#45 was de laatste ‘Day of Summer’ in Miami, dus is het weer tijd voor een verslagje! Zo veel foto’s heb ik niet gemaakt eigenlijk. Ik denk door het feit dat we vooral veel op het strand gelegen hebben… Ook niet verkeerd!
Tag: Vakantie
USA 2013: NEW YORK
Jullie zien hier dagelijks één foto van mij vanwege 100 Days of Summer. Maar nu ik in Amerika ben, maak ik natuurlijk meer dan één foto per dag. Er zijn hier zo veel mooie, opvallende en fotogenieke dingen te zien. Het leek me leuk om al die andere foto’s ook met jullie te delen. Het leek me wel handig om het per stad te doen. Hier zijn dus de foto’s van New York. Het is tevens een soort dagboekje geworden van alle dingen die we hier gedaan hebben. Ik hoop dat jullie het leuk vinden!
#31 PACK UP, CHARGE UP, SUM UP
Mijn dag vandaag bestond grotendeels uit drie dingen. 1. Inpakken. Logisch, aangezien ik morgen voor drie weken op vakantie ga. Ik heb een beetje een issue met de ruimte in mijn koffer, of eerder gezegd het gebrek eraan. Nee, eigenlijk: het feit dat ik er gewoon te veel spullen in probeer te proppen. Met minder zou ik het ook wel af kunnen, maar wát ik dan precies thuis moet laten, daar kan ik maar niet over beslissen. Ik zal maar in New York zijn en denken: ‘Vandaag doe ik eens lekker mijn beige broekje… Neeeee! Thuis laten liggen!’ Dat zou wel een flinke domper zijn, dat snap je. Nog even verder proppen dus. Dan bezigheid 2: Opladen. Ik neem welgeteld zes elektronische apparaten mee, en die moeten natuurlijk allemaal van stroom voorzien zijn. Nu vraag je je misschien af: ‘Milou, zes stuks, is dat nou nodig?’ Ik verwijs je graag even naar bezigheid nummer 1. Om dezelfde redenen: ja, dat is nodig. Tenslotte ben ik 3. bezig met opsommen. Lijstjes maken met wat ik nog moet doen, inpakken, toch weer uitpakken of niet moet vergeten morgenochtend (de opladers van al die apparaten meenemen, bijvoorbeeld. En mijn tandenborstel. Zijn er meer mensen die deze structureel thuis laten liggen?). Vanavond alleen mezelf nog even opladen met een goede nacht slaap. USA, here I come!
#19 SCHOOL’S OVER
Vandaag merkte ik behoorlijk dat ik in een klas vol meisjes zit (of zat, eigenlijk). Hoe harder het begon te onweren, hoe luider de gilletjes klonken. ‘Milou, wil je van plaats wisselen?’ Ik heb nog nooit gehoord van bliksem die door een open raam naar binnen komt, maar als ik er iemand mee kan helpen, waarom niet? Na het geschuif met zitplaatsen en de luidruchtigheid, heerste er na elven eindelijk rust in ons klaslokaal. Niet omdat er geconcentreerd aan de testen gewerkt werd. Nee, iedereen was vertrokken. Het jaar zit erop. Op de gang klonk nog een laatste uitroep: ‘Vakantie!’
PARIS: À L’AVANCE
Ik merk dat ik vakantie heb – veel tijd om dit soort dingen te doen, haha
Ik had me ingesteld op een vrij rustige meivakantie. Met mijn familie ga ik een paar dagen naar Marrakech. Super leuk, daar heb ik echt zin in! Ik heb twee weken vrij, en de rest van de dagen zou ik gewoon een beetje gaan chillen. Maar toen kwamen er steeds meer leuke dingen op mijn pad. Een weekend met mijn nichtje, Koninginnedagplannen, feestjes, afspraken met vriendinnen… En toen werd ik ook nog meegevraagd voor een paar dagen Parijs! ‘Zou je dat leuk vinden?’ vroeg Yvonne, de moeder van mijn vriendin Carmen. ‘OUI!’ was natuurlijk mijn antwoord.
Ik ben al één keer eerder in Parijs geweest. Ik denk dat ik een jaar of negen was. We waren naar Disneyland geweest en zouden één dag Parijs in gaan. Het enige dat ik me daar nog van herinner is de Eiffeltoren. We stonden met z’n drieën (papa, Mart en ik) op het topje, dat lichtjes heen en weer wiebelde, en konden heel Parijs zien. ‘Kijk, ik zie mama!’ beweerde ik. Ja, ja…
Omdat we maar drie dagen de tijd hebben, leek het ons wel handig om van tevoren een planning te maken. Dat was dan ook één van de voorwaarden van Carmens ouders: je mag mee, maar jullie regelen het maar lekker met z’n tweeën. Wij vonden het niet echt een voorwaarde, eerder een voordeel. Séphora, Lafayette, Colette, here we come!
Nee, dat kon natuurlijk niet – er bestaan ook andere dingen dan shoppen. We besloten een goede mix te maken tussen sightseeing, cultuur en natuurlijk wel een beetje shoppen. Geen musea, want daar moet je echt de tijd voor nemen. Daarnaast zijn de weersvoorspellingen goed, dus om dan de hele dag in de kelder van het Louvre door te brengen…
Het hotel waar we verblijven ligt in Montparnasse, een superleuke wijk dichtbij het centrum. Als we woensdag aankomen kunnen we daar gewoon eens gaan rondkijken en de sfeer van de stad proeven. Dat is sowieso de planning van de hele trip: geen haast en geen stress. We hoeven niet in drie dagen álle highlights van Parijs te zien. Dan zouden we constant aan het rennen zijn. We willen de stad leren kennen, maar dat gebeurt vanzelf wanneer je op je gemak rondkijkt en wel ziet wat je tegenkomt.
De kleding is uitgekozen, mijn koffer is gepakt, het programma gemaakt, eten voor in de auto ingeslagen, een playlist gemaakt, het enthousiasme aangewakkerd (al was dat een week geleden ook al zo…). Carmen en ik hebben ons Frans geoefend: On y va!
PICTURE THIS: AROSA

De zon brak door op de piste
Op skivakantie heb je het druk. Aan het eind van de dag ben je altijd moe. Een lekkere soort moeheid, die ontstaat door kou, inspanning, vallen (en opstaan) en het feit dat je soms iets te veel gegeten blijkt te hebben. Een heerlijk soort moeheid. Het zorgt ervoor dat je aan helemaal niets anders denkt dan aan vakantie, hier en nu. Geen school, huiswerk, nog in te leveren formulieren, onopgeloste (onbenullige) problemen… Super. Je bent alleen maar bezig met het skiën (of sleeën) van bergen, met opperste concentratie zodat je niet valt. En verder doe je ook niet zo veel. Beetje eten, veel slapen. Een dag hier is al snel weer voorbij. Tussen de bedrijven door maakte ik foto’s in Arosa. Hier komen ze!
Deze is niet bewerkt naar zwart wit, het was echt een hele grijze dag!
Dat was het, ik hoop dat je het leuk vond!
SCHLITTEN IM SCHNEE
Naast skiroutes zijn er in ons skigebied ook wandel- en sleeroutes. Als je door de witte sneeuw naar beneden komt sjezen moet je soms uitkijken voor een wandelend echtpaar, een hele familie met buggy’s of soms zelfs een groep paardrijders. Ook de speciale ‘schlittenbahn’, zoals dat hier heet, is zeer populair. Mannen, vrouwen, kinderen – er gingen nog net geen baby’s van die baan af. Het verbaasde me eigenlijk. Die baan was behoorlijk smal, behoorlijk steil, en als je eraf viel… nou, dan viel je behoorlijk diep naar beneden. Maar als al die mensen het er zonder kleerscheuren vanaf brachten, moest dat ons toch ook lukken? We hadden kaartjes gekregen voor het ‘nachtschlitten’, elke dinsdag en donderdag van vijf tot acht ’s avonds. De liften gaan langer naar boven en de baan wordt verlicht. Eigenlijk was ik moe na een lange dag skiën. Met lichte tegenzin pakte ik mezelf weer in met een dikke sjaal, skihandschoenen en moonboots. Ook besloot ik mijn helm op te zetten – je weet maar nooit.
Er zijn van die dingen waar je eigenlijk geen zin in hebt, maar waarvan je achteraf blij bent dat je ze hebt gedaan. Het sleeën was ook zo’n ding. Ik was een beetje bang dat ik van de baan af zou sleeën/van mijn sokken gereden zou worden/niet zou kunnen remmen of sturen, maar het viel allemaal reuze mee. Ja, het remmen was in het begin lastig. En daardoor ging je ook behoorlijk vaak onderuit. Maar dit zorgde (naast een beetje pijn, maar hé, we kunnen wel tegen een stootje!) vooral voor de slappe lach. Toen ik het hele sleegebeuren enigszins onder controle leek te hebben besloot ik wat harder te gaan. Aan de vele hobbels op de baan had ik niet echt gedacht, en door het feit dat het avond was zag ik ze ook niet echt goed. Ik vloog bijna naar beneden, het leek wel een kermisattractie. Het enige verschil is dat je in zo’n attractie goed vast zit. Op een slee niet.
We vielen behoorlijk vaak dus. Op een bepaald moment lag Carmen beneden, haar slee iets verder boven haar. Ze kon er net niet bij. Ik stond nog aan het begin van de berg. ‘Ik duw mijn slee wel tegen die van jou!’ riep ik. Voordat ik had nagedacht over deze actie gaf ik mijn slee een zet. Je kan al raden wat er gebeurde, natuurlijk. Mijn slee ging met een grote boog om die van Carmen heen en reed met een rotvaart door naar beneden. Ik gleed naar Carmen toe. Dan maar samen op één slee. Met z’n tweeën heb je natuurlijk veel meer snelheid. Ook nu kwamen de hobbels weer, en al snel lagen we in de sneeuw. Onze slee bleef echter niet liggen – nee, ook slee nr. 2 naderde de finish zonder bestuurder. (Je kan je voorstellen dat dit alles niet zo heel vlot ging, omdat we continu zo hard moesten lachen dat het pijn deed.)
Het heeft ook wel iets, dat nachtsleeën. Doordat het donker is zie je niet zo goed waar je heen gaat. Dit zou je een nadeel kunnen noemen. Aan de andere kant zie je ook niet hoe steil die hellingen eigenlijk wel niet zijn, en roetsj je dus zorgeloos naar beneden. Naast dit alles is het ook gewoon erg mooi, zo ’s avonds tussen de bergen. De lampen die de piste verlichten laten de sneeuw glitteren. De lucht kleurt allerlei tinten blauw. Net als mijn achterwerk, na zo’n sleetochtje. Ook mijn middenrif doet pijn, maar dat is van het lachen.
GODI IN A GOLDEN FRAME
Dit is niet echt een passende foto bij deze post… Maar het is wel een leuke foto, dus ik vond het wel kunnen.
Aangezien ik pas één jaartje (een beetje) kan skiën, en het voor Carmen al acht jaar geleden was, leek het ons slim om een lesje te nemen. We zaten te wachten voor de skischool, mama was binnen om te kijken waar en wie onze leraar was. Na een tijdje kwam ze naast me zitten. ‘Hij heet Godi.’ Ik reageerde niet op zijn naam (want er zijn een hoop skileraren met een (in onze ogen) rare naam). Nee, het eerste wat ik vroeg was: ‘En is ‘ie een beetje knap?’ ‘Ja, dat weet ik niet.’ Carmen, die naast me zat, beëindigde het telefoongesprek met haar ouders. Mama vertelde haar over onze skileraar. ‘Is ‘ie knap?’ was ook haar eerste vraag. We zeggen vaak dezelfde dingen, meestal ook nog op hetzelfde moment. Het verbaasde ons niets.
We gingen nog even snel naar het toilet. Toen we weer terugkwamen zag ik mijn ouders praten met een man. Een oude man. ‘Hij is niet knap, Carmen.’ zei ik over mijn schouder. Erg vond ik het eigenlijk niet. Een knappe leraar zorgt alleen maar voor veel afleiding en extra veel schaamte wanneer je onderuit gaat. Ik schat Godi ruim zestig jaar oud. Zijn skibril stond permanent op zijn voorhoofd, als een witte vlek. Vanaf onder zijn neus was zijn huid zo bruin als cognac, en had het de structuur van leer. Hij was erg vriendelijk een sprak ‘ein beetje Nederlandsch.’ We stelden ons voor, de ski’s werden gehaald en we kluunden naar de lift.
We belandden midden in de ‘na de lunch drukte.’ Iedereen wil dan weer met de lift naar boven. Iets voor ons in de rij stond een jonge skileraar met een stuk of acht kleine kinderen. En druk dat ze waren! Ze stonden allemaal met hun tong naar buiten in elkaars gezicht te spetteren. ‘Jongens, niet spugen!’ sprak de jongen. ‘Die kleine kinderen zijn altijd zo lastig,’ zei Godi tegen mij. De kinderen gingen vrolijk door. ‘Nee, echt niet doen! Ophouden met spetteren, straks mogen jullie een sneeuwballengevecht doen.’ ‘Jeeeeeej!’ klonken acht hoge stemmetjes, en ze begonnen al om zich heen te grijpen. ‘Niet nu!’ Godi zuchtte. ‘Arme skileraar.’ Ik lachte. ‘Wij zullen ons gedragen hoor.’
Eenmaal boven oefenden we met parallel skiën en stoppen (dat laatste is leuk, dan kan je zo’n hele wolk van sneeuw maken.) ‘Niet vallen, hu!’ zei hij telkens. Maar toen het wel gebeurde (één keertje maar!) kwam hij alsnog de hele berg terug opgelopen. ‘Hu’ was zijn stopwoordje, hij zei het na elke zin. ‘Gaat goed, hu? Jullie komen achter mij aan, hu!’ Maar dat deed niets af aan het feit dat hij een hele goede leraar was. We merkten het ook aan zijn populariteit op de piste. Iedereen kende hem. ‘Heee Godi!’ zei de man bij de lift. Hij kreeg knikjes van vele kanten, mensen die bij hem op lessen hadden gezeten spraken hem aan. Hij was een soort opperskileraar.
Na ongeveer anderhalf uur kwamen we langs een kampvuur aan de zijkant van de piste. Boven het vuur hing een ketel. Om het vuurtje heen zaten een hoop mensen op boomstammen, met witte bekertjes in hun hand. ‘Zullen we even iets drinken?’ vroeg Goddi. ‘Even snel.’ Ik keek naar de ketel met glühwein. Maar, dat is met alcohol, toch?’ ‘Nee, je kan kiezen.’ (‘Aah, wat saai, Milou!’ was de reactie van één van mijn medevakantiegangers. ‘Heel verstandig.’ zei een ander. Vervolgens schoot hij in de lach. Hmm, allebei niet echt een compliment, wel?) Ik vind glühwein niet lekker, dus waarom zou ik het drinken? In plaats daarvan kregen we een soort warme limonade. Wat ook niet echt lekker was, eigenlijk. Vooral heel zoet. Maar toch wel gezellig, zo’n kampvuurmomentje.
Na twee uur kwamen we weer veilig beneden. ‘Jullie hebben das sehr gut gedaan!’ zei Godi. Voor de les waren Carmen en ik nog gaan kijken in het gebouw van de skischool. Daar hangen foto’s van alle leraren op de muur. Godi konden we niet vinden. Maar na de les snap ik wel waarom. Hij hangt waarschijnlijk op een ereplekje, in een gouden lijstje.














