VAN DE WERELD

9R7A2358

Ik was even vergeten dat ik nog niet alles uit Zuid-Afrika gedeeld had hier. Terugkijkend naar deze foto’s lijkt het onwerkelijk dat ik daar was, nog maar een paar weken geleden.

Waar het, wanneer de motor afsloeg, alles behalve stil was. Waar krekelkoren en tientallen vogels klonken. Bladeren ritselend door de wind, of door dieren die hun weg zochten buiten de gebaande paden, zodat we ze niet konden zien maar wel horen.

Midden in de natuur, maar even van de wereld.

9R7A23489R7A23429R7A2363 9R7A2374 9R7A2387 9R7A2407 9R7A2438 9R7A2505 9R7A2524 9R7A2551 9R7A2576 9R7A2595 9R7A2597 9R7A2614  9R7A2649 9R7A2685 9R7A2700 9R7A2704

DIE DAGEN

9R7A1797

Dit zijn misschien wel de fijnste dagen. De dagen van ’s avonds mijn sandalen klaarzetten, in de hoop dat ik het de volgende dag aandurf ermee door de koude morgen te fietsen. Het is geen winterkou – eerder een veelbelovende frisheid, die de indruk wekt dat het weer zo’n dag zal worden. Zo’n dag waarop alles te relativeren valt door simpelweg naar buiten te kijken.

Op die dagen lijkt er meer tijd te zijn. Het is pas lente, maar nu al ervaar ik zomeravonden die eindeloos voortduren – zoals ze dat nou eenmaal doen. Er is tijd om eens op een willekeurige dinsdag af te spreken, om met vriendinnen te koken of een film te kijken terwijl niemand echt kijkt.

Er ontstaan plannen voor de echte zomer, die even ver weg als dichtbij lijkt. Met bepaalde dingen wil ik niet meer wachten. Vier jaar lang liet ik mijn haren groeien, binnen een half uur lag de helft ervan bij de kapper op de vloer. Een paar dagen voelde ik me Milou, maar dan met kort haar. Inmiddels weer Milou.

Mijn roze teennagels steken fel af tegen het gifgroene linoleum van de door mij zo geliefde bètalokalen. Korte mouwen en kippenvel, want de ramen zijn er altijd open en mijn jas moet aan de kapstok. Maar later op de dag ben ik blij met die zomerkleren, al verbranden mijn bovenarmen een beetje door mijn kanten shirtje heen.

Op school valt er elke dag wel iets te vieren; dan liggen er ballonnen metershoog in de docentenkamer, inmiddels hebben we na drie lesdagen alweer weekend. Pauzes worden voornamelijk buiten gespendeerd. Met wat geluk eindigen de lessen twee minuten eerder, om de kans op een bankje in de zon te vergroten.

Anders gezegd: er is altijd een reden om waterijsjes te halen in een tussenuur. En zo niet, dan zijn de waterijsjes een reden op zich.

Processed with VSCOcam with f2 preset

Processed with VSCOcam with f2 preset

Processed with VSCOcam with hb2 preset

WELKOM IN ZUID-AFRIKA

9R7A2000

De reis begon in Amsterdam, met een tien uur durende vlucht naar Johannesburg. Vroeger vond ik het niet fijn om te vliegen, want saai. Inmiddels geniet ik er juist van – het is het beste excuus om tien uur lang niets anders te doen dan lezen, films kijken of gewoon een beetje voor je uit staren. Vanaf Johannesburg vlogen we naar Hoedspruit, in ongetwijfeld het kleinste vliegtuig waarin ik ooit gezeten heb. Onder ons werd de wereld steeds verlatener. In de verte strekten blauwe bergen zich uit in de mist – ik kon niet zien waar het land eindigde en de lucht begon. Wegen van rode aarde ontstonden vanuit het niets, als de bron van een rivier opdoemend uit het beboste landschap.

Het was een korte vlucht: na drie kwartier sprong het lichtje voor de gordels aan, de landing zou spoedig ingezet worden. Het enige wat ik me kon afvragen was: waar dan? Er was, afgezien van die kronkelige zandpaden, nog geen enkel teken van beschaving te ontdekken. Toen we een paar minuten later aan de grond stonden, bleek mijn vraag niet geheel onterecht. Het vliegveld bestond slechts uit een landingsbaan en een klein gebouw, dat er puur voor het idee neergezet leek te zijn. Echter, meer was er ook niet nodig; vanaf Eastgate vertrokken dagelijks slechts twee of drie vluchten.

De rit naar ons verblijf zou ongeveer twintig minuten duren, ‘depending on the traffic’. Dat verkeer bleek te bestaan uit vijf apen, een paar hangbuikzwijntjes en vier olifanten. Op twee meter afstand staken ze op hun dode gemakje de weg over. Welkom in Zuid-Afrika.

9R7A20309R7A2035

Die middag al gingen we echt op safari. In een verbouwde pick-up crosten we over de stoffige paden. De zon scheen nog fel en het was warm, maar de vaart die we hadden, veroorzaakte een aangename wind. Al na anderhalf uur in het Kapama Park waren mijn verwachtingen meer dan waargemaakt. We zagen zebra’s, giraffes, impala’s, nog meer olifanten en natuurlijk prachtige natuur, overal waar je keek. (En ook babydiertjes! Ik smolt, echt waar. En wees gerust, ook daar zijn foto’s van.) Wat mij nog het meest verbaasde was hoe dichtbij alle dieren waren. Ze waren allemaal heel rustig en liepen om de pick-up heen alsof het een grote rots was die er altijd al gestaan had. De olifanten kwamen zelfs zo dichtbij dat ik bijna een staart in mijn gezicht gezwiept kreeg.

Rond zes uur begon het donker te worden, en daarmee ook een stuk koeler. De koplampen schenen op de weg, met een zaklamp werden de struiken belicht, op zoek naar ogen die zouden reflecteren. En dat deden ze. In de schemering lagen twee vrouwelijke leeuwen midden op het pad. Toen we dichterbij kwamen was ik ervan overtuigd dat ze weg zouden lopen, maar het deerde ze niets. Met ingehouden adem bewonderde ik ze. Niet veel later was er ook een mannetje gespot, maar die liet zich iets minder makkelijk zien. Onze gids gaf zich echter niet gewonnen en stuurde de pick-up zonder pardon de bossen in. Na een roerige achtervolging belandden we weer op de weg. De leeuw liep voor ons uit, met langzame, trotse stappen. Toen hij na zeker tien minuten een geschikte plek had gevonden, vleide hij zich midden op de weg neer en sloot hij zijn ogen.

Conclusies na dag één: Zuid-Afrika is prachtig. Olifanten hebben de liefste, zachtste pootjes die er maar zijn. En leeuwen zijn, hoewel ik anders vermoedde, de meest luie dieren ooit.

9R7A20519R7A20869R7A20899R7A20949R7A21209R7A21389R7A21459R7A21629R7A21689R7A22029R7A22079R7A23219R7A22849R7A2302

Dit waren de eerste foto’s vanuit Zuid-Afrika. More is yet to come!

DUIZEND

9R7A1891

Dit is het duizendste verhaal.

Een verhaal over smalle zandweggetjes die nergens naartoe leiden, afgezien van een weiland aan weerskanten.

We stapten uit, liepen richting de zon. We baanden ons een weg door takken en over sloten, tot we de rand van nog zo’n weiland bereikten. Mijn zwarte laarsjes zakten weg in de stoffige aarde. Voetstappen doorbraken nu het gestreepte patroon dat daarin zo zorgvuldig was aangebracht.

Over hoe we wachtten tot de zon verder zou zakken en de lucht roze zou kleuren. En dat we ons afvroegen hoe dat eigenlijk kon. Dat ik dat zou moeten snappen, maar niet deed.

(Over hoe het heel sereen had kunnen zijn, ware het niet dat er zich een puppyschool honderd meter verderop bevond. Maar dat kan je op de foto’s natuurlijk niet zien.)

Batterijen raakten leeg en het werd kouder, het was tijd om te gaan. We liepen terug, ik keek nog één keer om. De silhouetten van de bomen staken af tegen een voorzichtig roze lucht.

9R7A1906    9R7A18319R7A19119R7A19629R7A19609R7A1954

LAATSTEN

9R7A1109

Woensdag 11 maart, 09.00

Een nieuwe dag, een nieuwe stad. Goedemorgen Kraków.

9R7A1113 9R7A1116

We bezochten veel locaties waar gefilmd was voor Schindlers List en een synagoge. Daar ontdekten we dat een keppeltje voor de meeste jongens niet veel deed, behalve het veroorzaken van de slappe lach. Een selectief groepje stond het juist weer erg goed, alsof ze het altijd al gedragen hadden.

We hadden pauze, met een groepje meisjes ging ik op zoek naar een plek waar we onze koude handen konden opwarmen aan een kop thee of chocolademelk. Het duurde langer dan verwacht. Pas toen we onze drankjes geserveerd kregen, begrepen we waarom. We hadden in het Engels besteld (mijn Pools is nog niet helemaal op niveau) en vroegen om ‘tea’ en ‘hot chocolate’. Dat laatste was erg letterlijk genomen door degene die ons bediende. Hele repen chocolade heeft die jongen moeten staan smelten. Het resulteerde in kopjes met daarin een donkerbruine substantie die leek op chocoladevla, maar dan warm.

Tegen de tijd dat we onze drankjes kregen, hadden we eigenlijk al terug moeten zijn op de plek waar we een half uur eerder ‘losgelaten’ waren, zoals een van de docenten het steevast noemde. Maar goed, we waren deze week nog geen enkele keer te laat gekomen. Als echte scholieren was het onze taak dat minstens één keer te doen op zo’n reis, dus dat hadden we dan ook maar weer klaargespeeld.

9R7A1163

Ik gaf mijn camera meermaals uit handen aan enthousiaste vriendinnen. En daar kwamen best wat mooie plaatjes uit! (Bovenstaande door Celine.)

9R7A1269

‘Ja, en jij moet zelf ook eens op de foto!’

(Ik heb nu tien van dit soort foto’s van mezelf.)

9R7A1138

De mist maakte plaats voor regen en de fabriek van Schindler bleek gesloten, waardoor er een gat in het programma was. We konden terug naar het hostel of nog even zelfstandig de stad in. Die keuze was niet erg lastig, zeker niet nadat iemand het woord ‘Sephora’ had laten vallen. Ook wilde ik nog een lelijke souvenir inslaan voor bij de verzameling.

’s Avonds liepen we weer richting het grote plein en belandden we bij een Mexicaans restaurantje. We bestelden quesedilla’s, enchilada’s, burrito’s en faghita’s. Uiteindelijk bleek het allemaal ongeveer hetzelfde te zijn, zij het in verschillende vormpjes. Allemaal lekker, dat dan weer wel.

9R7A1258

Fast forward naar Dresden, waar we donderdagavond aankwamen. We besloten dat we die nacht net zo goed niet konden slapen, zodat we tijdens de reis naar huis goed moe zouden zijn. Met zo’n vijftig leerlingen en vijf docenten bezetten we een hele verdieping van het hostel… op een paar kamers na. Stipt tien uur stond er dan ook al een vrouw voor onze kamerdeur die in het Duits begon te tieren. (Of misschien vroeg ze wel heel aardig of we wat zachter konden doen. In het Duits lijkt het nou eenmaal onmogelijk om iets te zeggen zonder boos te klinken.)

De muren waren dun, de sfeer was goed, de nacht was kort. En de morgen kwam vroeg.

9R7A1363

We hadden drie uur in Dresden. Mijn grens wat betreft imposante gebouwen met interessante geschiedenissen was bereikt voor die week. Tijdens de wandeling van het hostel naar de binnenstad kwamen we langs een heleboel winkels – in tegenstelling tot imposante gebouwen met interessante geschiedenissen, hadden we die nog nauwelijks gezien. ‘Ik wil terug naar dat leuke stuk!’ zei vriendin Carmen toen we nog drie kwartier vrije tijd hadden voor vertrek. Zoals jullie ongetwijfeld weten is het met mijn richtingsgevoel niet zo best gesteld. Echter kon zelfs ik bedenken dat je binnen drie kwartier net heen en terug zou kunnen lopen, zonder een winkel van binnen te hebben gezien.  ‘Dan zul je moeten rennen,’ zei ik. Maar Carmen had haar zinnen erop gezet. ‘Ja, en?’

(Zei ging ervoor, ik paste ervoor.)

9R7A1352

Natuurlijk maakten we nog een groepsfoto, zoals dat hoort op zo’n reis. Een geslaagde reis, tevens mijn laatste reis met deze groep mensen. Het eerste ‘laatste’, zoals er nog vele ‘laatsten’ zullen volgen.

Het was zo’n week die ook een maand had kunnen zijn. Er was veel te zien, veel te doen. Ik heb verhalen gehoord die ik dacht nooit te horen en verhalen gedeeld die ik dacht nooit te delen. Ik heb mensen opnieuw leren kennen. (Hoi Celine, hoi Sam!) Ik heb gehuild en gelachen en rillingen over mijn rug gevoeld, van afschuw en geluk. Ik heb in de zon gezeten in een grote stad en op een muffe hostelkamer gehangen met allemaal lieve mensen en gedacht: zo is het goed en zo mag het altijd zijn.

9R7A1228

We gingen nog één keer de bus in. Oh, de bus – die viel zeer zeker in de categorie ‘dingen-die-ik-niet-zal-gaan-missen-wanneer-ik-weer-thuis-ben’. Hoe gezellig en knus het aan het begin van de week ook leek. In de categorie ‘dingen-die-ik-heb-gemist-terwijl-ik-niet-thuis-was’: groente en fruit. We aten bij McDonalds, de enige mogelijkheid op de laatste stop. Ondertussen verlangde ik naar komkommers en kiwi’s, bessen en broccoli.

Terwijl we Nederland naderden, heerste er een rust die gelijk was aan de ochtend dat we er wegreden. Zachte muziek klonk uit een draagbaar boxje. Per tweeën deelden we dekentjes, maar verder waren we allen in onze eigen bubbel. We raasden over wegen zoals we er zoveel gezien hadden die week, echter nu in tegenovergestelde richting. Met onze gedachten waren we overal behalve daar. Langzaam kwamen we thuis.

LITTEKENS

9R7A1065

Dinsdag 10 maart 2015, 06.33

‘Goedemorgen jongens en meisjes. We zijn in Auschwitz.’

Het was niet het meest opbeurende bericht om mee wakker te worden. Ik was echter heel blij dat we er waren, aangezien het betekende dat ik de bus uit kon. De omschrijving van mijn nacht zal ik beperkt houden: ik was ziek. Ziek door vermoeidheid en moe door ziekheid. En dan over Poolse hobbelwegen rijden in een muffe bus, met het idee dat de komende acht uren zo zullen zijn… Het was geen ideale situatie, laat dat duidelijk zijn.

Het complex was nog verlaten en gehuld in mist. We waren vroeg. Sommigen probeerden nog wat verder te slapen, de meesten hadden net als ik behoefte aan frisse lucht en een plek om je tanden te poetsen. Ik wisselde euro’s voor zloty’s en kreeg een handvol muntjes, die ik weken later nog in verscheidene zakken en zijvakjes tegen zou komen.

9R7A1057

Gestaag vulde de parkeerplaats zich met bussen, met daarin veelal scholieren. We werden opgesteld in rijen en kregen headsets aangereikt, waardoor we onze gids zouden horen. Ze leidde ons naar waar onze rondleiding begon. Het was tevens de plek waar dagelijks honderden gevangenen woorden lazen die ze nooit waar zouden kunnen maken: ‘Arbeit macht frei.’

9R7A1082

We waren in Auschwitz 1, het kleinere deel waar de beruchte poort stond en de huizenblokken van steen waren. Veel van die blokken dienden nu als museum, met aan de muren in het geheim gemaakte foto’s en verhalen van jaren geleden. Achter glas lagen voorwerpen die nooit bij hun rechtmatige eigenaren terug zouden komen: bergen schoenen, brillen, koffers. Babykleertjes. Haren, immense bergen ingevlochten haren die bij binnenkomst werden afgeschoren en verzameld. Zodat ze later ‘een beter doel konden dienen’.

9R7A1073

Joodse vrouwen huilden bij de aanblik van de familienaam op een van de ellenlange lijsten, waarmee een poging werd gedaan al die anonieme slachtoffers hun identiteit terug te geven.

9R7A1095

Na een korte busrit kwamen we bij het tweede deel van Auschwitz. Nog meer dan Auschwitz 1 voelde het als een filmdecor. Ik herkende de houten barakken. Echter, het overgrote deel ervan was verwoest – van de meeste stond alleen nog de schoorsteen overeind. Honderden van die bakstenen pilaren stonden verspreid over het terrein, dat in stukken verdeeld werd door hekken van prikkeldraad. Wat nog meer in het oog sprong was de spoorweg. Onder de wachttoren door kwamen de treinen het kamp in. Aan het einde van de oorlog werd het spoor verlengd, zo vertelde onze gids: tot direct naast de gaskamers.

In mij groeide een gevoel dat het midden hield tussen afschuw en schaamte. Meer dan ooit kon ik me voorstellen hoeveel mensen slachtoffer geworden zijn van deze praktijken en hoe vreselijk die geweest waren. Ook besefte ik hoe goed ik het wel niet had, met het feit dat ik alles kon doen en zeggen wat ik wilde. Die vrijheid is zo vanzelfsprekend dat hij nooit bewust gewaardeerd wordt. Op dat moment deed ik dat zeker wel en vroeg ik me af hoe ik nog kon klagen over iets als drukte op school, of – inderdaad – een oncomfortabele busreis.

Diezelfde vrijheid gaf me de kans om daar in Auschwitz te zijn. Om met eigen ogen te zien wat ik slechts uit boeken en films kende. In tegenstelling tot vele anderen had ik ook de vrijheid er weer weg te gaan.

Aangekomen in het hostel in Kraków, stootte kamergenootje Mienke haar hoofd tegen de scherpe punt van een trapleuning. In eerste instantie leek het niet zo erg, maar ’s avonds bleek het toch gehecht te moeten worden. Een aantal uur zat ze te wachten in een Pools ziekenhuis, terwijl de rest van de groep lol trapte op de kamers. Ik bleef achter met ambivalente gevoelens. Het leek bijna ongepast om het heel leuk te hebben na wat ik vandaag gehoord en gezien had.

Het is goed dat ik er geweest ben. Het was goed me eens te realiseren hoe bevoorrecht ik ben met het leven dat ik kan leiden. Maar met schuldgevoelens zou ik niemand verder helpen. Ook de tijd kon ik er niet mee terugdraaien.

OVER CHOCOLADE-EENDJES EN BELADEN WOORDEN

9R7A0906

Maandag 9 maart 2015

Half zeven, in Berlijn gaat de wekker. Met z’n achten op een kamer slapen is gezellig, maar je wordt zo vroeg wakker als diegene die het eerste wil opstaan. We hadden onze tijd ook wel nodig: om acht uur zouden we vertrekken. Voor die tijd moest de puinhoop nog ingeperkt worden tot het formaat van acht koffers en iedereen wilde nog douchen. Omdat ik van mezelf weet dat ik niet op mijn best ben op de vroege morgen, had ik al wat voorbereidingen getroffen. Mijn wekker stond pas drie kwartier later. Dat is zo’n heerlijk gevoel: langzaam wakker worden, met de gedachte dat het eigenlijk nog niet hoeft.

9R7A0917

En ik werd niet zomaar ergens wakker: we waren in Berlijn!

9R7A0937

(Een deel van) de groep.

9R7A09489R7A0969

We gingen langs een immense chocoladewinkel, waar een donkerbruine Brandenburger Tor in de etalage stond te pronken. Ook hadden ze er chocolade-eendjes – het is immers over een maand al pasen.

9R7A0970

We bezochten een stukje van de muur.

9R7A0979

Ik genoot van de zon – en het feit dat ik daar was, in Berlijn, op een maandagmorgen in maart.

9R7A0996

We bezochten het museum ernaast.

9R7A1002 9R7A1018

Vervolgens gingen we naar het Sony Centre, waar we kaartjes haalden voor de film die we later die avond gingen zien.

9R7A1020

En waar ik nog even wat meer abstracte foto’s maakte, want die had ik nog niet genoeg.

(Het is dat ik hierboven die groepsfoto geplaatst heb, maar anders zou je je waarschijnlijk afvragen of ik ook mensen ben tegengekomen in Berlijn.)

9R7A1043

Met de metro reden we een stuk de stad uit, naar Hohenschönhausen. In deze voormalige Stasi-gevangenis kregen we een rondleiding van een mevrouw die ons halverwege tussen neus en lippen door vertelde zelf ook in deze gevangenis te hebben gezeten. De ondervragingen en isolatietechnieken waar ze vervolgens over sprak, kregen toen wel een andere lading. Haar woorden brachten rillingen in mijn lijf teweeg. Buiten wachtten we buiten op de andere groepen, terwijl de laagstaande zon scherpe schaduwen veroorzaakte op het stenen gebouw.

9R7A1050

We liepen weer richting Sony Centre, maar niet voordat we eerst de Aldi geplunderd hadden alsof we al dagen niets gegeten hadden. Nee, dat viel mee hoor. Maar zo ziet het er nu eenmaal uit wanneer vijftig scholieren tegelijk een supermarkt binnenkomen.

’s Avonds gingen we naar The Imitation Game, over een wiskundige die in de Tweede Wereldoorlog de code kraakte waarin de Duitsers communiceerden. Het is zonder twijfel één van de mooiste films die ik de afgelopen tijd gezien heb. Ik zat er helemaal in; toen de aftiteling in beeld kwam, had ik even tijd nodig om te beseffen waar ik was en waarom. Om deze hele reis hangt natuurlijk een geschiedenissfeertje, dus dat paste ook erg goed.

9R7A0955

Om een uur of elf verlieten we de bioscoop. Niet op weg naar een hostel, maar naar de bus: ons verblijf voor de nacht. Een slaapplek werd het voor mij niet echt – maar daarover later meer.

Ondanks vermoeidheid waren we heel druk. We huppelden langs de Brandenburger Tor en zongen liedjes van Taylor Swift alsof we nooit anders deden. ‘Je hebt verschillende soorten moe,’ legde ik eerder die avond uit aan een docent die mee was. ‘Er is bijvoorbeeld lacherig moe, of irritant moe. Nou, dan kan je beter lacherig moe zijn, toch?’ Hij gaf geen antwoord. ‘Of misschien vindt u dat ook irritant. Dat merkt u dan vanzelf wel.’

OVER HOLOCAUST, HIJSKRANEN EN ZOETROZE WOLKEN

9R7A0713

Zondag 8 maart 2015, 03:53

In de bus hing een gedempt soort enthousiasme. Zachtjes werd er door het gangpad gelopen, de bagagerekken werden gevuld met jassen, tassen vol tijdschriften en eten, proviand voor de lange reis. Fluisterend claimden we onze plaatsen. Het aantal uren dat die nacht geslapen was bleek te variëren – van weinig tot heel weinig, tot nul. De motor startte, we lachten halfslachtig naar de ouders die hun ogen lang genoeg open hadden kunnen houden om hun kroost uit te zwaaien.

We bleven wakker tot het licht werd. Met de zonsopkomst viel de stilte, zelfs achterin de bus. Met kussentjes tegen de ramen geleund vielen we in slaap, de gordijnen tevergeefs dichtgeschoven tegen het felle zonlicht.

9R7A0735

Om half zeven vond de eerste stop plaats. (Slaap)dronken strompelden we van de trap af, om vervolgens een half uur te gaan staan koukleumen onder het blauwige licht van het tankstation. Drie jongens gooiden over met een frisbee, de rest van de groep onderdrukte de neiging het ding de snelweg op te werpen.

9R7A0748

Het landschap veranderde van vlak Nederlands naar heuvelachtig Duits en uiteindelijk Berlijns. Een mix van pastelkleurige Oostblokflats, glazen wolkenkrabbers en enorme, Grieks aandoende bouwwerken. We verkenden de stad eerst met de bus, vervolgens te voet.

9R7A0756 9R7A07689R7A0791

(De meeste mensen maakten foto’s van mooie gebouwen in de laagstaande zon, zo af en toe een selfie. Ik was gefocust op hijskranen. Ieder zijn ding, hè.)

9R7A0824

Via verschillende highlights kwamen we bij het Holocaust monument en museum. Waar ik de stemming eerder zou omschrijven als ‘moe en melig’, was hij nu enigszins bedrukt. We zagen familieverhalen, handgeschreven noodkreten en onvoorstelbaar grote getallen die stonden voor het aantal gestorven mensen.

9R7A0827

Het monument zelf was als een luguber grijs doolhof, waarin je het steeds benauwder kreeg al naargelang je je verder naar het midden verplaatste. De muren werden hoger, de gangen leken smaller en je wist nooit achter welke hoek je iemand tegen ging komen. Telkens was je op je hoede en toch schrok je wanneer het gebeurde.

9R7A0854

Maar het was mooi. Overdag als een tekening van Escher, ’s avonds in sterk contrast met de zoetroze wolken.

9R7A0869

Onder deze suikerspinnenhemel liepen we terug naar het hostel, waar iedereen dankbaar op zijn bedje neerplofte. De kamer was binnen tien minuten al een gezellige puinzooi. Elke horizontaal oppervlak was bedekt met reiskussentjes, zakken lolly’s of chips en make-up. Er was muziek en het rook er naar zoete bodylotion en openstaande koffers vol frisgewassen kleding.

(Nu nog wel.)

Via het openstaande raam kwam de koele avondlucht van Berlijn naar binnen.

9R7A0878

We aten bij een willekeurige Italiaan die bereid was tien, twintig en welja, dertig mensen tegelijk binnen te laten. We proostten op wat een hele mooie week zou worden.

DEAR LONDON

9R7A0584

De stad waar  mensen je dear noemen. Of love, of darling. Zonder daar verder iets mee te bedoelen.

IMG_0933

De stad waar je binnen een uurtje bent.

IMG_0932Waar je makkelijk een liter thee per dag drinkt.

9R7A0593

Waar de metro je overal brengt waar je heen wilt.

IMG_0948

(En waar zelfs ik de weg kan vinden – ik hou van die kaarten met enkel streepjes en stipjes.)

9R7A0607

Zoals het Design Museum

9R7A0618

Waar er een tentoonstelling was over Women Fashion Power. Met jurken van allerlei bekende vrouwen, van Lady Di tot Lady Gaga.

IMG_0953

Waar ze de schattigste winkeltjes ooit hebben.

IMG_0956

En de leukste schoenen.

De stad waar ik niet heel veel foto’s maakte, omdat ik vooral bezig was met genieten. Hopelijk geeft dit toch een beetje een beeld!

ZOALS HET IS

IMG_0980

De wind drijft donkere wolken naar ons toe. Ze onttrekken de gouden lucht aan het zicht. Het blijkt geen loze dreiging. Al snel klinkt het getik van duizenden druppels op de bladeren boven ons.

We lopen, met voor ons uit rennend een hond die denkt dat zij de route bepaalt. (We laten haar in die waan, maar weten beter.) De kou laat mijn wangen gloeien, regen koelt ze weer af. Mijn haar is inmiddels zo onstuimig als het weer. Er zit modder op mijn schoenen en een pootafdruk op mijn broek. Maar het maakt niet uit. Ik hoef alleen maar hier te zijn.

Dus dat is wat ik doe. Ik geniet, van de kou, van de wind – van de geur van de herfst, terwijl de lente al bijna begint.

En dat alles goed is zoals het is.

IMG_0982  IMG_0993IMG_0974IMG_0998