#173 TOO LITTLE/LOTS OF TIME

IMG_2507

De houding van middelbare scholieren is rond deze tijd van het jaar (lees: bijna zomervakantie) te vergelijken met deze boeken: futloos en onderuitgezakt. Leerlingen nemen elkaar mee in hun val, want gezeur werkt aanstekelijk. Ze willen niet meer leren, niet meer werken. Maar het moet – is het niet van henzelf, dan wel van ouders of docenten. Strijders noemen zij zich.

(Na de strijd zijn ze misschien gesneuvelden. De tijd zal het leren.)

Die tijd is ook het probleem. Het teveel aan tijd zorgt voor een uitzichtloze situatie, waarin het nog eindeloos duurt voordat ze eindelijk vrij zijn. Anderzijds is er te weinig tijd. Te weinig om alles te begrijpen wat begrepen moet worden. En het ook nog allemaal te onthouden.

Sinds kort weet ik dat wanhopig zijn in deze situatie een keuze is. De andere optie: je doet gewoon een beetje rustig aan. Maakt een realistische planning, let eens op in de les. Niet te veel zeuren. En dan zijn die laatste twee weken zo voorbij.

#160 UNDER EXAM CONDITIONS

IMG_2368

Het was vroeg, maar toch ook rumoerig toen we de zaal in schuifelden. Tafels waren met militaire precisie in rijen gezet, op alfabet waren we ergens geplaatst. De examinator verhief zijn stem.  ‘You are now under exam conditions.’

Wat hield dat in? Dat je je klep moest houden, ten eerste. Dat je enkel een potlood en een gum bij je mocht hebben, en een waterflesje zonder etiket, want daar zou je natuurlijk zomaar wat Engelse woordjes op geschreven kunnen hebben. Dat je ID op de hoek van je tafel moest liggen, zodat ze konden checken of je wel was wie je beweerde te zijn. Het betekende een hoop plechtig gedoe over op welk moment precies je je booklet mocht openen, wanneer je de ruimte wel mocht verlaten en wanneer niet, op welk blaadje je wel mocht krabbelen in de kantlijn en op welke niet. Wat het voornamelijk betekende, was dat ik de hele dag testen moest maken, in de hoop op het halen van mijn FCE, First Certificate in English. 

We zaten in een zaal met zo’n honderd mensen. Er waren mijn klasgenoten, er waren leerlingen van andere scholen. Er was het meisje dat vroeg of je een gum mocht gebruiken. Er was de jongen die, nog voordat de test begonnen was, een vraag stelde over een van de laatste opgaven. Omdat het bij elk van de vier testen zo ging, vermoedde ik dat hij gewoon graag wilde laten zien dat hij heel slim was. Ik vond hem vooral heel irritant. Maar dit geheel terzijde.

Er was een enkele volwassene, ietwat verloren tussen al die pubers. Er was onze examinator, die zich af en toe zichtbaar ergerde aan al die pubers. En dan was er nog een meisje genaamd Milou, die dacht dat ze inmiddels wel wist hoe het allemaal zat en daardoor het formulier dat ze moest invullen niet echt meer las. Waardoor ze allerlei dingen in verkeerde vakjes invulde.

Ehm,’ begon ik, toen de examinator naast mijn tafeltje stond, nadat ik mijn hand had opgestoken. ‘I kind of messed it up.’ 

Okay, so who else has switched something up on their answer sheet? Raise your hand.’

Ik hield halfslachtig mijn arm omhoog.

‘Raise them high!’

Ik was vrijwel de enige en was op dat moment graag eventjes door de grond gezakt.

Maar voor de rest ging het allemaal goed.

#134 SOLDER

IMG_5735

Omdat wij van solderen houden.

(Nee, dat is eigenlijk niet waar. Want het is een enorm prutswerk en je bent steeds bang om je vingers te verbranden. Het stinkt en de geur verspreidt zich snel; de rest van de dag vraagt iedereen zich af waarom het hele schoolgebouw ruikt naar verschroeid haar. Jij bent een van de weinigen die het weet en al je kleren ruiken precies hetzelfde.

En dat je dan een nieuwe potmeter in je schakeling moet zetten omdat je de vorige hebt gemold door iets te veel enthousiasme met een schroevendraaier. Dit terwijl je niet eens weet wat een potmeter is, laat staan waarvoor hij dient. Ook snap je nog stééds niet waar je al die ellendige draadjes in moet pluggen omdat je leraar het telkens maar weer voor je doet, en jij dan net niet oplet en dan moet je het de volgende keer weer aan hem vragen en daarom zal je het nooit weten ook.

Ondanks dit alles probeer je de hilariteit van de situatie in het oog te houden. Daar word je dan weer heel melig van en dan ga je domme dingen doen. Iets met batterijen, plussen en minnen. En je vervolgens afvragen waarom er nergens een lampje gaat branden.

We soldeerden twee hartjes want dat lukte nog wel.)

Een en al liefde.

 

#133 INTO THE WILD

IMG_5733

Het was woensdagmorgen, rond de klok van half negen. Langs de oever van de Dommel stonden zo’n vijfentwintig leerlingen en één docent. Ook was er een schepnet aanwezig, dat natuurlijk van belang was bij wat we gingen doen. Voor biologie kwamen voor het eerst dit jaar in aanraking met de levende natuur, en wel door te gaan vissen. Met een schepnet, ja – ik heb het ook niet verzonnen.

Vandaag hoefden we alleen nog maar toe te kijken. Er was iets met stekelbaarsjes, dikkopjes en waterinsecten krioelend in een witte bak. Iets met vieze handen, en dat je je maar niet aan moest stellen want dat ging er allemaal wel weer af en ja, er zaten misschien wel bloedzuigers maar nee, die waren niet gevaarlijk. Voor het eerst sinds dagen was de zon weer te zien en ik bedacht me: zonder zon geen levende wezens, zonder levende wezens geen biologie. Dat het verhaal van de docent, omdat ik van die zon aan het genieten was, een beetje langs me heen ging, kon ik op die manier prima verantwoorden. (Bovendien viel het niet zo op. Achteraan staan tussen het hoge gras of vooraan zitten in een klaslokaal maakt veel verschil.) En eigenlijk sliep ik nog half. De warmte van de zon op mijn gezicht hielp me ontwaken.

#97 WOULD YOU PLEASE…

IMG_5408

Ik heb minstens honderd rondjes gelopen vandaag. Als het er niet meer zijn. Twee pauzes lang, heen en weer door hal A, samen met Babs. Meestal met de klok mee, soms ertegenin – we moesten natuurlijk niet misselijk worden. De reden voor deze gekkigheid is dat ik deze week schoolwacht heb, een fenomeen dat twee jaar geleden op mijn school geïntroduceerd is. Deze introductie ging gepaard met een uiterst serieuze en uitgebreide uitleg, die ik hier voor de duidelijkheid even zal plaatsen.

De taak van een schoolwacht is het creëren van een schone en veilige omgeving op school. Dit wordt bereikt doordat er elke pauze, op elke pauzeplek, twee schoolwachten aanwezig zijn. Elke vierdeklasser komt een keer aan de beurt. En deze week ben ik dus de lul.

De schoolwachten dragen felblauwe regenjassen waardoor ze goed herkenbaar zijn (en het erg warm krijgen in verband met het broeikaseffect dat plaatsvindt onder al dat plastic). Ze spreken leerlingen aan, met de vraag of ze hun afval op willen ruimen. En dan moet ik mezelf even corrigeren: wat voor afval dan ook. Of het nu van henzelf is, of van iemand anders.

Tijdens de introductie deden we een rollenspel, waarin een situatie werd nagespeeld die je als schoolwacht tegen zou gaan komen. Dit ging als volgt:

Schoolwacht 1: ‘Zou je dat alsjeblieft even op willen ruimen?’

Leerling: ‘Nee.’

Schoolwacht 2: ‘Zou je dat alsjeblieft even op willen ruimen?’

Leerling: ‘Nee.’

Schoolwacht 1: ‘Je hebt nu twee kansen gehad. Dit is je laatste kans. Zou je dat alsjeblieft even op willen ruimen?’

De nadruk wordt gelegd op het woordje ‘kans’. Het opruimen moet niet gezien worden als een verplichting. Nee, de leerling heeft daadwerkelijk de keuze om het wel of niet te doen. (Als je een derde keer ‘nee’ zegt, krijg je een registratieformulier en een twee uur durende strafmiddag. Maar dat terzijde.)

Vandaag heb ik gemerkt dat het er in de realiteit iets anders aan toe gaat. Wanneer ik naar een groepje leerlingen toeloop, zien ze me bijna altijd aankomen – ik ben dan ook moeilijk te missen met zo’n jas aan. Er klinkt een collectieve zucht: ‘Ah, nee hè…’ Ik houd me netjes aan het protocol en vraag aan één van hen: ‘Zou je dat alsjeblieft even op willen ruimen?’ Daarbij wijs ik naar een propje, verpakking, flesje drinken of ander willekeurig object op de vloer. ‘Waarom ik?’ hoor je het slachtoffer denken. (Soms zeggen ze het ook hardop.) Het slachtoffer kijkt vervolgens naar beneden en ziet het afval liggen. Dan kijkt diegene me recht in de ogen. Oeh, als blikken konden doden… Toch rapen ze het op, denkend aan de consequenties als ze het niet zouden doen. Briesend lopen ze richting de prullenbak. ‘Dankjewel!’ zeg ik met een grote glimlach.

Schoolwacht ben je niet voor je lol, en ook mensen aanspreken doe je liever niet. Maar er staan overal conciërges op de loer, die dingen zeggen als ‘Het mag wat actiever!’ of ‘Wees maar goed streng!’ Daarnaast ben je na tien keer ‘Ik zie, ik zie’ gespeeld te hebben, wel weer toe aan wat spanning en sensatie. Dus kies je toch maar iemand uit. Diegene ziet jou als verantwoordelijke voor zijn ellendige lot: iets opruimen. Iets wat vies is en bovendien nóóit van hem. Op deze manier ontstaat er een ‘ik pak jou nog wel’-houding, met alle gevolgen van dien.

Volgens mij heeft schoolwacht de school zeker schoner gemaakt. Maar veiliger…

#93 BEURRE DE CACAHUÈTE

IMG_9919

Vandaag was een dag van binnenpretjes. ’s Ochtends fietste ik naar school en hoorde ik iemand fluiten – een vette ‘fjietfjieuw’. Ik keek over mijn schouder en zag een man op een dak staan, een dakpan in zijn ene hand. De andere stak hij op. Hij zwaaide.

Ik denk niet dat het de gewenste reactie was, maar ik schoot keihard in de lach.

Weer thuis leerde ik Franse woordjes. De staking, de traan, de vrijlating, de kus. En toen: de pindakaas.

Vond ik ook weer erg grappig.

Ook was er ‘un annuaire’. Vertaling: een thematisch zoeksysteem op internet. (Ook wel Google, maar dat zou te makkelijk zijn, natuurlijk.) Vervolgens kwam ik tot de ontdekking dat ik nog behoorlijk veel moest doen in behoorlijk weinig tijd. Dat het dus nog een lange avond zou worden. En toen was het even klaar met de binnenpretjes.

#92 APPROXIMATELY

IMG_0356

Vandaag had ik een test levensbeschouwing. Zoals ik gisteren al zei: een test waarvoor veel mensen helemaal niet leren. Ik ben een beetje een controlfreak en deed het dus wel, maar de meesten gaan er blind in. Het lijkt namelijk niets uit te maken of je wel of niet leert. ‘Ik ga naar het casino vandaag’ is op mijn school een ingeburgerd begrip voor ‘vandaag heb ik een test levensbeschouwing’. Vijftig meerkeuzevragen, die afwisselend gaan over het christendom, de islam of een andere religie. Op de computer klik je de antwoorden aan waarvan je denk dat het ongeveer de goede zijn. Daarmee haal je ongeveer een zes of een zeven. En daar ben je dan ongeveer tevreden mee.

Ik kan me voorstellen dat je dit disrespectvol vindt klinken tegenover gelovigen en religie in het algemeen. Ongeïnteresseerd misschien ook. Dat is absoluut niet mijn intentie. Het gaat puur om het vak levensbeschouwing, of eigenlijk enkel om die test. Die is namelijk extreem vaag. Alles wat je tijdens de les hebt meegekregen over geloof en religie, lijkt er expliciet níét in terug te komen. Of op zo’n manier verscholen achter ingewikkelde vraagstellingen, dat niemand het er meer in terugziet.

En dus lijkt leren nutteloos. Met gezond verstand probeer je zo ver mogelijk te komen. Dat lukt meestal wel – dit maal was ik zelfs binnen twintig minuten al klaar. De resterende tijd vulde ik met het tekenen van figuurtjes in Paint. En dat was het dan weer voor vandaag. Ongeveer.

#90 COLD

IMG_9889

Ik heb het altijd koud in de testweek. Nu staat er sowieso vaak kippenvel op mijn armen, maar tijdens deze dagen is het nog net even iets erger. Meestal kan ik het weer wel de schuld geven, maar dat gaat op dit moment echt niet op. Het zal aan al dat geleer liggen, dan. Steeds weer lezen, samenvatten, begrijpen en inprenten – dat moet veel energie kosten. Energie die mijn lichaam normaal gebruikt om de boel een beetje warm te houden. Nu moet ik daar zelf maar voor zorgen. Tijdens het studeren verander ik geleidelijk in een soort sneeuwpop: ik trek een vestje aan, nog een trui eroverheen, sjaal erbij… Maar het wil niet baten. Dus wanneer ik dan eindelijk klaar ben (klaar met leren en kláár met leren), ga ik onder een warme douche staan. En word ik eindelijk weer een beetje warm.

#89 TABS

foto-9

Het is geen confetti wat je hierboven ziet. Absoluut niet – er komen niet bepaald feestelijke dagen aan. Na een heleboel leuke gebeurtenissen – toneelweek, een dagje naar Amsterdam – kon ik het vandaag niet langer ontkennen: morgen begint de testweek. Nederlands en natuurkunde staan als eerste op de planning. Ik besloot maar met het moeilijkste te beginnen – nadat ik mijn Binas had ontdaan van deze stickers, die aangeven op welke bladzijde ik de benodigde formules kan vinden. Dit is dan ook de enige aanpassing die je aan die Binas mag maken. Erin schrijven is uit den boze. Doe je het toch en wordt je betrapt, dan heb je een één. Deze dreiging zorgt ervoor dat ik met geen pen in de buurt kom van dat boek – ik zou er maar per ongeluk een streep in zetten die wordt aangezien voor een geheim geheugensteuntje. In werkelijkheid bladert de surveillant bij een test slechts vluchtig door je Binas heen. Of meneer of mevrouw kijkt überhaupt de klas niet in, te druk met de krant of eigen nakijkwerk. Geen probleem – dat levert de beste cijfers op.

(Grapje.)

(Nee serieus, ik en afkijken… Ik krijg al stress van het idee. Braaf hè?)

Ik besloot die plakkers er maar uit te halen. Als ik goed geleerd heb, ken ik alle formules  zo ongeveer uit mijn hoofd. En als dat niet zo is, gaan die verfrommelde tabjes me echt niet meer redden.

Dan is er nog Nederlands. Laatst mocht ik een column schrijven voor een cijfer. Voor de test moet ik helaas iets doen wat niet zo in mijn straatje ligt: woorden leren. Heel veel woorden. Ik kan het wel – behoorlijk goed zelfs, behoorlijk snel. Maar ik zie het nut er gewoon niet zo van in. Je stampt die woorden namelijk in je hoofd, schrijft er vervolgens zo veel mogelijk op je proefwerkblaadje… En de volgende dag ben je alles weer vergeten. Ik snap heus wel dat het ergens goed voor is. Het is een onderdeel van de algemene ontwikkeling. Het is goed om te weten wat ‘monetair’ betekent, of ‘coalitie’. Maar dan zijn er woorden als ‘pluriform’, ‘moratorium’ (niet te verwarren met mortuarium) en ‘nepotisme’… Laat ik het zo zeggen: er gaan dagen voorbij dat ik ze niet tegenkom.

Maar misschien ligt dat aan mij.

#51 CREATING MEMORIES

IMG_9433

De zware klapdeuren waren zwart afgeplakt en toen ik ze opende, straalde fel licht mijn richting in. Fotografie voor theater, dag twee. De dag waarop ik iets meer van me wilde laten horen. En dat deed ik. Ik zei wat ik wilde zeggen, nam wat meer tijd als ik dat nodig vond of vertelde dat het nu toch eigenlijk wel zaak was om een béétje op te gaan schieten. Ik gaf aanwijzingen, stelde vragen over het stuk en fietste weer met een camera vol foto’s terug naar huis.

En natuurlijk heb ik er heel erg van genoten. Ik weet niet hoe en waarom, maar ik word zo blij van fotograferen. Het fijne geluidje dat mijn camera maakt, het zoeken naar een mooi beeld. En dan achteraf een hele verzameling aan foto’s, waarvan ik soms denk: was ik daarbij? Heb ik dat zelf meegemaakt? Bij een opdracht als deze, komt daar nog iets extra’s bij. Door het maken van die foto’s heb ik de voorstelling vastgelegd waar de spelers en regisseurs  zo veel tijd en moeite in hebben gestoken, en hopelijk ook veel plezier aan hebben beleefd. Ik creëer als het ware een soort herinnering voor hen. En dat vind ik best een bijzondere gedachte.