat een zeven daadwerkelijk een prima cijfer ís. En zelfs een zes mag af en toe. Ja, dat is een overwinning voor mij). Vakken als aardrijkskunde en geschiedenis mis ik niet. Wel had ik het mezelf makkelijker gemaakt door daarvoor te kiezen, denk ik. Ik ben gewoon een talig persoon, en wist me altijd goed door die testen heen te kletsen. Wanneer ik moet gaan rekenen, willen de getalletjes echter nog wel eens gaan duizelen voor mijn ogen. ‘Waar ben ik nou eigenlijk mee bezig,’ vroeg ik me in de eerste weken steeds af, wanneer ik de molariteit van een oplossing of de zwaartekracht evenwijdig aan de helling berekende. Ik moest er behoorlijk wat moeite voor doen, en dat was ik niet gewend. Met alle gevolgen van dien. (Die mag je zelf invullen.) Nee, mijn favoriete vakken zijn het niet. Het is soms zo abstract dat ik het nut er niet meer van in kan zien. Pas wanneer mij duidelijk wordt wat die reacties in de praktijk veroorzaken, begin ik het interessant te vinden. Maar daar scoor je geen punten mee op je test.

Omdat het kan

En dan kom ik weer terug bij Industrial Design. Het creatieve aspect vind ik enorm leuk. En ik weet ook wel dat ik het kan, dingen maken. Dat doe ik elke dag. Maar wanneer het gaat om producten, wordt het een heel ander verhaal. Die moeten namelijk ook een functie hebben, afgezien van ‘gewoon mooi zijn’ of ‘een verhaal vertellen’. Het moet werken, het moet iets doen. En daar komen natuurkunde en wiskunde om de hoek kijken. Want dat moet je dan snappen. Het écht snappen, en echt kunnen. En het vooral echt interessant vinden, want anders worden het drie lange jaren. Ik zou toch wel gek zijn om daar dan voor te kiezen. Alleen omdat het kan.

Nachtelijk advies

Maar ergens vind ik het zonde. Om eindexamen te doen in die vakken en ze vervolgens verwaarlozen. Met verschillende mensen heb ik het hier al over gehad, en één van hen kwam met een advies dat me aan het denken zette. Het was tijdens de werkweek, een uur of twee ’s nachts. Alle bruggers lagen in bed en de meeste docenten ook. Ik zat nog beneden, met een paar mini’s en twee leraren. We praatten over studies, wat we dachten te gaan kiezen. Ik vertelde over mijn plannen, mijn twijfels en het feit dat ik het zonde zou vinden om niets met die bètavakken te doen. ‘Waarom zou het zonde zijn?’ zei één van de docenten. ‘Die kennis heb je toch? Wat houdt je dan tegen om een totaal andere richting in te gaan?’ Kortom: waarom zou ik niet gaan doen wat ik écht wilde?

Wat ik wil

Een goede vraag, waarop ik verschillende antwoorden kan geven. Het eerste: omdat ik nog niet weet wat ik echt wil. Iets wat me gelukkig maakt, dat heb ik al wel besloten. Anderen kiezen misschien voor een studie waarmee ze grootse dingen kunnen bereiken of veel geld kunnen verdienen. Mij lijkt het geweldig om elke dag datgene te kunnen doen waar ik plezier uit haal. Ook omdat ik op die manier het meeste kan betekenen voor de mensen om mij heen. Met welke studie ik dat kan bereiken, weet ik nog niet. Maar als ik in grote lijnen denk en puur kijk naar waar ik blij van word, weet ik het heel goed: ik wil iets creatiefs. Ik wil verhalen vertellen. Ik wil de wereld om me heen vastleggen doormiddel van tekst, film en fotografie. Of juist hele nieuwe wereldjes creëren, op een manier zoals niemand ze ooit gezien heeft. Zodat mensen gaan nadenken, zich verwonderen of dat ze simpelweg blij worden van hetgene wat ze zien. Zonder wiskunde of biologie. Om uit te vinden wat voor studie daarbij hoort, zal ik moeten gaan kijken, meelopen en dan beslissen wat mij het beste lijkt. Lekker op mijn buikgevoel kiezen, zonder rationele afwegingen.

Wat me tegenhoudt

Zo klinkt het heel eenvoudig, waardoor ik me afvraag waarom ik me eigenlijk nog druk zou maken. Als ik heel eerlijk ben weet ik dat wel. Er is namelijk nog iets dat me tegenhoudt om te doen wat ik echt wil. En dat is onzekerheid. De vraag of wat ik doe wel goed genoeg is. Over anderhalf jaar om toegelaten te worden, later om daadwerkelijk elke dag dat te kunnen doen waar ik zo blij van word.

Er is datgene wat ik kan en datgene wat ik wil. Het voelt alsof ik daartussen moet kiezen. Maar dan is er één ding dat vergeten wordt. Namelijk dat ik een keuze mág maken. Dat ik de luxe heb om te kunnen kiezen voor datgene wat mij het beste lijkt. Dat ik momenteel nog niet weet wat dat is, moet ik dan misschien maar voor lief nemen.

En om nog even de link te leggen met de foto van vandaag: het duurde een half uur om hem te maken. Dus ook dat hield me bezig. 

PICTURE THIS: SEMINYAK

Seminyak

De week in Seminyak was heerlijk. Ik heb strandwandelingen gemaakt, gezwommen in de zee, een paar onderwaterkoprollen gemaakt in de zee (iets met onderstroom). Ik heb in de zon gelegen, mezelf goed ingesmeerd en ben toch verbrand. Ik heb lekker gegeten en een hele leuke jumpsuit gevonden waar ik inmiddels al niet meer uit te slaan ben. Bovenal ben ik deze week nog meer in de vakantiemood gekomen. Zo van: hee, het maakt allemaal niet zoveel uit. Geniet gewoon. Nu. En dat deed ik dan. Heel fijn.

Dit alles betekende ook dat ik iets minder foto’s heb gemaakt dan gewoonlijk. Niet erg! Want ik heb genoten. (En ik heb alsnog wel een paar foto’s voor jullie, natuurlijk. Milou die geen foto’s maakt – dat zou gewoon niet kloppen.)

DSC00253

Dreigende lucht op de weg naar Seminyak.

DSC00263

Eenmaal in Seminyak bleek al snel dat het tanksysteem hier hetzelfde is als in Ubud.

DSC00291

Dit zou de voorkant kunnen zijn van een afgezaagde chicklit. Of van een CD met dramatische liefdesliedjes.

DSC00290

Maar eigenlijk was het een afscheidsritueel.

DSC00288

Niet omdat ik dit nou zo’n mooie foto vind. Maar ik wilde het nog even laten zien: die laadbak waarin een hoop mannen zaten te wachten, tijdens de ceremonie.

(Ik sneak er even wat instagrammetjes tussendoor.)

20140728-053300-19980474.jpg

20140728-053301-19981168.jpg

20140728-053302-19982041.jpg

20140728-053259-19979765.jpg

IMG_2726

Blije shutters.

DSC00305

Blaadjes

DSC00315

Steentjes.

DSC00316

We gaan weer vliegen. (Dit is dus een vliegveld. Met mooie plantjes. En parkeergarages overwoekerd met bloemen. Kunnen ze op Schiphol nog wat van leren.)

DSC00317

Op naar Jogjakarta!

#179 HOW ARE YOU?

DSC00060

Als iemand vraagt hoe het gaat, zeg je meestal ‘goed’. Toch? Ik in ieder geval wel. Omdat het daadwerkelijk goed gaat, of omdat ik geen zin heb om uit te leggen waarom het niet goed gaat.

(En soms omdat het diegene waarschijnlijk toch geen reet kan schelen.)

Maar sommige ‘hoe gaat het’s’ zijn niet met één woord te beantwoorden. De vraag gaat dan gepaard met een indringende blik die zegt: ‘Waag het niet om enkel het sociaal wenselijke antwoord te geven.’

Naar aanleiding van wat ik eerder vertelde, wordt de vraag vaak aan mij gesteld. In mijn poging om hier voortaan eerlijk in te zijn, vertel ik dat dan. Soms zijn het geen leuke verhalen. Want er zijn momenten waarop ik er toch even doorheen zit. Het verschil is dat ik het nu uitspreek, het wat beter kan relativeren en daardoor niet meer in zo’n negatieve spiraal terechtkom.

Vanuit diezelfde eerlijkheid kan ik zeggen dat het heel vaak wél goed gaat. Ik doe het rustig aan. Dat voelt nog wat onwennig, omdat ik dat niet vaak doe en het mezelf nu eindelijk eens toesta. Maar ik probeer ervan te genieten. En dat lukt me best goed.

De zorgen die ik alsmaar liet groeien in mijn hoofd, maken plaats voor fijne gedachten, over dingen waar ik blij van wordt. Ze waren er altijd al, die dingen, maar het lukte me vaak niet om ze te zien. Dat vind ik wel verdrietig, frustrerend soms ook. Dat ik zoveel mag en kan, maar dat ik daar niet altijd van heb kunnen genieten. ‘Zonde’ is het juiste woord. Aan de andere kant heeft het geen zin om er op die manier op terug te kijken. Ik kan er niets meer aan doen, en er me schuldig over voelen zou alleen maar in de weg staan bij datgene waar ik naar streef: weer ongecompliceerd blij zijn. Met mezelf, met hoe het is. Want ik ben verdorie pas zestien – veel te jong om me zorgen te maken. Zeker als die nergens voor nodig zijn.

Er zijn een paar dingen die ik hiervan geleerd heb.

1. Ik kan niet alles zelf oplossen. En dat hoeft ook niet.

2. Praat. Het helpt. Wees eerlijk tegen anderen, maar vooral ook tegen jezelf.

3. Ik heb een heleboel lieve mensen om me heen. Die willen weten hoe het écht met me gaat. Die ik kan vertrouwen, die me de ruimte geven. En af een toe een schop onder mijn kont. Want naast mensen die luisteren en advies geven, ben ik ook blij met hen die gewoon eens zeggen: ‘Meid, maak je niet druk.’

DIARY OF A FIRST-GRADER

IMG_9936

Gisteravond vond ik iets leuks. Zoals altijd wanneer dit gebeurt, had ik er eigenlijk geen tijd voor. Of laat ik het zo zeggen: wanneer ik saaie, belangrijke dingen moet doen, ga ik op zoek naar wat afleiding. En dan vind je dus van alles. Dit maal was het een doos met verschillende boekjes: kleine foto-albums, de dummy die ik twee jaar bijhield voor het vak Cultuur en verschillende dagboeken. Met daarin behoorlijk variërende teksten.

‘ 20 september 2005. Lief dagboek. Vandaag was ik naar de dierentuin geweest.’

Maar ook:

’20 september 2008. Lief dagboek. Ik moet echt even wat dingen op een rijtje krijgen.’

Aldus een elfjarige.

Naast deze bundels van mijn dramatische levensverhalen, vond ik ook nog iets anders. Iets wat ik graag met jullie wil delen: mijn agenda uit de brugklas.

Op mijn allereerste dag op de middelbare kreeg ik een agenda. Niet van mijn ouders, maar van school. Deze agenda had een overzichtelijke, witte binnenkant, waardoor de focus zou liggen op datgene waar het om ging: het huiswerk. Hoe anders is dat bij de hysterische agenda’s die je in de winkel kan kopen. Toch wilde ik wél zo’n agenda. Een hele hippe, met kleurtjes, plaatjes, en frutsels. En bovenal één die geen enkele andere brugklasser had. Maar aangezien dat dus niet de bedoeling was, besloot ik mijn creativiteit te gebruiken om mijn agenda toch een beetje uniek te maken. Hoe ik dat deed, zal ik je laten zien.

IMG_9938

Kijk, hier begint de hysterie al. Stickers, foto’s, stiften en pennen: alles werd uit de kast getrokken. Net nieuwe vriendinnen werden geacht om op één van deze pagina’s een lieve boodschap achter te laten.

IMG_9941

Wanneer we aankomen bij de wekelijkse overzichtspagina’s, zien we twee dingen. 1. Ik was heel ijverig in het noteren van huiswerk. 2. In de brugklas had ik behoorlijk veel tijd. Zoveel tijd, dat ik elke week de bladzijdes van mijn agenda kon versieren met een nieuw thema. Hierboven is het thema ‘Lente’

IMG_9942

Thema ‘Herfst’.

IMG_9946

Thema ‘We doen een project in Eindhoven en raken daar totaal de weg kwijt’

IMG_9953

Thema ‘Oud en Nieuw’

IMG_9955

Tekeningetjes van twee inside-jokes die in mijn brugklas gemaakt werden. Ik weet alleen niet meer waarom het zo grappig was.

IMG_9966

‘Zet dit met koeienletters in je agenda!’ zei je mentor wel eens. En dan deed je dat.

IMG_9963

En als klapper op de vuurpijl: een spiegeltje achterin. Dat had ik in de Fancy gelezen, en dat leek me superhandig.

IMG_9964

Ik heb mijn agenda dat jaar in ieder geval erg intensief gebruikt. Dat kan ik nu bepaald niet meer zeggen.

#40 WHO ARE YOU?

IMG_4896

 

Laats kreeg ik van WordPress een berichtje: ‘Congratulations on the 2 year anniversary of your blog!’ Wauw, twee jaar alweer. Dat is best een tijd. Het is echt een hobby van me geworden, waar ik veel in kwijt kan. In die twee jaar is er veel veranderd. Over de tijd is mijn schrijfstijl veranderd, en mijn foto’s ook. (Thank God. Ik schaam me soms een beetje voor enkele foto’s die ik helemaal in het begin maakte.) Ook heb ik wat meer lezers gekregen, al is het nog steeds niet booming. Maar hé, daar doe ik het niet voor. In het begin had ik maar één lezer (en dat was mijn moeder) en toch deed ik het met plezier. Ik doe dit omdat het me uitdaagt en ik op deze manier creatief bezig kan zijn. Ik steek best wat energie in mijn blogje. Maar ik krijg er ook zoveel energie door terug.

‘Zou je het wel willen, meer bezoekers?’ werd mij vandaag gevraagd. Nou ja. Dat is niet echt een keuze, denk ik. Als ik absoluut niet zou willen, had ik maar een dagboek moeten kopen of zo. Dit is nou eenmaal hoe het internet werkt: iedereen kan alles zien. 

Maar soms vind ik het toch raar. Dat er überhaupt mensen zijn die dit alles wíllen lezen. (Al weet ik dat er ook mensen zijn die alleen maar naar de plaatjes kijken hoor. Geen probleem.) Mijn schrijfsels en foto’s zijn af en toe namelijk best vaag, en vaak behoorlijk willekeurig. Ik kan gerust 500 woorden tikken over een raadsel met negen stipjes, een biologieproefwerk of iets anders dat nou niet bepaald spannend te noemen is. Daarnaast ben ik vaak nogal sarcastisch, soms chagrijnig, soms inspiratieloos.  Wat ik hier plaats zijn de dingen die ik interessant vind – mooi of de moeite waard. Ik ben niet bang om soms behoorlijk persoonlijk te worden. Daar denk ik dan wel nog een keertje extra over na, hoor. Mijn criterium is: zolang ik een verhaal ook in het echt tegen iemand zou durven of willen vertellen, kan ik dat hier ook doen.

Maar eigenlijk is het wel een beetje oneerlijk. Jullie weten behoorlijk veel over mij, maar ik weet maar heel weinig van jullie. Kunnen jullie een keer een reactie achterlaten misschien? Een paar dagen geleden bijvoorbeeld, had ik opeens een bezoeker uit Rusland. Zit er iemand in Sotsji, misschien? Zo ja: hoe is het daar? Al gewapperd met regenboogvlaggen? (Ik had trouwens ook een bezoeker uit de Verenigde Staten. Maar dat is papa op zakenreis – dat weet ik dan weer wel.) Wie je ook bent, vanaf waar je mijn site ook bezoekt: ik ben benieuwd naar je. Jij weet waarschijnlijk: ik ben Milou. Maar wie ben jij?

En als je nou nog even terugkijkt naar de foto boven deze post, snap je misschien wat ik bedoel met ‘willekeurig’. Zie jij het verband tussen die foto en mijn verhaal? Ik niet, namelijk. 

OUT OF THE BOX

IMG_9005

‘Verbind de punten.’ Dat was de opdracht die ik en mijn klasgenootjes laatst kregen. Van een oud-hoogleraar aan de TU kregen wij een lesje ‘Out of the box’ denken. Super interessant was het, alleen die meneer zelf al. Hij was zeker voorbij pensioenleeftijd, had nog zo’n 5 haren op zijn hoofd en bezat het vermogen om alles wat hij zei heel boeiend te laten klinken. En dat was het ook daadwerkelijk. Wat ik ervan heb geleerd? Soms moet je dingen erg letterlijk nemen, soms juist helemaal niet. Het kan handig zijn om in de tegenovergestelde richting te denken dan waar je heen wilt. En soms is het van belang om te lezen wat er níét staat.

nine-dots

Terug naar die opdracht. Het leek niet zo moeilijk. Negen punten, geschikt in een vierkant. Met vijf lijnen waren ze zo verbonden. Met vier lijnen was het ook mogelijk, hoorden we van de professor. ‘Nu moet je out of the box gaan denken.’ Opeens begreep ik dat ik dat nu erg letterlijk moest nemen. ‘En nu met drie lijnen.’ Daar hield het voor mij een beetje op.

(Dus voor de mensen die wel van een uitdaging houden: pak je kans, voordat je verder leest en ik alles ga verklappen…)

Maar het bleek wel te kunnen, als je ging zoeken naar de dingen die niet vermeld werden in de opdracht. Zoals daar zijn: de lijnen moeten horizontaal of verticaal zijn. De lijnen moeten door het midden van de punten gaan. Daar is nooit iets over gezegd. Maar veel mensen zijn het nou eenmaal gewend om binnen de lijntjes te kleuren en rechte strepen te trekken. (Ja dan heb ik het ook over mezelf, inderdaad.) Dat gebeurt automatisch, en je denkt niet meer aan de andere opties buiten je vertrouwde doosje.

Goed, drie lijnen. Prima. Maar daar hield het niet op. ‘Zoals jullie weten vanuit de tweede klas, kruisen twee parallele lijnen zich in het oneindige.’  Voor mij kwam dat als een verassing. Ik denk dat ik die dag net ziek was. ‘Ook op die manier zou je dus met drie lijnen alle puntjes kunnen verbinden.’ Daar moest ik even hard over nadenken. ‘Out of the box’ denken is één ding, maar uit het universum, naar het oneindige en weer terug… Dat ging me wel erg ver. Maar het maakt wel iets duidelijk. Er zijn eigenlijk altijd meer oplossingen dan je zou verwachten. Want natuurlijk waren we er met deze theorie nog stééds niet. ‘Wie heeft gezegd dat je het papier niet mag draaien? Zo verbind je met één lijn alle punten. En waarom zou je eigenlijk een pen gebruiken? Wil je die puntjes verbinden zonder lijnen,’ zei hij. Hij pakte het papier op en maakte er een propje van. ‘dan doe je het toch gewoon zo?’

IMG_9063En dan is daar natuurlijk nog mijn manier om iets te doen met negen stippen op een blaadje. Weer een beetje terug in mijn comfort zone.IMG_9006

INDUSTRIAL DESIGN

Schermafbeelding 2014-02-02 om 20.32.47

Na alle profielkeuzestress word ik langzaam klaargemaakt voor de volgende keuze: de studie. Nou word ik niet in het diepe gegooid. Er is een heel traject van gesprekken, open dagen en bijeenkomsten. Afgelopen week ging ik naar een studievoorlichting. Op één school kwamen scholieren van verschillende scholen samen, om te luisteren naar studenten van universiteiten verspreid over heel Nederland.

Er vielen me een paar dingen op, die avond. Ten eerste, dat je iets leuk en interessant kan vinden, maar dat je tegelijkertijd weet dat het toch niks voor jou is. Ook werd nog maar eens bevestigd dat ik er goed aan heb gedaan om niet naar de school te gaan waar de voorlichting plaatsvond. Ik vind het nog steeds net een gevangenis.Vervolgens hoorde ik drie keer: ‘Deze opleiding is anders dan anderen.’ Dat is natuurlijk wat elke universiteit probeert te claimen, maar als iedereen het zegt, wordt het gewenste effect niet bereikt, denk ik. Toch was er één opleiding die er voor mij daadwerkelijk uitsprong: Industrial Design. 

Het combineert namelijk drie dingen die ik leuk vind. Ten eerste design, dat spreekt voor zich denk ik. Ik ben heel graag creatief bezig en zou dat in deze opleiding echt kwijt kunnen, in tegenstelling tot bij veel andere universitaire studies. Dan is er ook een maatschappelijk aspect. De dingen die je ontwerpt moeten in een behoefte voorzien, en voldoen aan de wensen van gebruikers. Je bent dus bezig met wat mensen willen, hoe ze leven en hoe ze omgaan met bepaalde dingen. Tenslotte bevat de opleiding een stukje wiskunde en natuurkunde. Ook techniek speelt een grote rol bij de ontwikkeling van veel producten. Dat zou ik als een minpunt kunnen zien. Het zijn namelijk niet bepaald mijn favoriete vakken. Aan de andere kant, doe ik dat N&T profiel dan niet voor niks. (Zoals ik het afgelopen halfjaar toch wel vaak stiekem gedacht heb…)

Er kleeft ook een nadeel aan: de opleiding is aan de Technische Universiteit. En dat heeft in mijn ogen nou niet echt een spannend imago. Toen ik er de eerste keer vanuit school was, zag ik vooral veel slungelige jongens met grote rugzakken, een heleboel ingewikkeld uitziende machines en ruimtes waarin mensen onderzoeken aan het doen waren. Nee, dit wordt het niet, dacht ik meteen. Maar. (En niet zomaar een maar. Een díkke maar.) Al twee keer heb ik ontdekt dat het er soms ook anders aan toe gaat. Zoals met een architectuurproject, waarvoor we naar de TU gingen. Daarbij waren we echt creatief bezig – dus niet, zoals ik dacht, alleen maar met getallen, formules en computers. Bij de voorlichting Industrial Design werd de werkwijze van de studie toegelicht. Er zijn projecten, veel praktijk en geen examens, maar een beoordeling via een zogenaamde showcase. Hierin leg je het hele proces vast doormiddel van foto’s, filmpjes en schetsen. Hallo, alleen dat al is helemaal mijn ding.

Dus, wat houdt me tegen, zou je denken, toch? Nou, eerst moet ik natuurlijk even het VWO afronden. Maar dan is er nog iets. En dat is de stad, Eindhoven. Dat ligt echt vlakbij het dorpje waar ik nu woon, en mijn middelbare school ligt er ook. Ik wil eigenlijk heel graag ergens anders heen. Amsterdam, Utrecht – in ieder geval weg van hier. De wijde wereld in, zoiets. Want deze stad ken ik al zo goed. (Of ja. Binnen mijn gedesoriënteerde beperkingen, dan.) Maar als ik het over een tijd nog steeds zo’n toffe studie vind, kan ik me daar denk ik wel overheen zetten.

Voor nu ben ik al lang blij dat ik een beetje een idee heb van wat ik zou willen. Misschien. Want ja, ik ken mezelf – misschien wil ik over een jaar wel weer iets anders.

THE PINGUIN PILLOW

IMG_8675

 

Zoals ik al vertelde, kwam mijn moeder gisteren thuis met een kussentje. Een klein, vierkant kussentje met daarop een lieve, donzige babypinguïn. Een plaatje ervan, bedoel ik. (Oh, een babypinguïn als huisdier, dat zou leuk zijn! Maar ja, kleine pinguïns worden ook groot en eenmaal daar zijn ze niet zo schattig meer, denk ik.) Laat me even uitleggen waarom ze aan mij moest denken toen ze het zag, en het voor me meenam. Een paar avonden geleden zat ik in de woonkamer op de bank. Er was een natuurprogramma op. Je weet wel, met van die superheldere close-up beelden, waarvan je denkt: hoe hebben ze die kunnen maken zonder dat die vlinder wegvloog/die aap het merkte/die leeuw de cameraman achterna ging?

Het thema van deze avond was pinguïns, en op het moment dat ik inschakelde, hobbelde er net een babypinguïn over een koude, winderige ijsvlakte. Je weet waarschijnlijk wel hoe dat eruit ziet: heel erg instabiel, met knikkende knietjes en de vleugeltjes stijf langs het donzige lichaampje. Op dit punt was ik al gesmolten. Om hem heen stonden honderden volwassen mamapinguïns, met hun jongen tussen de benen. ‘Het jong heeft zijn moeder nog steeds niet teruggevonden.’, klonk een typische commentatorstem. ‘Als hij haar niet snel vindt, zal het jong sterven.’ Het pinguïnnetje was inmiddels bedekt met ijs en sneeuw en keek wanhopig om zich heen. Met grote ogen zat ik op de bank te kijken. Dit kon toch niet zomaar gebeuren! Wat wreed! (Ik hoor je denken: ‘Ja Milou, dat is de natuur, er gaan elke dag dieren en mensen dood.’ Ik weet het, ik weet het. Maar ik heb blijkbaar gewoon een zwak voor  mini-pinguïns en daar kan ik niets aan doen, oké?) Die cameraman zal vast genoten hebben terwijl hij aan het filmen was. Want ja, hij had mooie beelden. Ik zelf had al lang ingegrepen, dat begrijp je. (‘Pinguïnnetje nummer 137 is zijn moeder kwijt. Wil zij zich a.u.b. melden bij de infobalie?’)

Tegen de tijd dat de babypinguïn de hoop had opgegeven, zwelde de achtergrondmuziek aan. En dan weet je: we komen tot een ontknoping. Er gaat iets gebeuren, of het nou goed of slecht is. Er kwam een dikke mamapinguïn in beeld, die er naar mijn idee precies hetzelfde uitzag als de honderden andere mamapinguïns op de ijsvlakte. Maar ons kleine pinguïnnetje dacht daar anders over. Met zijn laatste krachten waggelde hij naar haar toe en kroop tussen haar beentjes. Veilig. Ik slaakte een zucht van opluchting.

‘Zo, en nou zetten we iets anders op, want anders slaap je vanavond niet meer.’

IT’S MY BIRTHDAY

scan0009

Misschien is het voor jou wél een hele gewone dinsdag vandaag. Voor mij ook wel een beetje, eigenlijk. Ik stond vanochtend vroeg op, ging naar school, maakte een so en hield een presentatie. Maar daarnaast vier ik vandaag m’n zestiende verjaardag!

Zestien, het klonk altijd als een hele leeftijd. Als je die bereikt had, was je toch wel echt behoorlijk oud, wijs en volwassen. Inmiddels weet ik beter. Er is geen enkel verschil met gisteren, toen ik nog mijn vijftienjarige zelf was. Ik ben niet opeens die laatste vijf centimeter gegroeid. Wel ben ik dichter bij de 30 dan bij mijn geboorte (dankjewel voor de attentie, Babs), wat ik een behoorlijk absurde gedachte vond, die ik maar snel heb verworpen. Ik zit midden in de periode waarin ik leuke, grappige, spontane en domme dingen kan doen, en ik geniet ervan.

Op mijn verjaardag zelf is er geen feestje, want ik moet gewoon naar school en heb daarna toneel. ’s Avonds ga ik uit eten met familie en vriendinnen, zo wordt het toch wel een echte verjaardag! Na de testweek ga ik het nog vieren met vrienden en familie. Want ‘je wordt maar één keer zestien!’ ‘Je wordt ook maar één keer vijftien, zeventien en vierenvijftig,’ denk ik dan altijd, maar hé: een feestje is altijd leuk!