#249 COBWEBS

IMG_3103

Geef me tijd, geef me ruimte. Een scherpe blik en een camera, om de dingen vast te leggen die me daardoor opvallen.

Ook heb ik graag iemand aan mijn zijde. Als gezelschap, en voor de veiligheid. Want stel, ik wil spinnenwebben vastleggen, in het licht van de ondergaande zon. Dan kniel ik, klik ik, kom ik steeds een stukje dichterbij… En heb ik niet echt meer oog voor het stroomdraad dat mij van de glinsterende webben scheidt.

#245 PLACE & TIME

DSC00459

Zoals ik gisteren al zei, is het dagelijks vinden van een foto iets moeilijker nu het geen vakantie meer is. Gedurende die tijd was ik namelijk 1.) op een plek waar je een willekeurige kant op kon wijzen, om vervolgens een mooi beeld aan te treffen of 2.) had ik eindeloos veel tijd om ernaar op zoek te gaan. Momenteel is er sprake van noch 1, noch 2. En dat resulteert dan in, jawel: een bloemenfoto.

#244 NORMAL LIFE

foto

Terug in het normale leven. Waar in de lessen inmiddels geen vakantieverhalen meer besproken worden. Waar alles alweer gaat zoals het ging, waar alles alweer is zoals het was. Iedereen op een vaste plek en ‘waarom heb je je boeken nog niet open?’ Waar het gaat over quotiëntregels, desoxyribose et la lutte contre la fatigue. 

Het normale schoolleven. Waar ik bang ben dat mijn tas het nu echt zal gaan begeven door het overschot aan boeken dat hij bevat. (Waar ik weet dat hij het niet zal begeven, omdat hij het de afgelopen jaren ook niet begeven heeft – ondanks al dat gewicht.) Waar de zon mijn rug verwarmt in de pauze – waar ik doe alsof ik nog op het strand ben, met mijn zonnebril en tas bespikkeld met zonnebrandspetters.

Waar ik weer op zoek moet naar beelden en verhalen, in plaats van er tegenaan te lopen. 

Alhoewel – voor vandaag vond ik deze voeten.

#243 CHEESE

IMG_0131

‘Hoe zal ik lachen? Mond open of dicht?’

‘Haren over mijn schouders of op mijn rug?’

‘Zal ik mijn jasje aanhouden?’

‘Shit! Dit shirt valt helemaal weg tegen achtergrond!’

‘Milau? Miloe? Ja, ga maar zitten. Oh, ik zou inderdaad nog even iets aan je haar doen, hoor. Even een stukje draaien. Schouders recht. Say cheese! Nee, ik wil echt die tandjes zien! Jaaa, zo ja. Nou, dat was ‘m weer, hoor. Volgende!’

(Over de schouder van de fotograaf wierp ik een blik op de net gemaakte foto. Ik verwachtte gesloten ogen of iets tussen mijn tanden, maar het viel me alles mee. Hij was het niet met me eens. ‘Hmmm,’ mompelde hij, terwijl hij vertwijfeld naar het scherm keek. ‘Nou ja. Oké dan.’ Oké dan. Daar moest ik het mee doen. Naar mijn idee impliceerde het: eigenlijk sta je er niet al te best op, maar veel beter zal het toch niet worden.)

‘Inschuiven, jongens! Inschuiven! En jij daar rechts! Ja, jij, groen shirt! Jij mag hier vooraan komen liggen. Jawel. Dat kan me niet schelen. Hoppa. Hé, jullie zitten helemaal niet in deze klas! Willen jullie heel snel van die stoelen afkomen?! Oh, en dat meisje daarboven. Die rode! Even wisselen met je buurvrouw, want ik zie alleen je voorhoofd. Nou, daar komt ‘ie, hoor. Drie, twee, één… Lachen!’

Braaf rechtten wij onze schouders en forceerden we een glimlachje. Oh het leed, dat de schoolfoto heet.

#241 EIGHTEEN

IMG_0107 Het was de laatste keer dat we voor hem zouden zingen. Hij was achttien en volwassen, dus hierna mocht het wel afgelopen zijn met dat ge-hiep-hiep-hoera. Voor mij de reden om ditmaal des te harder te klinken, natuurlijk. Ook officieus is het geen jongetje meer, besef ik steeds vaker. Wanneer hij met zijn ochtendafro en weekendbaard aan het ontbijt komt, als ik in de bijrijdersstoel naast hem zit, als ik hem zie met zijn vrienden, stuk voor stuk koppen groter dan ik ben. Dat besef laat me automatisch terugdenken aan hoe het eerst was. Martje die in elk straatnaambordje klom. Martje met wie ik ruzie maakte om de Nintendo DS, de badkamer en de dekens van een tweepersoonsbed. Martje die mijn hand pakte en me meenam op avontuur, met zijn pikachu-rugzak in de aanslag. Ik hoop dat het een beetje zo zal blijven. Ik denk dat ik gewoon blijf zingen. Hiep, hiep, hoera. Schermafbeelding 2014-09-07 om 19.58.56

Deze wilde ik jullie niet onthouden.

#239 ICE & PRIZE

IMG_0092

‘Waarom doen jullie dat, eigenlijk?’ vroeg één van mijn brugklassers. We zaten aan het ontbijt, ongeveer anderhalf uur na de ochtendgymnastiek. ‘Het hoort er gewoon bij,’ hoorde ik mezelf zeggen. Maar ik moet in alle eerlijkheid bekennen dat ik het me ook afvroeg, toen de wekker om kwart over zes ging die ochtend. Waarom deden we dit ook alweer? ‘Toen wij zelf brugklassers waren, werden we ook in alle vroegte uit ons bed getrommeld om rondjes te rennen op een grasveld.’ Wat nog steeds geen legitieme reden is om de brugklassers van nu op dezelfde verrassing te trakteren. ‘Maar als je er heel erg mee zit, weet je wat je te doen staat: zelf ook minimentor worden.’

Die ochtend werden de laatste lessen gegeven. Of ja – de laatste van de werkweek. Niet iedereen was daar even enthousiast over. ‘Hierna hebben ze zes jaar lang alleen maar lessen,’ mompelde ik tegen Colette, met wie ik vooraan naast het bord zat. Dat tijdens deze periode de dagen niet meer gevuld zouden zijn met Levend Stratego en waterspelletjes, hield ik ook maar even voor me. Aan het begin van de week drukte ik mijn bruggers op het hart vooral veel te gaan genieten – vandaag kon ik alleen maar hopen dat ze dat gedaan hadden. Volgens mij was het gelukt.

’s Middags speelden we nog wel een spelletje, en wel ‘Knock-out’. Anders dan de naam doet vermoeden, komt daar geen fysiek geweld bij kijken. De leerlingen kregen stellingen voorgelegd, die ze moesten beoordelen als waar of niet waar. De minimentoren waren hier op geen enkele manier bij nodig, wat behoorlijk relaxed was. Met de zon op mijn rug en mijn voeten op het zompige grasveld keek ik toe. De gemoederen liepen hoog op, aangezien dit een van de de laatste momenten was om punten te pakken voor de klas, en zo eeuwige roem te verkrijgen door winnaar van het kamp te worden.

Het touwtrekken vormde de finale-strijd, Alle laatste kracht werd gebruikt, de voeten werden schrap gezet en handen schuurden kapot tegen het ruwe touw. Alles voor de winst. En niet voor niets, bleek uiteindelijk: B1Z had gedurende de hele week de meeste punten verzameld. Het was tijd voor ijs, een prijs en de reis terug. Honderdéén koffers werden over het grind naar de bussen gesleept. Daarin gingen honderdéén leerlingen op weg naar huis. Met een tekort aan slaap en een overschot aan verhalen.