Ken je dat? Je doet heel lang zonder iets, misschien op een ietwat knullige manier. Dan, door een wonder/een aankoop/een ingeving kan je het op een veel makkelijkere manier doen. En dan pas bedenk je: ‘Hoe heb ik ooit zonder gekund?’ Dit heb ik met de afstandsbediening van mijn camera. Ik had eigenlijk een keer op moeten nemen hoe ik het voorheen deed, jullie hadden je rot gelachen. Eerst zet ik mijn statief neer en schroef ik mijn camera erop. Het statief moet precies op de juiste hoogte en afstand staan, de camera moet ver genoeg ingezoomd zijn, zodat je geen witte muren meer ziet naast de zwarte. Ook weer niet te ver ingezoomd, want dan staat mijn hoofd niet op de foto – maar daar kwam ik dan pas na tien minuten achter, dat begrijp je. Vervolgens zet ik mijn kapstok voor de muur, waarop ik scherp stel. Ik stel de zelfontspanner in, ren naar de muur, verplaats de kapstok, trek mijn shirt recht, gooi mijn haar over mijn schouder en oh ja, ik moet ook nog een beetje lief kijken. Dit alles in tien seconden. Ik wist dat er een makkelijkere manier moest zijn en wel ja, ik had gelijk. Een afstandsbediening, dat was de oplossing. De mevrouw in de winkel vertelde dat het heel handig was voor natuurfotografie, maar ik kan ook wel wat andere dingen bedenken die je ermee kan doen. Iemand heel verbaasd op laten kijken, om maar iets te noemen. Of fotograferen vanaf de bank, als je heel lui bent. Nee, dat gaat niet werken denk ik. Ik ben een soort ‘één met mijn camera’ wanneer ik bezig ben. Maar wanneer ik zelf op de foto wil niet meer, dus. En dat scheelt een hoop gedoe.
WHAT I’M WATCHING: WIE IS DE MOL?
Wanneer je ‘Wie is de Mol’ volgt lijkt het heel logisch. Maar wanneer je dat niet doet, is het maar een raar spelletje. Dan denk je waarschijnlijk: ‘Waarom zijn die mensen aan het graven in de modder/laserstralen aan het ontwijken/elkaar aan het beschieten vanuit een helikopter?’ ‘En wie zijn die mensen eigenlijk?’ Dat is ook wat ik dacht, aan het begin van het eerste seizoen dat ik keek. Niet gek, ik was elf. De meesten kende ik als ‘iemand die ik ooit eens op tv zag’. Nu is het anders. Van Paulien heb ik twee boeken gelezen waarbij ik hardop heb moeten lachen. Tim ken ik van New Kids, Zarayda van BNN, Daniel van Gooische Vrouwen, Ewout van ZOOP! (ja, ik was fan), Kees als ‘iemand die iets te maken heeft met Jan Smit.’ Of is dat niet waar? Vast wel. Bijna iedereen die in Volendam woont heeft wel iets met hem te maken, volgens mij.
Je kan wel zeggen dat ik een behoorlijk diehard kijker ben. Ik heb nu denk ik vijf seizoenen gevolgd, waarvan vier echt heel trouw. Aan de andere kant ben ik er nog steeds niet ‘goed’ in. Daarmee bedoel ik in het ontdekken van de Mol. Degene die ik verdenk vallen altijd af. Voor de finale durf ik dus ook geen voorspellingen te doen. Waarschijnlijk zeg ik ‘Het is Paulien!’ vlak voor de onthulling. En dan is het Kees.
De laatste aflevering vind ik altijd het leukst. Eerst de ontknoping van het programma, en dan de onthulling van de geheime hints, die ik natuurlijk allemaal over het hoofd heb gezien. Een vriendin van me daarentegen, denkt dat ze de hints wel heeft begrepen. Ze heeft zelfs een hele theorie bedacht. Behoorlijk vergezocht, misschien wel iets té. Maar het klopt wel!
Voor degene die nieuwsgierig zijn geworden, zal ik het even kort uitleggen. (Voor degene die het niet interesseert: lees lekker verder.) Kan je je de eerste aflevering nog herinneren? Na een soort speurtocht kwamen de kandidaten aan bij een kerk, waar een priester bij elke binnenkomst een soort speech gaf. Van elke speech schreef mijn vriendin het eerste woord op en daarvan weer de eerste letter. Met alle letters van alle speeches kun je de zin ‘Case is the mole.’ vormen. De aflevering heette ‘Het verlossende woord. ‘Case’ was het eerste woord van Kees’ speech. Je kan waarschijnlijk wel bedenken wie ze verdenkt.
Mijn vriendin is dus heel zeker van haar zaak. Ook andere vriendinnen, klasgenoten, followers en docenten (ja, dat lees je goed!) hebben hun theorieën en zijn vastbesloten. Maar mij rest nog steeds de belangrijkste vraag van het programma: wie is de mol? En tot vanavond, ik denk ongeveer kwart voor negen, zal het een vraag blijven.
LIST: HELLO SUNSHINE
We kunnen met z’n allen wel zeggen dat de winter óók heel gezellig is, met kaarsjes en dekentjes en andere knusheid, maar eigenlijk houden we onszelf voor de gek. Constant koude tenen en droge lippen, kilo’s zakdoeken volsnuiten – het is de dagelijkse gang van zaken. Naast koude tenen heb ik ook behoorlijk lánge tenen in de winter. Laten we zeggen door gebrek aan zonlicht. Toen ik vandaag van les wisselde en de zon op mijn gezicht voelde, droomde ik weg en dacht ik aan de lente en de zon en waarom ik er zo van houdt.
– Niet meer in het donker naar school hoeven fietsen – sterker nog, vaak zie ik de zon opkomen en de hemel roze kleuren.
– Dat ik weer rokjes kan gaan dragen op door de weekse dagen. In de winter begin ik daar niet aan – wanneer ik een panty draag, is dat alleen met een broek eroverheen.
– Hete, glanzende fietszadels en een warme rug als ik thuis kom – zwarte dingen die verwarmd worden door de zon.
– Het ’s ochtends koud hebben in mijn lentejasje en hem ’s middags over mijn fietsstuur draperen.
– Mijn zonnebril weer zonder schaamte kunnen dragen (want ik draag ‘m in de winter ook wel… Maar dat levert toch soms scheve blikken op).
– Hele leuke lentecollecties in de winkels
– De zon die het klaslokaal binnen schijnt. (Al wordt het dan soms wel een beetje muf daarbinnen…)
– Lange schaduwen door de laagstaande zon laat in de middag.
– Meteen naar buiten kunnen lopen wanneer je dat wilt, zonder tien laagjes kleding toe te hoeven voegen. Vest, dunne sjaal, jas, dikke sjaal, muts, handschoenen…
– Dat het langer licht blijft ’s avonds. Ben ik de enige die het idee heeft dat de dag veel langer duur en je dus meer gedaan krijgt?
– Note to self: het wordt tijd om je teennagels weer te gaan lakken!
– Dat iedereen vrolijker lijkt te zijn, en dat je altijd kan zeggen: ‘Ja, maar het weer is wel mooi!’
– De bloemetjes die bloeien en de lammetjes in de wei. Nee, grapje, dan wordt het wel erg zoetsappig allemaal. Maar ik kan er niets aan doen. Ik voel dat de lente eraan komt, en daar wordt ik gewoon erg blij van.
PICTURE THIS: MAKEUP
Mijn blog heeft niet echt een duidelijke categorie. Vorig jaar was het ‘Project 366’. Dit jaar is ‘Van alles en nog wat’ de beste omschrijving die ik kan geven. Het zijn vooral persoonlijke onderwerpen – ik schrijf alleen over dingen die ik leuk vind. Je weet dus veel over mij wanneer je mijn blog leest. Dat ik van fotografie houdt, van kleding, pianospelen, enzovoorts… Wat jullie misschien nog niet weten, is dat ik make-up ook heel leuk vind. Bij deze dus. Ik kan makkelijk een uur ronddrentelen op de cosmetica-afdeling van een warenhuis (of de Kruidvat, net zo goed) en vind het heerlijk om me ’s ochtends op te maken. Een smeerseltje hier, glansje daar, een beetje met wat kwasten over mijn gezicht aaien – dat vind ik pas echt rustig wakker worden. Zonder durf ik ook wel de deur uit, hoor. Dat het vaak gebeurt wil ik dan weer niet zeggen. Sommige cosmeticaproducten zijn prachtig om te zien. Ik besloot mijn liefde voor fotografie en make-up eens te combineren.


WHAT I’M WATCHING: PRETTY LITTLE LIARS
Ongeveer twee maanden geleden ging het in mijn klas opeens over Pretty Little Liars, een televisieserie. Ik ben niet goed in het geven van korte omschrijvingen. Wikipedia wel: ‘Pretty Little Liars is een Amerikaanse tienerdrama/mysterie televisieserie. De serie volgt het leven van vier meisjes, waarvan de vriendschap uit elkaar is gevallen na de verdwijning van hun vriendin Alison. Een jaar later krijgen ze berichten van iemand die de naam “A” gebruikt en dreigt hun geheimen bekend te maken.’ Een vriendin haalde me over om ook te gaan kijken. ‘En, waar ben je nu?’ vroeg ze ongeveer een week later. ‘Oh, nog steeds bij aflevering één. Ik snap echt niet waar jullie de tijd vandaan halen, hoor!’ En dat was geen leugen, ik kon gewoon geen aflevering van 40 minuten in mijn dagelijkse schema proppen. Bovendien werd ik er nog niet warm of koud van. Het verhaal vond ik spannend, maar ik had niet de extreme neiging om verder te kijken.
Steeds meer mensen gingen kijken, en opeens kwam Pretty Little Liars tot leven. Een klasgenoot sloeg haar schetsblok open en er viel een briefje uit. ‘I know what you did -A.’ Je kan begrijpen dat er die les weinig getekend werd. Iedereen was verdacht. ‘Nee, ik heb het echt niet gedaan!’ klonk het uit ieders mond. ‘Misschien iemand uit een andere klas?’ Een dag of wat later was er nog een briefje. ‘I love party’s, can’t wait.’ Behoorlijk toepasselijk, met carnaval in het vooruitzicht. Er volgde een telefoontje van een zwijgende beller, een boodschap op het schoolbord. Het meisje in kwestie bleef er behoorlijk rustig onder, lacherig zelfs. ‘Ik zou het toch echt niet grappig meer vinden, hoor!’ zei ik tegen een vriendin. ‘Maar weet je nog niet wie het is dan? Iedereen weet het al behalve zij zelf.’ Het bleken haar drie beste vriendinnen te zijn. Ze nemen elkaar constant in de maling, dus het was ook wel te verwachten. Vlak nadat ik het te weten kwam, ontdekte het meisje het zelf ook. Ze vond een paar ‘A’ briefjes in de tas van een vriendin.
Nog steeds was ik niet verder gekomen dan aflevering één. Dit alles veranderde in de vakantie. In het huisje in Zwitserland was geen internet. Althans, dat dachten we in eerste instantie. Pas na een paar dagen kwam iemand op het idee om het even na te vragen. We kregen een code op een briefje en het hek was van de dam. Vier dagen geen internet, dat had erin gehakt. Whatsapp kon het niet meer aan, mijn telefoon heeft vijf minuten lang aan één stuk door getrild. Die groepsgesprekken ook, je kon wel zien dat iedereen zich verveelde in de vakantie. Nadat alle sociale contacten waren bijgewerkt, besloten Carmen en ik een aflevering Pretty Little Liars te kijken. ‘Maar jij bent toch al veel verder dan ik?’ ‘Ja, maar dat maakt niet uit.’ We keken er één. De volgende dag nog één. En nog één. Uiteindelijk wel zes afleveringen, denk ik. En toen was ik om.
Inmiddels heb ik Carmen keihard ingehaald. Ja, dat gebeurt er als je ziek bent. Vroeger keek ik naar Dora, TellSell en films die ik al tien keer gezien had, nu heb ik Pretty Little Liars. En het gaat hard, als je toch de hele dag in bed ligt. Ach joh, nog maar een aflevering. Ik heb verder toch niets te doen. Eerder vertelde ik al dat ik ’s avonds liever niet kijk. Niet als ik in m’n eentje ben, tenminste. Alleen de begintune vind ik al behoorlijk creepy. Met mijn vijftien jaar heb ik nog nooit een horrorfilm gezien en tot twee jaar geleden vond ik zelfs Harry Potter te eng. Wanneer ik zou kijken terwijl ik alleen thuis was, zou ik constant bang zijn dat A in mijn kamer staat.

Soms lijkt het ook wel alsof het onheil wordt opgezocht door de Little Liars. Ja joh, ik zou voorál uit huis sluipen. En met z’n vieren afspreken op een begraafplaats. Midden in de nacht. Super goed plan. Maar natuurlijk moet je er nooit op die manier naar kijken, dat verpest elke serie. Je moet je gewoon mee laten slepen door het extree spannende verhaal, de fijne muziek, de personages met hun perfecte haar en make-up, de (soms erg knappe) acteurs. Maar niet te veel, dus. Want dan slaap ik niet meer.
CONVINCING WORDS
Ik zit nu in de derde klas. Eigenlijk heeft dit jaar één centraal thema, namelijk de profielkeuze. Aan de ene kant vind ik het wel leuk. Ik kan de vakken kiezen die ik het liefste doe, zit niet meer in een vaste klas en die afwisseling spreekt me wel aan. Aan de andere kant is het ook wel erg lastig. Want wat nou als je bijna alles ‘wel leuk’ vind? Ik besloot om maar gewoon de vakken te kiezen die me het meest aanspraken. Maar ook dat bleek geen optie: bij bepaalde profielen horen bepaalde vakken, of je die nou leuk vindt of niet.
Ik ben niet de enige die het lastig vind. In mijn klas wordt er natuurlijk veel over gepraat en ook met vriendinnen heb ik het er vaak over. Wat is leuk, wat is verstandig? Welke oudere broer of zus heeft nog een nuttig advies? Laatst zat ik met een vriendin te kletsen en ook toen kwam het onderwerp weer ter sprake. Ze had eindelijk een idee wat ze wilde. Vol enthousiasme begon ze te vertellen. ‘En dan kies ik dus dit, en dit en dat erbij.’ Ik bekeek haar lijstje. ‘Oké, ja leuk! Maar je mag nog een vak kiezen, hè?’ Ze keek verbaasd. ‘Hoezo, nog een vak?’ Ik keek nog eens en telde. ‘Je hebt nu zes vakken gekozen, maar het worden er straks zeven.’ Ze maakte een wegwuivend gebaar met haar hand. ‘Oh, dat hoeft van mij niet hoor. Ik vind zes wel genoeg!’ Tsja, als het eens zo makkelijk was…
Deze week begonnen de voorlichtingen per vak. Elke leraar houdt een praatje over zijn of haar vak. De opbouw kan ik inmiddels dromen. Eerst het vak inhoudelijk: welke onderwerpen worden behandeld, verandert er veel ten opzichte van de onderbouw? Dit onderdeel verschilt per vak, aangezien de inhoud van elk vak anders is. Maar dan volgt er een soort promotiepraatje, en die komen eigenlijk allemaal op hetzelfde neer. Een greep uit de uitspraken:
‘Dit vak is anders dan de andere vakken.’ (Ja inderdaad. Alle vakken hebben een andere naam en gaan over een ander onderwerp. Dat is een bekend feit.)
‘Je hebt er heel veel aan om dit vak te kiezen.’ (‘Maar meneer, het is in principe voor geen enkele studie verplicht, toch?’ ‘Nee… nee, dat is waar.)
‘Het is écht van groot belang dat jullie hier heel goed en serieus over nadenken. Het is een hele belangrijke keuze, voor de rest van je leven.’ (Bedankt voor deze geruststellende woorden.)
‘Dit is wel echt een vak waar je je best voor zal moeten doen.’ (Wat denken ze dat ik daarop ga zeggen? ‘Oh, laat dan maar zitten.’?)
‘Dit vak zou eigenlijk voor iedereen verplicht moeten zijn.’ (Maar dat is het niet. We moeten kiezen. Daarom bent u hier, weet u nog?)
Ook vanuit mijn klas kwamen opmerkingen waar ik af en toe om heb moeten lachen.
‘Krijg je veel huiswerk?’
‘Ik weet het echt niet, hoor. Ik wordt wel gewoon zwerver.’
‘Welke docenten krijg je waarschijnlijk?’ (Die knappe aardige of die oude chagrijnige?)
‘Kan je het nog laten vallen?’
Oh, we hebben ook zo’n fantastische werkhouding, en zijn zo gemotiveerd met z’n allen!
Naast bovenstaande uitspraken kwamen al mijn docenten met een overtuigend verhaal. Even sloeg bij mij de twijfel toe. Had ik niet te vroeg gekozen? Maar wanneer ik dan dacht aan nóg drie jaar aardrijkskunde, of zeven uur wiskunde in de week… Dan wist ik het weer. Gisteren was het zover. Ik was bij iedereen langs geweest: mentor, decaan, leerlingencoördinator, roostermaker, docenten. Ik had goed over mijn keuze nagedacht en besloot het nu maar in te leveren. Dan was ik er vanaf. Ik gaf het formulier aanmijn mentor. Ik heb nooit wakker gelegen van deze keuze, maar toch luchtte het wel op. Ik ging zitten. ‘Zo, ben je eruit?’ vroeg een klasgenoot achter me. ‘Ja,’ zei ik, en ik vertelde wat ik had gekozen. ‘Oké, mooi profiel hoor. Maar wat wil je eigenlijk worden later?’
Ik besloot om maar even niets te zeggen.
OUTFIT: THANK YOU MAM/MARC
Jasje en shirt – Vanilia, Broek – Maison Scotch, Sjaal – Marc by Marc Jacobs, Schoenen – All Stars (of Converse?)
Wanneer ik iets nieuws heb geshopt kan ik het niet laten om het meteen aan te doen. Indien mogelijk natuurlijk – zomerschoenen en lentejasjes laat ik voor nu nog even hangen. Vrijdagmiddag ging ik na school naar Rotterdam met mijn moeder en broer. Het was heel koud, dus we besloten de Bijenkorf in te gaan, alles onder één dak. Bij binnenkomst al had ik de spulletjes van Marc by Marc Jacobs gezien. Het leek wel een snoepwinkeltje, met allemaal kleurige accessoires. Ik was dan ook heel blij toen ik een sjaal mocht uitkiezen, voor mijn goede rapport. Het kiezen was minder moeilijk dan gedacht. Ik besloot te gaan voor wat nu het beste bij mij past. Ik kwam niet uit bij de gekleurde sjaals, maar bij een zwart-witte. Ook dit is eigenlijk zo’n zomerkledingstuk, maar binnen kan ik ‘m al lekker dragen. En dat deed ik dan ook. Het is een hele fijne sjaal, lekker lang en heel zacht. Dankjewel lieve mam! En Marc, natuurlijk ;).Het shirt is één van mijn all-time favourites, ik heb een grote liefde voor gestreepte tops. Het is zo’n kledingstuk waarvan ik wilde dat ik er twee had gekocht. (Wat ik uiteindelijk ook heb gedaan.) Nu ik erover nadenk… Het jasje heb ik ook een tweede keer gekocht. Ai, dat klinkt wel heel verwend. Laten we zeggen dat de eerste ondraagbaar was geworden (of klik hier voor een uitgebreidere toelichting). Qua schoenen… wat een verassing, geen New Balance! Natuurlijk had het gekund bij deze outfit, maar ik vond dat ik mijn Chucks ook weer eens een kans moest geven. Ze hebben me tenslotte jaren trouwe dienst bewezen.
LOVE: BRAID AND BEANIE
Ik leen regelmatig spullen van mijn mama. Voornamelijk sjaals, maar ook hemdjes, t-shirts en schoenen. (Al heb ik daar vaak achteraf spijt van. Zij heeft namelijk 38,5 en ik 39,5… Dat voel ik wel aan mijn voeten, aan het einde van de dag.) Ik vraag het altijd netjes wanneer ik iets wil lenen en het mag ook bijna altijd. Soms blijkt dat mama beter niet had kunnen toestemmen, omdat er dingen bij mij zo favoriet worden dat ze (bijna) in mijn kast in verdwijnen. Deze keer kon het ook niet anders. ‘Jij mag ‘m ook lenen hoor,’ zei ze toen ze in Arosa een nieuwe muts kocht. Ja, dan vraag je erom. En dat wist mama blijkbaar ook. Het was de maandagochtend na de vakantie, ik ging naar school. ‘Mam, mag ik die muts?’ riep ik door het trapgat. ‘Ik had ‘m al in je kast gelegd.’ klonk er terug. Ze kent me te goed. Bij de eerste keer dat ik de muts opzette was ik verkocht. Heerlijk zacht, warm maar niet té, niet kriebelig, niet te stijf. Een beanie hoort naar achteren te hangen, en dat doet hij. Het is de perfecte muts voor mij. En mocht het op een dag nou echt tegenzitten, je bent er helemaal klaar mee… Dan kan je ‘m altijd nog over je hoofd heen trekken.
Hij staat ook bij alles. Ik was laatst wat dingen aan het passen, en steeds dacht ik: ‘Oh, dat is leuk met die muts!’ Niet gek: eigenlijk is alles leuk met die muts. Alleen qua haarstijl heb ik een duidelijke voorkeur, namelijk een vlecht aan de zijkant van mijn hoofd. Misschien is het omdat ik het mooi vind staan, misschien omdat ik sinds kort eindelijk zelf een vlecht kan maken. Ik weet het, het is belachelijk dat ik dat als vijftienjarige nog niet kon. Ik deed wel eens een poging, maar dan werd het meer een soort rolletje in plaats van een vlecht. Van mijn achtste tot mijn twaalfde heb ik kort haar gehad, misschien ligt het daaraan? Nee, dat is onzin. Ik heb gewoon nooit zin gehad om er een kwartier op te oefenen om het te kunnen. Mama deed het altijd en dat was voor mij eigenlijk prima. Ik vind het wel lekker wanneer er iemand aan mijn haar frummelt. Maar wat nou als ik straks op mezelf ga wonen? Wat moet ik dan als ik mijn haar in een vlecht wil? Ik kon het maar beter nog een keer proberen. Wonder boven wonder lukte het! (Of eigenlijk niet echt ‘wonder boven wonder’… Zo moeilijk is het niet, ik was gewoon te lui om het te proberen.) Nog niet zo strak en soepel, maar oefening baart kunst. Gelukkig hoef ik het gefrummel aan mijn haar niet te missen. Voor het serieuze invlechtwerk moet ik nog steeds bij mama aankloppen – daarvoor moet ik nog even door oefenen
Ik heb besloten om ‘This week in…’ voortaan op maandag te plaatsen, anders is het zo’n gehaast steeds op de laatste dag van de week!
L’ÉCHANGE
Een tip voor als je ook ooit zo’n collage wilt maken: check eerst of de Belgische vlag nou rood-geel-zwart is of zwart-geel-rood. Het zou je een hoop tijd kunnen besparen. ;)
Na een tijdje heen en weer gemaild te hebben was het zover: de uitwisseling met Frans. Met het vak Frans, bedoel ik. De correspondenten waren Belgisch, uit het Franstalige deel. Voor de uitwisseling van één dag kwamen ze naar mijn school toe. De eerste drie uur zat ik gewoon in de klas. Op de helft van het derde mochten we gaan, maar het leek onze docent beter om meteen te vertrekken. ‘Anders zouden we de les toch alleen maar verstoren.’ Hij zou wel eens gelijk kunnen hebben.
Ik wachtte samen met de anderen in de aula, met uitzicht op straat. Er kwam een bus aanrijden. De spanning steeg. De deur ging open. ‘Jaaa, daar komen ze! Oh, ze zijn allemaal veel ouder. Kijk, kijk! Ik zie de van mij al!’ Rustig, lieve klasgenootjes. Het zijn mensen, geen aapjes in een kooitje. Met z’n allen liepen we naar buiten. Het leek wel geregisseerd. Uit het andere gebouw kwam een groepje leerlingen, wij voegden ons bij hen. Samen stelden we ons op tegenover de Belgische uitwisselingsstudenten, die op een kluitje bij elkaar stonden. Er zat ongeveer vijf meter plein tussen ons in. Ik besloot me eens heldhaftig op te stellen en stak over.
Al snel had ik mijn e-mailvriendin gevonden. Laat ik haar Cecile noemen. Ik tikte haar op de schouder. ‘Bonjour…. j’ai….. tu as…. mijn hemel, euhmm….’ Op papier is mijn Frans behoorlijk. Ik kan mijn hele dagprogramma opschrijven, vertellen over shopsessies (in kledingwinkels of supermarkten), op reis gaan met de trein, het vliegtuig of met de auto. In theorie dus, hè. In de praktijk bleek het allemaal wat anders en moest ik het eerste half uur steeds 30 seconden nadenken voordat ik iets zei. Er vielen dus behoorlijk wat stiltes. ‘C’est un petit peu…’ Ik zocht naar het goede woord. Cecile glimlachte verlegen. ‘Embarrassement?’ ‘Oui.’
Er stonden verschillende dingen op het programma, onder andere spelletjes. We speelden pesten en deden ‘Wie is het?’ (‘Tu est un garçon? Tu as un chapeau?’) Ook deden we een soort hints, maar dan met plaatjes. Op één van die plaatjes was Kuifje, ook wel Tin Tin, te zien. Al snel kwamen ze erachter dat ik Milou heette, net als, jawel: het hondje van Kuifje. In België heet hij geen Bobbi. Vroeger had ik een t-shirtje van het witte hondje. Daarnaast stond ‘Milou’. Ik was er heel trots op. Deze specifieke dag iets minder.
Je kon er donder op zeggen dat het volgende ging gebeuren. Het was alleen even afwachten wanneer. Tijdens een creatieve opdracht was het zover: we leerden onze correspondenten de woorden die niet in de lesboeken staan (en vice versa). We hielden het nog behoorlijk netjes, hoor. ‘Tu est un pannenkoek.’ ‘Oui, oui, je connais ça! C’est…’ Hij keek nadenkend naar zijn buurman. ‘une crêpe!’ Dat snapten ze natuurlijk niet. Waarom zou je iemand noemen naar iets wat je op kunt eten? We hadden niet echt zin om de hele gebeurtenis met Marco van Basten uit te leggen. Volgende woord. ‘Tu est un koekwaus!’ Tot nog niet zo lang geleden kenden de meeste Nederlanders dit woord ook niet, denk ik. Tot de New Kids het introduceerden doormiddel van hun films. (Behalve het woord koekwaus hebben die films niet echt een goede indruk achtergelaten over Brabant. Even voor de duidelijkheid: we zijn niet allemaal zo. ;)) Onze Franse correspondenten leerden ons ook wat van hun vocabulaire. We zijn er alleen nog steeds niet achter wat het allemaal precies betekent. Uit voorzorg gebruik ik hun termen dan ook maar niet.
Na een sportieve activiteit namen we afscheid. ‘Bon voyage, et au revoir à deux semaines!’ Vele meisjes schrokken toen hun (mannelijke) correspondenten hen zoenden bij het afscheid. Oh ja, dat is heel normaal in Frankrijk (en in België dus blijkbaar ook). Maar toen één van de Nederlandse meisjes haar correspondent een derde zoen wilde geven, werd het écht een luchtkus. Ze was even vergeten dat drie maal alleen in ons landje de gewoonte is. De jongen in kwestie heeft het denk ik nooit geweten – hij was al weg.
* Fouten in de Franse (en/of Nederlandse) teksten voorbehouden.
PICTURE THIS: AROSA

De zon brak door op de piste
Op skivakantie heb je het druk. Aan het eind van de dag ben je altijd moe. Een lekkere soort moeheid, die ontstaat door kou, inspanning, vallen (en opstaan) en het feit dat je soms iets te veel gegeten blijkt te hebben. Een heerlijk soort moeheid. Het zorgt ervoor dat je aan helemaal niets anders denkt dan aan vakantie, hier en nu. Geen school, huiswerk, nog in te leveren formulieren, onopgeloste (onbenullige) problemen… Super. Je bent alleen maar bezig met het skiën (of sleeën) van bergen, met opperste concentratie zodat je niet valt. En verder doe je ook niet zo veel. Beetje eten, veel slapen. Een dag hier is al snel weer voorbij. Tussen de bedrijven door maakte ik foto’s in Arosa. Hier komen ze!
Deze is niet bewerkt naar zwart wit, het was echt een hele grijze dag!
Dat was het, ik hoop dat je het leuk vond!























