DIT WAS MIJN WEEKEND

9R7A0304Weekendmake-up

Het begin van mijn zaterdag is in drie woorden te omschrijven: school, school, school. Zo vlak na de testweek is er nog geen sprake van bulten huiswerk. Maar wanneer ik daadwerkelijk alles wil maken wat er wordt opgegeven (en dat neem ik me meestal wel voor, aan het begin van een nieuwe periode), ben ik toch twee uur bezig.

9R7A0314Weekendjurkje

’s Middags was ik in de stad te vinden, onder de terrasverwarming van een café op de Markt. Ik had afgesproken met een vriend die ik al even niet meer gezien had. Fijn dus om weer bij te kunnen kletsen. Hij is zo iemand waarmee ik nooit uitgepraat zal zijn. We hebben bijna drie uur op het terras gezeten en nog had ik het idee dat we elkaar een hoop te vertellen hadden. Maar dat is dan een goede reden om snel weer af te spreken.

9R7A0321Weekendactiviteit

De zaterdagavond besteedde ik heel avontuurlijk op de bank. Ik had wel iets leuks te doen, namelijk het monteren van beelden die ik de dag daarvoor gemaakt had. Eerder vertelde ik al dat het mij voor mijn filmproject belangrijk leek, om mijn hoofdvraag (‘Wat maakt ons tot wie we zijn?’) aan een heleboel mensen te stellen. De puberteit is een fase waarin je over deze vraag (bewust of onbewust) steeds meer na gaat denken. Daarom besloot ik verschillende klassen van mijn eigen middelbare school te interviewen.

Eerder ging ik al langs in een vierde klas, vrijdag was de brugklas aan de beurt. Naast dat ik merkte dat ze behoorlijk overvallen werden door deze vraag, zo vlak voor het weekend, vond ik ook dat ze met hele verassende antwoorden kwamen. Brugklassers zijn meestal nog onbevangen, ze zeggen wat ze denken en dat is in zo’n interview heel leuk. Met het monteren van de beelden was ik wel een avondje bezig, maar dat was, door het materiaal waar ik mee werkte, helemaal niet erg.

9R7A0311

Mijn – inmiddels enigszins gehavende – script

Zondag was een drukke dag, die gelukkig nog enigszins rustig begon. Ik kon lekker uitslapen – zoals dat eigenlijk iedere zondag zou moeten zijn. Om twaalf uur ging ik ergens heen waar eigenlijk niemand op zondag wil zijn, namelijk school. Het was om een goede reden, dat wel: de hele middag vonden er repetities plaats voor het schooltoneel. Meestal zijn die op dinsdagmiddag, maar naarmate de uitvoeringsdata dichterbij komen, is er af en toe ook een zondag ingepland.

Dat betekent vijf uur repeteren – klinkt heel lang, maar het is zo voorbij. We deden één of andere opwarming die enorm op mijn lachspieren werkte en gingen vervolgens aan de slag met verschillende scènes.

9R7A0317

En het awesome hoesje waar het in zit

Het stuk gaat over een groep mensen die elkaar al heel lang kennen. Het is een hechte groep, waarin iedereen het idee heeft alles van elkaar te weten. Alles loopt volgens een vast stramien. Echter, wanneer er eens iets anders loopt dan gewoonlijk, donderen alle verhoudingen in elkaar. Er wordt van alles opgebiecht en dit zorgt voor veel spanning. Ondertussen probeert de groep richting de buitenwereld de schijn op te houden. Ook eisen alle individuen zo nu en dan de aandacht op – ondanks de heftige gebeurtenissen hebben ze toch nog behoefte aan hun momentje in de spotlights.

Na een lunch met de hele groep was het tijd voor een doorloop – voor het eerst kwamen alle scènes die we tot nu toe gerepeteerd hebben, samen en lieten we het zien aan de andere groep. (Er zijn twee groepen die ieder een eigen stuk gaan spelen.) Voor mij is dat altijd een moment om naar uit te kijken. Enerzijds omdat ik altijd heel benieuwd ben naar het stuk van de andere groep, anderzijds… omdat het gewoon leuk is. Spannend, ook wel – je hebt opeens publiek, na twee maanden tegen een muur aangepraat te hebben. Ook is het inspannender dan een gewone repetitie, omdat je niet even een momentje voor je uit kan staren, tussen scènes door. Iedereen is tijdens het hele stuk op, dus moet je er constant bij zijn. Ook al heb je geen tekst, het is toch belangrijk te reageren op je medespelers. Al is het maar met een heel klein knikje of een geërgerde blik.

IMG_0868

Vanuit school ging ik vlug naar huis, om vervolgens door te gaan naar het Parktheater in Eindhoven. Om zes uur begon daar de uitvoering van Flexx’n, de dansschool waar mijn vriendin Carmen ook danst. Het was niet de eerst keer dat ik erbij was, maar ik ben telkens weer onder de indruk. Het ziet er altijd zo strak en snel uit – soms betrapte ik mezelf erop dat ik met open mond zat te kijken. Er was ook een groepje met kinderen, die allemaal niet ouder dan 5 geweest kunnen zijn. Er was er één met een superman-shirt, een ander had een zwart tutuutje aan. En dan stonden ze daar een beetje te zwaaien en te springen en gewoon schattig te zijn. Ik smolt, dat begrijp je.

Zo werd het het half tien en had niemand nog echt avondeten gehad. De show was afgelopen en iedereen had honger – McDonalds was de oplossing. En zo zat ik op zondagavond, tien uur, kipnuggets te eten. Moet kunnen. Om kwart voor elf was ik thuis en toen moest ik natuurlijk nog van alles doen. Spullen opruimen, spullen klaarleggen – ’s ochtends ben ik niet tot dat soort dingen in staat. En zo was het al lang maandag toen ik mijn ogen sloot.

Een fijne week gewenst!

WAAR IK NOU EIGENLIJK MEE BEZIG BEN

Schermafbeelding 2015-01-29 om 20.49.02

Vandaag ga ik (eindelijk) uitleggen waar ik nou eigenlijk mee bezig ben. Dat ene project waar ik het zo druk mee heb, waar ik steeds naar refereer, om er vervolgens niets over te vertellen. Dat ga ik nu dus wel doen – of in ieder geval een poging tot.

Om bij het begin te beginnen

In de zesde klas van het VWO moet iedere leerling een profielwerkstuk maken. Dit is een onderzoek waar je minstens tachtig uur tijd in moet steken. Je kiest een vak, kiest een onderwerp en stelt dan al het werk uit tot de kerstvakantie. Die twee weken sluit je jezelf op in je kamer en probeer je tachtig uur werk in tien uur tijd te stoppen. Dat lukt soms wel, soms niet.

De onderwerpen die gekozen worden zijn uiteenlopend. Sommigen doen een onderzoek zoals ik me dat voorstel: met reageerbuizen en witte labjassen in een practicumlokaal. Maar voor geschiedenis kan je bijvoorbeeld ook literatuuronderzoek doen en schrijven over de theologische verschillen tussen Luther en Calvijn, vanuit een historisch oogpunt. Om maar een zijstraat te noemen.

Tot zover de algemene profielwerkstukpraat.

Niet te stoppen

De oplettende lezer heeft waarschijnlijk al opgemerkt dat ik nog niet in de zesde klas zit. Met een docent tekenen op school heb ik al een tijd geleden afgesproken dat ik mijn profielwerkstuk bij hem zou gaan maken. Begin dit schooljaar vroeg hij me of ik een idee had wat ik wilde gaan doen.  Toen begonnen er allerlei radartjes te draaien. Ik kreeg allerlei ideeën en was eigenlijk niet meer te stoppen. Er was ook niemand die dat probeerde, overigens. Dus besloot ik maar gewoon te beginnen.

Ik wilde iets met film, dat was duidelijk. Maar het moest natuurlijk ook ergens over gaan. Al snel dacht ik aan filosofie, aangezien dat het vak is dat ik het allerleukst vind. En na veel denken, schrijven en schrappen, formuleerde ik de vraag waar ik een antwoord op wilde gaan zoeken: wat maakt ons tot wie we zijn?

Schermafbeelding 2015-01-29 om 22.44.44

Hoe ik dit alles (niet echt) organiseer

Ik ben afwisselend van voren naar achteren en van achteren naar voren aan het werken. Dat klinkt ingewikkelder dan het is. Onder ‘voren’ versta ik het uitschrijven van de theorie die ik zelf bedacht heb, waarin ik een antwoord op mijn vraag probeer te formuleren.

Onder ‘achteren’ versta ik het bedenken, filmen en monteren van beelden. In sommige gevallen heb ik nog geen idee waar ik die eigenlijk voor ga gebruiken. Snappen jullie inmiddels wat ik bedoel met ‘wazig gedoe’?

Zaak is nu om deze beelden (die op zich mooi zijn, maar nog weinig betekenis hebben) en mijn verhaal (dat op zich duidelijk is, maar wel erg theoretisch) samen te voegen tot een geheel. Zoals ik eerder al zei: er beginnen wat stukjes op z’n plek te vallen. Maar het eindresultaat laat nog wel even op zich wachten.

Schermafbeelding 2014-10-19 om 19.07.33

Waarom dit zo leuk is

Ten eerste: ik vind het echt mega interessant. Het zit in mij om overal vraagtekens bij te plaatsen en dat kan ik nu naar hartelust doen. Neem als voorbeeld een vraag die ik mezelf aan het begin van dit project stelde: is het mogelijk om categorieën op te stellen die, wanneer je invult hoe ze er voor jou uitzien, laten zien wie je bent? Je zou kunnen denken aan je drijfveren, uiterlijk, beroep en smaak. Er zijn er natuurlijk nog veel meer te noemen, maar voor dit voorbeeld neem ik deze vier.

Stel je voor dat je ontslagen wordt en geen gelijke baan meer kunt krijgen. Je beroep verandert dan door de beslissing van een ander. En wanneer je zegt dat je beroep (deels) laat zien wie je bent, kan ‘wie je bent’ blijkbaar veranderen door een keuze die een ander gemaakt heeft. Wil dit dan zeggen dan anderen kunnen bepalen wie je bent? Of dat je beroep eigenlijk niets zegt over wie je bent? Of misschien is ‘wie je bent’ alleen maar een momentopname, omdat een persoon te veranderlijk is om te kunnen definiëren. Maar hoe lang duurt dat moment dan, en wanneer verander je van het ene in het ander? En word je dan echt een ander persoon?

Whaa, zo veel vragen! Daar word ik enthousiast van, ik kan er niets aan doen. De filosofienerd in mij neemt het over.

(Ik bedenk ook antwoorden, hoor, don’t worry. Maar dat komt later.)

Het is ook een onderwerp dat erg speelt in mijn eigen leven. Nu ik bezig ben met mijn studiekeuze, zijn ‘Wie ben ik?’ en vooral ‘Wie wil ik zijn?’, vragen die regelmatig passeren.

IMG_0547

Diepgaande gesprekken

En verder: alles is mogelijk. Er is geen opdracht of richtlijn, niemand die zegt hoe ik het moet doen. Ik kies het verhaal dat ik wil vertellen en op welke manier ik dat wil doen.

Dat wil niet zeggen dat ik het daadwerkelijk alleen doe. In tegendeel, zelfs. Om erachter te komen wat de mens tot mens maakt, leek het mij belangrijk om van een hoop mensen te horen hoe zij daarover denken. Ik vraag het aan mijn vriendinnen en klasgenoten, houd diepgaande gesprekken met mijn moeder, met docenten op school, met mijn broer, met… Met wie niet, eigenlijk. Doordat het project zo breed is, zijn al die gesprekken verschillend van insteek. Het gaat van biologisch tot filosofisch, van psychologisch tot artistiek. En uiteindelijk mag ik dan weer kiezen welke van deze benaderingen ik ga gebruiken.

Zo, nu zijn jullie ietsjes wijzer. Ik denk dat ik mijn theorie hier in stukjes met jullie ga delen, misschien samen met stills uit de film (die stiekem ook al een paar in deze post zitten). Als een soort behind the scenes. 

Ten slotte: ik ben benieuwd naar ieders mening hierover. Het praten met allerlei verschillende mensen vind ik één van de leukste dingen van dit project en ervaar ik als heel nuttig en inspirerend. Heb je een idee, suggestie, kritische vraag of iets anders waarvan je denkt dat het iets toevoegt aan dit project, dan hoor ik het heel graag. Stuur dan even een mailtje naar contact@picturethisbymilou.com.

EEN FEESTELIJK WEEKEND

9R7A0244

Het is een feestelijk weekend. De testweek zit er weer op – dat is sowieso reden voor een feestje. Diezelfde testweek was ook de reden dat ik mijn verjaardag vorig weekend niet heb kunnen vieren en ik het dit weekend dus nog tegoed heb. Dubbel feest.

Eerst nog even over die testweek. Eigenlijk bestaat er een ongeschreven regel, die zegt dat je daar niet over moet praten, het weekend erna. Dan is het nog te vers, allemaal. Het enige wat de gemiddelde scholier dan wil, is heel veel slapen en vooral even alles vergeten. Dat klinkt erg dramatisch, inderdaad. Nou, dat was het niet.

Meestal beleef ik tijdens zo’n week minstens één ‘ik-word-gillend-gek-van-de-stress-kijk-uit-want-ik-ga-zo-dit-boek-door-de-kamer-gooien-moment’. Duurt nooit lang, hoor, maar het gebeurt. Ditmaal bleef dat moment echter uit. Ik was opvallend rustig – en het was heerlijk. Ook mijn cijfers die ik al terug heb zijn prima… Ik leer het wel! (Na vier en een half jaar. Maar toch.)

Wel ben ik tijdens zo’n week erg slecht in het opruimen van mijn rommel. Correctie: nóg slechter in het opruimen van mijn rommel. Wanneer mijn kookwekkertje gaat en ik mijn boeken dicht kan slaan, is dat ook het enige wat ik nog doe: ik sla mijn boeken dicht. Ik ruim ze niet op, leg ze niet op een stapeltje. Hetzelfde geld voor samenvattingen, kleding en tassen plus inhoud: het verzamelt zich allemaal in hoopjes op mijn kamer. Je kan je voorstellen hoe dat er na een paar dagen uitziet.

Mijn familie laat me maar een beetje begaan. Toen mama een keer voorzichtig binnenkwam om het slagveld waar te nemen, pakte ze vertwijfeld een deel van een scheikundesamenvatting van de vloer.  ‘Dat moet nog gearchiveerd worden,’ zei ik. Die houd ik erin.

9R7A0241

Met een paar vriendinnen vierde ik gisteravond mijn verjaardag. Ik heb zo genoten. De keuken stond vol kaarsjes en lieve mensen. Ik kletste met iedereen, er was fijne muziek, de sfeer was ontspannen. Zoals ik me een ideale verjaardag voor zou stellen.

Wel werd ik vanochtend enigszins gaar wakker – zoals die dingen gaan. Toen ik mijn bed uit rolde, zag ik dat het tijdens mijn korte doch prettige nachtrust gesneeuwd had. Sneeuw is niet mijn ding, kan ik je vertellen. Het ziet er wel mooi uit, hoor, daar niet van. Maar door de sneeuw naar school fietsen is een crime. Gelukkig kon ik met de auto vandaag.

Nee, dat is niet waar. Zo ver gevorderd ben ik nog niet met mijn rijlessen. Ik zat vandaag wel achter het stuur, maar met mijn instructeur naast me. (En ik hoefde ook niet naar school, want het is zaterdag.) Wel kan ik zeggen dat het steeds beter gaat. Ik begin te wennen aan het feit dat je op een heleboel dingen tegelijk moet letten en dat gaat me ook steeds beter af. Daardoor heb ik minder stress, lukt het allemaal weer makkelijker et voilà: ik bevind me in een opwaartse spiraal.

(De sneeuw was overigens al gesmolten toen ik de weg op moest. Vond ik niet heel erg.)

9R7A0228

Altijd een heugelijk moment: weer make-up dragen na een testweek waarin ik het maar niet doe. Want het scheelt tijd, én ik kan lekker in mijn ogen wrijven tijdens het leren. (Dat wil zeggen: zonder er vervolgens uit te zien als een verzopen panda.)

Schermafbeelding 2015-01-24 om 17.50.09

Vlak voor de testweek kreeg ik opeens een heleboel ideeën voor het filmproject waar ik mee bezig ben. (Wat? Afleiding zoeken? Ik? Nee, joh.) Ook ontdekte ik dat ik al een behoorlijk beeldenarchief heb opgebouwd. Ik heb een aantal uur digitaal geknipt en geplakt en langzaam beginnen er wat dingen samen te komen. Dat geeft zo’n goed gevoel. Magisch bijna. (Ik ben me ervan bewust dat dit wederom erg dramatisch klinkt. Can’t help it.)

Een paar weken geleden beloofde ik dat ik het proces hier zou gaan delen. Dat wil ik nog steeds – echter weet ik ook nog steeds niet hoe. Ik ga erover nadenken, echt waar. Het lijkt me in ieder geval een goed idee om eens op te schrijven waar die film nou eigenlijk over gaat. Zelfs voor mij is dat nog altijd niet helemaal duidelijk, dus hoe wazig moet het voor jullie wel niet overkomen?

Tot die tijd: hier een foto waaruit je helemaal niks kan opmaken.

Schermafbeelding 2015-01-23 om 16.41.38

En een foto waaruit je misschien iets meer kan opmaken.

(Misschien ook niet. Sorry, in dat geval.)

9R7A0220

En nog een bloemenfoto. Gewoon, omdat het kan.

Oh, en zoals je ongetwijfeld gemerkt hebt: ik heb mijn woorden dus gewoon weer teruggevonden. Het is nog steeds geen bijster samenhangend verhaal, maar ik moest toch ergens beginnen.

Een heel fijn weekend allemaal!

OP ZOEK NAAR WOORDEN

9R7A0180

Al meerdere malen heb ik gepoogd hier te vertellen wat er in mijn leven is gebeurd, de afgelopen weken. Niet omdat het zo extreem spannend was – niet spannender dan anders. Maar gewoon. Omdat ik dat al drie jaar doe.

Steeds eindigde ik met een stel onsamenhangende zinnen of alinea’s, waar ik dan nog zo’n twintig minuten naar staarde, om ze vervolgens maar te verwijderen.

Ik ben het niet gewend op zoek te moeten naar woorden. Meestal zijn ze er gewoon. In mijn gedachten, over elkaar heen buitelend en zinnen vormend, erom vragend opgeschreven te worden.

Maar nu zit mijn hoofd vol met wolken. De dingen die ik denk doemen op, waarna ze direct weer verdwijnen in de witte mist.

Vandaag besloot ik om dan maar een paar foto’s te plaatsen. Omdat ik dat ook al drie jaar doe.

Totdat ik de woorden weer vind. Of zij mij. 9R7A0196  9R7A0172 9R7A0168

ANDERS

Curacao 1415

Het einde van het jaar is voor velen het moment om terug te kijken. Naar wat je dat jaar bereikt hebt (of niet), naar hoogtepunten, misschien dieptepunten en in het algemeen de dingen waar je aan wilt denken bij het horen van ‘2014’. Ik ben daar niet zo goed in. De laatste paar dagen heb ik me afgevraagd hoe dat komt en ik denk dat ik het weet.

De laatste twee weken van het jaar zijn anders dan de andere vijftig. Niet ik-hoef-niet-naar-school-anders. Of we-vieren-kerst-en-oud-en-nieuw-anders. Alles-anders-anders.

Het begint al bij het uitstappen uit het vliegtuig. In Nederland zijn er dagen waarop ik het bestaan van de zon in twijfel trek. Dat ik in het donker vertrek en in het donker thuiskom. In de tussentijd is alles grijs. In Curacao lijkt het leven getint met aquarelverf. Helderblauwe lucht, felgroene begroeiing en huizen in pastelkleurig roze en geel.

Alleen hier word ik wakker met het geluid van de zee en de vogels. Salamanders schieten voor mijn voeten weg bij het geluid van klikkende slippers. Drijvend op mijn rug hoor ik beneden me de schelpen tinkelen op het ritme van de golven. Het wit van mijn nagels wordt zo wit als het alleen hier was en alleen hier zal zijn, door het zout van de zee en het bruin op mijn handen.

Mijn gedachtes gaan voornamelijk over basale zaken. ‘Waar gaan we eten vanavond?’, ‘Welk boek zal ik nu gaan lezen?’ ‘Hé, een pelikaan!’ Ik kijk niet verder dan een dag vooruit. En dus ook niet zo veel verder terug.

CENTRUM VAN DE WERELD

Ik ben opgegroeid in het centrum van de wereld. Tien jaar lang woonde ik op de plek waar iedereen zich bevond en waar alles gebeurde. Mijn vriendinnetjes woonden er ook. Ik kende hen van school of van de sportclub. Onze huizen waren op spuugafstand van elkaar. We vonden dezelfde dingen leuk en leidden eenzelfde soort leven.

Het was een veilige en vooral vertrouwde omgeving. De mensen leefden volgens een vast stramien. Er was de man op de hoek, die van zijn huis een tweedehandswinkel had gemaakt. Iedere dag stalde hij zijn spullen uit op zijn oprit. Soms hield hij koopzondag. De jeugd ging elke zaterdag naar hetzelfde café. Op het informatiebord werd eens in de zoveel tijd een bingoavond aangekondigd.

Nog steeds woon ik op die plek, een dorpje vlakbij Eindhoven. Het was voor mij lange tijd ondenkbaar dat ik er ooit weg zou gaan. Alles was daar goed en fijn, dus waarom zou ik? Toen ik naar de middelbare school ging, kwam ik erachter. Sindsdien is mijn wereld gegroeid. Ik realiseerde me dat mijn dorp niet meer het centrum was. Nooit geweest, zelfs. ‘Iedereen’ had voor mij uit zestienduizend mensen bestaan, terwijl het er in werkelijkheid zeven miljard waren.

Langzaam maakte ik me los van het dorp. Ik begon te zien dat de mensen al jaren dezelfde dingen deden. En vooral dat ze die nog jaren zouden blijven doen. Veilig en vertrouwd werd suf en saai. Soms ergerde ik me eraan, soms lachte ik erom. Ik wist in ieder geval zeker: dit was precies wat ik níét wilde. Ik was klaar met de ons-kent-ons-cultuur en had genoeg van de vraag: ‘Bende gij d’r één van…’ Ik wilde mijn eigen ding gaan doen.

Op dat punt bevind ik me nu. Ik kijk ernaar uit om over anderhalf jaar het dorp achter me te laten. Waar precies ik terecht zal komen, weet ik nog niet. Wat ik wel weet, is dat wat er ook gebeurt – in de wereld, in mijn leven – er een plek is waar alles nog hetzelfde zal zijn. Waar de man op de hoek zijn spullen uitstalt en op het informatiebord een bingoavond is aangekondigd. Ergens vind ik dat een geruststellende gedachte. Maar het zal een gedachte blijven. Want in de praktijk ga ik vertrekken. Over anderhalf jaar ben ik weg. De wereld roept.

Deze column verscheen ook in De Nuenense Krant.

 

PROJECT 338

Opgeven is niet mijn ding. Wanneer iets niets goed (meer) loopt, ploeter ik liever door tot het einde dan dat ik toegeef dat ik het niet kan afmaken op de manier waarop ik het voor ogen had. Perfect, dus.

Mijn Project 365 liep al een tijdje niet meer op die manier. Vaak was een foto maken pas het laatste wat ik deed op een dag, waardoor de kwaliteit te wensen over liet. Tijd om te schrijven had en nam ik niet. Bovendien begon het te voelen als nog een verplichting die ik ’s avonds van mijn lijstje kon strepen.

Dat was nou precies niet de bedoeling. In 2012 ben ik dit project gestart om twee redenen. Ten eerste wilde ik beter worden in fotografie, iets waar ik heel nieuwsgierig naar was. Ten tweede wilde ik veel foto’s maken omdat ik het simpelweg heel leuk vond. Ergens in november begon ik te beseffen dat ik aan allebei deze doelen niet meer kon voldoen. ‘Gewoon doorgaan!’ was de standaard reactie van mijn geweten. Maar sinds ik bezig ben mijn leven wat rustiger en blijer te maken, is er ook een andere stem aanwezig. Een stem die zegt: ‘Waarom zou je, Milou? En voor wie?’ Ik bedacht me: voor mij was stoppen eigenlijk een grotere prestatie dan doorgaan. En dus is Project 365, Project 338 geworden. En het mooiste is dat ik daar zelf vrede mee heb.

Wat gebeurt er dan met Picture this by Milou? Om eerlijk te zijn weet ik dat zelf ook nog niet precies. En dat vind ik eigenlijk wel prima. Ik ga eens lekker de tijd nemen om erover na te denken. Ik weet vrijwel zeker dat ik binnenkort mijn creativiteit hier weer zal uiten. Ik kan niet ‘niet’ creatief zijn. Het hoort bij mij en de manier waarop ik naar de wereld kijk. Het zal wel in een lagere frequentie zijn, denk ik. Want ook dat miste ik: de tijd nemen om mooie dingen te maken. Laatst heb ik gemerkt dat, wanneer ik de kans krijg om te schaven en schrappen, ik tot betere dingen kom.

Er zijn een hoop dingen die ik hier niet laat weten. De voortgang van mijn film, bijvoorbeeld. Ik zou het zo graag delen, maar ben bang dat het eindresultaat dan niet interessant meer is. Tenslotte heb je dan alle stukjes al gezien. Toch denk ik dat er een manier moet zijn om jullie op mijn blog mee te nemen in dit proces. Voor jullie leuk (denk ik?), voor mij heel nuttig ter reflectie. (En ik ben mega enthousiast, dus ik wil het graag delen.) Dat is iets waar ik dus nog op terug zal komen.

Verder is er vandaag iets heel tofs gebeurd: ik sta in de krant. Met een column. Via school kreeg ik de kans, die ik natuurlijk met beide handen aangreep. Het is een klein krantje, maar wel 500 woorden, met naam en foto, alles erop en eraan. Ik denk dat ik hem morgen in kan scannen en hier kan plaatsen. Het is waarschijnlijk dat het niet bij één keer blijft. Dus ook dat is iets wat je hier nog kan verwachten.

Rest mij nog één ding: de mensen bedanken die mijn project gevolgd hebben. De reacties die ik van jullie kreeg, digitaal en mondeling, hebben me telkens heel blij gemaakt. Bedankt daarvoor! Dan ga ik nu vakantie vieren. Foto’s maken wanneer ik daar zin in heb. Het vooral niet doen wanneer ik er geen zin in heb. En dan horen jullie snel weer van mij.

#338 A B C

IMG_4579

Dit was mijn dag. Oefenen, oefenen, oefenen, met mijn theorie-examen in het vooruitzicht. Ik bleef maar zakken op het onderdeel waar ‘iedereen sowieso voor zou slagen’: gevaarherkenning. Dat gaat ongeveer zo: je krijgt een plaatje te zien van een verkeerssituatie en de snelheid waarmee je rijdt. Vervolgens kan je drie dingen doen: remmen, gas loslaten of niets.

Het is een makkelijk onderdeel, wanneer je de antwoorden geeft die ze willen horen. Er zijn een paar scenario’s waarin je dit zeker weet. Kind op de weg: remmen. Koe op de weg: remmen. Voor een bocht gas terugnemen en bij slechte weersomstandigheden minstens 30 kilometer langzamer rijden dan is toegestaan. Probleem is dat ik het vaak niet eens was met het ‘juiste’ antwoord. Ik zou nooit met vijftig kilometer per uur langs twee fietsers rijden – ook niet wanneer de weg hier ‘breed genoeg voor is’. ‘Breed genoeg’, dat is natuurlijk nogal een subjectief begrip. Breed genoeg voor iemand met veel rijervaring, ja. Maar niet voor mij.

Gelukkig waren het verder allemaal kennisvragen. Lekker feitjes uit mijn hoofd leren – geen twijfel over mogelijk.