Behalve met jeans vind ik streepjes ook erg goed combineren met rode lippen. Je zou ook kunnen zeggen dat rode lippen overal bij staan, omdat het klassiek en tijdloos is. Ik zou het deels waar noemen. Want rode lippen en een verkoudheid, een regenachtige dag of een avond vol verjaardagszoenen… Dat zijn toch niet zulke goede combinaties. Waarom draag ik het dan toch? Ik denk dat de hipster in mij zijn zin kreeg vandaag.
Auteur: Milou
#38 SEE THROUGH SHADOW
#37 IT AIN’T FIRE
OUT OF THE BOX
‘Verbind de punten.’ Dat was de opdracht die ik en mijn klasgenootjes laatst kregen. Van een oud-hoogleraar aan de TU kregen wij een lesje ‘Out of the box’ denken. Super interessant was het, alleen die meneer zelf al. Hij was zeker voorbij pensioenleeftijd, had nog zo’n 5 haren op zijn hoofd en bezat het vermogen om alles wat hij zei heel boeiend te laten klinken. En dat was het ook daadwerkelijk. Wat ik ervan heb geleerd? Soms moet je dingen erg letterlijk nemen, soms juist helemaal niet. Het kan handig zijn om in de tegenovergestelde richting te denken dan waar je heen wilt. En soms is het van belang om te lezen wat er níét staat.
Terug naar die opdracht. Het leek niet zo moeilijk. Negen punten, geschikt in een vierkant. Met vijf lijnen waren ze zo verbonden. Met vier lijnen was het ook mogelijk, hoorden we van de professor. ‘Nu moet je out of the box gaan denken.’ Opeens begreep ik dat ik dat nu erg letterlijk moest nemen. ‘En nu met drie lijnen.’ Daar hield het voor mij een beetje op.
(Dus voor de mensen die wel van een uitdaging houden: pak je kans, voordat je verder leest en ik alles ga verklappen…)
Maar het bleek wel te kunnen, als je ging zoeken naar de dingen die niet vermeld werden in de opdracht. Zoals daar zijn: de lijnen moeten horizontaal of verticaal zijn. De lijnen moeten door het midden van de punten gaan. Daar is nooit iets over gezegd. Maar veel mensen zijn het nou eenmaal gewend om binnen de lijntjes te kleuren en rechte strepen te trekken. (Ja dan heb ik het ook over mezelf, inderdaad.) Dat gebeurt automatisch, en je denkt niet meer aan de andere opties buiten je vertrouwde doosje.
Goed, drie lijnen. Prima. Maar daar hield het niet op. ‘Zoals jullie weten vanuit de tweede klas, kruisen twee parallele lijnen zich in het oneindige.’ Voor mij kwam dat als een verassing. Ik denk dat ik die dag net ziek was. ‘Ook op die manier zou je dus met drie lijnen alle puntjes kunnen verbinden.’ Daar moest ik even hard over nadenken. ‘Out of the box’ denken is één ding, maar uit het universum, naar het oneindige en weer terug… Dat ging me wel erg ver. Maar het maakt wel iets duidelijk. Er zijn eigenlijk altijd meer oplossingen dan je zou verwachten. Want natuurlijk waren we er met deze theorie nog stééds niet. ‘Wie heeft gezegd dat je het papier niet mag draaien? Zo verbind je met één lijn alle punten. En waarom zou je eigenlijk een pen gebruiken? Wil je die puntjes verbinden zonder lijnen,’ zei hij. Hij pakte het papier op en maakte er een propje van. ‘dan doe je het toch gewoon zo?’
En dan is daar natuurlijk nog mijn manier om iets te doen met negen stippen op een blaadje. Weer een beetje terug in mijn comfort zone.
#36 LYRICS
‘Kon ik al die songteksten maar uit mijn hersenen laten verdwijnen.’ is een gedachte die wel eens door mijn hoofd spookt. Wanneer ik informatie in mijn hoofd probeer te krijgen waar ik het nut niet zo van in zie (denk levensbeschouwing, algemene natuurwetenschappen), lukt het me vaak niet. Dit heeft natuurlijk deels te maken met de aanwezige concentratie en afleiding. Maar aan de andere kant heb ik soms het idee dat het gewoon vol zit daarboven. En ik ben pas zestien jaar, hoe moet dat dan over een tijdje?
Het vergeten van al die songteksten zou denk ik een hoop schelen. Hartstikke leuk natuurlijk, als je ongeveer de top-40 van de afgelopen vijf jaar mee kan zingen. Alleen zou ik soms de ruimte liever anders benutten. Zeker gezien het volgende feit: vlak nadat ik bepaalde informatie op mijn proefwerkblaadje neergekalkt heb, ben ik het alweer vergeten. Echter, de eerste zin van ‘Het is een nacht’ van Guus Meeuwis schud ik zo uit mijn mouw. (‘Je vraagt of ik zin heb, in een sigaret…’) Terwijl ik niet eens rook, en het liedje minstens een half jaar niet gehoord heb.
Ik kan er echt niets aan doen. Of het nou een liedje van Kinderen voor Kinderen is (‘Tieeeeeten, zij krijgt tieten!’) of een nummer van Jason Mraz, dat ik tijdens de muziekles eens moest opvoeren. (‘I’ve been spendin’ way too long checkin’ my tongue in the mirror and bendin’ over backwards just to try to see it clearer…’ Al duurde het wel even wat langer voordat die erin zat, maar toen moest ik wel.) Ik onthoud het. En ik zing mee, als het voorbijkomt op de radio. Zelfs klassieke muziek kan ik mee neuriën, ontdekte ik vandaag. Daar trek ik wel echt een grens hoor. Ik bedoel, hoe irritant is dat. Dat je naar een prachtig pianostuk aan het luisteren bent, en er opeens iemand ‘ta da da Da Da Da Da DA DA!’ doorheen blèrt. Ook gezien het feit dat ik niet zo goed kan zingen. Dus ik houd het toch maar bij de instrumentale versie van Einaudi. Eens kijken hoe lang het gaat duren voordat ik die uit mijn hoofd kan.
#35 THANKS, GUYS
Naahhhh, wat een schattig plaatje hè? Ja, vond ik ook. Babs en Ilme vonden mij iets minder leuk, na het maken van deze foto. ‘Jaa, iets meer naar voren. Ja. Iets meer naar links. En nu iets meer naar achteren. Zo ja, top.’ Hier waren ze wel een tijdje zoet mee, dat snap je. Lopen er ook nog allerlei mensen langs die je raar aankijken, inclusief docenten die ‘aan het vergaderen zijn’ maar je ondertussen gewoon flink bespieden. Deze gedachte komt niet voort uit achterdochtigheid, trouwens – ze hebben het mij zelf verteld. Sorry, jongens. En bedankt voor de hulp. Het was iets wat me opviel vandaag: iedereen doet het toch maar.
Laat me even uitleggen wat ik bedoel. Het komt vaak voor dat ik, met het oog op een project, foto of ander gek idee, de hulp van andere mensen goed kan gebruiken. Om model te staan, iets vast te houden, te laten vallen, een beetje op te letten of ik niet, druk fotograferend, onder een auto loop of in zo’n rare positie beland dat mijn onderbroek zichtbaar is. En dat is niet altijd zo gemakkelijk. Vaak genoeg hoor ik ze denken: ‘Milou, waar ben je nou eigenlijk mee bezig?’ Maar in plaats van die gedachte uit te spreken en het me in mijn eentje uit te laten zoeken (wat ik eigenlijk wel begrijpelijk zou vinden…), helpen ze me, meestal zonder vragen. Want Milou, die heeft nou eenmaal haar blogje en de bijbehorende creatieve uitspattinkjes. Dus gaan ze wel met hun rug in de zon voor die muur staan, doen ze een stapje naar voren en weer een stapje terug. Ze maken die sneeuwengel, blazen nog maar een slinger terpentine, lachen nog een keer lief of negeren het feit dat ik al een kwartier foto’s aan het maken ben van een sleutelhanger. Ze gooien hun naamplaatje na een activiteitendag niet weg, maar geven hem aan mij. Al hebben ze geen flauw idee wat ik ermee wil. (En ik zelf vaak ook nog niet helemaal, op dat moment.) Maar ze doen het wel. En daarom wil ik even zeggen: jongens, bedankt.
PICTURE THIS: NEXT DOOR NATURE
Tussen dorpje X, waar ik woon, en dorpje Y zo’n vijf kilometer verderop bevindt zich een natuurgebiedje. Het is netjes omheind met hekjes, er staan paaltjes in de grond en er staan bankjes om op uit te rusten. Er zijn boompjes, heitjes en een meertje. Het klinkt allemaal schattig en kleinschalig. En dat is het ook. Maar als de zon fel schijnt, er geen wolkje aan de lucht is, je het warm hebt vanwege het ploegen door het rulle zand en je de geluiden van de nabijgelegen weg even wegdenkt, lijkt het verdorie net een savanne in Afrika. Er zijn dan wel geen tijgers die je aan kunnen vallen, maar er lopen wel twee Aberdeen Angus koeien rond en die lijken me ook behoorlijk angstaanjagend als ze op je af komen draven.
#34 FRESH AIR
#33 BIRDS
Daar waren ze weer. Zeker de zesde ronde was het voor deze vogels, cirkelend om een gebouw als dagjesmensen om de Primark op een koopzondag. Ik weet niet waarom ze het deden. Misschien stroomde de lucht in rondes waarop ze zich lieten meevoeren. Of de leidende vogel was even de weg kwijt, gedesoriënteerd door de drukte beneden hem en de overal even strakblauwe lucht. Wat het ook was – ik vond het niet erg. Het duurde even voordat ik mijn foto had, maar dat maakte nu dus niet uit. Want daar waren ze weer.
INDUSTRIAL DESIGN
Na alle profielkeuzestress word ik langzaam klaargemaakt voor de volgende keuze: de studie. Nou word ik niet in het diepe gegooid. Er is een heel traject van gesprekken, open dagen en bijeenkomsten. Afgelopen week ging ik naar een studievoorlichting. Op één school kwamen scholieren van verschillende scholen samen, om te luisteren naar studenten van universiteiten verspreid over heel Nederland.
Er vielen me een paar dingen op, die avond. Ten eerste, dat je iets leuk en interessant kan vinden, maar dat je tegelijkertijd weet dat het toch niks voor jou is. Ook werd nog maar eens bevestigd dat ik er goed aan heb gedaan om niet naar de school te gaan waar de voorlichting plaatsvond. Ik vind het nog steeds net een gevangenis.Vervolgens hoorde ik drie keer: ‘Deze opleiding is anders dan anderen.’ Dat is natuurlijk wat elke universiteit probeert te claimen, maar als iedereen het zegt, wordt het gewenste effect niet bereikt, denk ik. Toch was er één opleiding die er voor mij daadwerkelijk uitsprong: Industrial Design.
Het combineert namelijk drie dingen die ik leuk vind. Ten eerste design, dat spreekt voor zich denk ik. Ik ben heel graag creatief bezig en zou dat in deze opleiding echt kwijt kunnen, in tegenstelling tot bij veel andere universitaire studies. Dan is er ook een maatschappelijk aspect. De dingen die je ontwerpt moeten in een behoefte voorzien, en voldoen aan de wensen van gebruikers. Je bent dus bezig met wat mensen willen, hoe ze leven en hoe ze omgaan met bepaalde dingen. Tenslotte bevat de opleiding een stukje wiskunde en natuurkunde. Ook techniek speelt een grote rol bij de ontwikkeling van veel producten. Dat zou ik als een minpunt kunnen zien. Het zijn namelijk niet bepaald mijn favoriete vakken. Aan de andere kant, doe ik dat N&T profiel dan niet voor niks. (Zoals ik het afgelopen halfjaar toch wel vaak stiekem gedacht heb…)
Er kleeft ook een nadeel aan: de opleiding is aan de Technische Universiteit. En dat heeft in mijn ogen nou niet echt een spannend imago. Toen ik er de eerste keer vanuit school was, zag ik vooral veel slungelige jongens met grote rugzakken, een heleboel ingewikkeld uitziende machines en ruimtes waarin mensen onderzoeken aan het doen waren. Nee, dit wordt het niet, dacht ik meteen. Maar. (En niet zomaar een maar. Een díkke maar.) Al twee keer heb ik ontdekt dat het er soms ook anders aan toe gaat. Zoals met een architectuurproject, waarvoor we naar de TU gingen. Daarbij waren we echt creatief bezig – dus niet, zoals ik dacht, alleen maar met getallen, formules en computers. Bij de voorlichting Industrial Design werd de werkwijze van de studie toegelicht. Er zijn projecten, veel praktijk en geen examens, maar een beoordeling via een zogenaamde showcase. Hierin leg je het hele proces vast doormiddel van foto’s, filmpjes en schetsen. Hallo, alleen dat al is helemaal mijn ding.
Dus, wat houdt me tegen, zou je denken, toch? Nou, eerst moet ik natuurlijk even het VWO afronden. Maar dan is er nog iets. En dat is de stad, Eindhoven. Dat ligt echt vlakbij het dorpje waar ik nu woon, en mijn middelbare school ligt er ook. Ik wil eigenlijk heel graag ergens anders heen. Amsterdam, Utrecht – in ieder geval weg van hier. De wijde wereld in, zoiets. Want deze stad ken ik al zo goed. (Of ja. Binnen mijn gedesoriënteerde beperkingen, dan.) Maar als ik het over een tijd nog steeds zo’n toffe studie vind, kan ik me daar denk ik wel overheen zetten.
Voor nu ben ik al lang blij dat ik een beetje een idee heb van wat ik zou willen. Misschien. Want ja, ik ken mezelf – misschien wil ik over een jaar wel weer iets anders.













