#19 SCHOOL’S OVER

IMG_2888

 

Vandaag merkte ik behoorlijk dat ik in een klas vol meisjes zit (of zat, eigenlijk). Hoe harder het begon te onweren, hoe luider de gilletjes klonken. ‘Milou, wil je van plaats wisselen?’ Ik heb nog nooit gehoord van bliksem die door een open raam naar binnen komt, maar als ik er iemand mee kan helpen, waarom niet? Na het geschuif met zitplaatsen en de luidruchtigheid, heerste er na elven eindelijk rust in ons klaslokaal. Niet omdat er geconcentreerd aan de testen gewerkt werd. Nee, iedereen was vertrokken. Het jaar zit erop. Op de gang klonk nog een laatste uitroep: ‘Vakantie!’

#18 YOU NEVER KNOW

IMG_1936

 

Hierboven zie je al mijn geschiedenissamenvattingen van dit jaar. Het kost een hoop tijd om ze te maken, maar voor mij is het toch de beste manier van leren. Urenlang zwijgend boven de boeken hangen is niets voor mij. Laat mij maar schrijven. En dan bedoel ik écht schrijven. Geen samenvattingen typen op de computer, daar schiet ik niets mee op. Ik heb het idee dat wanneer ik iets opschrijf, het dan in mijn vingers zit. Een beetje het boek-onder-je-kussen-idee: de informatie gaat via het boek naar je hoofd. In mijn geval hoop ik erop dat mijn hand weet wat hij moet doen op de test, omdat hij het antwoord al eens eerder opgeschreven heeft. Daarnaast onthoud ik door zo’n samenvatting een hoop, door de gekste dingen. Dan lees ik zo’n testvraag, en denk: ‘Oh ja, dit heb ik nog onderstreept/dat heb ik er op het laatste moment bijgeschreven/dat was op die pagina met die scheur erin/dit stond in die alinea die je bijna niet meer kon lezen omdat ik mijn theeglas erop had gezet.’ Die samenvattingen maak ik al drie jaar lang. In de eerste klas bewaarde ik ze, in de derde klas dus ook nog. Maar de reden waarom ik ze bewaar, is wel behoorlijk anders. In mijn brugklasjaar borg ik al mijn (keurig geschreven) samenvattingen netjes op nadat de test geweest was. Op chronologische volgorde zaten ze netjes in een multomap. Voor je weet maar nooit, en daarnaast omdat ik het niet over mijn hart kon verkrijgen om al dat werk in de papierbak te gooien. Dit jaar daarentegen, kwam ik er op de één-na-laatste schooldag pas achter dat er zich zo’n 30 A4-tjes schuilhielden achterin mijn boek. Zonder moeite gooide ik ze weg. Aangezien ik geen geschiedenis heb gekozen voor volgend jaar, heb ik ze écht niet meer nodig. Behalve als foto van de dag, natuurlijk.

PHOTOGRAPHY: SCHOOL CONCERT

Woensdag- en donderdagavond ben ik druk aan het fotograferen geweest. Jaarlijks organiseert mijn school een concert, waarvoor iedereen zich kan opgeven. Na audities blijven er zo’n zestig supermuzikale mensen over. Zij vormen dansgroepen, duo’s, trio’s en bandjes en met hun acts worden twee avonden gevuld. Ook voor de fotografie kon je je opgeven, en dat is wat ik gedaan heb. Een superervaring, dat was het. De sfeer tijdens de repetities, backstage en tijdens de voorstellingen is heel leuk. Doordat ik er als fotograaf bij was, heb ik dit allemaal meegemaakt. Daarnaast heb ik weer heel veel geleerd over concertfotografie – dat had ik namelijk nog nooit eerder gedaan. De twee avonden bestonden voor mij uit extreem veel heen en weer lopen, hurken, op mijn tenen gaan staan, lenzen wisselen (in het donker! Jongens, dat is lastig!!!). Ik fotografeerde aan één stuk door, af en toe mijn adem inhoudend om de camera zo stil mogelijk te houden. Terwijl ik de foto’s aan het inladen was, kon ik al zien dat er best wat mooie plaatjes tussen zaten. Nou kan ik natuurlijk niet al deze foto’s gaan plaatsen. Ten eerste omdat ik het dan wel netjes zou vinden om toestemming te hebben van de mensen die er op staan. Ik heb denk ik zo’n 60 mensen gefotografeerd, dus hen allemaal benaderen zou nogal veel werk zijn. Ook zouden het nogal veel foto’s zijn, om hier te plaatsen. Naast het fotograferen van alle artiesten, heb ik ook veel sfeerfoto’s gemaakt. Deze wil ik graag met jullie delen!

IMG_9356

IMG_9352 IMG_9350 IMG_9346

IMG_9265 IMG_0362IMG_0021IMG_0097IMG_0068IMG_0065IMG_0382IMG_9974

CONVINCING WORDS

IMG_8057

Ik zit nu in de derde klas. Eigenlijk heeft dit jaar één centraal thema, namelijk de profielkeuze. Aan de ene kant vind ik het wel leuk. Ik kan de vakken kiezen die ik het liefste doe, zit niet meer in een vaste klas en die afwisseling spreekt me wel aan. Aan de andere kant is het ook wel erg lastig. Want wat nou als je bijna alles ‘wel leuk’ vind? Ik besloot om maar gewoon de vakken te kiezen die me het meest aanspraken. Maar ook dat bleek geen optie: bij bepaalde profielen horen bepaalde vakken, of je die nou leuk vindt of niet.

Ik ben niet de enige die het lastig vind. In mijn klas wordt er natuurlijk veel over gepraat en ook met vriendinnen heb ik het er vaak over. Wat is leuk, wat is verstandig? Welke oudere broer of zus heeft nog een nuttig advies? Laatst zat ik met een vriendin te kletsen en ook toen kwam het onderwerp weer ter sprake. Ze had eindelijk een idee wat ze wilde. Vol enthousiasme begon ze te vertellen. ‘En dan kies ik dus dit, en dit en dat erbij.’ Ik bekeek haar lijstje. ‘Oké, ja leuk! Maar je mag nog een vak kiezen, hè?’ Ze keek verbaasd. ‘Hoezo, nog een vak?’ Ik keek nog eens en telde. ‘Je hebt nu zes vakken gekozen, maar het worden er straks zeven.’ Ze maakte een wegwuivend gebaar met haar hand. ‘Oh, dat hoeft van mij niet hoor. Ik vind zes wel genoeg!’ Tsja, als het eens zo makkelijk was…

Deze week begonnen de voorlichtingen per vak. Elke leraar houdt een praatje over zijn of haar vak. De opbouw kan ik inmiddels dromen. Eerst het vak inhoudelijk: welke onderwerpen worden behandeld, verandert er veel ten opzichte van de onderbouw? Dit onderdeel verschilt per vak, aangezien de inhoud van elk vak anders is. Maar dan volgt er een soort promotiepraatje, en die komen eigenlijk allemaal op hetzelfde neer. Een greep uit de uitspraken:

‘Dit vak is anders dan de andere vakken.’ (Ja inderdaad. Alle vakken hebben een andere naam en gaan over een ander onderwerp. Dat is een bekend feit.)

‘Je hebt er heel veel aan om dit vak te kiezen.’ (‘Maar meneer, het is in principe voor geen enkele studie verplicht, toch?’ ‘Nee… nee, dat is waar.)

‘Het is écht van groot belang dat jullie hier heel goed en serieus over nadenken. Het is een hele belangrijke keuze, voor de rest van je leven.’ (Bedankt voor deze geruststellende woorden.)

‘Dit is wel echt een vak waar je je best voor zal moeten doen.’ (Wat denken ze dat ik daarop ga zeggen? ‘Oh, laat dan maar zitten.’?)

‘Dit vak zou eigenlijk voor iedereen verplicht moeten zijn.’ (Maar dat is het niet. We moeten kiezen. Daarom bent u hier, weet u nog?)

Ook vanuit mijn klas kwamen opmerkingen waar ik af en toe om heb moeten lachen.

‘Krijg je veel huiswerk?’

‘Ik weet het echt niet, hoor. Ik wordt wel gewoon zwerver.’

‘Welke docenten krijg je waarschijnlijk?’ (Die knappe aardige of die oude chagrijnige?)

‘Kan je het nog laten vallen?’

Oh, we hebben ook zo’n fantastische werkhouding, en zijn zo gemotiveerd met z’n allen!

Naast bovenstaande uitspraken kwamen al mijn docenten met een overtuigend verhaal. Even sloeg bij mij de twijfel toe. Had ik niet te vroeg gekozen? Maar wanneer ik dan dacht aan nóg drie jaar aardrijkskunde, of zeven uur wiskunde in de week… Dan wist ik het weer. Gisteren was het zover. Ik was bij iedereen langs geweest: mentor, decaan, leerlingencoördinator, roostermaker, docenten. Ik had goed over mijn keuze nagedacht en besloot het nu maar in te leveren. Dan was ik er vanaf. Ik gaf het formulier aanmijn mentor. Ik heb nooit wakker gelegen van deze keuze, maar toch luchtte het wel op. Ik ging zitten. ‘Zo, ben je eruit?’ vroeg een klasgenoot achter me. ‘Ja,’ zei ik, en ik vertelde wat ik had gekozen. ‘Oké, mooi profiel hoor. Maar wat wil je eigenlijk worden later?’

Ik besloot om maar even niets te zeggen.

L’ÉCHANGE

scan

Een tip voor als je ook ooit zo’n collage wilt maken: check eerst of de Belgische vlag nou rood-geel-zwart is of zwart-geel-rood. Het zou je een hoop tijd kunnen besparen. ;)

Na een tijdje heen en weer gemaild te hebben was het zover: de uitwisseling met Frans. Met het vak Frans, bedoel ik. De correspondenten waren Belgisch, uit het Franstalige deel. Voor de uitwisseling van één dag kwamen ze naar mijn school toe. De eerste drie uur zat ik gewoon in de klas. Op de helft van het derde mochten we gaan, maar het leek onze docent beter om meteen te vertrekken. ‘Anders zouden we de les toch alleen maar verstoren.’ Hij zou wel eens gelijk kunnen hebben.

Ik wachtte samen met de anderen in de aula, met uitzicht op straat. Er kwam een bus aanrijden. De spanning steeg. De deur ging open. ‘Jaaa, daar komen ze! Oh, ze zijn allemaal veel ouder. Kijk, kijk! Ik zie de van mij al!’ Rustig, lieve klasgenootjes. Het zijn mensen, geen aapjes in een kooitje. Met z’n allen liepen we naar buiten. Het leek wel geregisseerd. Uit het andere gebouw kwam een groepje leerlingen, wij voegden ons bij hen. Samen stelden we ons op tegenover de Belgische uitwisselingsstudenten, die op een kluitje bij elkaar stonden. Er zat ongeveer vijf meter plein tussen ons in. Ik besloot me eens heldhaftig op te stellen en stak over.

Al snel had ik mijn e-mailvriendin gevonden. Laat ik haar Cecile noemen. Ik tikte haar op de schouder. ‘Bonjour…. j’ai….. tu as…. mijn hemel, euhmm….’ Op papier is mijn Frans behoorlijk. Ik kan mijn hele dagprogramma opschrijven, vertellen over shopsessies (in kledingwinkels of supermarkten), op reis gaan met de trein, het vliegtuig of met de auto. In theorie dus, hè. In de praktijk bleek het allemaal wat anders en moest ik het eerste half uur steeds 30 seconden nadenken voordat ik iets zei. Er vielen dus behoorlijk wat stiltes. ‘C’est un petit peu…’ Ik zocht naar het goede woord. Cecile glimlachte verlegen. ‘Embarrassement?’ ‘Oui.’

Ik en een groepje klasgenoten gaven onze correspondenten een rondleiding door de school. Met z’n alleen hadden ze een stuk meer praatjes, dat bleek wel. Constant had ik het idee dat ze over ons praatten en ons stiekem uit aan het lachen waren. In gebrekkig Frans probeerde ik wat te vertellen over de school. Ici, c’est le couloir pour les cours exactes. Biologie, chimie, physique… De vleugel van de exacte vakken heeft een afgrijselijke gifgroene vloerbekleding. Het doet bijna pijn aan je ogen. Het wordt ook wel ‘de groene hel’ genoemd. Maar ja, leg dat maar eens uit in het Frans. L’horreur vert?

Er stonden verschillende dingen op het programma, onder andere spelletjes. We speelden pesten en deden ‘Wie is het?’ (‘Tu est un garçon? Tu as un chapeau?’) Ook deden we een soort hints, maar dan met plaatjes. Op één van die plaatjes was Kuifje, ook wel Tin Tin, te zien. Al snel kwamen ze erachter dat ik Milou heette, net als, jawel: het hondje van Kuifje. In België heet hij geen Bobbi. Vroeger had ik een t-shirtje van het witte hondje. Daarnaast stond ‘Milou’. Ik was er heel trots op. Deze specifieke dag iets minder.

Je kon er donder op zeggen dat het volgende ging gebeuren. Het was alleen even afwachten wanneer. Tijdens een creatieve opdracht was het zover: we leerden onze correspondenten de woorden die niet in de lesboeken staan (en vice versa). We hielden het nog behoorlijk netjes, hoor. ‘Tu est un pannenkoek.’ ‘Oui, oui, je connais ça! C’est…’ Hij keek nadenkend naar zijn buurman. ‘une crêpe!’ Dat snapten ze natuurlijk niet. Waarom zou je iemand noemen naar iets wat je op kunt eten? We hadden niet echt zin om de hele gebeurtenis met Marco van Basten uit te leggen. Volgende woord. ‘Tu est un koekwaus!’ Tot nog niet zo lang geleden kenden de meeste Nederlanders dit woord ook niet, denk ik. Tot de New Kids het introduceerden doormiddel van hun films. (Behalve het woord koekwaus hebben die films niet echt een goede indruk achtergelaten over Brabant. Even voor de duidelijkheid: we zijn niet allemaal zo. ;)) Onze Franse correspondenten leerden ons ook wat van hun vocabulaire. We zijn er alleen nog steeds niet achter wat het allemaal precies betekent. Uit voorzorg gebruik ik hun termen dan ook maar niet.

Na een sportieve activiteit namen we afscheid. ‘Bon voyage, et au revoir à deux semaines!’ Vele meisjes schrokken toen hun (mannelijke) correspondenten hen zoenden bij het afscheid. Oh ja, dat is heel normaal in Frankrijk (en in België dus blijkbaar ook). Maar toen één van de Nederlandse meisjes haar correspondent een derde zoen wilde geven, werd het écht een luchtkus. Ze was even vergeten dat drie maal alleen in ons landje de gewoonte is. De jongen in kwestie heeft het denk ik nooit geweten – hij was al weg.

* Fouten in de Franse (en/of Nederlandse) teksten voorbehouden.

PICTURE THIS: DON’T JUDGE A GIRL BY HER SHOES

IMG_7848

Een grijze maandagmorgen, ik zat bij Duits. ‘Konrad Ardenauer ist vielleicht der bekannteste Deutsche Bundeskanzler. Nach dem Abitur…’ Tot hier ging mijn concentratie. Ik keek uit het raam, waar zojuist een hele bups achtste groepers het brugklasgebouw inliep voor een rondleiding. ‘Waarom heeft ze die schoenen aan?’ sprak mijn vriendin naast me. Mijn oog viel op een meisje dat op flinke hakken naar binnen wiebelde. Dat vroeg ik me nou ook af, want 1. Het is koud. Zulke schoenen zijn niet leuk als het koud is, al helemaal niet wanneer je, net als dat meisje, er met blote voeten in zit. 2. Ik ben van mening dat je eerst op hakken moet leren lopen voor je ze daadwerkelijk gaat dragen. Dat scheelt je waarschijnlijk een hoop gênante momenten. (Ik spreek uit ervaring.) (Trouwens, iedereen moet het ook lekker zelf weten, hoor. Ik geef slechts mijn bescheiden mening.)

Ik wendde me weer tot mijn vriendin. ‘Ach ja, zij dacht waarschijnlijk: ik ga voor het eerst naar de middelbare school. Laat ik mijn hakken aan doen.’ En dat snap ik ook wel. Toen ik op al die scholen ging kijken zorgde ik ook dat ik een grote tas bij me had. Het enige wat erin zat waren koekjes en een pakje Dubbelfris. Maar het zou mij niet gebeuren dat ik daar de hele tijd mee in mijn hand moest lopen. Dat was niet cool, vond ik destijds. In de eerste klas wist ik niet hoe snel ik weer van die grote tas af moest komen, maar dat even terzijde.

‘Maar Milou, zij zit hier al op school, hè. In de derde. Ze gééft de rondleiding.’

Oh.

Zo zie je maar: je moet nooit boeken op hun kaft beoordelen. En meisjes niet op hun schoenen.

PICTURE THIS: DISTRACTION

IMG_7436

Met goede moed sla ik mijn boeken open. Niet voordat ik een tweet eruit heb gegooid: ‘En nu maar eens écht beginnen met leren. #letsgetthispartystarted.’ Zo. Nu weet iedereen dat ik druk bezig ben en ze me absoluut niet mogen storen. Ik schuif mijn telefoon aan de kant en begin te lezen. Doodse stilte, op het getik van mijn klok na. Tik. Tik. Oké, de abc-formule. De discriminant is b kwadraat min vier ac. Tik. Tik. En dan is x… Tik. Tik. min b min wortel d of.. Tik. Tik. Tik. TIK. TIK!!! Argh! Zo kan ik echt niet leren. Tijd voor een achtergrondmuziekje.

Iets later dan gepland begin ik aan Engels. Ik moest die muziek eerst nog opzoeken en dat heeft gewoon even tijd nodig. Niet alles is geschikt. Liever geen radio, die reclames tussendoor zijn vreselijk irritant. Het moet ook niet te druk zijn, of heel erg in je hoofd blijven hangen. (‘Hey, ho, there she goes, she thinks she’s made of candy-eheh!’ Niet erg bevorderlijk voor de concentratie.) Uiteindelijk bleek helemaal niets uit mijn muziekbibliotheek geschikt. Waar had die vriendin het nou laatst over op Facebook? Even opzoeken. Toen bleken er een paar mensen jarig te zijn, ja, dan is het wel zo leuk om die even te feliciteren. En dat er dan iemand een paar dringende vragen heeft over wiskunde, daar kan ik natuurlijk ook niets aan doen. En om het nou af te kappen terwijl we morgen die test al hebben…

IMG_7433

Maar goed, Engels dus. Ik leer dat altijd via Wrts, en om dat te kunnen doen is het onvermijdelijk om mijn laptop open te slaan. Een gevaarlijk moment dus, aangezien het internet de allergrootste afleiding is van het leren. Maar blijkbaar ken ik mezelf en heb ik Google ingesteld als mijn startpagina. Zes letters op een wit scherm, dat kan ik nog wel weerstaan. Bij Engels stuit ik op vage definities. Letterlijk vertaald: ‘de kamer die een grote kom met een stoel bevat, verbonden met een waterpijp, die je gebruikt wanneer je het afvalmateriaal uit je lichaam kwijt moet raken.’ Dat is wel een heel ingewikkelde manier om een toilet te beschrijven. Daarbij zijn er een hoop woorden die qua definitie erg op elkaar lijken. ‘A feeling of worry or fear, especially about the future’, ‘Worried or afraid that something unpleasant may happen’, ‘Worried and afraid’, ‘Worried or afraid’ (zoek de verschillen) ‘extremely afraid’ (maar dat is ook wel echt iets anders). (Even voor de duidelijkheid: ik verzin dit niet.) Je kan je dus voorstellen dat het op deze manier niet echt opschiet. Om niet te zeggen: echt níét opschiet.

IMG_7442

Maar ik blijk niet de enige. In de groepsgesprekken op What’s app worden wrtslijsten gedeeld en wiskundeuitwerkingen doorgestuurd. Twitter stroomt vol met geklaag. ‘De grootte van een sneeuwvlok is zo veel interessanter dan economie.’ ‘Oooohhhh ik moet nog zo veel leren maar heb zo weinig tijd!’ (ga leren dan, en niet je tijd verdoen aan Twitter). Kom op nou jongens, zo moeilijk is het allemaal niet. Gewoon een kwestie van op tijd beginnen (al is het daar nu misschien wat laat voor), pauzes nemen tussen het leren (in plaats van leren tussen de pauzes) en goed voor jezelf zorgen (mandarijntjes vind ik altijd lekker tijdens het leren. Al is chocola natuurlijk ook niet verkeerd). Maar ik mag eigenlijk ook niets zeggen. Blogposts schrijven kun je immers ook studieontwijkend gedrag noemen.

VIDEO: FOR LACK OF A BETTER NAME

Dus dit is zeg maar wat wij de hele dag doen op school… Nee hoor, alleen bij Cultuur. Voor het blok Animatie maakten we zelf een stop-motion filmpje. We begonnen met fotograferen. Althans, dat was de bedoeling, mijn camera was na vijf minuten leeg. De volgende dag was het dus zaak om in dezelfde kleren weer naar school te komen. Zo gezegd, zo gedaan. Maar ook Carmens houding moest overeenkomen. Na 320 foto’s, 12 overhemden en nogal wat kramp (‘Nog heeeeel even blijven staan! Hand iets hoger. Nee, terug!’) waren we tevreden.  Toen volgde een middagje monteren, (virtueel) knippen en plakken en klooien met muziek. En dan is dit het eindresultaat. Hope you like it!

(Kleine waarschuwing: ben je geen fan van Yellow Claw, zet je geluid dan ietsjes zachter.)