#155 NITROGEN

IMG_6013

Ik beleefde na lange tijd weer eens een hele gewone schooldag.

Het leek ons een goed plan om nog wat voorbereidingen te treffen voor de luistertoets Frans.

‘Kan iemand even snel Stromae opzetten?’

Bij natuurkunde deden we een experiment met stikstof. Iemand vroeg waarom. ‘Omdat het leuk is.’

Wij mochten dus achterover leunen en gewoon toekijken hoe onze docent verschillende voorwerpen afkoelde tot zo’n -200℃. (Ik noem een tomaat, een tennisbal. Een gum. Het werden allemaal knikkers – die je niet aan kon raken, overigens, omdat je vingers eraan vast zouden vriezen.) We konden lachen toen de laatste restjes stikstof over de vloer gegoten werden en het klaslokaal daardoor in de set van een horrorfilm leek te veranderen, compleet met laaghangende mist die zich langzaam verspreidde. We hoefden geen conclusies te trekken of verbanden te leggen.

Blijkbaar waren de leerlingen niet de enigen die het allemaal niet zo serieus namen, vandaag.

#134 SOLDER

IMG_5735

Omdat wij van solderen houden.

(Nee, dat is eigenlijk niet waar. Want het is een enorm prutswerk en je bent steeds bang om je vingers te verbranden. Het stinkt en de geur verspreidt zich snel; de rest van de dag vraagt iedereen zich af waarom het hele schoolgebouw ruikt naar verschroeid haar. Jij bent een van de weinigen die het weet en al je kleren ruiken precies hetzelfde.

En dat je dan een nieuwe potmeter in je schakeling moet zetten omdat je de vorige hebt gemold door iets te veel enthousiasme met een schroevendraaier. Dit terwijl je niet eens weet wat een potmeter is, laat staan waarvoor hij dient. Ook snap je nog stééds niet waar je al die ellendige draadjes in moet pluggen omdat je leraar het telkens maar weer voor je doet, en jij dan net niet oplet en dan moet je het de volgende keer weer aan hem vragen en daarom zal je het nooit weten ook.

Ondanks dit alles probeer je de hilariteit van de situatie in het oog te houden. Daar word je dan weer heel melig van en dan ga je domme dingen doen. Iets met batterijen, plussen en minnen. En je vervolgens afvragen waarom er nergens een lampje gaat branden.

We soldeerden twee hartjes want dat lukte nog wel.)

Een en al liefde.

 

#44 Ω

IMG_4901

Door al die gezellige bètavakken die ik gekozen heb, moet ik regelmatig een practicum doen. Bij scheikunde gaat dat best goed. Je gooit wat vloeistoffen bij elkaar tot je een leuk brouwseltje hebt. Wat er daarna gebeurt is altijd een verassing. Soms klinkt er een knal, dan verandert er iets van kleur en af en toe begint je mengsel ineens als een gek te schuimen. Zaak is te proberen om hier niet al te veel van te schrikken en niets uit je handen te laten. Als dat je lukt, ben je er eigenlijk al.

Biologie is een ander verhaal. Vaak moet je preparaten maken, wat een nogal friemelig werkje is waar minuscule schaafjes, naaldjes en dekglaasjes aan te pas komen. Friemelige werkjes zijn niet zo aan mij besteed. Gelukkig werk je altijd in tweetallen, dus als mij het niet lukt, kan mijn partner het wel voor elkaar krijgen. Mocht je niet precies weten wat je moet doen, dan kijk je gewoon hoe je buren het aanpakken. Je besluit om te doen wat zij doen, of juist compleet het tegenovergestelde. En dan komt het meestal wel goed.

Maar dan is er natuurkunde. Bij dat vak doe je de meeste practica en ook vandaag was het weer feest. Vooraan in de klas staan karren met benodigdheden. Je pakt van alles eentje en loopt vervolgens nog drie keer heen en weer omdat je van het ene drie exemplaren nodig hebt, en het andere helemaal niet hoeft te gebruiken. (‘Waarom ligt het er dan?’, wil je weten? Om ons in de war te brengen, denk ik.) Je probeert met al die schakels, lampjes, weerstandjes en draadjes een opstelling te maken die enigszins lijkt op het plaatje. Dan moet alles verbonden worden met kabeltjes. Er zijn rode en blauwe. Waar de rode horen en waar de blauwe is altijd weer de vraag. En dan heb je het eindelijk uitgevogeld, en herinner je je dat het eigenlijk helemaal niets uitmaakt. Want het zijn precies dezelfde kabeltjes, enkel met een ander laagje verf.

Meestal duurt het een kwartier en vele vragen voordat mijn partner en ik snappen wat we moeten doen. Maar nu wisten we het – het was allemaal duidelijk. IJverig sloegen we aan het meten en rekenen. Wat waren wij goed bezig. ‘Zo klopt het, toch?’ vroeg mijn practicumpartner uiteindelijk aan de docent, meer als retorische vraag. Hij boog zich over de getalletjes, mompelde wat. ‘Nee.’ sprak hij, net iets te vrolijk voor de situatie. (Maar hij is eigenlijk altijd vrolijk, dus ik kan het hem niet kwalijk nemen.) Gelukkig had ik het uur erna filosofie. Zolang het goed onderbouwd is, klopt je antwoord daar altijd.