Tag: Fotografie
#85 FLOWERDAY
#84 ALL THAT MATTERS
‘Goooeeeedemorgen!!!!! Wakker worden!’ ‘Bats boem beng!’ ‘Over twee minuten op het sportveld!’ ‘Boem bats beng!’ ‘Klingelingeling!’ ‘Allemaal aankleden – nee, natuurlijk ga je niet in je onderbroek naar buiten!’ ‘Bats beng boem!’ ‘Wakker worden!’
Deze geluiden schalden om kwart voor zeven door de gangen. Om kwart over zes ging de wekker, om half zeven slingerde ik mijn benen uit bed. Joggingbroek aan, plens water in mijn gezicht en op onze tenen naar de keuken. Daar vonden we lepels, pannendeksels en ook nog een bel. Trappen weer op, 3, 2, 1…
Een week als minimentor mee op werkweek gaan is erg goed voor je zelfvertrouwen. ‘Jullie zijn zo lief!’ ‘Ik wou dat we zes minimentoren hadden, want jullie zijn allemaal zo gezellig’ en meer van dat soort uitspraken. Daarnaast het feit dat bruggers graag met je komen kletsen en over het algemeen meteen luisteren als je iets vraagt. Maar vanochtend aan het ontbijt bleek de liefde over. ‘Moest dat nou?’, boze blikken en zelfs ‘We pakken jullie nog wel terug!’. Toen ik vertelde dat ik als brugklasser ook uit mijn bed ben gelicht voor ochtendgymnastiek, verzachtte dat de pijn een beetje.
Bij de lunch deden we het nog eens dunnetjes over. Een paar dagen geleden werden ik en mijn kamergenootjes na het eten, voor een hele zaal met brugklassers, door een docent gevraagd om even op te staan. ‘Want wat we daar aantroffen tijdens de kamerinspectie… Overal kleren, snoeppapiertjes, schoenen…’ Gevolg: een stuk of tien brugklassers aan onze deur, die maar al te graag onze ‘enorme puinhoop’ wilden bekijken. En vervolgens een redelijk nette kamer aantroffen. (Ja, ik zeg redelijk, ik ben ook geen heilig boontje. En daarnaast slecht in het leven vanuit een koffer.) Voor het eten kondigden we aan dat wij mini’s nog even iets wilden zeggen over de ochtendgymnastiek. ‘Prima,’ sprak één docent, nietsvermoedend. ‘Jongens, jullie hebben het allemaal heel goed gedaan vanochtend. Maar er waren twee mensen die ons teleurgesteld hebben… Of zij even op willen staan?’
En zo kwam het dat er twee docenten push-ups deden in de eetzaal. Wakker gemaakt worden en vervolgens blijven liggen, dat kan natuurlijk niet. ‘Dus mogen jullie het nu even inhalen.’ Maar ook de brugklassers en minimentoren werden nog even flink aan het werk gezet met een potje touwtrekken. Voorafgaand hieraan deden we de ‘ja/nee’ quiz. De vorige avond hadden we gevuld met het bedenken van rare dingen over docenten, minimentoren en onze school. Sommigen waar (‘In de zomervakantie hebben er koeien op het sportveld gestaan.’ Ik kon het eerst ook niet geloven, maar ze waren ontsnapt en beland op het gras achter de school) anderen niet (‘De beha die de mini’s gebruikten bij hun act was rood.’ Nope – hij was roze.) Prima spel vond ik, wij hoefden alleen maar in de zon te liggen en toe te kijken. Maar daarna dus touwtrekken en toen was actie vereist. De tactiek werd doorgesproken (om en om links en rechts gaan staan, handen ook afwisselen, sterksten achteraan) en trekken maar. Drie uit vier gewonnen – we konden weer trots zijn op onze klas.
Een bus draaide het terrein op: het was bijna tijd om te gaan. Er werden groepsfoto’s gemaakt. Echte plaatjes waren het: lachende en juichende kinderen omringd door een groen grasveld en een strakblauwe lucht. De lol straalde er vanaf. ‘Dit is op het moment hun leven.’ zei een docent. Ik weet dat hij gelijk had, omdat ik het me nog zo goed kan herinneren van mijn eigen werkweek. Niets anders leek uit te maken. Een mooi toneelstuk maken, alle spelletjes winnen en je agenda voorbeeldig invullen – dat was toen belangrijk. Maar boven alles: nieuwe mensen leren kennen. Gesloten vriendschappen zouden voor altijd zijn. Deels klopte dit natuurlijk niet: er zijn mensen waar ik op werkweek veel mee omging, maar die ik nu nooit meer spreek. Aan de andere kant heb ik heel wat echte vrienden overgehouden aan die dagen. Mijn klas in de eerste was erg hecht en zal denk ik altijd mijn favoriete klas blijven. Nog geen gekat tussen de meisjes of geklooi met de jongens. Iedereen ging om met iedereen, zei wat hij bedoelde en wat hij dacht (soms tot irritatie van docenten). We hadden vooral heel veel lol met elkaar. Ik hoop dat mijn klasje hun brugklasjaar ook zo gaat beleven. En dat ik daar misschien een klein beetje bij kan helpen.
#83 LOUD AND CLEAR
De ochtend begon met wat gekreun, een warme douche en een potje pinkelen bij het ontbijt. (‘Commando plat. Commando bol. Hol. Ha! Af!) Vervolgens weer lessen (‘Maar, wat nou als je écht de weg kwijt bent?’) en lunch. (‘Commando bol. Muur. Plat. Hol. Vlaggetjes. Eeeeennn pinkelen. Ja, allemaal af!’)
’s Middags was het tijd voor waterspellen. Dat de buienradar regen voorspelde, maakte niet zo veel uit: nat werden we toch wel. We, ja, ik ook, ondanks dat ik niet deelnam aan de spellen maar gewoon punten stond te turven en aan stond te moedigen. In het begin zorgde enkel de regen voor wat spetters op mijn t-shirt. Ik moest wel oplettend zijn. ‘Jongens, jullie weten dat jullie niet gaan winnen als jullie nu mij gaan bekogelen, hè?’ Maar niet alleen voor de bruggers moest ik uitkijken – vertrouw nooit een leraar met een tuinslang in zijn hand, dat heb ik vorig jaar wel geleerd. Tijdens de spellen bleef ik dus droog. Tijdens het watergevecht wat daarna losbarstte niet. ‘Allemaal op de minimentoren!’ Achtervolgingen door het natte gras, slippers die in het rondvlogen en hele emmers water over mijn hoofd. Doorweekt tot aan mijn bikinibroekje (want dit hadden we natuurlijk zien aankomen). Maar wel veel gelachen en bovendien: het hoort er gewoon bij. Ik was absoluut niet de enige – achtentachtig bruggers verlieten rillend het sportveld.
De rest van de dag stond in het teken van de Bonte Avond – nadat iedereen weer warm en droog was, tenminste. Er werd geoefend, er vond een generale repetitie plaats en toen was het zover. ‘Zenuwachtig?’ vroeg ik. ‘Neuh..’ Had ik kunnen weten – zenuwen zijn niet cool. De drie klassen hadden totaal verschillende dingen bedacht, dat was heel leuk om te zien. Ons klasje deed het super: met veel enthousiasme, leuke liedjes tussendoor en: luid en duidelijk. (Maar dat kon ook bijna niet anders. ‘Wat is ook alweer het allerbelangrijkste, jongens?’ ‘Luid en duidelijk!’ ‘Goedzo.’ Maar vooral plezier hebben natuurlijk, dat zei ik er telkens snel achteraan. Al deden ze dat toch wel, ook zonder mijn advies.) En toen waren wij mini’s zelf aan de beurt. Snel naar achter en stress, stress, want we moesten ons snel omkleden en bovendien was het behoorlijk donker. ‘Waar is mijn sok? Jongens, ik ben mijn sok kwijt!’ ‘Ssshht!’ ‘Ik moet nog sproeten!’ ‘Dames, zijn jullie klaar?’ ‘We hadden toch vijf minuten?’ ‘Heeft iemand mijn sok gezien?!?’ Met één sok stond ik uiteindelijk te dansen, wat eigenlijk ook wel bijdroeg aan de knulligheid van onze outfits. Bloesjes hoog dichtgeknoopt, bretels, brillen, pleisters, kniekousen (of één kniekous, in mijn geval), rugzakken gevuld met kussens en ons haar in K3-stijl (vlechtjes, twee staartjes of één staart op een plek waar hij normaal nooit zit). Ja, dit jaar gingen we er helemaal voor. Ook wat zang betreft – luid en duidelijk, ik moest er natuurlijk zelf ook aan geloven. ‘Ik ben een brugsmurf, brugpieper!’ Ja, dat zit zeker nog een week in mijn hoofd.
De disco die volgde was ook heel leuk – het plezier was aan heel veel gezichten af te lezen, super om te zien. Om elf uur werden er ‘banen op het spel gezet’ om nog een half uurtje door te kunnen gaan (‘want daar zijn hele strenge regels voor. Dit kan eigenlijk echt niet.’) ‘Maar kunnen we dan wel afspreken dat iedereen straks binnen tien minuten in bed ligt met het licht uit?’ In koor ‘Jaaa!’ natuurlijk, super schattig. Toen het echt, écht afgelopen was, lag iedereen behoorlijk snel in bed. Niet gek: van die korte nachtjes, vele indrukken en volle schema’s wordt je behoorlijk moe. Wij zaten nog even beneden, maar maakten het niet extreem laat. De wekker zou om kwart over zes gaan. Waarom? Dat lees je morgen.
(Wat een cliffhanger, hè?)
#80 WARMING UP
En daar gaan we weer! Terug naar het schoolritme. Al was vandaag meer een warming up. Zo’n dag dat je langer op de fiets zit dan in een klaslokaal. Misschien om te checken of we de weg nog wisten. Ondanks mijn korte lesprogramma bracht ik heel wat tijd op school door, aangezien de brugklassers nog één keer bij elkaar kwamen voordat ze op werkweek gaan. Als minimentor was ik daarbij. Net als vorig jaar waren er een hoop vragen, een hoop enthousiasme en toch ook wel wat zenuwen. Maar ook dat hoort erbij. ’s Avonds herontdekte ik dat school een hoop geregel is. En dan heb ik het niet eens over het huiswerk. Nee, naast het pakken van mijn weekendtas voor kamp moesten er kleren gekozen worden (wat voor weer wordt het?), schooltassen ingepakt en…. Ja dat was het eigenlijk wel, maar toch duurde het lang omdat ik constant dingen bedacht die er nog bij moesten. Sommigen belangrijk (rekenmachine, wiskundeschrift) anderen misschien iets minder (pakje kauwgum, een nagelvijl. Maar ja, je zal het maar nodig hebben!). Op de bank nog even iets lezen en toen was ik helemaal klaar voor m’n bed. En dan te bedenken dat dit pas de warming up is.
#78 ‘LONG HAIR’
‘Oh, wat heb je toch mooi haaaaar! Zo veel. En zo dik!’ Dat is ongeveer de standaard reactie die ik krijg wanneer ik plaatsneem in een kappersstoel of wanneer mijn haar prominent los op mijn rug hangt. En dat vind ik ook wel. Soms. Vandaag zat ik bij de kapper. Nat en helemaal uitgekamd vond ik het vooral heel erg lang. Bij sommige begrippen kan ik geen duidelijke definitie geven (‘Bedrijfskunde’, een ‘moped’. ‘Buitenspel’), maar ‘lang haar’ zou ik als volgt omschrijven: ‘Wanneer je met je hand de haren die los over je rug hangen, kan vastpakken.’ En dat kan ik. Dus is het ‘lang’. En af en toe ‘onhandelbaar’. Maar wanneer ik, zoals vandaag, bij de kapper ben geweest en ze het steil hebben gemaakt, ben ik er wel blij mee. Dan wappert het in de wind, woel ik er vrolijk met mijn hand doorheen en laat ik een geur van shampoo achter wanneer het in het rond zwiert. En pak ik het af en toe vast, met mijn hand achter mijn rug.
#77 EFTELINGFLOW
Nog een dagje Efteling in deze laatste vakantieweek, samen met Merel. Lekker even de longen uit ons lijf schreeuwen. Ik wel, tenminste. Ik ben een giller. Merel daarentegen, blijkt een lacher in de achtbaan: zodra het karretje naar beneden suisde, kreeg ze keihard de slappe lach. Wat ik natuurlijk ook weer erg grappig vond. Aan het einde van de rit zorgde ik nog even voor wat extra spanning toen ik de veiligheidsbeugel niet omhoog kreeg. ‘Meneer! Ik ehh… ik zit vast!’ Achter me geamuseerde en geërgerde blikken. Om dat laatste was ik blij, want ik deed het natuurlijk expres, om die wachtende mensen te pesten. (Ik hoop dat jullie me inmiddels goed genoeg kennen om te snappen dat dit een grapje was?) Gelukkig werd ik snel bevrijd en konden we verder met onze dag. Deze bestond uit de gebruikelijke Eftelingpret: adrenaline, mensen kijken (ik zou me in de Efteling ook kunnen vermaken zonder ook maar één attractie in te gaan. Gewoon op een bankje zitten en kijken is al erg amusant) en lekker kletsen in de wachtrij. Die waren er natuurlijk. Als je daar niet tegen kan, moet je niet in de vakantie naar een pretpark gaan. Of misschien helemaal nooit naar een pretpark gaan. Dus hadden wij van tevoren besloten om niet te klagen. Just go with the Eftelingflow.
#76 INSTAGRAM
Mijn luiheid begint ook invloed te krijgen op mijn 100 Days of Summer. De foto van vandaag was namelijk… Een Instagram foto. Op de één of andere manier vind ik dat niet helemaal tellen. Met zo’n filtertje ziet zelfs een drol er leuk uit. Maar voor vandaag doe ik het er toch maar mee – beter iets dan niets. Laat ik er dan ook maar meteen het Instagram onderschrift bijgeven. ‘Het meest zinvolle wat ik heb gedaan vandaag. Heerlijk. (En alsnog niet erg zinvol, dus dan kan je wel bedenken wat de rest van mijn bezigheden waren, haha.)’
#75 I’D PREFER A SPIRAL
Ongeveer zeven weken geleden was ik in Maastricht, en vandaag weer. Het maakte het vakantiecirkeltje wel zo’n beetje rond. Het zou er natuurlijk liever een vakantiespiraaltje van maken, dat nooit ophoudt. Maar aan alle fijne dingen komt een einde. Zo gaat dat nou eenmaal. Het zorgt er ook voor dat je de leuke dingen meer waardeert. Wel probeer ik dat einde zo goed mogelijk te maken. En dat is prima aan het lukken.









