#66 GOING BACK HOME AGAIN

IMG_5133

We namen de trein terug naar huis. Met de sneeuw verdween de zorgeloosheid die er in Arosa leek te heersen. Of je de eerste lift ging halen, waar je zou lunchen die middag. Of je de zwarte piste zou gaan overleven. Wel of geen thermoshirt, waar heb ik mijn skibril gelaten. Dat waren de dingen waar je je mee bezighield. En verder met het genieten van de blauwe lucht en de fijne sneeuw. De broodjes met Nutella bij het ontbijt. Het gevoel van hard naar beneden zoeven, warme thee op een koude bergtop. Lachen om de valpartij van je skigenootje. (Sorry.) Het uitdoen van skischoenen na een lange dag.

En ik genoot toch ook wel van de treinreis terug naar huis. De zon scheen door het raam en maakte me – in combinatie met een korte nachtrust en een dosis Primatour – slaperig. Mijn ogen zakten af en toe dicht, gingen af en toe even open voor een overstap. En dan weer dicht. We vlogen, landden. Reden met de auto het laatste stukje, door stakingsacties gedwongen tot binnendoorroutes en achterafweggetjes. En toen waren we thuis. Ik moest mijn koffer gaan uitpakken en werd door de stapels schoolboeken in mijn kast herinnerd aan het nog te verrichten werk. Thuis was het niet meer geheel zorgeloos. Maar wel heel fijn.

#64 WHITE WHEREVER YOU GO

IMG_5111

 

Het leek alsof ik in een droom beland was. Overal waar ik keek, was het wit. Ik zag geen structuren, geen diepte. Achteraf gezien was het best mooi. Maar de bordjes die aangaven of je nog wel over de piste skiede, waren ook nauwelijks zichtbaar. Ik viel, wist niet meer waar ik heen moest. Ik werd omring door enkel sneeuw.

Oké, oké, dit is misschien de lichtelijk gedramatiseerde versie. Ik was niet helemaal alleen. Carmen skiede achter me, Mart voor me en verderop lag Jean-Paul op zijn snowboard te chillen in de sneeuw. Bovendien schrijf ik dit, en heb ik het dus allemaal overleefd. Nu kan ik er wel om lachen. Op het moment zelf niet bepaald.

Laat me de situatie nog iets verduidelijken. We zouden met z’n vieren gaan skiën. Mart, Jean-Paul, Carmen en ik. De eerste twee behoorlijk ervaren op de piste. Carmen en ik… iets minder. Maar, het ging steeds beter. Goed genoeg om vandaag eens een nieuw gebied te gaan verkennen. Het weer was niet perfect, maar daar konden we wel tegen. Dachten we.

We kwamen aan bij de lift, maar die leek niet te gaan. Uiteindelijk bleek alleen de piste gesloten. Je mocht met de lift naar boven, en vervolgens met een andere verder naar een ander gebied. De afdaling na de eerste lift mocht je niet maken – te gevaarlijk. Dit hadden we als een teken kunnen zien. Maar dat deden natuurlijk niet. Hoppa, niet zeuren, met de lift naar boven.

De overstap tussen de twee liften werd een uitdaging op zich. Er zat een afstand van zo’n vijftien meter tussen. Meer kan het echt niet geweest zijn. Maar de tweede lift was niet te zien. Mart ging op verkenning uit. Na een paar stappen zag ik hem nog maar heel vaag. ‘Kunnen jullie me zien? Kom maar hierheen, de lift is deze kant op!’ Voorzichtig stapten we richting Mart. Naast me stortte iemand bijna van de piste naar beneden. Wij bereikten de lift. In het andere gebied zouden de omstandigheden vast beter zijn.

Dat waren ze niet. We namen een liftje omlaag. Hoe lager op de berg, hoe minder mist. Ja, hier viel het wel mee. Rode piste, prima. Daar gingen we. Na vijf minuten zagen we enkel nog wit. Ja, en daar sta je dan. Niet wetend of je recht de piste afgaat of recht een ravijn in stort. We skieden van paaltje naar paaltje, telkens blij als er één opdoemde uit de mist. ‘Ja, daar, ik zie er weer één!’ Het was een blauwe, met het SOS-nummer. ‘Sla die maar even op.’

Dit ging geen leuk ski-tochtje meer worden, dat was inmiddels wel duidelijk. Je kon het sowieso geen skiën meer noemen, eigenlijk. De meeste stukken schoven we naar beneden. We moesten wel door om bij een lift te komen die ons terugbracht. Stukken zwart en rood. Twee dagen geleden deden we het ook, maar nu was er geen Godi die voor ons uit skiede. Wel Mart en Jean-Paul, die allebei heel kalm bleven en ons er bochtje voor bochtje doorheen hielpen.

Het leek eindeloos te duren, maar dit dramatische verhaal kwam toch echt tot een einde. We bereikten de lift (ik met trillende beentjes), en gingen zo terug naar bekend gebied. Daar was ook een heleboel witte sneeuw. Maar met al die zichtbare, liften, huisjes, bomen en vooral mensen, was het daar toch een stuk kleurrijker.

#63 WINTERSPORT

IMG_5106

Deze week hier in Arosa zou ik meestal omschrijven als ‘skivakantie’. Maar vandaag ging dat even niet op. We gingen namelijk niet skiën. Het sneeuwde hevig en je zag geen hand voor ogen. Het werd een lekker dagje zwemmen. Dat is ook sporten. En buiten was het ijskoud. Wintersport was voor vandaag dus een betere benaming. (Al zaten we voornamelijk in de hottub. Niet echt sportief. Maar dat mag ook wel eens, in de vakantie.)

#60 OFF TO AROSA

IMG_9777

Ik had nog geen vakantiegevoel. Totaal niet, zelfs. Maar toen ik vandaag om 09.55 in het vliegtuig stapte, werd het allemaal echt. We gingen echt naar Zwitserland. Een week lang sneeuw, bergen en skiën. Een week lang, met mijn ouders, broer, vriend en vriendin Carmen. Ik deed mijn ogen even dicht en voelde mezelf bochtjes draaien door de verse sneeuw. Omringd door frisse berglucht, een strakblauwe hemel en de zon op mijn gezicht. Ik ging steeds harder. Door mijn knieën naar beneden. Ho. Dat was een onverwachte hobbel. Ik wankelde. Ik voelde een bonk. Het was het vliegtuig dat was geland. Ik was niet gevallen. Nog niet.

De eindbestemming zou bereikt worden met verschillende treinen en we werden dus ook geconfronteerd met verschillende medereizigers. Eerst een vrouw die in haar eentje vier stoelen wilde claimen (wat is ‘asociaal’ is het Zwitserdeutsch?), toen een heel kinderdagverblijf dat op skivakantie ging. Waar wij ons tijdens lange reizen vermaakten met vakantie-doeboeken en later de gameboy, werden deze zeven-jarigen zoet gehouden met piepkleine digitale cameraatjes. Ze maakten elke drie seconden een foto van het uitzicht. Ik zag het al voor me, dat een van die moeders de eerste bochtjes van hun kind vast wil gaan leggen, maar de geheugenkaart helemaal vol blijkt te staan. Met honderden vergelijkbare foto’s van bergen. Zonder sneeuw.

Dit alles weerhield ons er natuurlijk niet van om te genieten van het idyllische landschap, en alvast wat vakantieplannen te bespreken. Ik vind het heerlijk, op deze manier reizen. Het zit veel gezelliger, zo tegenover je reisgenoten, en ik vind het mooi hoe je het landschap langzaam ziet veranderen. Steden veranderden in kleine bergdorpjes, op het einde was er nog maar sporadisch een huisje te zien. Ook zagen we twee keer een paar hertjes. Natuurlijk was ik twee keer net te laat met mijn camera. Vandaar de foto van Carmen hierboven.

Bij het laatste station stapten we uit. In Arosa was er wél sneeuw, en niet zo’n beetje ook. Ik was al bijna vergeten hoe een echte winter voelde, maar toen ik uit de trein stapte werd ik meteen met mijn neus op de feiten gedrukt. Of met mijn billen, eerder: ik had het behoorlijk fris in mijn spijkerbroekje. Oh ja. Hier was het echt koud.

We betrokken ons appartementje voor de komende dagen en gingen daarna langs de skiverhuur. We werken geholpen door een vriendelijk meisje, maar toen ik vroeg of ik misschien een andere kleur ski’s kon krijgen, zag ik haar toch wel even met haar ogen rollen. (For your information:ze waren babyroze. Ik vond dat ik daar best iets van mocht zeggen.) Toen moest ik nog een helm. ‘Auch schwarz?’

Ja, jeetje. Het zal wel weer aan mij liggen hoor, waarschijnlijk is het raar. Maar zo’n michelinmanjas en dito broek helpen al niet echt om er nog een beetje leuk uit te zien op de piste. Dus als ik dan op mijn skigerei nog wat invloed kan uitoefenen… Dan graag, ja.

LAST PICTURES

IMG_8384

Met de harde knallen worden de boze geesten verjaagd, zodat men ‘schoon’ het nieuwe jaar in kan. De stoepen kleuren rood na deze traditionele pagara’s. 

En dan zijn we eindelijk aangekomen bij de laatste Curaçao-foto’s, gemaakt vlak voor of vlak na de jaarwisseling. Ik zal je eerlijk zeggen dat ik van de meeste niet precies meer weet wanneer ik ze maakte. De dagen op Curaçao veranderen na een tijdje in een blur van strand, zon en zee. Dat je niet meer weet welke dag het is, hoe lang je er al bent of er nog zal zijn.

IMG_8409

Oudejaarsavond op de Pondjesbrug

IMG_8414 IMG_8454 IMG_8508 IMG_8513

Degene die dit heeft bedacht verdient echt een prijs.

IMG_8533

Ben ik de enige die denkt dat deze reclame alleen maar meer is gaan opvallen nadat hij is overgeschilderd?

ROW YOUR BOAT

IMG_8342

Ik ben alweer bijna een week thuis, maar heb nog genoeg foto’s die ik met jullie wil delen. Ik heb in Curaçao namelijk een hoop gefotografeerd. Het internet liet echter wat te wensen over, waardoor ik niet alles heb kunnen plaatsen hier.

Op Curaçao zijn overal kleine bootjes te vinden. In de zee, op havens, het strand, of zelfs langs de weg. Vissersbootjes, roeibootjes en bootjes die eruit zien alsof ze al een hele tijd niet meer gevaren hebben. Sommige zien eruit alsof ze al eens (of vaker) gezonken zijn in de helderblauwe zee.

IMG_8349 IMG_8356 IMG_8358 IMG_8364

#4 URGGHHHH

IMG_8566

Sorry hoor, mag ik hier even klagen? Ik weet dat het eigenlijk niet de bedoeling is, zo aan het begin van het nieuwe jaar, nu iedereen nog heppie de peppie is en bomvol zit met goede voornemens. Maar het moet gewoon even. Wanneer je op zo’n fijne plek bent geweest, waar niets moet en alles mag, zorgt dat nou eenmaal voor een groot contrast met de terugreis die ik vannacht meemaakte.

‘Pfft, ik heb echt helemaal niet geslapen.’ mopperde ik, terwijl we in rij nummer zoveel stonden te wachten, ditmaal om nog maar eens mijn paspoort te laten controleren. ‘Ja, dat heb je toch echt zelf in de hand.’ zei papa. Er was maar één correct weerwoord. ‘Nee, pap. Vandaag niet.’

Laat me de situatie waarin ik me bevond even schetsen. Er waren natuurlijk de krappe vliegtuistoelen en krijsende baby’s – business as usual. Maar naast me – of ja, aan de andere kant van het gangpad, dat gelukkig nog wel – zat een man. En die man produceerde het smerigste geluid dat ik kan bedenken: hij haalde om de tien seconden zijn neus op. Heel luidruchtig – je hoorde gewoon wat er allemaal naar boven kwam. Nu zal je denken, joh, dat doet iedereen toch wel eens, stel je niet aan. Maar echt – acht uur lang daar naar luisteren is erg. Het houdt je uit je slaap – koptelefoons hadden geen zin. Ik heb hem een paar keer heel vuil aangekeken, maar of hij merkte het niet, of hij negeerde me. Ik had bijna mijn kussentje tegen zijn hoofd aan willen gooien. En het allerergste: op tafel had hij een stapel van minstens tien zakdoekjes liggen. HAD ER IETS MEE GEDAAN, MAN!

Los van dit alles: ik heb een heerlijke vakantie gehad. Maar dat wisten jullie natuurlijk al.

 

VIDEO: CURAÇAO 13~14

Ik heb jullie natuurlijk al overspoeld met een heleboel foto’s, die de sfeer van Curaçao naar mijn mening best goed overbrengen. Een filmpje geeft toch net weer een ander gevoel. Sommige dingen komen gewoon beter over op bewegend beeld en een passend muziekje (Old Pine van Ben Howard) draagt ook zeker bij aan de ervaring. Daarom dus een filmpje van de eerste week op Curaçao! En eigenlijk ook zodat ik het op ieder gewenst moment nog even terug kan kijken en erbij weg kan dromen.

 

#3 A HOUSE OR A HOME

IMG_8555

Hier is een huis een plek, omringd door muren en met een dak erboven, of in ieder geval iets dat de regen tegenhoudt. Er is een brievenbus en een huisnummer. Tenslotte is er een deur – ramen zijn, zoals je ziet, niet noodzakelijk. Dan de dingen die je huis tot een fijne plek maken: een tv, een koelkast en airconditioning. Familie om een feest mee te vieren, muziek, eten. Je hond die voor de deur ligt te slapen. Dat het dak bijna uit elkaar valt van de roest, de klimplanten je huis overwoekeren, en dat die auto al tien jaar functioneert als bloempot in de voortuin… Dat maakt niet uit. Het geeft de plek toch ook een bepaalde sfeer. Het maakt van een huis, je thuis.

#1 STARDUST

IMG_8502

 

Oudejaarsavond op Curaçao ging, zoals altijd, gepaard met een hoop lawaai. Het woord ‘rotje’ klinkt, door de verkleining waarin het eindigt, veel te schattig voor al het buskruit dat hier afgeschoten wordt. Een soort bommen zijn het, die je voelt in je buik en waarvan de knallen echo’s achterlaten. Mijn familie is er dol op, maar ik vind het toch altijd nog een beetje eng, dat geknal zo rond mijn blote enkels. Je weet tenslotte nooit uit welk donker steegje er zomaar één of andere bom geworpen kan worden, door een eng mannetje (of door een brutaal jongetje van vijf, net zo makkelijk). Daarnaast ben ik ook niet erg overtuigd van mijn eigen vuurwerkskills. De eerste keer dat ik iets liet knallen, vloog er direct erna een bosje in brand. Daar zal ik nooit meer helemaal overheen komen, vrees ik. Ik hield me dus ver van het geweld wat mijn broer allemaal afstak, maar had wel een paar tolletjes die, na ze met een sierlijk boogje gegooid te hebben, wat pirouettes draaiden, vervolgens een schattig gilletje slaakten en gracieus de lucht in vlogen. Een soort barbievuurwerk, ook (of misschien vooral) vanwege de knalroze kleur. Nadat we onze eigen vuurwerkshow hadden afgesloten, reden we naar de stad. Op de brug was het weer ouderwets druk. De studenten hosten heen en weer, de toeristen wisten niet waar ze kijken moesten en de gezinnen hadden zich al om een uur of negen geïnstalleerd, inclusief tuinsets en koelboxen, om maar een goed plaatsje te krijgen. Om twaalf uur klonk er een luid ‘Bon aña!’ en begon het siervuurwerk. Vlak voordat we de brug verlieten schoot er plots nog een serie omhoog.  De laatste restjes vuurwerk zweefden als een soort sterrenstof door de zwarte lucht. Dag 1 van de 365 was vastgelegd – het jaar kon beginnen.