#195 FINAL DESTINATION

DSC00243

Via Amsterdam, Dubai en Jakarta zijn we aangekomen in Dempassar. Vanaf daar hobbelen we over de linker weghelft richting de eindbestemming: Ubud. In het busje ruikt het naar gebakken rijst en de chauffeur kletst honderduit. Ik luister niet echt. Ik ben moe en kijk liever wat uit het raam, nieuwsgierig naar waar ik terecht ben gekomen, na zo’n dertig uur reizen.

Ook hier is het avond. We delen de weg met busjes en vele scooters, die overal tussendoor schieten. Regelmatig wordt er geclaxonneerd – naar niemand in het speciaal, zo lijkt het. De straten zijn gehuld in een gelige gloed, af en toe gemengd met het blauw-witte licht dat vanuit een Mini Mart naar buiten schijnt. We verlaten de stad. Na twintig minuten op één lange weg, nemen we een afslag. De straatjes worden smaller, stiller en donkerder. Alleen de koplampen verlichten de weg. Uiteindelijk kan ik niet meer dan vage vormen onderscheiden vanaf de achterbank van het busje. De enkele beeldentuinen die we passeren krijgen daardoor een ietwat spookachtige uitstraling: alsof tientallen mensen je staan op te wachten in de berm.

Op het moment dat ik denk dat er niets meer komt, blijken we er te zijn. Achter een haag van bamboe bevinden zich paadjes en trapjes die ons naar de slaapplaats leiden. Lang gras kietelt mijn enkels, een kikker springt voor mijn voeten weg. We drinken thee, die me zo mogelijk nog slaperiger maakt dan ik al ben. Gelukkig hoef ik er niet meer tegen te vechten. Ik kan gaan slapen – in een echt bed, zelfs.

#194 LOSING TRACK OF TIME

DSC00233

Tijdens lange reizen verlies ik ieder besef van tijd. Uren of zelfs dagen vervagen tot één wazige periode, die ik doorbreng in een coconnetje van dekens, films, flauw vliegtuigeten en de winegums die daarvoor in de plaats komen. Het lijkt er altijd nacht te zijn. Meereizend met de tijd is het buiten daadwerkelijk constant duister. Soms wordt deze duisternis echter gecreëerd, inclusief kunstmatige sterren op het vliegtuigplafond en een vijf minuten durende zonsopgang aan het einde van de vlucht. De gezichten van hen die niet kunnen of willen slapen, worden verlicht door blauwige schijnsels van de schermpjes waar ze zich toe richten.

Op grote luchthavens lijkt tijd sowieso een relatief begrip, met passagiers die uit elke mogelijke tijdzone komen, of er juist naartoe gaan. Niet zelden heb ik er mensen zien proosten met een biertje, terwijl ik nog moest ontbijten.
Momenteel bevind ik me op een vliegveld in Dubai, wachtend tot de reis voortgezet kan worden. Ik kan niet met zekerheid zeggen hoe laat het is.

Volgens mijn iPad is het 00.20
Volgens mijn horloge is het 01.22
Volgens mijn mobiel is het 02.20

Wat ik wel zeker weet, is dat het echt donker is, buiten. Waarschijnlijk is het al middernacht geweest. Toch zijn de immense gangen hier gevuld met mensen. Toch kan je hier nog gouden kamelen kopen, een waterpijp, of frozen yoghurt, ongeacht het tijdstip. Het ritme van de dagen lijkt niet meer onderhevig aan de opkomst en ondergang van de zon. Maar ik denk dat de zon – of eigenlijk haar afwezigheid – momenteel juist de verklaring is voor de nachtelijke activiteit in Dubai. Want het is ramadan, waardoor voor een heleboel mensen – op reis of niet – de nacht een beetje dag wordt.

#187 OH MY LORD

DSC00140

Op maandagavond was ik in het concertgebouw in Amsterdam. Er was geen gebruikelijke, klassieke uitvoering, maar een film, begeleid met live muziek. Het koor en het orkest waren indrukwekkend en het was een speciale ervaring, maar ik vond het vooral ook heel grappig. En dat lag aan de film.

Heb je The Lord of the Rings ooit gezien? Ik niet – tot deze avond. Waarschijnlijk overbodig, maar toch: het gaat over een ring, die gevaarlijk is voor alle mensen op aarde (en voor alle elfen, trollen, hobbits en andere mythische wezens). De ring kan alleen vernietigd worden door hem in een vulkaan te gooien. Klein detail: waar ik het verhaal in twee zinnen kan samenvatten, zijn er in realiteit drie vuistdikke boeken over geschreven. En vervolgens drie films over gemaakt. Van elk drie uur.

Nee, bij die vulkaan kwamen ze niet zomaar. En dat heb ik geweten – het verhaal sleepte eindeloos voort, wat maakte dat ik regelmatig mijn concentratie verloor. Gefascineerd keek ik dan naar de muzikanten. Naar de strijkers, die met zo veel waren dat ik me afvroeg of het zou opvallen als er eentje helemaal niets deed. Naar de volwassen koorzangers die wel een liedboekje hadden, terwijl de kinderen het zonder moesten doen. En dat ik eigenlijk helemaal niet begreep wat ze nou zongen, maar dat het toch mooi klonk.

(Inmiddels snap ik waarom het met niets zei: de liedteksten zijn geschreven in de taal van Middel-Aarde. Dûh.)

(Zouden de leden van het koor een lesje Middel-Aards hebben gehad, voorafgaand aan het concert?)

Het bleek dat ik rustig een paar minuten kon afdwalen, om vervolgens mijn aandacht weer op de film richten en te constateren: oh, er is eigenlijk niet echt iets gebeurd. De rest van het publiek was wel erg geboeid door de film. Ik denk dat ze het dus niet erg op prijs gesteld hadden als ik in lachen uit was gebarsten bij de zoveelste sentimentele stilte. Bij het horen van het woord ‘Mordor’, ‘Isildur’ of ‘Mithril’. Bij het zien van weer een nieuwe groep slijmerige wezens die een hoek om kwam stormen. Drie uur lang hield ik me gedeisd.

The Lord of The Rings was wereldwijd een enorm succes, en nog steeds. Maar mijn ding is het niet. Waar het aan ligt kan ik niet precies benoemen. Fantasy kan ik namelijk wel waarderen: Harry Potter, The Hunger Games, ik heb het allemaal gelezen en gezien, met plezier. Of ik de overige twee films uit de Lord of the Rings-reeks ooit zal kijken, vraag ik me af. Maar oh my Lord, toen ik eenmaal in de auto zat, op weg naar huis… Wat heb ik gelachen.

#186 IF ALL ELSE FAILS

DSC00131

Ik probeer elke dag een mooie, interessante of op z’n minst verassende foto te maken. Het liefst één waar een verhaal bijhoort, of waar een mogelijkheid is om het te verzinnen. Er zijn dagen waarop ik op het punt sta naar bed te gaan, en dan besef dat ik nog geen foto heb gemaakt. Vervolgens zijn er een paar scenario’s.

1. Ik ga alsnog op zoek naar een foto. Dit resulteert meestal in een lekkere puinzooi op mijn kamer, die ik op dit soort momenten gebruik als fotostudio. Het komt erop neer dat ik telkens dingen verplaats omdat ik ze wel of juist niet in beeld wil hebben. Het duurt dan nog wel even voordat ik het goed vind. Bovendien vergeet ik vaak de tijd en zo ik lig steevast een uur later in bed dan gepland.

2. Ik ga toch naar bed en maak daar een foto. Dat ziet er dan ongeveer zo uit:

IMG_6147

IMG_5435

IMG_5203

3. Het laatste scenario, if all else fails: ik bekijk de foto’s die op mijn camera of telefoon staan. Dan kom ik bijvoorbeeld de fantasieloze foto van de zonsondergang tegen, die ik vandaag maakte. En dan neem ik daar genoegen mee, want ik ben moe en een foto is een foto. Wanneer ik een paar dagen later door het mapje ‘Project 365’ scroll, denk ik daar iets anders over. Maar dan is het al te laat. Ik kan ervan balen, maar aan de andere kant: wat is één foto op de 365? Bovendien is er elke dag weer een nieuwe kans op iets waar ik wel tevreden mee ben.

#185 WE

DSC00111

‘We’ is bij uitstek het meest gebruikte persoonlijk voornaamwoord deze dagen, en dat heeft alles te maken met het WK voetbal. ‘We’ hebben gewonnen van Spanje, Mexico, Chili en Costa Rica. ‘We’ hebben de halve finale bereikt en uiteindelijk worden ‘we’ wereldkampioen. We halen al wat oranje is van zolder, kijken gezamenlijk op grote schermen en zijn voor de wedstrijd zenuwachtig alsof we zelf moeten spelen. Iedereen maakt deel uit van de ‘we’ – met zijn allen staan we achter oranje. Of je dat nou leuk vindt of niet.

(Wanneer de resultaten tegenvallen hebben ‘zij’ verloren, dat snap je.)

Het fascineert me. Hoe een land -wat zeg ik, vrijwel de hele wereld – zo in de ban is van voetbal. Hoe mensen veranderen in schreeuwende, joelende of huilende personen – en dat door een spelletje. Want dat is wat het is. Nee, zo moet ik het eigenlijk niet zeggen. Dat is wat het ooit wás: een spelletje waarbij tweeëntwintig mannen achter een bal aan rennen. Maar inmiddels is het zoveel meer. Voor sommigen is het hun baan, voor velen hun kans om er een te krijgen. En het creëert momenten waarop ongeveer iedereen met een tv naar hetzelfde beeld kijkt, waar ook ter wereld. Ondertussen zijn er misschien problemen in hun levens, is er misschien verdriet, oorlog of een uitzichtloze situatie. Maar vanaf het moment dat de aftrap genomen wordt, is dat even niet belangrijk. Dan kijken we voetbal. En of we winnen of verliezen, is dan het enige wat telt.