Over een dikke week ben ik jarig, en ik heb geen idee wat ik moet vragen. (Ja, wat een heerlijk luxeprobleem.) ‘Maar, serieus, kan je echt niks bedenken?’ hoor ik van familie en vrienden. ‘Nou, eigenlijk wil ik wel een roze olifant,’ zeg ik dan, bij wijze van grapje. (Hoewel… Sommige mensen nemen het erg serieus. Eén keer heb ik er echt een gekregen. Een klein, roze houten olifantje. Hoe diegene het gevonden heeft is me nog steeds een raadsel.) Gisteren kwam ik er ook een tegen, zelfs op ware grote. Denk ik tenminste, ik heb er nog nooit direct naast één gestaan. Bovendien, dieren willen nog wel eens groter uitvallen dan ik van tevoren verwacht had. Zo ging ik eens koeknuffelen… Maar dat is eigenlijk een heel ander verhaal. Terug naar die roze olifant. Ik deed nog een korte poging om er op te klimmen, maar staakte die snel. ‘Misschien had je beter een broek aan kunnen trekken.’ Oeps. Nou ja, heeft vast niemand gezien. En die olifant houdt z’n mond wel.
Tag: Fotografie
#1 STARDUST
Oudejaarsavond op Curaçao ging, zoals altijd, gepaard met een hoop lawaai. Het woord ‘rotje’ klinkt, door de verkleining waarin het eindigt, veel te schattig voor al het buskruit dat hier afgeschoten wordt. Een soort bommen zijn het, die je voelt in je buik en waarvan de knallen echo’s achterlaten. Mijn familie is er dol op, maar ik vind het toch altijd nog een beetje eng, dat geknal zo rond mijn blote enkels. Je weet tenslotte nooit uit welk donker steegje er zomaar één of andere bom geworpen kan worden, door een eng mannetje (of door een brutaal jongetje van vijf, net zo makkelijk). Daarnaast ben ik ook niet erg overtuigd van mijn eigen vuurwerkskills. De eerste keer dat ik iets liet knallen, vloog er direct erna een bosje in brand. Daar zal ik nooit meer helemaal overheen komen, vrees ik. Ik hield me dus ver van het geweld wat mijn broer allemaal afstak, maar had wel een paar tolletjes die, na ze met een sierlijk boogje gegooid te hebben, wat pirouettes draaiden, vervolgens een schattig gilletje slaakten en gracieus de lucht in vlogen. Een soort barbievuurwerk, ook (of misschien vooral) vanwege de knalroze kleur. Nadat we onze eigen vuurwerkshow hadden afgesloten, reden we naar de stad. Op de brug was het weer ouderwets druk. De studenten hosten heen en weer, de toeristen wisten niet waar ze kijken moesten en de gezinnen hadden zich al om een uur of negen geïnstalleerd, inclusief tuinsets en koelboxen, om maar een goed plaatsje te krijgen. Om twaalf uur klonk er een luid ‘Bon aña!’ en begon het siervuurwerk. Vlak voordat we de brug verlieten schoot er plots nog een serie omhoog. De laatste restjes vuurwerk zweefden als een soort sterrenstof door de zwarte lucht. Dag 1 van de 365 was vastgelegd – het jaar kon beginnen.
NOWHERE ELSE
Wanneer je ‘curaçao’ googelt, kom je plaatjes tegen van witte zandstranden, blauwe zeeën en prachtige zonsondergangen. Deze dingen zijn er ook, dus daar is niks aan gelogen. Maar wie daardoor denkt dat Curaçao hetzelfde is als ieder willekeurig bounty-eiland, die heeft het mis. Want er zijn een paar dingen die bij dit eiland horen als bij geen enkele andere plek ter wereld.
De weersvoorspellingen van Curaçao vind ik heel grappig, want elke dag om en nabij hetzelfde. Een zonnetje, een wolkje, een drupje en zo’n 30 graden. Het is een beetje een familiegrapje geworden: wij stellen ons voor dat er één persoon is die de weersvoorspellingen van Curaçao doorgeeft. Op één januari vult diegene gewoon voor het hele jaar zo’n beetje hetzelfde in, om vervolgens lekker naar het strand te gaan.

Vervolgens: Puffs! Gaat er een belletje rinkelen? Ik denk dat Puffs zich het beste laten omschrijven als knaloranje, dikke, vingerchips. Vroeger verkochten ze ze ook in Nederland, gewoon bij de supermarkt. Maar sinds een aantal jaar geleden zijn ze nergens meer te vinden. (En daar zal vast een reden voor zijn. Ik denk te veel schadelijke kleurstoffen, transvetten of calorieën per zak. Maar ik weet het niet zeker – ik heb nog nooit op het etiket durven kijken.) Hier op Curaçao hebben ze echter wel Puffs. Wat een feest. Niet bij de Albert Heijn – je moet ervoor naar de achterafsupermarkten van Curaçao. Maar ach, zo kom je nog eens ergens. Ik kan me voorstellen dat niet iedereen de liefde met me deelt: je gaat er heel erg van uit je mond stinken, als je er één op je kleren laat vallen ben je de lul (vanwege aldie kleurstoffen) (‘Dit is eigenlijk een foute Puff-jurk’ is een uitspraak die ik laatst hoorde) en ze smaken eigenlijk te erg naar kaas. Maar ze zijn zo lekker.
Waar je in Nederland alleen op de 31e van half twaalf tot half één vuurwerk mag afsteken, is het hier een week van tevoren al feest. Keten langs de weg schieten uit de grond, de één nog mooier beschilderd dan de ander. De avonden voorafgaand aan oudejaarsavond zijn er al vuurwerkshows te zien, als een soort voorproefjes voor het echte werk. Datum en plaats lijken algemeen bekend, want het halve eiland loopt er voor uit. Wanneer je vlak voor het begin van het spektakel toevallig op zo’n locatie terechtkomt, weet je niet wat je ziet. Ten eerste: auto’s, overal auto’s. Elke lege ruimte wordt gezien als parkeerplaats. Mensen zitten in, op of voor hun voertuig, in dat laatste geval zelfs op meegebrachte plastic tuinstoelen. Files vormen zich, en de politie komt erbij. Oma, de pasgeboren baby, zoons en dochters plus aanhang – ze gaan allemaal mee. En dan te bedenken dat het echte feest nog moet komen!
De mensen hier verdienen absoluut een eigen alinea. Sommigen wonen in huizen waar in Nederland niet eens iemand meer in zou mogen wonen, rijden in een auto die half uit elkaar valt en hebben twee banen om rond te kunnen komen. Maar je hoort niemand klagen. Er zijn natuurlijk uitzonderingen, maar over het algemeen is iedereen hier zo vriendelijk en vrolijk.
Gisteravond bijvoorbeeld, gingen we eten in een restaurant. ‘Goeie avond’, sprak de serveerster. Een gouden tand blonk ons tegemoet. Ze was heel erg begaan met haar klanten en het restaurant, dat bleek wel. ‘Lekker!’ sprak ze nadat we onze bestelling hadden doorgegeven. Niets van de afstandelijkheid die je in Nederland vaak ziet. Het tegenovergestelde juist. ‘Smakelijk, dushi’s!’ sprak ze met een vet Antilliaans accent. Ter informatie: dushi betekent ongeveer hetzelfde als ‘schatje’. In Nederland zou men er denk ik niet van gediend zijn, schatje genoemd worden door iemand die ze pas tien minuten kennen. Maar hier kan dat, en gebeurt het ook. Verdere uitspraken waren: ‘Waar ga je, dushi?’ (toen mijn moeder opstond om naar het toilet te gaan), ‘Help me, schat,’ (toen ze een heet bord moest neerzetten terwijl ze haar handen nog vol had) en ‘Nee! Blijf bij mij tot sluit!’ (toen we vroegen om de rekening).
Tussendoor vertelde ze ons ook nog haar levensverhaal in een notendop. Ze had kinderen ‘en een man!’. Ja, dat merk je goed, daar werd de nadruk op gelegd. Er zijn namelijk heel wat vrouwen op Curaçao die kinderen van een paar verschillende mannen hebben, omdat laatstgenoemden er alweer vandoor zijn. Oud en nieuw kwam ter sprake. ‘’s Avonds ga ik naar de brug! Jullie ook? Misschien zien we elkaar daar!’ Aan het einde van de avond namen we afscheid. ‘Slaap lekker, dushi’s! Tot snel.’
CLICHÉS & CUTIES
Daar ben ik weer, met de meest cliché Curaçao foto ooit. Om ‘m te maken moet je de cruisetoeristen van je af slaan en je best doen om te zorgen dat er geen zonneklep in je beeld hangt. Dit is namelijk het plaatje dat iedereen op zijn camera wil hebben staan, om te kunnen zeggen: ‘Kijk, hier ben ik geweest.’ (En ik ben zelf natuurlijk net zo, want elk jaar moet ik die foto toch weer even maken.) In ieder geval – dit is Willemstad, de hoofdstad (en enige stad) van Curaçao. De brug drijft op kleine bootjes, omdat hij af en toe volledig open ‘vaart’ om een groot schip door te laten. Dit zorgt ervoor dat het een beetje deint. Maar wanneer de golven wat hoger zijn, kan het flink heen en weer bewegen. En als vanzelf doen de mensen op de brug dat dan ook – van voor naar achter, van links naar rechts. Er wordt gewiggeld van de ene naar de andere kant. Een grappig gezicht: alsof iedereen iets te diep in het glaasje heeft gekeken.
Commentaar van de familie: ‘Mooie foto’s!’ en daarnaast ‘Maar het lijkt wel alsof we op een onbewoond eiland zitten hier!’ Inderdaad, ik had, als je bomen en planten niet meetelt, nog maar weinig levende wezens op de foto gezet, behalve indirect die ene die op vakantie was. Dus bij deze: flamingo’s! Al tellen die niet als echte eilandbewoners, denk ik.
En dan tenslotte het bewijs: we zijn hier niet alleen. Er is hier, met ons, sowieso dit leuke jongetje. En samen met zon, zee en strand heb je toch verder niets nodig?
I ♥ CURAÇAO
Ik bevind me momenteel in het tegenovergestelde van kerstsfeer, namelijk op Curaçao. Wat voor mij eigenlijk ook wel bij kerst hoort, aangezien we er al vaak zijn geweest, zo tegen het einde van het jaar. En wat houd ik van deze plek. Het is een lichtpuntje om naar uit te kijken tijdens donkere winterdagen. Wanneer ik weer eens door de druipende regen moest fietsen, een onvoldoende haalde voor natuurkunde, een ladder in m’n panty trok, in het pikkedonker op moest staan of aan het vloeken was boven m’n wiskundeschrift, dan was er de afgelopen tijd altijd nog die ene geruststellende gedachte: over een week (/maand/half jaar) ben ik in Curaçao.
En waarom is het hier dan zo fijn? Dat zal ik je vertellen, met wat foto’s die ik de afgelopen dagen maakte ter ondersteuning.
In een jaar kan er een hoop veranderen. Je krijgt zomaar een vriendje, gooit je kamerinrichting overhoop, kleedt je weer wat anders. Je leert nieuwe mensen kennen, laat andere mensen gaan. Je wordt wat ouder, hopelijk wijzer, je groeit, letterlijk en figuurlijk. En dat is goed. Dat is leuk. Dat hoort zo te zijn. Maar soms gaan de dingen wel erg snel. En dan is het, wat mij betreft, heel fijn om naar een klein eilandje in de Caribische Zee te vliegen. Om daar te landen, in een warme huurauto over de hobbelige wegen te rijden en te beseffen: hier is alles nog zoals het was.
(Ja, dat klinkt misschien een beetje autistisch. Maar dat maakt me niet zo veel uit.)
De wind die hier waait is warm. Meteen al wanneer je het vliegtuig uitstapt, voel je het. Een warme bries die zorgt voor kippenvel op mijn armen, en die de geur van warm asfalt verspreid die rond het vliegveld te ruiken is.
De zee hier is zacht en zout. Zo zout, dat een luchtbed overbodig is om te blijven drijven. Mijn benen bewegen vanzelf omhoog, ik spreid mijn armen en kan dan, als een menselijk luchtbedje, zo lang blijven liggen als ik wil.
Het gevoel van zand tussen je tenen. En tussen je haren en vingers, op je rug en in je bikinibroekje. Zand overal. Maar dat maakt niet uit. Alles eindigt in het doucheputje, nadat je jezelf hebt afgespoeld met fris water, waarna je je zo schoon voelt als nooit tevoren.
Alleen leuk als je let op details – focus je op de linkerhelft van de foto
Hier hoeft niets. Wil je een boek lezen, dan lees je een boek. Wil je om half zeven de zee in duiken, dan doe je dat. Lekker je haar laten waaien, in je bikini rondhuppelen. Of je optutten voor kerstavond. Het kan allemaal. Maar hoeft niet.
Nog steeds hangen overal (ondanks het ontbreken van sneeuw of vrieskou) kerstversieringen. Van linten tot lampjes tot compleet opgetuigde kerstbomen, die, naar mijn idee vanwege de temperatuur, sterk geuren. Naar dennennaalden, maar dan zoeter.
Hier verkopen ze wél nog steeds Puffs, staat dat ene huis na vijf jaar nog steeds maar half in de verf, liggen de winkels nog vol met panterprint jurken en zoveel bling bling dat het pijn doet aan je ogen, pikken de vogels suikerzakjes bij het ontbijt en waait er altijd die warme wind. Noem het suf, noem het saai. Of noem het heerlijk.
Wat eraan zit te komen: nog meer Curaçao foto’s, een filmpje (misschien wel twee) en… Een tweede ‘365’ jaar.
HAIR
ANTWERPEN
Vorig weekend was ik met mijn vriend Tim en mijn familie in Antwerpen. Met z’n tweeën hebben we de stad door gestruind, op zoek naar kerstcadeautjes (een strooier voor cacao – don’t ask). Het was behoorlijk koud, maar de zon scheen wel heerlijk en het was heel gezellig. Ik ben al behoorlijk vaak in Antwerpen geweest. Vroeger gingen we regelmatig naar de mooie zoo, en nu ga ik met mama wel eens naar het zuiden voor een shopje. Maar deze zaterdag had ik op een bepaald moment toch echt geen flauw idee waar in Antwerpen ik me bevond. Dit heeft natuurlijk deels te maken met mijn gebrek aan richtingsgevoel. Maar daarnaast was ik gewoon nog nooit op die plek geweest. Een flink reuzenrad stak mooi af tegen de hemel, waar de zon onder begon te gaan. En natuurlijk maakte ik daar een paar foto’s van!
Jaa dat is fijn, een vriendje die foto’s van je maakt terwijl jij foto’s maakt!
TOOK MY DANCE SHOES OF
Gisteravond vond op mijn school het jaarlijkse Minikerstgala plaats, een feestje voor alle eersteklassers. Nu zit ik natuurlijk niet meer in de brugklas. Maar één van de privileges die je hebt als minimentor, is dat je bij het kerstgala mag zijn. Je bent op zo’n avond druk bezig met helpen, maar tegelijkertijd is het altijd heel leuk met alle bruggers en natuurlijk de andere mini’s.
Het feest is echt een gala, met bijbehorende kleding. Alle meisjes in mooie jurkjes, de jongens vaak in een overhemd, een jasje of zelfs een echt pak. (En er was één jongen in een rendieren onesie. Wat een held.) Ook wij mini’s hadden ons best gedaan. Alsof we het hadden afgesproken kwamen we allemaal in een zwart jurkje. Afgezien van de twee mannelijke minimentoren, natuurlijk, en behalve… Ik. Een felrood jurkje had ik aan. Alsof zwart was afgesproken – en ik het niet had meegekregen. Ach, maakt ook allemaal niet uit. Ik kon er wel om lachen.
Zo’n avond vraagt natuurlijk om de nodige foto’s. Naast een heleboel feestende kinders legde ik ook wat andere dingen vast, voor en na het feestje. Ik vond het wel een mooi serietje zo bij elkaar!
Terugkerend thema binnen deze serie: mensen op pantykousjes, sokken en blote voeten. De hoge hakken gingen uit op elk moment dat het maar even kon. Tijdens het helpen achter de bar, bij de garderobe en gelijk na het feest – alle schoenen op een grote hoop. Of je was zo iemand die überhaupt geen zin had om de hele avond op hoge palen te lopen, en had gewoon ballerina’s aangetrokken. Ikke dus! Comfort gaat voor. En bovendien was het die avond toch al niet zo moeilijk om groter te zijn dan het merendeel van de aanwezigen. Zelfs zonder hakken.
A DAY IN THE MUSEUM

Afgelopen donderdag hadden we een activiteitendag op school. In de onderbouw betekent dat een dagje zwemmen, schaatsen of discobowlen. In de vierde klas ga je naar een museum. Klein verschil, maar hé, we waren er toch een dagje uit. En we gingen met de bus, wat sowieso altijd leuk is. Picture this: een bus vol met kinderen die helemaal hyper zijn omdat ze snoep hebben gegeten bij wijze van ontbijt. Dance knalt door meegnomen boxjes, de bus schudt lichtjes heen en weer. En dan is het pas tien uur ’s ochtends. Juist.
De Pont in Tilburg was de bestemming, een museum voor moderne kunst. Nu vind ik dat, in tegenstelling tot menig vierdeklasser, wél best interessant. Zeker omdat er een fotografietentoonstelling te zien was die ik graag wilde zien. Hierboven zie je een deel van Thousands, een werk waarvoor een fotograaf zijn leven vastlegde in duizend polaroids. Nu kan je je waarschijnlijk wel voorstellen waarom ik dat interessant vind – zelf heb ik een soortgelijk project gedaan. Het feit dat het allemaal polaroids waren, maakte het extra indrukwekkend. Van elke foto was er maar één, er was geen sprake van digitale bewerking. Eigenlijk een soort voorloper van Instagram, bedacht ik me toen ik langs al die foto’s liep. De opstelling maakte het nog extra speciaal: de foto’s hingen in een opeenvolging van kleine ruimtes, en bij elk hoekje dat je omsloeg liep de tijdlijn weer een stukje verder.

Ik denk dat de kunstenaar Mark heet…?

Een space-auto’tje

De dag begon trouwens niet bij De Pont, maar bij mijn CKV lerares thuis. Ja, dat vond ik zelf ook wel bijzonder. We deden een opdracht over geënsceneerde fotografie. Behoorlijk hilarisch. Het werd een extreme verkleedpartij – van ABBA leggings tot bloemetjesjurken en van bontjassen tot satijnen badjassen (soms in combinatie). De opdracht was om twee thema’s te kiezen, en hierbij een geënsceneerde foto te bedenken, compleet met kleding en attributen. V4 ging er helemaal voor, no shame. Aan het einde van deze ochtend kregen we allemaal een gele sticker, om er iets leuks van te maken en vervolgens op de muur te plakken en een herinnering achter te laten aan een hele gezellige dag.
Tijdens dit soort dagen merk ik steeds beter dat we nu in clusters les krijgen in plaats van in vaste klassen. Er is namelijk sprake van ‘V4’ in plaats van ‘klas zus en zo’. Je leert mensen weer op een andere manier kennen, sommigen spreek je voor het eerst pas echt goed. Ik denk dat er een steeds hechtere groep gaat ontstaan, tijdens deze drie jaren. En zeker met een reisje naar Londen in het vooruitzicht is dat heel leuk.
GLOW 2013 (PART ll)

‘Eigenlijk zou ik het wel twee keer willen zien.’ zei ik zondagavond. Glow, eerst zonder camera, daarna met. Eigenlijk bedoelde ik het niet heel serieus, maar toevallig kwam het zo uit dat ik gisteravond nog een keer kon gaan. Ik besloot maar van de situatie gebruik te maken en nu alles eens door mijn lens te bekijken.
Alsnog niet extreem veel foto’s (we moesten best lang wachten om bij het PSV-stadion binnen te komen, daarna was er geen tijd meer om alles te zien), maar wel leuk om toch iets vastgelegd te hebben.





































