VIDEO: ANIMATION

Voor het vak Cultuur ben ik bezig geweest met het maken van een animatie. Het uitgangspunt was een gezicht, en de animatie moest een vervreemdend effect hebben. Afschrikwekkend hoefde het niet per se te zijn, maar gaandeweg is het dat wel een beetje geworden. Het begin van de animatie moest ook het einde zijn, zodat je hem kon herhalen (wat ik in de montage ook gedaan heb). Ten slotte hebben ik zelf allerlei geluiden opgenomen, met wat hulp van twee klasgenootjes. Getik op een spiegel, een muisklik, een zenuwachtig deuntje op een keyboard en natuurlijk de gil. Stonden we dan, met z’n drieën op het toilet (want daar heb je geen last van achtergrondgeluiden. Althans, als er niemand anders is). Ik drukte op record en we gilden uit volle borst. Een paar minuten later liepen we het lokaal weer binnen. ‘Waren jullie zo aan het schreeuwen?’ vroeg de docent. ‘We hoorden het helemaal hier.’ Tussen de toiletten en ‘helemaal hier’ zaten nog zeker zes andere lokalen. Waar het dus ook allemaal te horen was geweest. Oeps…

Animatie Cultuur

Ik was zeker enthousiast over de opdracht. Ik vind tekenen heel leuk en bij ‘vervreemdend effect’ schoten er meteen allerlei ideeën door mijn hoofd. Maar pfoe…. wat een werk! Op een bepaald moment was ik er behoorlijk klaar mee. Je moet namelijk al die tekeningen apart maken, blaadje voor blaadje. Dat lijkt heel simpel, aangezien je op overtrekpapier werkt. Zo krijg je telkens precies dezelfde tekening die je een klein beetje aanpast. Dit zorgt voor de beweging. Het is dus vooral overtrekken, maar ook dat kost veel tijd.

IMG_8924

Na het tekenen moesten alle 67 tekeningen ingescand worden. Onze scanner is niet geheel geluidloos, dus na twintig minuten ‘TUUUUUUM. IE – UU – IEEEEEM.’ gehoord te hebben, begonnen er toch vragen te komen. ‘Milou, wat ben je allemaal aan het doen, joh?’ ‘Cultuuropdracht!’ riep ik door het trapgat. Nou heb ik wel meer opmerkelijke dingen gedaan voor cultuur. Zagen in een boek, een zwevend meubel ontwerpen, iemands gezicht beschilderen met groene verf en zo kan ik nog wel een paar dingen bedenken. Thuis zijn ze hiervan op de hoogte. Dus ook toen ik mijn animatiefilmpje aan het bewerken was, toonden ze begrip. ‘Waar ben jij nou weer naar aan het luisteren?’ ‘Cultuuropdracht.’ ‘Oh, oke.’

IMG_8923

VIDEO: TONEELWEEK – BEHIND THE SCENES

Na vorige week zaterdag is het schooltoneel echt afgelopen. Ik baal, want het was zó leuk! Om het even heel dramatisch te zeggen: het voelt een als leeg gat wat er nu achterblijft. Steeds vaker waren er repetities, in de voorstellingsweek leefde ik toneel. (Waardoor dit filmpje tevens mijn ‘This week’ is.) Plotseling was het allemaal voorbij. Gelukkig kon ik nagenieten tijdens het monteren van dit filmpje. Langzaam afkicken. Je krijgt een blik achter de schermen van mijn toneelweek. Ik hoop dat het laat zien hoeveel ik ervan genoten heb en hoe tof het allemaal was. Enjoy!

TONEELWEEK: IN WORDS

Toneel 2013

 

Een foto gemaakt door iemand in het publiek

Zoals jullie waarschijnlijk wel gemerkt hebben is het even behoorlijk rustig geweest op mijn blog. Dat heeft maar één reden: ik zit in de uitvoeringsweek van het schooltoneel. Van zondag tot en met zaterdag ben ik daar mee bezig geweest. Een behind the scenes filmpje komt eraan, maar ik wil alvast in woorden laten weten hoe het allemaal gegaan is.

Dinsdagavond – generale. Het ging gewoon bagger. Met de techniek ging het mis en ik en mijn medespelers zaten niet echt lekker in de flow. ‘Ach ja, de generale gaat toch altijd fout?’ zeiden we bij wijze van geruststelling. Maar stiekem was ik niet zo gerustgesteld als ik me voordeed. Bij de andere groep ging alles heel goed. Bij ons was het alsof we pas over een maand ons eerste optreden zouden hebben. Wat duidelijk niet het geval was: één dag na de generale was de première al.

Daar zaten we dan, op het podium. Het publiek stroomde binnen. Ik probeerde me mijn eerste zin te herinneren. Het lukte niet. Echter, toen ik hem moest zeggen floepte hij mijn mond uit voor ik er erg in had. De voorstelling ging super. En ik kan het niet laten om dit in caps-lock te typen: HET IS ZO LEUK! Een beetje verslavend, misschien zelfs wel. De gezelligheid van tevoren, elkaar lichtelijk gek maken met je zenuwen, elkaars haren en make-up doen, opwarmen, concentratieoefeningen doen, weer uit je concentratie raken omdat je keihard moet lachen. Het spelen zelf is natuurlijk het allerleukst. Voor ons stuk was het erg belangrijk om ‘de vaart erin te houden’, zoals onze regisseuse het altijd noemt. Nou, volgens mij is dat wel gelukt. Tussen de eerste en de laatste zin zaten maar tien minuten. Althans, zo leek het – mijn horloge vertelde me dat het toch echt drie kwartier geduurd heeft.

Het leukste uit het stuk vind ik het eerste deel. Alle spelers zijn hetzelfde personage: Lynn. Een paar woorden om haar te beschrijven: extreem zelfverzekerd, stoer,, arrogant, ondeugend – ze heeft schijt aan de wereld. Een beetje een hipster is ze. Ze wil heel graag laten zien wie ze is, en hoeveel lef ze wel niet heeft. Daarom beginnen we met een spelletje ‘doen, durven of de waarheid’. Er komt een hoop voorbij. ‘Stel, je bent zwanger en moet plots bevallen. Zou je dat dan hier op het podium durven doen?’ Natuurlijk, geen probleem. ‘Wie durft er toe te geven dat hij een scheet heeft gelaten in de tijd dat hij hier zit.’ Ja, ik dacht al, ik ruik iets. Misschien die mevrouw op de vierde rij? Met die rode sjaal? Ja, doe maar niet alsof uw neus bloedt!’

We gaan van durven naar doen. ‘Durf jij op de schoot te gaan zitten bij… die mevrouw daar?’ Dat durven we, en dat gebeurt dan ook. ‘Durf jij het telefoonnummer te vragen van… die jongen?’ Pen en papier in de aanslag, het nummer wordt genoteerd. ‘Durf jij die jongen daar op de mond te zoenen?’ Geroezemoes in het publiek. Gaan ze dit echt doen? Nee. Of toch wel? Die andere dingen hebben ze ten slotte ook gedaan… Uit een broekzak verschijnt een felroze lippenstift. Heel precies stift mijn medespeelster haar lippen. De jongen in kwestie verliest ze geen moment uit het oog. Een glimlach, een knipoog. Hij krijgt het steeds warmer. Lippenstift terug in de zak en ze begint te lopen. De jongen weet niet meer waar hij moet kijken. Dan staat ze voor hem. ‘Moet ik gaan staan?’ vraagt hij. Het publiek lacht. Mijn medespeelster niet. ‘Wat jij wilt.’ Ze pakt zijn hoofd tussen haar handen en buigt zich voorover. ‘Had hij gewild!’

Ook ik mag zo’n scène spelen. ‘Durf jij een emmer water over iemand heen te gooien?’ Ik kijk naar de emmer. Ik kijk naar het publiek. Ik glimlach, pak de emmer en begin te lopen. Ik scan de hoofden, wie ga ik kiezen. Ik zie mijn vriendinnen en familie wegduiken onder hun jassen. (Ik had ze allemaal verteld een poncho mee te nemen.) Dan kies ik mijn slachtoffer, links op de hoek. Met vlugge passen loop ik er heen. Ik pak de emmer in twee handen en blijf diegene aankijken. De emmer komt steeds hoger. Plots gooi ik hem, in één vlugge beweging. Er is absoluut iemand nat geworden. Maar misschien niet de persoon die je verwachtte.

Een nadeeltje van dit alles: het is redelijk slopend. Ten eerste is het lastig om mijn concentratie erbij te houden tijdens de lessen. Er schiet van alles door mijn hoofd: ‘Niet vergeten dit mee te nemen!’ ‘Hoe laat moeten we ook alweer aanwezig zijn?’ Je zult waarschijnlijk begrijpen: voor lesstof heb ik geen ruimte meer. Daarnaast slaap ik gewoon slecht, omdat ik steeds superdruk ben na zo’n voorstelling. Deels door de adrenaline (denk ik?), deels door een klein suikeroverschot. De dag daarna moet je gewoon weer naar school. Gelukkig wordt er wel rekening mee gehouden. Eigenlijk in de vorm van huiswerkvrij en het eerste uur vrij na de voorstellingen. Maar ook op andere manieren. ‘Ik was bij wiskunde tegen de muur in slaap gevallen.’ zei medespeelster Babs. ‘Echt? En toen? Werd je docent boos?’ ‘Nee, hij heeft me gewoon laten slapen.’

Vandaag is de laatste bijeenkomst. Helaas geen voorstelling meer – nee, we moeten alles op gaan ruimen. Ook dat moet gebeuren. En eigenlijk is het ook wel gezellig, om iedereen nog even te zien. Ook een mooi moment om iedereen te overtuigen dat ze volgend jaar weer mee moeten doen!

SNAPSHOT: YOU’RE BEING SHADOWED

IMG_8792

Ik heb het nogal druk gehad deze week (en heb ook nog een drukke week voor de boeg), vandaar dat het iets stiller is hier op mijn blog. Toch wil ik dingen blijven plaatsen, omdat ik dan ook nog eens wat anders doe dan huiswerk maken of aan andere verplichtingen voldoen. Korte berichtjes plaatsen, dat is het beste. En hoe kan dat beter met snapshots? Laatst zat ik ’s avonds op mijn kamer te tekenen. Mijn felle bureaulamp stond aan en deze pop gebruikte ik als model. Dat leverde de volgende plaatjes op.

IMG_8801IMG_8775

Deze laatste is heel vaag door verkeerde scherpstelling, maar ik vind ‘m op de één of andere manier toch wel mooi!

SNAPSHOT: NEON BELTS

IMG_8744IMG_8734

Vorig jaar maakte ik iedere dag een foto voor mijn 366 Project. Soms was het zoeken. Huisgenoten werden ingeschakeld (‘Zo, en wat wordt de foto van vandaag?’), last minute vond ik dan nog iets, vlak voordat ik ging slapen. Soms ging het juist heel makkelijk: dan kwam de foto gewoon vanzelf. Vaak was het een heel random iets, wat ik elke dag zag, maar waarvan me nooit was opgevallen hoe goed het zou zijn voor een foto. Het project is nu afgelopen, maar nog steeds zie ik af en toe zo’n ‘plaatje’. Project of niet – ik kan het dan gewoon niet laten en maak ik snel even een foto. (Al loopt dat ‘snel’ vaak een beetje uit de hand. ‘Oh, dit is mooi, dat is nog beter, iets ander licht…’ En dan ben je twintig minuten verder.)

PICTURE THIS: EARRINGS

IMG_8657

Wanneer ik een jaar of zeven was had ik één grote wens. De meeste kinderen van die leeftijd willen astronaut worden, zwemmen met dolfijnen of kunnen toveren, maar ik niet. Ik wilde gaatjes in mijn oren. Mij werd verteld dat het wel mocht, maar dat ik er eerst eens even goed over na moest denken. Ongeveer elke dag zei ik: ‘Mama, ik heb er echt héél goed over nagedacht.’ Op een bepaald moment was het zover: het mocht. Ik zie mezelf nog zitten, op de toonbank bij de juwelier. Ik koos mijn knopjes uit (witte bloemetjes met een roze hartje. Ahww….). Binnen drie seconden was het gepiept, dolblij sprong ik op de grond. Een dag later zat ik in een cabriolet, met mijn handen over mijn oren. Ik was bang dat mijn oorbellen uit zouden waaien.

Al snel merkte ik dat ze er echt niet zomaar uitgingen, en dat was ook de bedoeling: zes weken moest ik ze inhouden voor ik mocht wisselen. Zes weken waarin ik constant aan die bloemetjes zat te frunniken en elke avond braaf Sterilon op mijn oorlellen druppelde. In de winkels lonkten allerlei prachtige paren. En eindelijk was het zover.Toen barstte de bom natuurlijk los. Van mijn zakgeld kocht ik allerlei oorbellen: lieveheersbeestjes, ritssluitinkjes, kersen, regenboogjes. Allemaal heel schattig. Ik matchte mijn oorbellen met de kleuren van mijn kleding. Daarna volgden periodes van (nep)diamantjes, grote hangers en van die enorme ringen. Dat laatste mocht ik eigenlijk niet. ‘Is je papegaai weggevlogen?’ vroegen ze thuis. Gelukkig kwam ik er vrij snel achter dat het me niet echt stond, dus ging ik terug naar mijn brave knopjes.

Ik had twee oorbellenrekken op mijn kast staan, gevuld met wel vijftig paar. Elke dag koos ik andere uit. Maar plots was de liefde over. Misschien was het overkill, ik weet het niet. Maar ik droeg ze gewoon nooit meer. En nog steeds niet. Soms, als ik bang ben dat ze nu écht gaan dichtgroeien, doe ik ze eens in. Maar just to be sure: wanneer ik heb vastgesteld dat er wel degelijk nog een gaatje in mijn oor zit, haal ik ze er weer uit. Gisteren keek ik toevallig weer eens naar mijn rekjes. Ik een paar schattige bloemetjes hangen. Hé, die stonden eigenlijk wel leuk bij wat ik aanhad! Ook vandaag droeg ik weer een paar. Misschien moet ik het wat vaker doen – ik wil ze toch wel graag behouden, die gaatjes. Het zijn namelijk ‘de enige gaten waar ik toestemming voor krijg’ (aldus mama). En dat vind ik ook wel prima eigenlijk.

Tijdens de kerstvakantie op Curaçao moest ik bedenken wat ik graag wilde voor mijn verjaardag. Het hele jaar door kom ik leuke dingen tegen, die ik graag zou willen hebben. Wanneer ik de gelegenheid heb om iets te vragen, kan ik niets bedenken. Op een bepaald moment lagen we op het strand. Er kwam een meisje de zee uit lopen. Op haar buik schitterde iets in de zon. ‘Nu weet ik wat ik wil!’ sprak ik overtuigend. ‘Nou, vertel!’ Mijn ouders luisterden benieuwd. ‘Een navelpiercing!’ Ik lachte plagend. Nee, dat is niets voor mij. Daarnaast heb ik geen MTV-buik, geen normale navel en geen toestemming.  Voor nu laat ik het even bij twee ongebruikte gaatjes.

PICTURE THIS: G-STAR INSPIRED

IMG_8432

Ik wilde het al lang doen: een shoot geïnspireerd op een bepaald kledingmerk. Ik koos drie merken uit en begon te brainstormen. Bij één merk had ik de meeste ideeën: G-Star. Stoere kleding, weinig opsmuk, een beetje ruw. Ik vroeg vriendin Carmen als model, en daarnaast of ze wat kleren mee wilde nemen. Zondag was het zover, een overvolle tas werd omgekieperd in mijn kamer. We zochten verschillende setjes bij elkaar en bepaalden wat we met de make-up wilden. Het werd één grote klerenzooi – letterlijk. Overal lagen jasjes, broeken en topjes, voornamelijk van spijkerstof of blauw- zwart- of grijsgekleurd. De tinten van G-Star. Het weer was ook grijs, maar dat paste wel bij de sfeer van de shoot. De kou kan je echter niet zien op beeld, dus een paar graden warmer was wel aangenaam geweest. Vooral voor Carmen, die geen jas droeg. Gelukkig was het geen bikinishoot.

IMG_8486

Collages1

IMG_8502IMG_8610IMG_8541

IMG_8519

Hope you liked it! En nogmaals een heeeeele dikke dankjewel voor mijn lieve vriendin Carmen!

DRAMA QUEEN

Toneel Bank

Iedere dinsdag heb ik toneelrepetities, dus ook toen ik een uitwisseling had met school. Door een busreis vanuit België zou ik er niet op tijd kunnen zijn. Toch besloot ik maar te gaan – beter drie kwartier repeteren dan helemaal niet. Samen met een vriendin liep ik het repetitielokaal binnen, maar dat was helemaal leeg, net als de rest van de school. We bleken buiten te repeteren, wat er heel grappig uitzag. Ons belangrijkste (en enige) decorstuk, een grote, oude leren bank, stond midden op het sportveld. ‘Ja, wij dachten, het is zo’n mooi weer!’ (Stiekem had niemand zin om alle tafels uit het lokaal te sjouwen. Het zijn er tweeëndertig – dan heb je gefitnesst en gerepeteerd op één dag.)  Verspreid in het gras lagen een voetbal, een groene maillot, een hoed, een kartonnen bekertje en een extreem grote schaar. Wat deze dingen met elkaar te maken hebben? Dat mag ik je helaas niet vertellen.

Altijd al heb ik toneel heel leuk gevonden. Ik ben een paar keer bij een musical geweest. Wanneer het afgelopen is heb ik altijd het idee: ‘Dat wil ik ook!’ Het schooltoneel was altijd op een dag dat ik niet kon, maar dit jaar was het anders en besloot ik me op te geven. Mijn toneelervaring ging tot de musical van groep acht en niet verder, maar ik werd toch ingedeeld in een groep. En wát voor een groep. We zijn met zes meisjes en één jongen en de sfeer is echt heel goed. Je hoeft je niet te schamen wanneer je iets raars moet doen, het maakt niet uit als je je tekst eens vergeet. Omdat we elkaar allemaal graag mogen hebben we wel iets te vaak de slappe lach. Ach ja, beter dan cat fights om de hoofdrol. Die zouden we sowieso nooit kunnen hebben, aangezien iedereen ongeveer even veel tekst heeft. Sterker nog: we zijn allemaal hetzelfde personage. Het klinkt heel raar en verwarrend misschien, maar in de praktijk is het heel handig: wanneer je een bepaalde zin écht niet uit je strot krijgt (‘Mijn Candadese herder jankt vette tranen uit zijn trieste hondenogen.’) vraag je gewoon of iemand anders ‘m kan zeggen.

Ongeveer twee weken geleden speelden we het eerst voor publiek, namelijk voor de andere toneelgroep. Nog niet heel serieus dus, maar alles beter dan een lege zaal. Zeker wanneer je het publiek veel betrekt bij de voorstelling  – dan vallen heel wat gaten in je doorloop, wanneer alle stoelen onbezet zijn. We vonden het allemaal behoorlijk spannend, misschien juist omdat het zo’n klein groepje was waarvoor we speelden. In het stuk moesten we heel cool overkomen: ‘niets aan de hand’, arrogant en extreem zelfverzekerd. Vanbuiten zag het er misschien zo uit, maar vanbinnen stuiterde ik van de opwinding. We speelden onder fel TL-licht en keken recht naar het publiek. Dat is toch wat anders dan een donkere zaal in staren (met nog steeds die arrogantie in je ogen). Het begin was dus spannend, maar al snel ging ik helemaal op in ons eigen stuk. De zinnen floepten mijn mond uit voor ik er erg in had, binnen tien minuten was het allemaal voorbij. Althans, zo leek het. Toen ik op de klok keek bleek het toch 40 minuten geduurd te hebben.

Nog twee weken en dan gaan we écht spelen, drie avonden voor een (hopelijk) volle zaal. Tot die tijd is het nog flink oefenen. En dat doe ik niet alleen tijdens de repetities. Laatst lag ik op de bank met behoorlijk wat spierpijn. Ik was er een beetje chagrijnig van en vond mezelf best zielig. ‘Ah, dit is echt niet meer leuk, hoor!’ kreunde ik. ‘Ja, Milou, nou weten we het wel, hè.’ Tsja, je bent een drama queen of je bent het niet.