#75 START (+ SORRY)

IMG_7805

Een week lang spelen. Een week lang teksten, uitdrukkingen, scènes, repetities, licht, geluid. Een week lang ‘nog één keer herhalen’, niet kunnen slapen want het is allemaal veel te leuk. Niet een week lang zenuwen – die komen pas vlak voor de eerste uitvoering. Wel een week lang lachen, schreeuwen, zingen, dansen. Een week lang toneel, en die begon vandaag.

We maakten er een goede start van. Het was een dag waarop allerlei stukjes bij elkaar kwamen, en dat gaf een goed gevoel. Want het paste.

(Gelukkig maar.)

Bovendien was het de dag waarop we voor het eerst voor publiek speelden. Dat was weer een interessante ervaring, na een half jaar of tegen mijn regisseuse, of tegen een muur aan te hebben gepraat. Ik was weer even vergeten dat zoiets best spannend was. Zeker gezien het feit dat we speelden in een klaslokaal, onder het niets verhullende licht van tl-buizen. En gezien de dingen die we moeten doen.

Het stuk gaat namelijk deels over de zeven zonden. Om te beginnen met… Lust. Wat betekent dat ik loop op hoge hakken, schud met mijn haren, zwoel kijk en op een super sexy manier een cocktail drink.

(HAHAHAHA zie je het voor je?

Nee, ik ook niet.)

En dan sta je tegenover de regisseurs en mensen van de techniek, die doen alsof ze een echt publiek zijn. En dan denk je, ja voor wie sta ik hier nou eigenlijk verleidelijk te doen? Maar goed, straks zitten mijn familie en docenten in de zaal. Het wordt er niet beter op.

Er werd gelachen, dat wel. Dat is fijn, hoor. (Nou hebben we tijdens een hoop scenes wel keiharde muziek aanstaan, dus als het helemaal stil blijft valt het in ieder geval niet op.) Alleen nog hopen dat het publiek straks eenzelfde gevoel voor humor heeft.

Tegen zevenen waren we klaar. Ik besefte: zo’n hele dag spelen doet iets met mij. Ik kan het niet helemaal omschrijven. Enerzijds leef ik heel erg in het moment: wat moet ik nu doen, nu zeggen, hoe moet ik nu kijken? Aan de andere kant gaat het allemaal in een soort waas voorbij. Dat ik, vlak voordat ik het schoolgebouw verlaat, denk: ‘Oh ja, nu ga ik naar huis. Jeetje, dat is er ook nog allemaal.’ Oh ja, ik heb ook nog een écht leven. Daar komt het eigenlijk op neer.

Ik ga helemaal op in alle drama, geloof ik.

(En sorry voor wéér zo’n foto. Ik kon het niet laten. En stiekem was ik ook vergeten om een andere te maken.)

#71 DRAMA

Schermafbeelding 2014-03-13 om 22.24.36

Ik zag haar weglopen, hoorde haar voetstappen echoën door de verder verlaten gang. Ik had alles geprobeerd, maar ze wilde niets meer zeggen. Ik leunde achterover tegen de kluisjes en liet mezelf naar beneden zakken. Ik zou nooit weten wat ze me had willen vertellen.

Dit is een deel van de film die ik aan het opnemen ben. Filmproject nummer honderd zoveel, inderdaad, maar ditmaal was het een verplichting vanuit school. Met drie vriendinnen besloot ik dat het een dramatische film zou worden – misschien had je het al gemerkt. Spanning en sensatie, woede, verdriet en natuurlijk liefde. En dat allemaal in tien minuten. Close ups vol emotie en langgerekte stiltes, in combinatie met geweldig acteerwerk – het lijkt verdorie GTST wel.

#70 POST-IT

IMG_5162

Een abstracte foto van mijn middagactiviteit: posters plakken! Je zou misschien denken dat hier verder niet veel over te zeggen valt, maar dan ken je mij nog niet. Zelfs tijdens het uitrollen van meters plakband zijn me dingen opgevallen die ik de moeite waard vind om hier op te schrijven. (Of jij het de moeite waard vindt om het te lezen, laat ik geheel aan jou.)

Komen ze. Vandaag ontdekte ik dat er twee soorten mensen op deze wereld zijn. 1. De mensen (ik noem geen namen) die posters ophangen zien als een willekeurig klusje, qua moeilijkheidsgraad vergelijkbaar met het vervangen van een wc-rol of het smeren van een boterham. Er hoeft maar een minimaal aantal handelingen verricht te worden. Omhooghouden, vastplakken en klaar. Na drie exemplaren gehad te hebben valt het je op dat je met je vieze schoen op de stapel posters staat. Sorry. Zit er een bobbel in het papier, dan strijk je er een keer overheen en doe je vooral alsof je niets gezien hebt. Volgende.

Dan zijn er 2. de mensen die posters ophangen een erg belangrijke taak vinden, die goed uitgevoerd moet worden. (Wederom geen namen.) Eerst moet er worden nagedacht over de precieze locatie van de posters. Op welke manier gaan we ze vastplakken? Wat is efficiënt, maar vooral: wat ziet er mooi uit? Hoe zorg je ervoor dat ze zo strak mogelijk tegen het raam kleven? Moet er plakband langs alle randen of alleen langs de bovenste? Hangen die posters eigenlijk wel waterpas? ‘Nee, die daar niet! Haal hem er maar even af!’ Plakband wordt stevig met de duimen nagestreken, bobbelende exemplaren komen niet door de ballotage. Onbekwame poster-plakkers ook niet, trouwens. ‘Vorig jaar had ik toch twee jongens…’ Nee, alleen serieuze kandidaten kwamen in aanmerking voor de functie. ‘Kijk eens hoe mooi zij dat doet!’

Dus zo zie je maar. Naast het gebruikelijke goed-slecht, brutaal-keurig en noordelijk-zuidelijk is de wereld nog in twee hele andere helften te verdelen. Rest mij één vraag: tot welke behoor jij?

#69 BLOSSOM

IMG_9819

Mensen lullen vaak over het weer. Nederlanders in ieder geval, want het deugt hier nooit. Te koud, te warm, te nat, te droog. Altijd wind tegen, nog steeds (geen) sneeuw, weer die regen. Maar vandaag kon er écht niemand zijn die iets te mekkeren had. De lucht was blauw, de zon deed zijn uiterste best. Ik geniet daarvan, het maakt me oprecht heel erg blij. Hallo, ik kon gewoon mijn hele tussenuur buiten doorbrengen. Zonnebril op, muziekje in mijn oren. Het kon niet beter. (Alhoewel… Met het oog op mijn productiviteit wat betreft wiskunde had ik beter binnen kunnen gaan zitten. Maar ik besloot in het nu te leven. En nu was het lekker weer, dus nu ging ik buiten zitten. Dus sorry wiskunde: nu even niet.)

Het contrast was voor mij ook groot, natuurlijk. Een paar dagen geleden sleede ik nog door de sneeuw, nu fietste ik met mijn lentejasje over straat, terwijl de zon langzaam opkwam. Toen ik deze foto maakte ging ik zelfs helemaal zónder jas naar buiten. Al was dat nog een beetje te optimistisch. En dat wist ik eigenlijk ook wel. Maar toch was het fijn.

#67 YOUR OWN BED

IMG_9809

 

Carmen en ik brachten een hele week samen door, maar we waren elkaar nog lang niet zat. De dag na de thuiskomst appten we nog wat heen en weer. In eerste instantie omdat ik haar wilde laten weten dat ik een oogschaduw van haar had gevonden in mijn toilettas. (Niet expres. Echt niet.) Haar paspoort bleek ook nog bij ons te zijn. Vervolgens kletsten we nog wat na. De ‘ik vond het supers’ werden heen en weer verzonden. ‘Maar ik ben wel blij dat ik weer op mijn eigen kussen kan slapen.’ zei Carmen. Je eigen bed is het allerfijnste, dat vind ik ook. Maar mijn kussen? Daar hecht ik geen waarde aan. Mijn bed ligt er vol mee, dat wel. Maar eigenlijk puur voor de sier. Vlak voordat ik mijn ogen sluit werp ik ze allemaal van mijn bed af, om er de volgende ochtend over te struikelen als ik uit mijn bed strompel en mijn ogen nog niet gewend zijn aan het donker. (Het licht aandoen is niet echt een optie. Te fel.) Maar vandaag werd ik wakker door het ochtendlicht, waarna ik me nog een keer om kon draaien. Wel vaker, zelfs. Zaterdagochtend in mijn eigen bed. Heerlijk.

#66 GOING BACK HOME AGAIN

IMG_5133

We namen de trein terug naar huis. Met de sneeuw verdween de zorgeloosheid die er in Arosa leek te heersen. Of je de eerste lift ging halen, waar je zou lunchen die middag. Of je de zwarte piste zou gaan overleven. Wel of geen thermoshirt, waar heb ik mijn skibril gelaten. Dat waren de dingen waar je je mee bezighield. En verder met het genieten van de blauwe lucht en de fijne sneeuw. De broodjes met Nutella bij het ontbijt. Het gevoel van hard naar beneden zoeven, warme thee op een koude bergtop. Lachen om de valpartij van je skigenootje. (Sorry.) Het uitdoen van skischoenen na een lange dag.

En ik genoot toch ook wel van de treinreis terug naar huis. De zon scheen door het raam en maakte me – in combinatie met een korte nachtrust en een dosis Primatour – slaperig. Mijn ogen zakten af en toe dicht, gingen af en toe even open voor een overstap. En dan weer dicht. We vlogen, landden. Reden met de auto het laatste stukje, door stakingsacties gedwongen tot binnendoorroutes en achterafweggetjes. En toen waren we thuis. Ik moest mijn koffer gaan uitpakken en werd door de stapels schoolboeken in mijn kast herinnerd aan het nog te verrichten werk. Thuis was het niet meer geheel zorgeloos. Maar wel heel fijn.