#238 EXPRESSION & EXIT

IMG_0084

Als minimentor heb je een paar taken. Helpen wanneer er problemen zijn is de voornaamste taak. Of het nou gaat om het vinden van je lokaal of gedoe met de jongens, het kan allemaal besproken worden. Op zo’n werkweek geef je wel eens een lesje huiswerknotatie of schoolreglementen. Ook vandaag gaf ik een les, zij het niet aan brugklassers. Het was voor de minimentoren zelf tijd om iets te leren – althans, voor de helft van onze groep. Vier van de acht waren voor het eerst mee op werkweek, en werden vandaag geïntroduceerd een voor hen nog onbekende taak. Misschien niet de belangrijkste, maar wel eentje die erg serieus genomen wordt: het brugsmurfenlied, inclusief het bijbehorende dansje.

We zochten een plek op uit het zicht van nieuwsgierige bruggers en het oefenen kon beginnen. Het is bepaald geen complex geheel, dus dat scheelde, maar het moest natuurlijk wel vol enthousiasme uitgevoerd worden. Daar schortte het bij ons allemaal nog een beetje aan, om half tien ’s ochtends, maar dat dan kwam dan die avond wel.

Eerst was het tijd voor waterspellen, waar de bruggers iets moesten doen met bekers. Die allemaal kapot gingen, natuurlijk, waardoor ze zo mogelijk nog natter werden dan ze al waren. Na afloop durfde ik even te denken dat ik er droog vanaf zou komen, maar uiteindelijk werd ik toch over de drempel naar buiten gesleurd. Ik liet het maar gebeuren – ook dat is een beetje een traditie. Al denk ik niet dat ik voorgaande jaren zó nat ben geworden. Voorheen waren die kinders bewapend met tuinslangen en emmertjes, ditmaal werd er een gehele regenton in mijn nek gekieperd.

Eenmaal uitgewrongen en afgedroogd, gingen we door met expressie. We hadden krap twee uur de tijd om alles af te maken. ‘Alles’ was nog vrij veel, dus er was geen ruimte voor geklier. Niet dat mijn klasje ooit echt klierde – het zijn een stel schatjes bij elkaar. Maar wat ik nu van ze vroeg was twee uur concentratie, en dat is nogal heftig. Ikzelf word er ook een beetje heftig van, wat ik van tevoren maar vast aangaf. Dat vind ik echt moeilijk, hoor. Je kan natuurlijk niet vragen ‘of iedereen misschien eens even zijn kop zou willen houden,’ maar daar kwam het uiteindelijk wel gewoon op neer. Dus dan moet je dat maar vriendelijk zien te verwoorden.

Maar omdat het zulke schatjes zijn, snapten ze het volgens mij wel. En volgden ze heel braaf alle aanwijzingen op. En werd ik af en toe verrast door wat improvisatie. Heel leuk om te zien.

We aten schepijs en spaghetti (niet in die volgorde). Een goede bodem voor de Bonte Avond, die zoals altijd weer gevuld was met liedjes, decors en verhalen van eigen makelij. Dit alles onder het toeziend oog van de strenge jury (ook wel de gymdocent, de enige onpartijdige persoon aanwezig). Het blijft mijn favoriete onderdeel van de werkweek. Het maakt niet zoveel uit waar het precies over gaat – het is toch wel leuk om naar te kijken, omdat de lol ervan afspat.

Volgens mij was dat bij onze act ook het geval. Na de toneelstukken van vier klassen waren wij mini’s aan de beurt. We hadden een docent zover gekregen om een ook kleine rol te spelen, die meestal vervuld werd door de mannelijke minimentoren. Die er dus niet waren, dit jaar. Meneer X kende het hele liedje niet, maar kwam toch op het perfecte moment opdagen. Het veroorzaakte een hoop commotie in het publiek – tot zover de toelichting.

En tot zover ook de Bonte Avond – het was tijd voor het feest. Er was een DJ, een lichtinstallatie en… Een rookmachine. Ik vraag me nog steeds af wie het brandalarm af heeft horen gaan. Het was een irritant, doordringend geluid, maar het won het simpelweg niet van de muziek. De bron van het kwaad werd al snel ontdekt, maar toen stonden die 101 brugklassers al buiten in de regen. De uitgangen waren immers erg goed aangegeven. ‘Nou kunnen we ze net zo goed naar boven laten gaan,’ sprak een docent. Er zat wat in, aangezien het toch al bijna bedtijd was, maar wij vonden het niet helemaal eerlijk. Er werd hen nog een laatste dansje gegund, en toen was het toch echt klaar.

Minimentoren en docenten verzonnen nog wat (onjuiste) stellingen voor het waar-niet waar spel van de volgende dag. Het was al vrij laat en de meesten waren een beetje jolig, dus niet alle voorstellen kwamen door de keuring heen. Toch eindigden we met een lange lijst. Vervolgens lange gesprekken. En een korte nachtrust.

#237 (NOT ONLY) FUN AND GAMES

IMG_0050

De dag begon met het ontzettend aangename geloei van een sirene. De bron van het lawaai was zo’n één meter verwijderd van de slaapkamerdeur. Wakker waren we, dat in ieder geval. Gewoonlijk ontbijt ik redelijk eenzaam en in stilte – dat is zeg maar voor iedereen het beste. Maar kwart voor zeven of kwart over acht maakt een hoop verschil wat betreft mijn gemoedstoestand. En zo zat ik vrolijk aan tafel met zo’n twintig brugklassers. We speelden kwartet met broodbeleg. (‘Mag ik van jou… een boterham, de boter én de hagelslag?’)

Op de vroege ochtend is er bij de meeste bruggers nog geen sprake van een overschot aan suiker of een gebrek aan concentratie. Vandaar dat er op dat moment lessen gepland zijn. De eerste ging over pesten. Het blijft een zwaar onderwerp om te bespreken wanneer je omringd bent door mensen die je nog niet zo goed kent. Toch komt er tijdens zo’n les een hoop naar boven en werden er ervaringen van beide kanten gedeeld. Bij mij was er de hoop dat er nooit een les twee nodig zou zijn.

’s Middags was het tijd voor luchtigere zaken. We liepen naar het bos voor Levend Stratego. Samen met Colette vormde ik de uitvalbasis voor B1Z. Door sommige mensen (ik noem geen namen) werd ons verweten dat we vals speelden. Ik wijt het succes van onze klas aan hun fanatisme en ijzersterke tactiek. Vanaf ons picknickkleed (ook wel vuilniszak) keken we hoe ze als een stel Duracellkonijntjes af en aan renden. Soms met lege handen, maar des te vaker met kaartjes van de tegenstander. Dat ‘de vlag’ ook maar gewoon een kaartje was, was niet voor iedereen duidelijk geworden. ‘Welke kleur heeft die vlag? We hebben echt overal gekeken!’ Het had hen niet belemmerd in het tikken van medeleerlingen, bleek na een grondige puntentelling. Tweehonderdachttien waren het er, om precies te zijn. Het leverde B1Z de winst op.

Aangemoedigd door dit succes gingen we door naar het volgende onderdeel: het toneelstuk. Met een groepje van zeven tekstschrijvers ging ik om tafel zitten. De vorige dag hadden zij al een hele verhaallijn bedacht, dus het was slechts een kwestie van uitwerken. Dat maakte het nog niet direct een eenvoudige kwestie, overigens. Er was een béétje moeite met het focussen op datgene wat we moesten doen. (Ter herinnering: het schrijven van de tekst.) Uiteindelijk ben je er als minimentor om te helpen, dus dat was ook allemaal niet zo erg. Het probleem ligt dan eerder bij mij – streng zijn is niet echt mijn ding.

Gelukkig was dat ’s avonds niet meer nodig – ze mochten weer los. En dat gold ook voor de minimentoren, overigens. We speelden het welbekende Geluidenspel. Wij als posten verstopten ons buiten rondom het kasteel, enkel herkenbaar door de geluiden die we maakten. Dat kon een kat zijn, een hond, maar ook een deurbel. Colette en ik kregen ‘galopperend paard’ toebedeeld. Daar waren we natuurlijk super blij mee, dat snap je. Ongeveer een uur lang deden we verschillende variaties, maar het wilde niet echt baten – we zaten te goed verstopt. Over op rigoureuzere middelen dan maar. We zongen ‘er staat een paard in de gang’ tot vrijwel iedereen ons gevonden had.

Een half uur later had vrijwel iedereen zijn bed gevonden. We maakten nog een welterusten-slaaplekker-totmorgen-rondje, een nu-moeten-jullie-echt-gaan-slapen-rondje en uiteindelijk een rondje om de tafel in de eetzaal. Met de minimentoren kletste ik de avond vol. Tussendoor probeerden we ook nog een bordspel uit te kiezen, maar tegen de tijd dat we eruit waren was het zo laat dat we besloten er maar vanaf te zien. Tegen de tijd dat ik nog krap vijf uur zou kunnen slapen, raakte mijn hoofd mijn kussen.

#236 ONE-O-ONE

IMG_0046

Mijn derde jaar als minimentor begon op dezelfde plaats als waar mijn middelbare schooltijd vier jaar geleden begon. Om een uur of acht arriveerde ik samen met Colette bij een kasteel in Baarlo, waar 101 leerlingen al sinds die ochtend waren. We trokken een sprintje door de regen en bijkomende modder, wat niet heel gemakkelijk ging – iets met zware koffers. Direct bij binnenkomst werd dit gecompenseerd door een erg warm welkom. Al binnen één minuut hing er een brugklasser om mijn nek, renden er drie voor me uit de trap op en was er zelfs één die vroeg of hij kon helpen mijn spullen naar boven te sjouwen. Wat ik hem nooit gevraagd zou hebben, natuurlijk. Maar ja, hij bood het zelf aan… Eenmaal op onze kamer was er van uitpakken geen sprake – we donderden onze spullen op een stapelbed en de rest zou later wel komen.

(Of niet.)

We moesten weer naar beneden, namelijk. De spelletjesavond stond op het punt te beginnen. De spellen varieerden van hints tot een (indoor) hindernisbaan. Ik zat bij ‘Wie ben ik’, waar ik voorhoofden beplakte met briefjes. Daarop kon ‘Spongebob’ staan, maar ook ‘Elvis Presley’. Die laatste bleek geen enkele brugger te kennen, overigens. Een generatiekloof kon het niet zijn, want hij stierf ook ver voor mijn geboortedatum. Maar zelfs toen ik hints gaf over veel gel en witte discopakken, ging er geen belletje rinkelen. Ach, alle voetballers raadden ze wel en dat kon ik dan weer niet zeggen.

Na honderd plakbandjes, tien maal uitleg en twintig stiekeme hints was de avond ten einde. Een vroege wekker, veel nieuwe indrukken en behoorlijk fanatisme zorgden voor redelijk vermoeide kinders. Maar de meesten lieten zich natuurlijk niet kennen – hé, zeg, het was pas de eerste avond. Ik trof dus behoorlijk wat stuiterballetjes op die slaapkamers, wat ik bij sommigen weet aan een klein suikeroverschotje. Gelukkig beschik ik over een tactiek die al een paar jaar best succesvol blijkt. Hij gaat als volgt: eerst even gezellig kletsen. Heel belangrijk, al is het alleen maar omdat ik het zelf leuk vind om al die verhalen te horen. Dan bonjour ik ze hun bed in, en zeg ik dat ze iets zachter moeten gaan praten. Dat kunnen ze maar beter doen, ‘want straks komt docent X, en die is echt niet zo aardig, hoor. Dus als die merkt dat het hier nog één groot feest is, zal hij/zij wel streng optreden.’ Een soort good cop/bad cop, al is de bad cop daar dus niet echt van op de hoogte. Maakt ook niet zoveel uit – zover komt het toch nooit.

Zo geruisloos als ik kon, ging ik de trap weer af – wat niet heel geruisloos was. Het gekraak van de treden echode door de hal van het kasteel, waar het gefluister achter de deuren langzaam maar zeker afzwakte. Eenmaal beneden was het ook niet erg stil. De (mini)mentoren sloten de dag af. We kletsten wat, bespraken wat er was gebeurd en wat er nog zou gaan gebeuren die week. Met het oog op de drukke planning maakten we het niet ál te laat. Ik spreidde mijn slaapzakje, stootte mijn hoofd tegen het bed van de bovenbuurvrouw en viel daarna vredig in slaap.

#235 NERVES & COMPLAINS

IMG_3049

De mensen die mijn blog al drie zomers volgen, weten ongeveer hoe deze eruit zien. Want toevallig was de opbouw ervan de afgelopen drie jaar enigszins hetzelfde. Steeds pakte ik drie keer mijn koffer in. Eerst voor een vakantie met mijn familie. Daarna voor een week in Friesland. En ook deze zomer volgde weer een derde tripje: het brugklaskamp. Officieel heb ik dan geen vrij meer, maar die paar dagen zijn zo leuk dat ik ze maar ben gaan zien als een verlenging van mijn vakantie.

De eerste schooldag moest ik nog wel daadwerkelijk naar school, maar dat stelde niet zoveel voor. In een lokaal waar het veel te warm was, kreeg ik informatie over het komende jaar. Vervolgens was er een lunch met alle mensen van mijn lichting. Een hoop van hen had ik de hele zomer niet gezien, dus dat was leuk. Alhoewel… Een behoorlijk deel van hen was niet bepaald in opperbeste stemming. Klaag, zucht, steun en oh wat zijn we zielig want we moeten weer een heel jaar naar school. Ik zal niet zeggen dat ik er nooit over zeur, maar om nou op de eerste dag al zo depressief te doen? Dat gaat me te ver. Bovendien lijkt het me bij uitstek een instelling die ervoor zorgt dat het inderdaad een heel vervelend en lang jaar zal worden.

Hoe anders was de sfeer onder de brugklassers. Rond half drie druppelden ze het plein op, met gloednieuwe tassen over hun schouders. Enthousiast maar toch ook gespannen, en opgelucht wanneer ze iemand herkenden van de bijeenkomst voor de vakantie. Vandaag kregen ze de laatste informatie voor de werkweek. Daarnaast werden de zenuwen zoveel mogelijk weggenomen en werden de laatste dingen gecheckt. Hadden ze allemaal een rekenmachine en kon iedereen bij zijn kluisje? (Nee en… Ja! Tot mijn verbazing, moet ik eerlijk bekennen.)

’s Avonds verzamelde ik al een groot deel van mijn spullen, waarbij ik rekening probeerde te houden met een heleboel scenario’s: spelletjes op een zompig grasveld, touwtrekken in de felle zon, verstoppen in een donker bos, verkleedpartijtjes met grote rugzakken, natgesproeid worden met een tuinslang, dansen alsof je leven ervan af hangt… Het komt allemaal voorbij op zo’n brugklaskamp. Ik besloot te blijven bij mijn favoriete inpakstrategie: gewoon veel meenemen. Dat heeft tenslotte al drie zomers prima gewerkt.

#234 BACK TO NORMAL

IMG_3034

Achter me liggen talloze dagen vol leuke momenten. In mijn hoofd zijn ze samengevoegd tot een waas van fijne herinneringen, die ik zal onthouden als de zomer van 2014. Er leek geen einde aan te komen, maar vandaag gebeurde dat dan toch – De Laatste Vakantiedag was aangebroken.

Ik deed de dingen die je nou eenmaal doet op zo’n dag. Uitslapen, om mee te beginnen. Wel honderd keer denken dat het lijkt alsof ik een jaar niet meer op school ben geweest. Wel honderd keer denken dat het zo snel voorbij is gegaan. Mijn rooster bekijken en uitvogelen bij wie ik wanneer in de klas zou zitten.

Op tijd naar bed gaan en uren naar het plafond liggen staren. Al weer enigszins gewend aan het idee van het normale leven, maar nog niet aan het ritme ervan.

#232 MAKING A (MINI)MOVIE

Schermafbeelding 2014-08-22 om 22.00.15

Al zeker zeven jaar maak ik filmpjes. Het begon met de ‘Groep Zes Nieuwsflash’, een wekelijks journaal dat ik maakte met een vriendinnetje van de basisschool. Het waren video’s van webcamkwaliteit, gefilmd vanuit mijn slaapkamer. Hierin bespraken we de nieuwe cavia van een klasgenoot of het kapsel van de invallerares. Daarna ben ik niet meer gestopt. Ik maakte reisverslagen, en speelfilm voor CKV en video’s van een week lang toneel. Voor het concert van school kreeg ik een hele dag vrij om te filmen. Waar er meestal enige haast was bij het maken van de shots, had ik nu alle tijd van de wereld. Ik werkte met team van een paar man, volgens een script. Ik vond het geweldig om te doen. Alle delen van het proces, eigenlijk: van het verzamelen van ideeën tot de perfectionering van de montage. Ik wilde dit vaker doen, maar liep tegen één probleem aan: wat te filmen? Tot nu toe maakte ik filmpjes over speciale gebeurtenissen. Feit is dat speciale gebeurtenissen zich nou eenmaal niet dagelijks voordoen.

Vandaag besloot ik dat dat ook niet per se hoefde. Er hoefde niets speciaals te gebeuren om te kunnen filmen – ik zou filmen en speciale dingen láten gebeuren. En zo vulde ik mijn dag met het zoeken naar beelden. Het voelde als spelen eigenlijk. Ik speelde met waterverf, stempels en scherptediepte – dit alles met de camera erop gericht. Ik filmde de lucht en de bomen en de wereldbol van mijn vader, met als resultaat de video die jullie hier laatst konden zien. Pas achteraf ontdekte ik waar het over gaat: het hier en nu van thuis en tegelijkertijd de herinneringen aan andere plaatsen. Althans: dat is mijn gedachte erbij. Want waar mijn filmpjes eerder juist een heel duidelijk thema hadden, probeerde ik nu eens niet alles in te vullen. Om ruimte open te laten voor ieders eigen verhaal.

#230 BIG & PINK

IMG_0010

Vandaag was ik met Mienke en Julie. We vulden onze dag met het uitwisselen van verhalen en het kijken van foto’s – zoals die dingen gaan in de zomervakantie. Daarnaast kochten we een gieter voor Mienke’s moeder, want die was bijna jarig. (Al geweest inmiddels, dus geen zorgen: ik heb de verrassing hiermee niet verpest.) Bij de kassa bedacht ik me wat een hels karwei het wel niet zou zijn om dat ding in te pakken. ‘Succes daarmee,’ zei ik tegen Mienke. De vrouw achter de toonbank loste het voor haar op – knoop ergens een strik omheen en het ziet er ook feestelijk uit, nietwaar? Het was eigenlijk een beetje een lullig strikje, in verhouding met de gieter zelf, vonden wij. Maar ja, wat wil je ook met een ding van zo’n buitensporig formaat. Op de weg naar huis hing hij over mijn stuur, waar hij door de regen meteen gevuld werd.

Ik maakte hier best een leuke foto van, maar die is – vraag me niet hoe – spoorloos verdwenen. Onder het mom ‘beter iets dan niets’: een crappy telefoonfoto. 

#229 AND THEN WHAT

IMG_0007

Ik had een zinvolle maar ook vrij heftige ochtend achter de rug. Om kwart voor drie kwam ik thuis – gapend. Ik was moe.

‘Dan ga je toch even in bed liggen?’ luidde mama’s advies. Zoals het een goede puber betaamt, nam ik het niet direct aan.

‘Dan voel ik me zo… Lui.’

‘Ja, en dan?’

Daar had ze een punt. Want wat dan? Zou iemand me ongelooflijk missen, die twee uurtjes? Lagen er nog stapels werk op me te wachten? Had ik eigenlijk andere verplichtingen? Nee, nee, en nee.

Op de laatste vakantiedinsdag lag ik tussen vier en zes in bed. Nu kon het nog.