zoeken en vinden

Het was zoeken en vinden, de afgelopen dagen. Zoeken naar mijn fiets in Utrecht. Zoeken naar de juiste woorden voor de diploma-uitreiking. En zoeken naar Pokémon, natuurlijk, al heeft dat niet direct betrekking op mij. Dat wil zeggen, ik zie het niet als een levensdoel op zich om een Pikachu te vangen of gymmaster te worden. Maar verder vind ik het alleen maar grappig dat enkele vriendinnen, familieleden en eigenlijk de halve wereld in de ban is van Pokémon Go. Alleen al omdat het de maatschappij op een sympathieke manier ontregelt. Nachtelijke meetings in het park, en het aloude ‘Doe je voorzichtig?’ dat vervangen is door ‘Je gaat niet rijdend Pokémons vangen, hoor!’

(Maar serieus: zorg alsjeblieft dat je nergens tegenaan knalt.)

In Utrecht vind ik steeds beter mijn weg. Naar mijn idee bevindt alles zich aan dezelfde lange straat, al zal dat waarschijnlijk betekenen dat ik pas een fractie van de stad gezien heb. Toch is het in mijn geval (‘zeg ik links, ga dan vooral rechts’) telkens weer een kleine overwinning wanneer ik, zonder op mijn telefoon te kijken, mijn fiets op de juiste bestemming kan parkeren.

Het terugvinden van die fiets is weer een ander verhaal. Wanneer ik op de Oudegracht een plekje zie, prop ik mijn zwarte gevaarte daar gedachteloos in. Slot van drie kilo eromheen, niets meer aan doen. En dus struin ik enige tijd later op en neer langs de rekken, terwijl ik telkens weer versteld sta van mijn eigen onoplettendheid. Ik moet ‘m maar snel oranje gaan spuiten, die fiets. Of van die plastic mamabloemen kopen voor aan mijn stuur.

(Maak je geen zorgen, toekomstige stadsgenoten. Ik zal geen neonkleurig kratje voorop zetten. Ik ben me er van bewust dat dat – vooral bij fietsenrekkenschaarste – zeer asociaal is.)

De eerste nacht dat ik in Utrecht sliep, was ik met Mienke. We deden een poging tot het schrijven van een verhaal voor de diploma-uitreiking. Het feit dat die nog even op zich liet wachten, maakte dat de druk om daadwerkelijk iets te schrijven vrij laag was. Maar het begin was gemaakt.

Vorige week donderdag voelden we dan toch enige urgentie dat verhaal af te maken. Dus dat deden we. We schreven en schrapten. We overlegden uitvoerig over een gebrek aan samenhang, over momenten die per se vernoemd moesten worden en welke grappen we wel of niet konden maken.

Afgelopen maandag besloten we het geheel maar eens te oefenen. Precies op tijd voor de diploma-uitreiking, die avond. Voorzien van corsages en een gezonde dosis zenuwen liepen we de zaal binnen. Op de achtergrond klonk een heel Amerikaans deuntje, overstemd door het applaus van vrienden en familie. Wij leerlingen namen plaats in het midden en werden overladen met mooie woorden. Voor iedereen was er een mooi, grappig, maar vooral persoonlijk verhaal. En toen kwamen wij.

‘Daar ben ik weer,’ begon ik, mijn stem galmend door de gymzaal. Door een samenloop van omstandigheden stond ik voor de vijfde keer op het podium tijdens ons laatste woord. De insteek was ‘doen alsof’. Wij leerlingen waren daar behoorlijk goed in, maar aangezien we de school zouden verlaten, was het niet langer nodig. Ik voelde me lichtelijk bezwaard om te vertellen over spijbelpraktijken en alcoholaffaires, na alle lof die over me was uitgesproken. Maar na het delen van die ‘stoere verhalen’, hebben we hopelijk de juiste woorden weten te vinden. Aan de hand van vele herinneringen wilden we bovenal duidelijk maken dat we een enorm fijne tijd hebben gehad.

(En toen kwam er opeens een filmpje voorbij dat vanuit de zaal werd gemaakt. Hierbij drie tips aan mezelf:

  1. Blijf van je haar af
  2. Minder boos kijken mag
  3. Blijf van je haar af.

Maar verder ging het best prima.)

In de aula zocht ik een hoop leraren die ik nog wilde bedanken. Niet allemaal gevonden, dus bij deze nog eens: bedankt voor alles. We zochten en vonden elkaar, de mensen met wie ik die mooie tijd beleefd heb. Een allerlaatste foto op het duistere schoolplein. Dertien meisjes in zomerse jurkjes, bloemen in de hand. Boven ons de leus waar we zo vaak de draak mee hebben gestoken, maar die voor ons toch waar geworden is. Zoals mijn mentor over me zei: mezelf gezocht en gevonden. Groot geworden op het Eckart.

(don’t) take me home

IMG_6372

Terwijl ik dit schrijf zit ik in de trein naar huis. Ik twijfel of dat nog wel de juiste verwoording is, ‘naar huis’. Ik ben op weg naar Son, maar daar woon ik niet meer. Niet meer helemaal.

Twee weken geleden reden we in een volgeladen Volkswagenbusje richting Utrecht. Mam en ik zaten nogal knus op het bijrijdersbankje, Mart zat achter het stuur alsof hij niet anders deed.

Twee weken geleden, maar het lijkt wel een maand. Dat komt omdat ik behoorlijk wat op en neer gereisd ben, de afgelopen tijd. Naar Amsterdam voor een concert en een videoklus. Naar Son voor feestjes en spullen. En naar Parijs, want daar staat tegenwoordig ook een bed waar ik in kan slapen.

Wanneer ik zeg ‘mijn ouders zijn geëmigreerd naar Frankrijk’ klinkt dat meteen heel drastisch. Maar mijn ouders zijn geëmigreerd naar Frankrijk. Mijn complete familie gaat dit jaar het huis uit.

Vorige week stapte ik in de Thalys om te kijken waar mijn vader de afgelopen maand nu eigenlijk geweest was. Het bleek een wijk waar typisch Franse mensen wonen. Die je dus écht met een stokbrood onder hun arm de straat over ziet steken. Die in rap Frans tegen je spreken, omdat ze er vanuit gaan dat jij één van hen bent.

(Dat beschouw ik natuurlijk als een compliment – wie wil er nu geen Parisienne zijn? Al moet ik zeggen dat de illusie gauw verbroken is, wanneer je even niet meer weet wat ‘stokbrood’ is in het Frans. ‘Ehm… Un pain comme ça, s’il vous plaît.’ ‘Une baguette?’ ‘Ah… Oui.’)

Met Mart en drie vrienden ging ik naar Champs de Mars. We keken een voetbalwedstrijd op een enorm scherm onder de Eiffeltoren, maar we zagen vooral veel zingende Engelsen. Ze bleken maar twee liedjes te kennen. In het ene kwam nogal vaak het woord ‘pussy’ voor. Van het andere lied – veruit het populairst – was eigenlijk maar één regel te verstaan. Die werd dan ook massaal meegebruld, en niet alleen door de Engelsen zelf. ‘Don’t take me home!’ galmde het door de Parijse straten. ‘Please don’t take me home.’

Vroeger wilde ik dat alles hetzelfde zou blijven. Het komende jaar zal er juist meer veranderen dan ik ooit verwacht had. Je mag me vragen hoe het allemaal gaat lopen, maar mijn antwoord komt steeds op hetzelfde neer: dat weet ik nog niet. Want ik weet het echt niet, nu vrijwel alles anders wordt. Nu ik twijfel welk huis ‘thuis’ is. Nu ik me regelmatig afvraag waar ik ben, wanneer ik ‘s ochtends wakker word. En soms vind ik het nog moeilijk. Nieuwe stad, nieuwe school, een nieuw familieleven. Een leven dat op allerlei plekken zal gaan plaatsvinden. Aan elkaar geregen via Whatsapp, door foto’s met als bijschrift: ‘Groetjes uit…’

Maar met de dag neemt de onzekerheid af. Kamer gevonden, diploma gehaald. (In die volgorde, ja.) Spullen verhuisd, IKEA-kasten in elkaar gezet. (Al is dat totaal niet mijn verdienste. Cum laude geslaagd voor het VWO, maar een handleiding volgen? Lukt me niet.) Met Colette leerde ik de Utrechtse kroegen kennen – ook niet onbelangrijk. Van haar broer wist ze waar we ongeveer moesten zijn. En volgens mij zijn we ongeveer overal geweest. Om half vijf ’s nachts renden we door een enorme regenbui naar huis, af en toe schuilend in portiekjes, wanneer een bliksemschicht de hemel oplichtte. ‘Over een jaar doen we dit weer,’ zei ze, ‘en dan laat jij me alles zien.’

Vroeger ging ik het onbekende uit de weg. Nu spreek ik de ene dag af in het Vondelpark, met een toekomstige klasgenoot, die ik alleen van internet ken. Ik rijd ’s nachts in m’n eentje door Parijs, zit dan weer met een rugzak vol cameraspullen op een kade in Amsterdam Oost. Ik trap op een vertrouwde fiets door onbekend Utrecht, waar ik me toch al behoorlijk thuis voel.

Dat gevoel wordt alleen maar versterkt wanneer ik met één van de tien sleutels mijn kamerdeur open. De kamer waar de kast staat die mijn opa veertig jaar geleden timmerde. Voor het raam de groene kist die meeging naar de Antillen. Een tafel en een bank uit Son. Aan de balustrade de lampjes die ik al op twee andere kamers heb opgehangen.

Soms was ik bang dat ik nergens meer thuis zou zijn. Maar het tegenovergestelde is waar: ik voel me overal wel op m’n plek. Al is het maar door al die mensen die in Brabant, Amsterdam, Parijs of Utrecht wonen en gezegd hebben: wat er ook is, je kan me altijd bellen.

“VOLWASSEN”

9R7A5485

Het lijkt een soort ongeschreven regel onder leeftijdsgenoten: op je verjaardag plaats je een schattige babyfoto van jezelf op Facebook of Instagram. Maar wanneer ik over weet-ik-hoeveel-jaar terugdenk aan mijn achttiende verjaardag, wil ik juist weten hoe ik er op die dag uitzag. Babyfoto’s heb ik al genoeg.

Vandaag ben ik jarig. Dinsdag was ik eens fotograaf en model tegelijk – ik maakte een serie zelfportretten, van toen ik nog net niet volwassen was.

9R7A5667
Sinds vandaag heb ik stemrecht, word ik verantwoordelijk gehouden voor mijn eigen acties. (Een vriendin gisteren: “Als ik jou was, zou ik vandaag nog even een bank overvallen.”) Ik hoef me niet meer naar binnen te bluffen bij cafés, mag mijn eigen drankjes halen aan de bar. Voortaan kan ik zelf absentiebriefjes schrijven. (“Hoi meneer! Ik was er niet want ik was ziek. Groetjes!”) Ik mag alleen autorijden, zonder goedbedoelde waarschuwingen vanaf de bijrijdersstoel –  helemaal zelfstandig tegen paaltjes opbotsen. Sinds vandaag ben ik geen kind meer.

Officieel gezien volwassen, maar voor mijn gevoel is het nog lang niet zo ver. Vroeger dacht ik dat ‘volwassen zijn’ samen ging met het begrijpen van alles. Wanneer ik volwassen was, zou ik weten waarom dingen liepen zoals ze liepen, waarom mensen deden zoals ze deden. Wat goed was, en wat slecht. Wat mijn plekje in de wereld was, of wat ik wilde dat het zou zijn. Hoe dichter ik die leeftijd naderde, hoe zekerder ik wist dat mijn ideeën niet klopten. Er was juist steeds meer wat ik niet wist.

9R7A58199R7A5597

Als kind is je wereld klein, je kennis beperkt. Wat er buiten jou bestaat is onbekend, en bovendien niet van belang. Je weet niet wat je niet weet. Dan word je ouder, je omgeving groeit. Je begint te snappen dat er meer is dan de mensen en plaatsen die jou bekend zijn. Je leert rollen kennen die je zou kunnen vervullen, plaatsen waar je heen zou kunnen gaan. Met die kennis over mogelijkheden, groeit onzekerheid over hoe ze in te vullen. ‘Volwassen zijn’ kan niet gelijk staan aan ‘alles weten’. Want dan zou ik met de jaren steeds minder volwassen worden.

Misschien is het een loos begrip, waar ik te veel waarde aan hecht. Feitelijk gezien betekent het weinig, afgezien van bovenstaande voordeeltjes*. In de nacht van 13 op 14 januari werd ik volwassen, maar veranderde er niets. Mijn ouders maken me nog steeds wakker ’s ochtends. Ik moet nog steeds naar school, waar ik luister naar wat anderen me zeggen. Ik kan nog steeds niet soepel inparkeren – behoorlijk onhandig, maar vooral irritant omdat ik clichés over vrouwen liever ontkracht dan bevestig. Over een half jaar ga ik het huis uit, maar ik zal geregeld terugkomen. In dit huis, op deze bank, met een kater en een zak vol was. De eerste lading al draaiend in de trommel, blij dat iemand me weer eens ‘kleine’ noemt.

9R7A54429R7A5794

Geen kind meer, maar nog niet echt volwassen. Door wetenschappers die niet houden van grijze gebieden is daar een begrip voor bedacht: adolescentie. “De overgang in de ontwikkeling tussen de jeugd en volledige volwassenheid, hetgeen een periode representeert waarin een persoon biologisch, maar niet emotioneel volgroeid is.” Ik betwijfel of ik die omschrijving ooit ga gebruiken – het dekt misschien de lading, maar klinkt ronduit kut. Als een excuus voor twintigers die niet op willen groeien. Die hun gedrag zo kunnen wijten aan de adolescente fase waarin ze verkeren.

Misschien horen sommige eigenschappen die we beschouwen als ‘kinderlijk’ gewoon bij onze persoonlijkheid. Terwijl je ouder wordt ontdek je wat die eigenschappen zijn, en hoe je ze kan inpassen in je leven. Je zal niet meer constant zeggen wat je denkt. Je zal niet hardop vragen meer stellen, puur uit verwondering over de wereld. Mogelijkerwijs zal je nooit perfect leren inparkeren. Wie weet is dat wel volwassen worden: leren omgaan met hoe je bent. En soms accepteren hoe het nu eenmaal is.

9R7A57579R7A5591

*N.B. Een deel van mij ziet dit ‘slechts’ als voordeeltjes. Voor een ander deel van mij zijn het dé redenen om überhaupt achttien te willen worden. Feesten! Roadtrippen! Drank! Uit huis! De wereld veroveren! (Etcetera.) Ga ik doen, ga ik doen. Geen zorgen.

RECALCITRANT

Al vrij vroeg kwam ik in de puberteit terecht. Op mijn tiende voelde ik een knobbeltje bij mijn oksel, waarmee we voor de zekerheid langs de dokter gingen. Ik kwam thuis met het geruststellende feit dat het slechts een borstje in ontwikkeling was. Mijn familie zong het tietenlied. Ik was boos.

Toen ik twaalf was volgde ook de emotionele kant van het verhaal en begonnen er onzekerheden op te spelen. In dat opzicht was ik echt een puber. Maar voor de buitenwereld was ik nooit zo lastig, volgens mij. Op school en bij vriendinnetjes was ik altijd bezig met, ‘aangepast gedrag vertonen’: me gedragen zoals ik dacht dat mensen van me verwachtten. Thuis was het een ander verhaal – dan was ik zo klaar met me aanpassen, dat alle chagrijn eruit kwam. (Sorry familie.)

Tweede puberteit

Maar nu is er een ontwikkeling gaande waar de buitenwereld zeker iets van merkt. De laatste tijd gebeuren er – vooral op school – nogal wat dingen waar ik recalcitrant van word. Om een paar voorbeelden te noemen: testen die nergens op slaan. Docenten die je betuttelen alsof je twaalf bent, docenten waarmee überhaupt niet te communiceren valt. Zinloze opdrachten die enorm veel tijd kosten. Et cetera, et cetera.

Het lijkt wel alsof ik in een tweede puberteit beland ben. Voorheen huppelde ik als een blij ei door de gangen, en hing ik in de les de megagemotiveerde leerling uit. Maar dat is dus veranderd. Ik ben steeds vaker geërgerd of verontwaardigd, en kan het niet laten hier mijn mond over open te trekken in de klas.

Het grootste deel van mijn klasgenoten kijkt echter als makke schaapjes toe. Onderling wordt er geklaagd, maar in de les houden ze zich stil. Dat kan ik al moeilijk begrijpen. Maar wat ik vooral lastig vind, is de tegenstrijdigheid waarmee leerlingen soms behandeld worden. Enerzijds moeten we meer verantwoordelijkheid nemen en zelfstandig worden. Anderzijds moeten we doen wat ons opgedragen wordt. En vooral niet te lastig zijn. Wanneer je als leerling meermaals vragen stelt over de gang van zaken, ben je dat natuurlijk wel.

‘Jezus, kind.’

Ik vind mezelf soms ook lastig, hoor. Dan vond ik het op één dag bij drie lessen nodig om mijn kont tegen de krib te gooien. Wanneer ik thuiskom vraag ik me af of het wel echt nodig was. En waar komt die behoefte eigenlijk vandaan? Heb ik een buitengewoon groot rechtvaardigheidsgevoel? Een probleem met autoriteit? Of ben ik gewoon een watje met veel zelfmedelijden?

In dat laatste herken ik mezelf niet; ik ben geen zeikerd. Ik hou niet van zeurende mensen. ‘Doe er iets aan!’ denk ik dan. Maar docenten hebben nu eenmaal het laatste woord, dus lukt dat niet altijd. En daar ligt het probleem, denk ik. Het frustreert me, dat gevoel van machteloosheid. En ja, dat klinkt natuurlijk super dramatisch. Ik hoor het je denken – sterker nog, ik denk het zelf ook: ‘Jezus, kind. Wees blij dat je überhaupt naar school kan.’ Maar zo kan je alles natuurlijk wegrelativeren. Dan is alleen het grootste probleem erg genoeg om aandacht aan te besteden.

(Niet) mijn probleem

En het zat al niet helemaal lekker met mijn motivatie. Voor bepaalde vakken kan ik steeds minder energie opbrengen, omdat ik vrijwel zeker weet dat ik er later niets mee ga doen. Maar daar zou ik nooit mijn docenten op aankijken. Ik moet daar zelf een keuze in maken: geef ik mezelf een schop onder mijn kont, of neem ik genoegen met lagere cijfers op mijn eindlijst? Dat is mijn probleem, en dat los ik ook zelf wel op.

Wat niet zuiver mijn probleem is, is de sfeer in de klas. Ik denk dat ik niet de enige ben die het gevoel heeft dat het ons soms onnodig moeilijk gemaakt wordt. Terwijl dit ons laatste jaar is, en docenten en leerlingen juist dan hetzelfde doel zouden moeten hebben: slagen. Dus lieve docenten, als ik jullie één ding mag vragen: maak niet overal een punt van. Dan zal ik dat ook niet meer doen.

LAAT MAAR

9R7A4382

De term ‘testweek’ is vervangen door ‘schoolexamenweek’, dit jaar. Dat betekent dat het inmiddels echt ergens om gaat. Enerzijds is dat angstaanjagend: als je nu op je bek gaat, is het minder gemakkelijk recht te trekken. Maar wanneer je er niet te veel bij nadenkt, is het verschil nauwelijks merkbaar. Zo’n week ziet er namelijk precies hetzelfde uit als dat de vijf jaar hiervoor het geval was. Of het nu een test heet of een schoolexamen, de situatie is hetzelfde: één te warm klaslokaal, dertig leerlingen en vijftien proefwerkblokken.

Wat met de jaren wel veranderd lijkt te zijn, is mijn organisatievermogen. Of eigenlijk het gebrek daaraan – het is immers steeds verder afgenomen. Meestal zie ik dit niet als een probleem; ik functioneer juist wel goed wanneer het (zoals ik het zelf graag noem) een prettige rotzooi is tijdens het studeren. Ik bouw mezelf in met boeken, examenbundels en vooral veel gelinieerd papier, om alles wat ik absoluut niet moet vergeten op te noteren.

9R7A4377

Wanneer ik thuis ga samenvatten lukt me het wel om dit systematisch te doen. Op school is dat een heel ander verhaal. Om te beginnen vergeet ik bij bepaalde vakken steevast mijn schrift. Frans is daar een goed voorbeeld van. Deze periode schreven we elke week thuis een brief (tenminste, dat was de bedoeling), waarna we in de les een foutenanalyse maakten. Bij gebrek aan een schrift schreef ik deze afwisselend op de achterkant van mijn brief, in het schrift van een ander vak of op een proefwerpapiertje dat zich toevallig in mijn tas bevond. Vervolgens stopte ik al die losse blaadjes in een mapje, tussen een boek of in mijn agenda, onder het mom van ‘dan raak ik het niet kwijt’. Om het vervolgens kwijt te raken, dat snap je.

En dus was ik vanavond omgeven door allerlei halfslachtige Franse aantekeningen, waarin ik structuur probeerde aan te brengen. Daar ben ik uiteindelijk langer mee bezig dan met het leren zelf. Op zo’n moment benijd ik de mensen die hun zaken altijd perfect op orde hebben: alles gelabeld, gealfabetiseerd en in regenboogkleurige mapjes. Mensen die elke les hun huiswerk hebben gemaakt, nagekeken en verbeterd met rode pen. Mensen die nooit hand-outs kwijtraken en altijd al drie weken van tevoren weten wat de teststof is, omdat zij wél de studieplanner hebben bekeken.

Tijdens de lesweken kan het me niet schelen. Ik heb toch zeker wel wat beters te doen. Maar naarmate de proefwerken naderen, krijg ik toch een beetje spijt van de momenten waarop ik dacht: ‘Laat maar.’

9R7A4387

Elke middelbare scholier heeft door de jaren heen, bewust of onbewust, een eigen leersysteem ontwikkeld. Dat bleek ook weer in de herfstvakantie, toen zowel Mart als ik aan het studeren waren voor de schoolexamens. Hij verbaasde zich erover dat ik nog voor geen enkel vak “alles” geleerd had. Ik verbaasde me erover dat hij zich een hele dag kon focussen op één onderwerp. Bij mij wordt elk vak verdeeld in blokjes. Anders wordt het te groot, te veel en kan ik het niet meer overzien. Dat resulteert erin dat ik helemaal niets meer doe. Voor het doen van één blokje kan ik veel makkelijker energie opbrengen. Soms zelfs zoveel energie dat ik er met gemak een tweede of derde aan vastplak.

Energie, dat is een belangrijk woord tijdens testweken. En dan bedoel ik niet alleen bij mijn favoriete bètavakken. Het hanteren van mijn eigen energieniveau in deze periode, dat heb ik echt moeten leren de afgelopen jaren. Want het vreet energie van me, al dat gestudeer. Ik heb het constant koud, en aan het eind van de dag bevindt er zich vaak een dichte mist in mijn hoofd, bestaand uit allerlei gedachten die door elkaar lopen. Stoppen of doorgaan, dat is de vraag op zulke momenten. Inmiddels heb ik een regel voor mezelf gesteld: wanneer ik stop met leren, mag ik er niet meer over piekeren. Anders had ik net zo goed door kunnen leren – dat kost evenveel energie.

Dus wanneer ik stop, ga ik iets totaal anders doen. Iets waar ik weer energie van krijg. Opwarmen onder de douche. Een tijdschrift lezen op de bank, een romantische komedie kijken waar niet al te veel hersenactiviteit bij nodig is. Of buiten foto’s maken van de bomen die zijn verkleurd terwijl ik aan het studeren was. Met de jaren is gebleken: voor mij werkt het soms juist goed om te laten.

WAT GOED IS

9R7A4078

We bespraken Descartes, vorige week. Het bord werd volgeschreven met zijn gedachtegoed, met als conclusie zijn bekendste uitspraak: cogito ergo sum – ik denk, dus ik ben. Voor het eindexamen filosofie dienen we de theorie te kennen die leidde tot deze uitspraak: de methodische twijfel. Descartes besloot aan alles te gaan twijfelen, om zo zekerheden te vinden – zaken waar niet aan te twijfelen viel en die als fundament gebruikt konden worden voor de verdere filosofie. Ik voelde me Descartes, de afgelopen weken. Maar waar hij met zijn getwijfel een antwoord zocht op de vraag ‘Wat is waar?’, hield ik me bezig met een andere kwestie. Wat is goed?

Aangezien ik er graag vanuit ga dat de mens van nature goed is, neem ik aan dat iedereen het liefst de best mogelijke keuzes maakt. Sommigen doen dit heel weloverwogen, anderen zijn impulsiever van aard. Toch is er een gelijkenis, die schuilt in het feit dat mensen zullen kiezen voor datgene wat hen het juiste lijkt. Maar soms blijkt een keuze achteraf toch niet zo goed geweest. De reden daarvoor: wat goed lijkt, staat niet altijd gelijk aan wat goed is.

9R7A4089

Goed op alle fronten

Volgens mij zijn er verschillende soorten goed. Zo is er ‘goed voor anderen’, en ‘goed voor jezelf’. Dat laatste valt weer opnieuw op te splitsen: goed voor je gevoel, voor je gedachten, voor je gezondheid. Er is goed op lange of korte termijn. In de ideale wereld zouden deze belangen altijd met elkaar verenigbaar zijn: een goede keuze is dan automatisch ‘goed op alle fronten’. Maar zo werkt het niet altijd. En dan zal je moeten kiezen: welk belang gaat voor?

Een universeel antwoord op die vraag bestaat niet. Ieders belangen zijn tenslotte anders. Het afwisselen van belangen is voor mij een goede optie bij het maken van keuzes. De ene keer kies ik voor mezelf, de andere keer kies ik voor een ander. Soms kies ik voor nu, soms voor later. Die keuzes zijn allemaal op hun eigen manier goed. Maar vorige week botsten mijn belangen met die van anderen. Er waren mensen gekwetst, mede door een keuze die ik maakte. En toen sloeg de twijfel toe. Waarom had ik zo gehandeld? En hoe had ik het beter kunnen doen?

9R7A4095

Vraagtekens plaatsen

Zoals dat gaat bij filosofische problemen, leidde één vraag automatisch tot een volgende. En zo wierp mijn twijfel over één ding, een schaduw over zaken waar ik altijd zeker van was. Ik ging vraagtekens plaatsen bij keuzes waarvan ik wist dat ze goed waren. Alles werd in twijfel getrokken. Dat resulteert erin dat ik niet meer kan duiden wat ik belangrijk vind, wat ik kan of wat ik voel. (‘Hoe gaat het met je?’ ‘Ik weet niet. Goed. Denk ik.’) Alles wordt zo zwaarder en donkerder dan het hoort te zijn.

Mijn twijfel was, in tegenstelling tot die van Descartes, niet methodisch te noemen. Hij wist zijn overpeinzingen netjes te categoriseren. Ik zie het helemaal voor me: Descartes zit aan een bureau in een hutje op de hei. Voor hem ligt een blanco vel papier, in zijn hand houdt hij een ganzenveer, klaar om de eerste zekerheid te noteren. Descartes beheerst de twijfel, en dat zou ik graag kunnen. Want soms beheerst de twijfel mij.

Twijfelen is prima. Het houdt je scherp en laat je nadenken over de juistheid van je handelen. Het laat je inzien dat je soms foute keuzes maakt. Maar hoe tegenstrijdig het ook klinkt: ook die foute keuzes zijn gebaseerd op het goede. Of in ieder geval: wat ooit het goede leek te zijn. Wanneer men dat inziet, kunnen er excuses gemaakt worden, kan er worden vergeven. Op die manier heeft ook mijn twijfel een doel. Echter, aan alles twijfelen werkt verlammend. Het is vermoeiend en bovendien onnodig. Want mijn visie op het goede mag dan geen zekerheid zijn zoals Descartes ze zoekt – ik mag er wel op vertrouwen.

En nu twijfel ik – ironisch genoeg – of ik dit moet plaatsen. Maar ik doe het toch, omdat ik zeker weet: ik ben niet de enige die hier wel eens last van heeft.

IK HEB WEER EENS WAT TE VERTELLEN

9R7A3603

Daar ben ik weer, na wat officieel gezien de eerste week van mijn zomervakantie was. Vorige week zat ik nog niet volledig in de vakantiemodus. Regelmatig had ik het gevoel dat ik nog van alles moest doen, terwijl dat helemaal niet het geval was. (Op één enkel dingetje na. Maar daarover zo meer.) Het is een kwestie van wennen, denk ik; zoals ik na een vakantie weer op gang moet komen op school, moet ik na een schooljaar ook even ‘afkicken’.

9R7A3576

De week begon samen met Lizzy, die jullie misschien kennen van mijn foto’s en verhalen over het schooltoneel. Afgelopen schooljaar speelden we voor het eerst samen in een stuk. Zo hebben we elkaar veel beter leren kennen en inmiddels kan ik zeggen dat ik er een goede vriendin bij heb. Tijdens een repetitie ontstond het plan om samen naar de Parade te gaan. Voor wie er niet mee bekend is: de Parade is een theaterfestival dat dit jaar voor de vijfentwintigste keer plaatsvindt. Het reist in de zomer langs Den Haag, Rotterdam, Amsterdam en Utrecht. In die laatste stad waren Lizzy en ik maandagavond. Het was voor ons allebei de eerste keer, maar zeker voor herhaling vatbaar. Alle voorstellingen vonden plaats in tenten, waardoor telkens een speciale sfeer ontstond. Zo was er een tent behoorlijk klein, waardoor je heel dichtbij de acteurs zat. Een andere was rond en heel hoog, waardoor er van alles boven en achter je gebeurde.

We zagen drie voorstellingen die avond en ik kan ze eigenlijk alle drie aanraden: ‘Shadows in the Cloud’ (cool & grappig), ‘Idiotorisch gestoord’ (absurd & grappig) en ‘Hallo Zomergast!’ (prettige chaos & fijne muziek). Mocht je ook willen gaan: de Parade staat tot en met 2 augustus in Utrecht, en daarna van 7 tot en met 23 augustus in Amsterdam.

9R7A3560

Hoewel ik ‘tiener’ een stom woord vind, was ik deze week blij dat ik er één was. Ik kon als tiener namelijk voor 33 euro drie dagen door Nederland toeren. Met al die tripjes naar Amsterdam en Utrecht kwam dat heel goed uit. Ik voelde me wel een behoorlijke sukkel toen ik online kaartjes besteld had die al verlopen waren, waardoor ik zo’n irritant servicenummer moest bellen om dat recht te zetten. De mevrouw aan de lijn was niet bepaald in een opperbest humeur. Het leek haar doel om aan mij duidelijk te maken dat ik inderdaad een behoorlijke sukkel was. Toen kon ik het weer niet laten te zeggen dat ik het vreemd vond dat er kaartjes werden aangeboden die niet meer geldig waren. Voor haar humeur werkte het niet erg bevorderend, maar ik kreeg wel mijn geld terug.

Eenmaal met Lizzy in de trein bleek trouwens na drie minuten al dat zij precies hetzelfde meegemaakt had, inclusief het gesprek met (waarschijnlijk dezelfde) vrouw van de servicebalie. We waren nog maar net onderweg en hadden al enorm de slappe lach. Dat beloofde veel goeds voor de rest van het weekend.

(Ik schrijf weekend, maar het was helemaal geen weekend. Als je niet meer weet welke dag het is, nou dan is het echt vakantie.)

9R7A3558

Die belofte werd waargemaakt. We crosten op de fiets Amsterdam door, genoten dinsdag van het heerlijke weer en kletsten tot diep in de nacht. We besloten dat dit maar het begin van een Paradetraditie moest worden.

9R7A3589

Verder sprak ik nog met vriendin Ilme af om bij te kletsen en vierde ik het begin van de vakantie met allemaal lieve mensen.

9R7A3583

Er was nog één hobbeltje dat genomen moest worden voordat ik echt van al mijn verplichtingen verlost was. Donderdag stond namelijk mijn praktijkexamen gepland. Voor mijn gevoel had ik tijdens de lessen zo’n beetje elke mogelijke examenroute gereden. Toch kreeg ik die dag een andere route voorgeschoteld – dat zal je altijd zien. Ik had geen idee waar ik me bevond en niets kwam me bekend voor. Maar het was gelukkig rustig op de weg, en ik werd niet over hectische verkeerspleinen of onoverzichtelijke kruisingen gestuurd.

Toen ik voor mijn gevoel pas tien minuten gereden had, werd mij gevraagd de navigatie in te stellen richting het CBR. Op de snelweg haalde ik even wat vrachtwagens in, waarna ik de afslag nam. Vanaf daar kende ik de route maar al te goed en wist ik dus ook waar de eventuele moeilijkheden nog zaten. Dat was het moment waarop ik dacht: misschien ga ik gewoon in één keer slagen! Ik had me daar niet per se op ingesteld, omdat ik niet wist in hoeverre ik mijn zenuwen in bedwang zou kunnen houden. Maar voor mijn gevoel was alles goed gegaan, dus zou het zomaar kunnen lukken.

En het lukte. De examinator vertelde me zuinigjes dat het ‘voldoende’ was. Ik daarentegen was redelijk euforisch en er viel een behoorlijke last van mijn schouders. Donderdag kan ik als het goed is mijn rijbewijs ophalen en dan kan ik lekker kilometers gaan maken.

9R7A3326

En zoals beloofd: nog wat foto’s van het Holifeest op mijn school. Een paar dagen geleden deelde ik al de aftermovie. Ik was in eerste instantie aanwezig om die te maken, maar kon het natuurlijk niet laten ook wat foto’s te schieten. Het was ondanks het slechte weer een hele leuke middag en avond. De feestcommissie bestond uit allemaal mensen uit mijn lichting, net als de mensen die op de dag zelf kwamen helpen, dus dat was heel gezellig.  De dag erna kon ik met wattenstaafjes het gekleurde poeder van mijn camera poetsen, maar het was het waard.

In verband met privacy wil ik niet alle foto’s zomaar op mijn blog gooien, zonder toestemming van de gefotografeerden in kwestie. Er zijn er dus niet zo veel die ik hier kan plaatsen. Voor onderstaande mensen maak ik graag een uitzondering, omdat ik weet dat ze het waarschijnlijk wel prima vinden.

9R7A32959R7A33379R7A3344 9R7A3400

En dan ben ik wel weer uitverteld, denk ik zo.

9R7A3591

EEN PERFECT BEGIN VAN DE VAKANTIE

IMG_7304

Donderdagmiddag zette ik de laatste punt op mijn proefwerkpapier. Die avond nog werd dat uitbundig gevierd in de stad, en de dag erna was het meteen weer feest. Met Carmen en Mienke ging ik een weekend naar Amsterdam. Naast een tas vol kleding, nam ik ook mijn camera mee, waarmee ik het hele weekend foto’s maakte. ‘Maar zou je niet eens een kleinere camera willen kopen?’ vroeg Carmen. ‘Deze is zo zwaar.’ Mijn antwoord verbaasde haar. Ik heb namelijk wel een kleinere camera, maar gebruik ‘m niet zo vaak. Niets gaat boven het gevoel van foto’s maken met mijn spiegelreflex. Het was al even geleden dat ik dat uitgebreid had gedaan, dus nam ik ‘m dit weekend met liefde overal mee naartoe. Zwaar of niet.

9R7A3002

‘Hallo, ik ben Carmen en ik ben nogal fotogeniek.’

9R7A3009

First things first: ijsjes!

9R7A30129R7A3035

Met onze ijsjes liepen we richting het Museumplein, om daar neer te ploffen op het gras, waar de laaghangende zon nog heerlijk scheen. We kletsten wat, fotografeerden wat en verwonderden ons alle drie over het feit dat het nu écht vakantie was. Dit was het moment waarop het bij mij enigszins door begon te dringen.

9R7A3032

(Bij Mienke drong het ook door, zoals je ziet.)

9R7A3070

Al van tevoren was besloten dat vrijdagavond een relaxavond zou worden. We keken een film en deden een poging nog een tweede te kijken, maar dat haalden we al niet. En dat was helemaal oké – morgen weer een dag.

9R7A3074

Die dag begon in het Vondelpark, waar we hardlopers toeristen op fietsen zagen ontwijken en expatkleuters zagen bootcampen.

IMG_8302

Vervolgens gingen we naar de Utrechtsestraat. Al eerder had ik gehoord dat daar een hoop leuke winkeltjes zaten. We wilden niet naar de Kalverstraat of Negen Straatjes, omdat we daar al wel vaker waren geweest. Bovendien was het zaterdag én zomervakantie, dus daar wil je ook eigenlijk niet zijn dan. We kwamen er al snel achter dat de Utrechtsestraat inderdaad een bezoekje waard was. We gingen behoorlijk wat winkeltjes binnen, waaronder een pop-up store waarvan ik helaas de naam vergeten ben. Wel weet ik nog dat de winkel er erg tof uitzag, met schattige details zoals hierboven.

9R7A3079

’s Middags haalden we allemaal lekkere dingetjes voor een picknicklunch op het gras.

9R7A3083

Mienke dook toch nog even de boeken in.

9R7A3088

Zaterdagavond hadden we wel plannen gemaakt om het Amsterdamse nachtleven te verkennen. Het zou misschien geen wilde nacht worden, aangezien de leeftijdsgrenzen in Amsterdam – anders dan in Eindhoven – streng bewaakt worden. Desondanks moesten er wat voorbereidingen getroffen worden. (Lees: haren en make-up.)

9R7A3096

Maar eerst ploften we nog even op bed. En repareerden we nog een fiets. En toen konden we dan toch echt gaan.

Al fietsend – zowel heen als terug – ontdekte ik weer eens wat ik zo fijn vind aan Amsterdam: er is altijd wat te doen, of het nu half tien of ’s ochtends of ’s avonds is. Of half twee ’s nachts.

Misschien overbodig te vermelden: het was erg gezellig.

9R7A3105

De volgende ochtend stonden we weer vroeg naast ons bed; Carmen had die avond een dansshow, waarvoor ze nog de hele middag moest repeteren. We zetten haar af bij het station, waar ze bijna naar binnen liep zonder haar tas mee te nemen. Zo vroeg was het, inderdaad.

Mienke en ik gingen nog even de stad in. We sprongen weer op de fiets en belandden bij Coffee & Coconuts, aan de Ceintuurbaan. Ik was er – op weg naar ergens anders – al een aantal keer langsgefietst. Van buiten ziet het er al heel gezellig uit, dus ik was vastbesloten er nog eens heen te gaan. Vandaag was het zover! Het is een behoorlijk grote zaak, waar je gezellig koffie kunt drinken. Je kan er ook terecht voor ontbijt, lunch en – ik spreek uit ervaring – lekkere homemade icetea. En verder is het gewoon heel mooi ingericht – zeker een aanrader dus!

9R7A3119

De icetea in kwestie.

9R7A31079R7A31139R7A31179R7A3118

Rond een uur of twee gingen we weer richting huis, waar ik de hele middag Wimbledon keek vanaf de bank. Het was een weekend vol leuke dingen met leuke mensen – een perfect begin van de vakantie.

NOG EVEN OVER VWO 5

Processed with VSCOcam with b1 preset

Het is niet de eerste keer dat ik dit zeg: ik leef in schooljaren. Het begin en het einde ervan brengen veel veranderingen met zich mee, en het begin van een schooljaar voelt dan ook – meer dan 1 januari – als een frisse start.

Zo’n laatste schoolweek is voor mij dan ook een moment waarop ik als vanzelf terugdenk aan het afgelopen jaar. Het jaar waarin ik – geheel in stijl van mijn profielwerkstuk – het heft in eigen handen heb genomen wat betreft mijn leven en mijn geluk. Voor de zomer maakte ik er al een begin mee. Het was niet altijd makkelijk, maar dit jaar plukte ik er de vruchten van. Zo vaak heb ik gedacht: wat ben ik blij dat ik weer kan genieten en dat ik dingen weer intens beleef. Want één ding is zeker: dit jaar viel er heel veel te beleven.

The Row

De laatste zondag van de vakantie stond zoals altijd in het teken van roosterstress; heb ik gunstige uren, welke docenten krijg ik en vooral: bij wie zit ik in de les? Ik bleek geplaatst in V5C, een klas vol natuurkundigen en wiskunde B-ers. Daar ben ik er zelf natuurlijk één van, maar zo voelt het voor mij nog steeds niet. Het was een klein klasje, zo’n twintig man, met gek genoeg maar drie jongens erin. Al snel ontstond er een soort van tweedeling. Niks vervelends hoor, maar elke klas kent nou eenmaal kletsers en niet-kletsers. Mogen jullie raden in welke groep ik me bevond… Juist. Met nog zes andere meisjes vormde ik de groep die geregeld geërgerde blikken of wanhopige schuddende hoofden tot zich gericht kreeg. We noemden onszelf ‘The Row’, omdat we steevast in de rechterrij van de klas zaten. Het is aan hen te danken dat ik alle natuurkundelessen heb overleefd. Wat The Row ook heeft veroorzaakt: er hoeft maar één iemand het woord ‘quark’, ‘neutrino’ of ‘energiebalans’ te noemen en ik heb al de slappe lach.

(En zoals je kunt zien, werden er ook de nodige selfies gemaakt. Hierboven een bescheiden selectie.)

1d54008b08e055d9092a032b7a025452

VWO 5 was het jaar waarin ik geacht werd na te gaan denken over mijn toekomst. Omdat ik mezelf ook geregeld afvroeg wat ik nou zou gaan doen, bezocht ik heel wat open dagen. Ik ging naar de TU Eindhoven, de Universiteit van Amsterdam, de Kunstacademie in Utrecht en de Filmacademie in Amsterdam. Daar wil ik volgend jaar nog de Universiteit van Utrecht aan toevoegen, en dan denk ik dat ik er wel uit ben.

Waar school de eerste jaren vooral uit lessen en toetsen bestond, gebeurt er inmiddels steeds meer omheen. Zo organiseerde ik een kerstquiz, samen met vier vriendinnen (en tevens klasgenoten), om op die manier met VWO 5 het jaar af te sluiten. Ik denk dat we tijdens het bedenken van de vragen nog het meeste lol hebben gehad. Naast een aantal serieuze categorieën als ‘nieuws’ en ‘kennis over de school’, ging de rest over uiteenlopende flauwekul: uitspraken die docenten ooit gedaan hadden, bizarre feitjes over medeleerlingen en fotovragen – in welk lokaal staat deze bloempot?

Ik ging naar het gala, waar ik een hele leuke avond had en alvast kon proeven hoe het volgend jaar zou zijn. Verder was ik weer minimentor, hielp ik mee op een themamiddag, deed ik voor de laatste keer mee aan het schooltoneel, leidde ik groep acht rond, maakte ik foto’s bij het theater en rondde ik mijn profielwerkstuk af. Daarnaast maakte ik nog af en toe mijn huiswerk. De sfeer die er rond de meeste lessen hing kon ik heel erg waarderen: minder betutteling, meer ruimte voor discussies en interessante gesprekken. En om gewoon te lachen met z’n allen.

IMG_0757

Het schooljaar 2014-2015 stond ook in het teken van concerten en festivals. Ik ging naar Ben Howard, 538 Kingsday, Pinkpop en het festival van de Volvo Ocean Race, waar Racoon optrad. Bij Ben Howard stond ik helemaal zen te genieten van de muziek die ik al zo vaak geluisterd had. Bij 538 was het juist een kwestie van constant springen met een hele leuke groep mensen. Ook werd ik daar een beetje verliefd op Nielson. (Ik was niet de enige.)

Pinkpop was een ervaring om nooit meer te vergeten. Vooral OneRepublic bezorgde me kippenvel en stiekem ook een paar tranen. Het Volvo Ocean Race Festival is pas kort geleden. Racoon zong naast I Love You More ook Blackbird, één van mijn favoriete liedjes, dus dat stemde me intens gelukkig.

Qua muziek was dit voor mij ook het jaar van Bastille, Ed Sheeran, Chef’ Special, Sam Smith, John Mayer, Lorde, Banks, James Bay en Matt Simons. Die laatste komt in oktober naar Eindhoven (of all places). Het eerstvolgende concert staat dus alweer op de planning!

V52

Dit jaar heeft zich een groep met hele lieve mensen gevormd. Mensen met wie ik kan lachen en huilen, bij wie ik mezelf kan zijn en met wie ik het vooral altijd heel gezellig heb. We hebben dit jaar een hoop gedaan samen: feestjes, spontane avondjes aan iemands keukentafel, Sinterklaas, carnaval en zo kan ik nog wel even doorgaan. Geregeld wordt er gevraagd: wie gaat er mee iets doen vandaag? En wie er dan ook op komt dagen, het is altijd leuk. Liefde voor jullie, toppers!

IMG_3924

Natuurlijk gebeurden er niet alleen maar positieve dingen dit jaar. In september kwam een oud-trainer van mij te overlijden. Hij was nog veel te jong en moest een heel gezin achterlaten. Voor mij was het de eerste keer dat er iemand overleed die echt dicht bij me stond en met wie ik een bepaalde band had. Op die dag schreef ik: “Een zoete foto op een bittere dag. Bitter en zout, als alle tranen die er gehuild zijn. Vanwege het verdriet dat bestaat, omdat jij er niet meer bent. Terwijl juist jij er altijd was.” Het nummer dat op de dienst gedraaid werd, kan ik nog steeds niet horen zonder aan Ralph te denken.

Die avond nog stapte ik in de auto voor mijn eerste rijles. Ik twijfelde of ik wel moest gaan, maar het stond al een tijd gepland en bood me ook afleiding. Vele lessen volgden. In eerste instantie vond ik het heel frustrerend, omdat ik het niet meteen kon. Niet slim om het op die manier te bekijken: natuurlijk kon ik het niet meteen, anders had ik helemaal geen les hoeven nemen. En die frustratie zou me niet verder helpen. Het duurde even voor ik dat doorhad, maar sindsdien ben ik steeds met goede moed achter het stuur gaan zitten. En zoals ik in de vorige post al zei, mag ik bijna op examen. Het heeft even geduurd, maar dat geeft niet. Het resultaat – een rijbewijs – is hetzelfde.

DSC00286

Seminyak

Processed with VSCOcam with g3 preset

Toronto

IMG_4750

Curaçao

IMG_4672

Berlijn

Processed with VSCOcam with g3 preset

Kaapstad

Ik zag een hoop van de wereld, dit jaar. Wanneer ik bovenstaande foto’s zie, kan ik bijna niet geloven dat ik ze zelf gemaakt heb. Want dat betekent dat ik daar geweest ben, op al die geweldige plekken. Dat ik dat kan en mag voelt als een enorm voorrecht. Ik heb zo genoten van alle nieuwe culturen die ik ben tegengekomen en heb naar hartelust kunnen fotograferen, filmen en schrijven over mijn ervaringen. De herinneringen aan al die mooie reizen worden nog regelmatig opgehaald, en ik weet zeker dat ze niet snel zullen vervagen.

9R7A1352

Een hele bijzondere reis maakte ik vanuit school. De reis op zich was mooi: we bezochten Berlijn, Krakau, Auschwitz en Dresden. Maar de mensen met wie ik ging, maakten het extra speciaal. Met z’n allen beleefden we slapeloze nachten, hadden we bijzondere gesprekken, werd er veel gelachen en soms gevloekt na heel wat uren in de bus. We hebben elkaar weer beter leren kennen. En dat geldt voor dit hele jaar, wat mij betreft. We zijn weer meer één groep geworden. En volgend jaar moeten we het echt met elkaar doen: vrienden uit VWO 6 of Havo 5 zijn vertrokken. Gelukkig hebben we allemaal hetzelfde doel voor ogen: slagen. Daarbij heb ik nog een persoonlijke doel voor volgend schooljaar: heel veel lol hebben en genieten, om zo mijn middelbare school tijd op een mooie manier af te sluiten. Aan hen gaat het niet liggen, dat is zeker.

DIT WAS MIJN WEEK (EN EEN BEETJE MEER)

Processed with VSCOcam with b1 preset

Dit was mijn week (en een beetje meer). Want ‘Dit was mijn week en vier dagen’ klinkt nou eenmaal minder leuk.

Hierboven zie je dat ik duidelijk niet de enige ben die van gestreepte shirtjes houdt. Dinsdag tijdens het eerste uur bleek al dat we met vier mensen eenzelfde soort t-shirt aanhadden. In de pauze zagen we dat de streepjesclub die dag zeven mensen telde. Alsof we het zo afgesproken hadden. (On tuesdays, we wear stripes.) Dat moest natuurlijk even vastgelegd worden. (Wegens vermoeide we-zijn-aan-vakantie-toe-hoofdjes, was besloten die er maar niet op te zetten.)

Processed with VSCOcam with f2 preset

Vrijdag vond de presentatie van mijn film plaats, in de collegezaal op school. Het is allemaal goed verlopen: er heerste een fijne sfeer en de film werd goed ontvangen. Inmiddels is ‘Wie we zijn’ 1000 keer bekeken. In YouTube-Land is dat misschien helemaal niet veel, maar voor mij is dat een behoorlijke mijlpaal. Wat ik vooral heel bijzonder vond om te merken, was wat het allemaal teweeg heeft gebracht. De hoeveelheid reacties die ik heb ontvangen was best overweldigend: via Facebook, Whatsapp, Instagram – het hield maar niet op. De meesten waren enthousiast, anderen zelfs geëmotioneerd. Dat had ik van tevoren nooit kunnen bedenken, dat iets van mijn hand dat kon veroorzaken.

Voor de nieuwsgierigen: de beoordeling (want oh ja, het was ook nog een profielwerkstuk) krijg ik donderdag. I’ll keep you posted!

Processed with VSCOcam with f2 preset

Zowel op maandag als op vrijdag zat ik weer achter het stuur. Inmiddels heb ik genoeg uurtjes in de Opel gemaakt om te kunnen zeggen dat ik bijna op examen mag. Spannend!

IMG_2712

Donderdag had ik de laatste lesdag van het schooljaar, want op vrijdag zou de testweek officieel beginnen. De invulling van de laatste lessen was heel afwisselend. Bij het ene vak was één klacht over de hitte al genoeg om de rest van het uur slechts een beetje te keten. Bij filosofie sloten we op donderdag het jaar af met taart. Andere docenten zetten ons juist zonder pardon aan het werk met een oud eindexamen. Soms was het ook wel nodig, omdat er nou eenmaal nog veel moest gebeuren voor de naderende test.

Bij biologie bijvoorbeeld, bij uitstek een les waar veel lol getrapt wordt, was dat nu eens niet het geval. Het gehele uur werden er in rap tempo vragen gesteld en beantwoord. ‘Dit is denk ik de meest productieve les ooit,’ mompelde ik lachend tegen mijn buurvrouw, waarna ik meteen moest bukken voor een prop papier die naar mijn hoofd geworpen werd. Ik had niet gedacht dat de docent mijn opmerking ook zou horen.

Processed with VSCOcam with f2 preset

Die avond gingen we (net als de rest van Nederland) barbecuen. En dat zag er best feestelijk uit, vond ik zelf.

Processed with VSCOcam with kk2 preset

Ik maakte nog een foto van de mooie lucht.

Processed with VSCOcam with hb2 preset

En voor de rest waren mijn activiteiten vrij eenduidig: leren, leren, leren. Al probeerde ik tussendoor ook regelmatig wat zonnestraaltjes mee te pakken of ergens in een zwembad te springen.

Hierboven was ik bezig met mijn aller liefste lievelingsvak: wiskunde! Ik was zo mogelijk nog minder gemotiveerd dan anders om eraan te werken, aangezien het hoofdstuk waar we mee bezig waren geen examenstof was. Dat betekent dus dat ik er nu een toets over moest maken, om er vervolgens nooit meer iets mee doen. Daarnaast was het ook gewoon een moeilijk hoofdstuk. En het was warm, natuurlijk. Maar die toevoeging kan je in principe achter elke zin in dit verhaal plakken.

Mijn eerste cijfer heb ik inmiddels binnen: een 9,8 voor filosofie! Het was geen moeilijke test, dat moet gezegd. Voor mijn overgang of voor mijn gemiddelde maakte dit cijfer niet zoveel uit, maar toch ben ik er blij mee. Alleen al omdat ik het vak heel leuk vind en er een kans bestaat dat ik er verder mee wil. Ik heb dit jaar wel een aantal tienen gehaald, maar dat was meestal een kwestie van domweg dingen uit mijn hoofd leren. Dan valt er aan een filosofietest meer eer te behalen, wat mij betreft.

Dus dat was mijn week (en een beetje meer). Op naar de volgende!