Tot twee jaar geleden had ik nog nooit gezeild. Nu zou ik het niet meer willen missen. Die hele week in Friesland is natuurlijk super, met allemaal leuke mensen en veel lol trappen tot behoorlijk laat. Het zeilen zelf is echter het allerleukst. Blij zijn als een bepaalde manoeuvre helemaal goed gaat, heel hard varen en vooral merken dat ik steeds beter weet waar ik mee bezig ben. Vorig jaar totaal niet het geval, dit jaar gaat het al best goed. En dat is gewoon heel leuk. Dit alles terwijl de zon op je gezicht schijnt en er een heerlijke wind waait. Meestal dan. Vandaag was het anders. Laten we zeggen dat de mooiweerzeilers binnen bleven. ’s Ochtends ging het nog wel. Niet de strakblauwe lucht van de vorige dagen, maar het was nog droog en de wind was aanwezig. Het werd Sloten vandaag, daar legden we rond een uurtje of één aan. Met drie boten naast elkaar, dus het duurde wel eventjes voordat alles helemaal strak lag. Eenmaal in Sloten aten we een frietje. (Dus geen patat, zoals onze roomies het noemen. Ik neem hun harde g en r een beetje over, maar friet blijft friet.) Vervolgens liepen we, in onze übercharmante zeilpakken, zoals ik gisteren al vertelde, naar de supermarkt. Daar kochten we wat lekkers, en een roze vliegenmepper. Je had ‘m misschien al gespot hierboven. Tot nu toe fungeerde Barbara’s slipper als dodelijk wapen voor die beestjes. Geen prettig gezicht, al die geplette insecten op je zool. Daarom kochten we die vliegenmepper. En deels ook omdat hij roze was. Het tweede deel van de dag was echt een beetje afzien. Het was gestopt met zachtjes regenen, onze zeilpakken waren doorweekt. En het was zo koud. Niet echt bevorderlijk voor de concentratie en al helemaal niet voor ons humeur. Onze instructeur is best een diehard (doorzeilen terwijl het sneeuwt, dat soort gekkigheid), maar toonde gelukkig begrip. Soms kwam er een lachbui opzetten, wanneer we even inzagen dat het niet echt erger kon worden dan dit. Niet natter, niet kouder. (Of eigenlijk wel, bedacht ik me na dat sneeuwverhaal). In ieder geval: het kwam allemaal wel weer goed. Eenmaal onder de douche, voelde ik alleen maar prikkels op mijn huid in plaats van warm water. ’s Avonds keken we in onze dikste truien een film. Iets teveel op mannen gericht, naar mijn smaak (vooral veel geweren, bloed en seks). Maar wanneer meer dan de helft van de kijkers ook man is, kan je natuurlijk niet met een chickflick aan komen zetten.
#67 GIRL TROUBLE
Een snelle blik door de gordijnen beloofde dat het weer een mooie dag zou worden: de zon scheen en de vlaggen op de steiger wapperden uitbundig. Na het ontbijt volgde het twijfelmoment waar ik de hele week mee te maken zou gaan hebben: lange broek, of korte broek? Lang is fijn, want lekker warm. Maar wanneer er water door die boot loopt en je de hele dag in een natte spijkerbroek rondloopt ben je niet blij. Dan is een korte broek juist weer handig. Bij voorkeur zo’n bikinishort, die drogen namelijk lekker snel. Nadeel van een korte broek: je krijgt het snel koud. Dan heb je wel een zeilpak wat heerlijk zit. Maar wanneer je daarin door zo’n Fries dorpje loopt voel je je nou niet echt op je mooist. En ja, dat maakt wél uit, ik blijf natuurlijk een meisje. Natuurlijk liep ik deze week nog door Sloten in mijn zeilpak – verkeerde keuze gemaakt. Middagpauze hielden we weer in een weiland. Heerlijk om daar een beetje te liggen in het gras en te genieten van de zon. Klein nadeeltje: weilanden hebben geen toilet. Nog meer girl trouble – op zo’n moment had ik echt graag een piemel gehad. Excuse my French, maar het is zo waar. Als jongen plas je van het voordek als je echt heel nodig moet. Ik als meisje moet het doen met een heel klein struikje, waarachter je in een erg oncomfortabele houding je behoefte doet terwijl er minstens vijf rietstengels in je billen prikken en er ondertussen net zoveel boten zijn langsgevaren. Oké, je snapt mijn punt nu denk ik. ’s Avonds speelden we, net als vorig jaar, trefbal. Cursisten tegen instructeurs. De uitslag was, net als vorig jaar, erg verassend: we werden keihard ingemaakt. Sommige jongens zorgden er nog voor dat we niet compleet kansloos waren. Ikzelf ben gewoon echt niet goed in trefbal. Mijn tactiek is erg druk bewegen zodat het lijkt alsof je heel fanatiek bezig bent. Wanneer ik ongehoopt toch een bal in mijn handen krijg, speel ik hem snel door naar iemand die wel hard kan gooien. Tijdens het voetballen (wat we ook nog deden) idem dito. Al dat gehobbel zorgde er wel voor dat ik ’s avonds als een blok in slaap viel.
#66 THE BASICS
Vanochtend om acht uur ontdekten we met welk nummer we de komende dagen wakker gedreund zouden gaan worden. Op de heenreis hadden Merel en ik het er al over gehad, en mijn voorspelling klopte: Wake Me Up van Avicii. Vond ik prima, als je bedenkt dat ze ook wel eens een week lang Mega Mindy draaien. Daar word ik niet echt vrolijk van op de vroege ochtend. Laat in de middag eigenlijk ook niet, trouwens, maar oké. Hup, hup, in de douche en om half negen aan het ontbijt, kwart over negen op de steiger. We begonnen de week met een bekende route. Dat was wel fijn, zo konden we een beetje inkomen. Voor mij was dat zeker wel nodig, ik heb namelijk het hele jaar niet meer gezeild. Dingen als het zeil hijsen, de box uitkomen en gijpen zijn echt niet zo moeilijk, maar je moet het wel even weten. Goed, oefenen tot je erbij neerviel dus en al vrij snel had ik de basis weer te pakken. ’s Middags legden we aan voor een picknick, met knakworstjes opgewarmd op ons eigen gasstelletje. Daarna nog even chillen in de zon en we konden er weer een middagje tegenaan. Natuurlijk waren we meteen de eerste dag te laat, dus gingen we het laatste stukje op de motor terug. Na het avondeten stond er BPR op het programma, een theorieles over de shitload aan regels op het water. Niet geheel onbelangrijk, maar dat betekende niet dat we ze meteen onthielden. (Dat betekende het eigenlijk absoluut niet, als je bedenkt dat mij vorig jaar precies dezelfde regels uitgelegd zijn, maar ik zeker de helft vergeten was…) Eigenlijk zouden we na de theorie gaan buikschuiven, maar door onweer werd dit afgelast. Ik was net compleet gedoucht, dus je snapt dat ik het heel jammer vond dat dit niet doorging. Het gebeuren van gisteravond (kletsen tot je in slaap valt) herhaalde zich, terwijl het voelde alsof ik nog steeds in een bootje lag te deinen.
#65 INITIATION
Na weken of misschien wel maandenlang aftellen vertrokken Merel en ik vandaag richting Friesland. Tussen half vier en half zes werden we verwacht, om half vier stonden we voor de deur. We waren bijna de eersten. De navigatie gaf een reistijd van ongeveer twee uur aan, maar die houd natuurlijk geen rekening met de rijstijl van de bestuurder. (Papa, in dit geval. Zijn rijstijl: gas erop.) We vonden het wel prima, nu hadden we flink de tijd om ons te settelen. Onze roomies waren er nog niet, dus konden we ons eigen bedje kiezen. En toen was het wachten geblazen en duimen voor leuke kamergenootjes. Onze gebeden werden verhoord, na een halfuurtje stapten twee gezellige meisjes uit Amstelveen de kamer binnen. (Dat moet ik ook wel zeggen, aangezien er een grote kans is dat ze dit lezen. Nee hoor, grapje schatjes.) De inwijding van onze kamer kon beginnen. Ofwel: de verspreiding van alle zooi die we hadden meegenomen. Niet alleen ik had veel bij me, met het excuus ‘het zekere voor het onzekere’. Muziek knalde door meegebrachte boxjes en al snel voelden we ons behoorlijk thuis. ’s Avonds gingen we meteen het water op en bleken we met z’n vieren op de boot te zitten. Ook nog een leuke instructeur – onze week kon nu al niet meer stuk. We zeilden bij zonsondergang. Eenmaal terug op de kamer hadden we elkaar enorm veel te vertellen. We kletsten we tot de lichten al lang en breed uit waren. Binnen een halve dag kenden we al behoorlijk wat (onbelangrijke) details uit elkaars leven. Er was echter één detail waar we het niet over wilden hebben: de wekker die de volgende ochtend om acht uur zou gaan. ‘Jongens, we kunnen nog maar vijf uur slapen!’ Oeps…
#64 (I DON’T) TRAVEL LIGHT
Gisteren had ik het over het feit dat je in de zomer weinig nodig hebt. Ondanks dat ik steeds een van mijn drie favoriete zomerjurkjes draag en constant op slippers loop, vind ik het toch een fijn idee dat de rest van mijn kleren in de kast op me ligt te wachten. Gewoon, voor het geval ik toch eens hakken aan wil, of dat broekje dat eigenlijk niet zo lekker zit. Uiteindelijk doe ik dat niet, maar de gedachte dat het kán, die is fijn. Vanuit diezelfde filosofe pakte ik mijn tas in voor een week zeilkamp. Resultaat: een propvolle tas, slaapzak en een handtasje waarin ik nog wat extra dingen in meesmokkel. (Al wil ik het eigenlijk geen handtas noemen. Handtassen zijn mooi. Ik doe het deze week met een Nike-rugzakje.) Conclusie: I don’t travel light. Hierboven een kleine peek in mijn bagage. All Stars, natuurlijk, want die drogen lekker snel. Een pyjama die ik kocht bij de Forever 21. (Ik dacht: leuk, Forever 21! Ga ik eens flink shoppen, maar ik vond niets echt heel leuk. Iedereen komt daar altijd vandaan met een tas vol leuke truitjes, jurkjes en sieraden. Ik kwam thuis met een pyjama.) Eigenlijk had ik een andere foto willen kiezen, waarop er geen pak Bastognekoekjes onder mijn handdoek vandaan kwam. Dat leverde een iets mooier beeld op. Aan de andere kant: het is de waarheid, die koekjes gaan gewoon mee, net als een zakje zure matjes, Daim, appels en kiwi’s. Ja, appels en kiwi’s, dat lees je goed. Vorig jaar misten Merel en ik onze fruitjes, dus besloten we ze dit jaar zelf mee te nemen. Ik ga eens kijken of ik nog een extra jasje in mijn koffer gefrot krijg (want je weet maar nooit) en dan ben ik helemaal klaar om te gaan.
#63 BEAUTIFUL SUMMER
Wanneer je mij een beetje kent, weet je dat ik het leuk vind om mezelf op te doffen. Mooie kleren aan, poedertje hier, glansje daar – ik ben er niet vies van. Het is ook gewoon een rustig begin van mijn dag. Mezelf een beetje pamperen met een crèmepje, met wat kwastjes over mijn gezicht aaien en door een wolkje van parfum heenlopen. Ik vind het heerlijk om me helemaal schoon en fris en mooi te voelen, mijn beste zelf, klaar voor de dag. Maar in de zomer ligt het allemaal iets anders. Zoals vanochtend bijvoorbeeld. Laat in de ochtend rolde ik mijn bed uit, om heerlijk lang te gaan zitten ontbijten, met slaaphoofd en -haar. Ik ging zelfs de krant halen buiten (in mijn witte pyjamaatje. I know, living on the edge). Douchen doe ik wel (behalve als ik meteen het zwembad inspring), maar het make-upritueel kort ik rigoureus in. Het is gewoon niet nodig, om verschillende redenen. Ten eerste, wanneer ik de hele dag ga zwemmen slaat het natuurlijk nergens op. Want, zal ik je eens een geheimpje verklappen? Waterproof is nooit zó waterproof dat je ermee de zee in kan. Als jij van het strand komt zónder zwarte strepen onder je ogen, ben je óf een man, óf ben je het water niet in geweest, óf droeg je überhaupt geen mascara. Ik ga dan voor de laatste optie. Ook omdat die ‘waterproof’ formules de hel zijn om eraf te krijgen en ik dan de volgende dag al mijn wimpers op mijn kussen terugvind. Zelfs als je niet gaat zwemmen gaat alles lopen, vanwege de hitte. En ten slotte: van de zomer word je vanzelf een beetje mooier. Ik kan mijn pluizige haar ‘beachy waves’ noemen. Ik ben extreem relaxed, en dat is te zien. De zon doet wonderen voor mijn huid (dag puistjes, vlekjes, bultjes!)(ja, ik smeer me goed in!), maar ook voor mijn humeur. Een beetje lief lachen en je hebt verder niets nodig.
#62 CAPTURED
Het zijn vaak grote gebeurtenissen waar je naar uitkijkt. Een vakantie, groot feest. De uitvoeringsweek van het schooltoneel, zeilkamp. Maar het zijn de kleine dingen die ik het leukst vind om te onthouden. Van vroeger weet ik bijvoorbeeld nog hoe fijn ik het vond om in slaap te vallen bij het geluid van de stofzuiger beneden. Of wat voor geluid de grasmaaier maakte wanneer er een dennenappel in terecht kwam, en hoe het na het maaien zo heerlijk rook naar gras.
Het zijn die kleine dingen die me het gevoel van een bepaalde tijd terug kunnen geven. En al helemaal wanneer ik ze heb vastgelegd. Ik heb er denk ik al een hoop gehad. De gedimde dashboardlichtjes tijdens nachtelijke autoritjes naar Zuid-Frankrijk. De eerste fietstocht van het jaar waarbij de winterjassen over de sturen gedrapeerd zijn. Een lieveheersbeestje dat bijna over het hoofd was gezien, mooie lichtval tijdens een natuurkunde les, de eerste pepernoten van het jaar.
Vandaag werd het tijd om iets nieuws vast te leggen, namelijk het kijken van de serie New Girl samen met mijn broer Mart. In Amerika begon het, al snel werd het een kleine verslaving. (Vooral omdat de afleveringen maar zo kort duren. ‘Oké, nog eentje dan.’) Nu we weer thuis zijn, zien we elkaar een stuk minder dan wanneer we samen een kamer deelden op vakantie. Hij ging naar Frankrijk en is de hort op met vrienden, ik zie mijn vriendinnen ook weer en ga volgende week zeilen. Maar tussen de bedrijven door is er tijd om op zijn perfect opgemaakte bed neer te ploffen, een mini Magnum te eten en samen te lachen om New Girl. (Ze zeggen dat meisjes netter zijn dan jongens… Bij ons is dat niet helemaal het geval – het lijkt wel een hotelbed, met opgeschudde kussens en een teruggeslagen deken. Ook zeker iets wat ik me nog lang zal herinneren) Om na afloop te zeggen: ‘Oké, nog eentje dan.’
#61 GOT TIME FOR THAT
MY LIFE: ROOM TOUR
Hieronder heb je misschien al gelezen over de kleine verbouwing van mijn kamer. Er is wat geschoven met meubels, ik ruimde wat zooi op en zette alles een beetje leuk neer. Ik ben heel blij met het resultaat. Enthousiast maakte ik wat plaatjes, het leek me wel leuk om die hier te delen.
#60 SHIFT AND STYLE
Vandaag stond in het teken van een kleine verbouwing, namelijk die in mijn kamer. Ik wilde mijn bed naar beneden hebben. Het stond eerst op een soort zoldertje van ongeveer een meter hoog. Mijn kamer is niet extreem groot, dus een creatieve indeling was vereist. Het bij jullie misschien bekende ‘fotomuurtje’ (de zwarte muur waarvoor ik outfitfoto’s maak) moest natuurlijk vrij blijven. (‘Ik vind het wel een beetje een handelsmerk.’ aldus mama.’) Na even meten en schetsen waren we eruit. Schuiven maar. Bureaus en kasten waren vlug verplaatst, maar toen kwam het serieuze werk: mijn bed moest naar beneden, zo’n tweeënhalve meter via een ijzeren ladder. Gelukkig hadden we twee erkende verhuizers tot onze beschikking (a.k.a. Mart en vriend), met iets meer spierballen dan ikzelf. Het bed kwam veilig beneden, maar laten we hopen dat het nooit meer naar boven hoeft. Vervolgens iets waar geen testosteron bij nodig was: het inrichten van de kamer. Ik herschikte mijn plankjes en groepeerde mijn frutseltjes tot alles naar wens was. Er moet nog een stuk van mijn bureau afgezaagd worden (dit klinkt dramatischer dan het is), een spiegel opgehangen en ik ga kijken of ik mijn vader zo gek kan krijgen om de televisiekabel zo om te leggen dat ik vanuit mijn bed kan kijken (dus dan weet je dat die vraag komt, pap). Maar voor nu was het helemaal prima. Tevreden plofte ik neer op mijn bed. Ik weet dat dit het voor de meeste mensen heel normaal is, zo normaal dat ze het waarschijnlijk nooit doen. Maar aangezien ik vier jaar lang op een soort zoldertje heb geslapen (wat heel knus was maar betekende dat ik niet op mijn bed ging chillen/springen/leren/een film kijken op een regenachtig moment) voelt mijn kamer nu als een soort hotel, waar je op bed kan zitten met je laptop, al is het midden op de dag. Een klein verschil met een echte hotelkamer: mijn bed wordt niet opgemaakt door een onzichtbare schoonmaakster, dat zal ik toch echt zelf moeten doen. En dat is dan weer een verschil met mijn vorige slaapplaats: vanwege de hoogte hoefde ik mijn bed niet op te maken (van mezelf) – ik was toch de enige die het zag.









