#136 CARDS

IMG_1551

Als er één spel is dat ik veel gespeeld heb vroeger, dan is het pesten. Het kaartspel dan, hè – van echt getreiter kreeg ik buikpijn (en nog steeds). Mijn broer en ik namen overal een pakje kaarten mee naartoe. Waar we ook heengingen, we vonden altijd wel twintig vierkante centimeter waarop we een potje konden spelen. We kaartten op de achterbank tijdens lange autoritten, op een bankje in een museum of tijdens feestjes van vage kennissen, ergens in een hoekje van de kamer. Mensen die ons zagen zitten, vonden het er altijd heel schattig uitzien. ‘Wat hebben jullie leuke, brave kinderen, zeg!’ zeiden ze dan tegen mijn ouders.

Wij wisten wel beter.

Ja, het ging er soms hard aan toe – het heette niet voor niets pesten. Jokers en boeren werden triomfantelijk opgelegd, vaak vergezeld met een kreet in de trant van ‘Hah!’ of ‘Lekker voor je.’ De spelregels veranderden continu, afhankelijk van wat er op dat moment gunstig uitkwam. Je begrijpt dat hier vaak discussie over ontstond. En eigenlijk weet ik nog steeds niet of je nou een twee op een joker mag leggen, of niet.

Nou was ik vandaag op een familiefeest. En naast (surprise) familie en mensen waarvan ik niet zeker wist of ik ze nou wel of niet kende, waren er ook wat kinders. Tot mijn verbazing speelden ze niet met gameboys of de iPad van papa. Nee, ze deden een ouderwets potje pesten, net zoals wij zo vaak gedaan hadden. De regels waren nog steeds onduidelijk, er waren nog steeds mensen die structureel vergaten te kloppen wanneer ze nog maar één kaart in hun hand hadden. En mijn broer kon nog steeds slecht tegen zijn verlies. Al wist hij het inmiddels beter te verbergen.

#134 SOLDER

IMG_5735

Omdat wij van solderen houden.

(Nee, dat is eigenlijk niet waar. Want het is een enorm prutswerk en je bent steeds bang om je vingers te verbranden. Het stinkt en de geur verspreidt zich snel; de rest van de dag vraagt iedereen zich af waarom het hele schoolgebouw ruikt naar verschroeid haar. Jij bent een van de weinigen die het weet en al je kleren ruiken precies hetzelfde.

En dat je dan een nieuwe potmeter in je schakeling moet zetten omdat je de vorige hebt gemold door iets te veel enthousiasme met een schroevendraaier. Dit terwijl je niet eens weet wat een potmeter is, laat staan waarvoor hij dient. Ook snap je nog stééds niet waar je al die ellendige draadjes in moet pluggen omdat je leraar het telkens maar weer voor je doet, en jij dan net niet oplet en dan moet je het de volgende keer weer aan hem vragen en daarom zal je het nooit weten ook.

Ondanks dit alles probeer je de hilariteit van de situatie in het oog te houden. Daar word je dan weer heel melig van en dan ga je domme dingen doen. Iets met batterijen, plussen en minnen. En je vervolgens afvragen waarom er nergens een lampje gaat branden.

We soldeerden twee hartjes want dat lukte nog wel.)

Een en al liefde.

 

#133 INTO THE WILD

IMG_5733

Het was woensdagmorgen, rond de klok van half negen. Langs de oever van de Dommel stonden zo’n vijfentwintig leerlingen en één docent. Ook was er een schepnet aanwezig, dat natuurlijk van belang was bij wat we gingen doen. Voor biologie kwamen voor het eerst dit jaar in aanraking met de levende natuur, en wel door te gaan vissen. Met een schepnet, ja – ik heb het ook niet verzonnen.

Vandaag hoefden we alleen nog maar toe te kijken. Er was iets met stekelbaarsjes, dikkopjes en waterinsecten krioelend in een witte bak. Iets met vieze handen, en dat je je maar niet aan moest stellen want dat ging er allemaal wel weer af en ja, er zaten misschien wel bloedzuigers maar nee, die waren niet gevaarlijk. Voor het eerst sinds dagen was de zon weer te zien en ik bedacht me: zonder zon geen levende wezens, zonder levende wezens geen biologie. Dat het verhaal van de docent, omdat ik van die zon aan het genieten was, een beetje langs me heen ging, kon ik op die manier prima verantwoorden. (Bovendien viel het niet zo op. Achteraan staan tussen het hoge gras of vooraan zitten in een klaslokaal maakt veel verschil.) En eigenlijk sliep ik nog half. De warmte van de zon op mijn gezicht hielp me ontwaken.

#131 (NOT) WHAT IT SEEMS

IMG_5669

Ik plaats hier soms dingen waarvan jullie ongetwijfeld denken: oké Milou, allemaal leuk en aardig, maar wat is dit wat we hier zien? Ik noem het graag abstracte fotografie, en laat jullie meestal in het ongewisse over de objecten/organismen die op zo’n foto te zien zijn. Ten eerste heb ik vaak geen zin om het helemaal uit te leggen, ten tweede neemt dit een deel van de illusie weg. Omdat je dan denkt: oh, het is maar gewoon een rare reflectie/de binnenkant van een prullenbak/een zonsondergang bij veel te lange sluitertijd.

Maar vandaag zie je op de foto iets dat juist precies is wat het lijkt: een wazige slaapkamer, heerlijk verlicht met de flits van een iPhone.

Waarom juist dit de foto van vandaag werd, mogen jullie dan wél weer zelf bedenken.

#129 HOW CUTE

IMG_5641

Miniatuurversies van dingen hebben een vertederende werking op mij. Neem een willekeurig voorwerp, verklein het tien maal en mij heb je. Minitubetjes tandpasta, van die potjes Nutella die ze bij hotels hebben of kleine lippenstiftjes die je soms krijgt bij een aankoop in een parfumerie, ik vind het allemaal even lief. Het werkt ook bij levende wezens, trouwens. Ik smelt bij de aanblik van een babyvoetje met tien miniteentjes en mijn liefde voor babypinguins heb ik hier al eens eerder verkondigd.  Je kan dus wel voorspellen wat mijn reactie was toen ik deze minuscule camerabroche zag.

‘Ahhh! Wat schattig!’

#128 TAKE IT SLOW

IMG_1521

Met drie lieve vriendinnen was ik vandaag in Den Bosch. Omdat één van ons herstellende is van een heel rottig virus genaamd pfeiffer, werd het een iets andere ervaring dan verwacht.

‘Ik voel me zo bekeken,’ zei ze, terwijl we met z’n vieren langzaam de stad in schuifelden. ‘Ik weet zeker dat die mensen denken: ze is pas vijftien, maar gedraagt zich als een oma.’ Ze had gelijk. Sommige mensen keken inderdaad verbaasd achterom wanneer ze ons inhaalden. ‘Maar weet je,’ zei ik tegen haar, ‘ze kunnen het wel raar vinden… Maar dan weten ze alsnog niet wie van ons zich aanpast, en wie daadwerkelijk de kracht even niet heeft om snel te lopen.’

We deden het dus allemaal rustig aan vandaag. We gingen met de lift in plaats van de trap, namen ruim de tijd om te lunchen en al vrij snel daarna streken we neer op het terras. Er brak een hevig onweer los, dat wij vanonder een luifel en in de nabijheid van warmtelampen konden aanschouwen. Gewapend met onze parapluutjes trotseerden we af en toe de regen, om dan vlug weer ergens naar binnen te gaan om even te kijken. Of gewoon om even uit te rusten. En dat was oké. We hadden het toch wel gezellig.

Of het nu komt door pfeiffer, liefdesverdriet of zorgen: niet in staat zijn om dingen te doen, is rot. Zeker wanneer je veel kan, veel wil en misschien ook wel veel moet. Van jezelf, of van anderen. Maar soms is het niet anders en moet je gas terugnemen. Dat is vaak moeilijk te accepteren, zeker wanneer je ziet dat anderen het vlotte tempo wel aankunnen. Op die momenten zal je erop moeten vertrouwen dat er mensen zijn die af en toe stoppen, je ondersteunen en met je mee schuifelen. Totdat je langzaam weer terug kunt naar hoe het was, of naar hoe je het graag zou willen.

#126 FREE THE PIE

IMG_1508

Op deze regenachtige woensdagmiddag besloten Merel en ik een appeltaart te bakken. Buienradar vertelde ons dat we precies een half uur de tijd hadden om naar de Albert Heijn te gaan, mochten we deze tocht droog willen maken. Dat moest lukken.

Het lukte. Toen de taart nog.

Met het bakken van appeltaart heb ik redelijk wat ervaring. Of laat ik het zo zeggen: ik heb er een boel gemaakt zien worden, dus ik wist wel hoe het moest. Merel bleek ervaring te hebben met een ander soort taarten. (‘Oh, die waar je alleen maar water bij hoeft te doen?’ ‘Ja, lach maar, die zijn heel lekker, hoor!’) Toch bleken we een goed team. Ik ontfermde me over het deeg, Merel was chef appels. Af en toe vroegen we om elkaars kritische mening.

‘Wat denk jij, Lou, meer kaneel?’ ‘Ja.’ ‘Oké, zeg maar stop.’

(Het bleef nog een lange tijd stil. In een appeltaart kan nóóit teveel kaneel zitten.)

Het ging redelijk volgens plan, afgezien van het deeg dat nogal slap was, en dus moeilijk in de vorm te krijgen. Ik heb  het er maar als een bolletje ingeduwd, om het vervolgens in de goede vorm te boetseren. Dat bleek ook prima te werken. Ik denk wel dat ik hierbij mijn eigen krachten onderschat heb, want na een uurtje in de oven was de taart met geen mogelijkheid uit de vorm te krijgen. Na vijf minuten proberen hingen we hikkend van de lach boven het aanrecht. Dit was niet erg bevorderlijk voor het bevrijdingsproces van onze appeltaart.

Uiteindelijk kregen we onszelf en de springvorm onder controle. En zo kwam het allemaal toch nog goed.