HATE: PERFORATED T-SHIRTS

Gaatjes in shirts

Ik vraag me af welk verband jullie zien tussen deze foto’s. Dat het allemaal t-shirts zijn? Dat ze allemaal gestreept zijn (fout, dat is niet waar)? Om te zien wat ik bedoel moet je misschien iets dichter bij je scherm gaan zitten. Wat je ziet zijn zes fijne, zachte, flinterdunne t-shirtjes. Van die shirtjes die je helemaal afdraagt tot ze van ellende uit elkaar vallen. Ik heb er een hoop van, en heb een haat-liefdeverhouding met ze. De liefde komt van het eerdergenoemde (fijn, zacht, heel dun), de haat… Is vastgelegd op deze foto’s. Ik weet niet wat het is met mij, maar er komen al-tijd gaatjes in. En altijd op dezelfde plek: in het midden van het shirt, een stukje onder mijn navel. Alsof ik ben uitgeschoten met de perforator. Herkent iemand zich hierin of ben ik de enige met dit probleem? Nu is probleem misschien wel een groot woord. Mama is handig met naald en draad, dus meestal is het zo opgelost. Maar het is hetzelfde als met het scheuren van een nagel, het te koud hebben onder de dekens en te warm erboven, niet genoeg dip hebben voor je chips of niet genoeg chips voor je dip… Eerste wereldproblemen, maar toch irritant. Dan heb ik weer eens een leuk, fijn, heerlijk zacht t-shirt heb gekocht en hoor ik mama zeggen: ‘Eh, Milou, dat nieuwe roze shirt van jou, hè…’ Dan wordt het me soms even te veel. ‘Neeee! Nee, dat kan echt niet! Die heb ik alleen maar gedragen om ‘m te passen!’ ‘Nee, ik bedoel niet dat t-shirt. Het is dat met die streepjes.’ Het betreffende shirt heb ik al wél eens gedragen. Één keer, welgeteld. Niets ‘drie keer is scheepsrecht’, nee, bij mij is het meteen bingo. Er zijn al verschillende theorieën langsgekomen, waarvan de meest waarschijnlijke is dat mijn shirts achter de rits van mijn broek blijven hangen. Sinds die theorie er is probeer ik er echt op te letten. (En dat is denk ik meteen waar het fout gaat. Ik probeer erop te letten. Wat niet betekent dat ik er altijd op let…) Tevergeefs dus. Mijn favorietjes worden natuurlijk het meest gedragen, en zijn daardoor ook het meest gehavend. Sommigen hebben al drie keer een reparatie ondergaan. Ik vrees voor het moment waarop die kleine gaatjes zullen uitscheuren en één groot, gapend gat zullen vormen waar geen naald en draad tegenop kan. Die kleine gaatjes op mijn buik, daar kan ik mee leven. Maar zo’n groot gat is me toch iets te fris op de fiets.

LOVE: DOING NOTHING

IMG_7671

Oh mensen, wat heerlijk. Mijn toetsweek is voorbij. Mijn leraren zijn allemaal erg lief voor me geweest en hebben geen huiswerk opgegeven. Buiten is het koud en is het afwisselend aan het sneeuwen, waaien, ijzelen of alles tegelijk. Binnen brandt de haard. (Ik kijk even op van mijn computerscherm. Nee, de haard brandt helemaal niet. Waarom brandt de haard niet? Ik ga er nu iets aan doen. Zo, dat is beter.) Ik zit op de bank, mijn hoofd half begraven in mijn sjaal, en denk aan het feit dat ik helemaal niets hoef te doen. Gewoon helemaal niets. Op vakantie wordt het weleens gevraagd. ‘Maar, wat vind je er nou zo fijn aan?’ (Dat ik helemaal niets hoef te doen, dus.) Laat het me je uitleggen.

Wanneer je niets hoeft te doen, kan je voor twee dingen kiezen. 1. Je neemt het ervan en doet daadwerkelijk helemaal niets. Gewoon gaan liggen, in bed of op de bank, en voor je uit staren, je ogen sluiten of het leven overdenken. Alhoewel, het leven overdenken is eigenlijk wel iets. En dan heb je – al dan niet onbewust – gekozen voor optie 2: iets doen waar je geen tijd voor had toen je wél iets moest doen. (Denk aan belangrijkere dingen: huiswerk maken, de hond uitlaten, sporten, naar school/werk gaan, dat soort zaken.) Wat je gaat doen is een erg persoonlijke keuze. Ik heb vaak een hoop leuke ideeën (nu ga ik eindelijk eens dat moeilijke pianostuk leren/lekker tekenen of schilderen/een gave fotoserie maken/macarons bakken/het leven overdenken) maar eindig vaak doelloos surfend op het internet. Beetje blogs lezen, foto’s kijken, Twitter checken… Eigenlijk wat ik doe wanneer ik eigenlijk wél dingen moet doen, maar daar geen zin in heb. En het is allebei heerlijk. Die leuke dingen, maar ook het doelloos surfen. Ik kan er dan met de volle 100% van genieten. Nou doe ik dat met veel dingen, maar als ik wéét dat ik nog enorm veel moet doen is het toch wat onrustiger. Bovendien, als je niets te doen hebt is daar vaak een goede reden voor. Er zit een lange periode op en je hebt nu vakantie, je toetsweek is voorbij en daarom heb je geen huiswerk, of je hebt superhard gewerkt en bent nu eindelijk klaar met je to-do list. Het is een soort schouderklopje voor je zelf. ‘Goed bezig! En nu mag je lekker niets gaan doen. Of je kiest voor optie 2 en doet wel iets. Maar alleen leuke dingen, hè!

Morgen komt er trouwens een leuk artikel online (al zeg ik het zelf, natuurlijk) waar ik de hele week mee bezig ben geweest. Het gaat ook nog vaker terugkomen, dus ik zou zeggen: stay tuned!

PICTURE THIS: THESE THINGS HAPPEN

IMG_7528

Een stem roept mijn naam, als een soort levende wekker. Het licht gaat aan, maar als ik mijn gordijnen open doe blijkt het buiten nog hartstikke donker. Met de slaap nog in mijn ogen kleed ik me aan. Ik ken mezelf en wéét inmiddels dat ik niet zo’n zonnestraaltje ben ’s ochtends. Een setje kleren ligt dus al keurig klaar (soms niet keurig, maar toch, het ligt er wel en daar gaat het om!). Ontbijt, een beetje leven op mijn gezicht aanbrengen en dan naar school. Testweek, wat een feest! Tijdens het studie uur leun ik tevreden achterover. Ik heb al mijn boeken bij me, ik ken de stof. Ik zag nog net op tijd dat ik mijn trui achterstevoren aanhad (en deed er iets aan), kreeg het voor elkaar om tandpasta in mijn haar te smeren – vraag me niet hoe – en niet zo’n beetje ook. Maar ook dat kwam allemaal goed. Naast me kwam de zon op. Ik weet dat het elke dag zou moeten gebeuren, maar als ik met -10 door het donker naar school fiets durf ik het soms te betwijfelen. Toch kleurde de hemel langzaam van inktblauw naar roze, oranje en geel. (Nee, dat is niet waar. Dat zou iets te perfect zijn.) Ik pakte mijn oordopjes, zette een vrolijk muziekje op en keek nog eens in het rond. Ik zag mijn klasgenootjes, sneeuw op het schoolplein en… Nee. @#$@! Dacht ik dat ik overal aan gedacht had. En dan blijk ik, met mijn suffe hoofd, in het holst van de nacht, hartjessokken aangetrokken te hebben. (En nee, dat is in principe niet erg. Maar wel als je lage schoenen draagt en een vrij korte broek aanhebt. En je die sokken vervolgens de hele dag kunt zien, al helemaal als je op de fiets zit. En ja, dat valt mensen blijkbaar dus wél op. Had ik ook niet gedacht, maar ik werd er de hele dag vriendelijk aan herinnerd.) Maar ja. De dag begint niet altijd met een felgekleurde hemel. Soms kom je erachter dat je rare sokken draagt. Die dingen gebeuren.

PICTURE THIS: #FOTOINBAD

Had ik het gisteren over studie ontwijkend gedrag, krijg ik vandaag een schoolvoorbeeld via een groepsgesprek op Whatsapp. ‘Jongens ik zit in bad zo saai vind ik deze shit.’ Nou worden er wel vaker rare dingen gezegd in dit gesprek, maar daar ga ik het nu niet over hebben. Daar zou ik een heel eigen verhaal aan kunnen wijden. (Oké, één voorbeeldje dan. ‘Morgen iedereen met de fiets?’ Ik: ‘Ja er zit niets anders op haha.’ ‘Ik ga met de slee.’ ‘Mag ik achterop?’) Ik zag vriendin X daar al zitten, een beetje hopeloos in dat bad. Grapje natuurlijk. Of toch niet?

IMG_1916

Ik had het ook kunnen weten eigenlijk. De nodige digitale lachstuipen volgden. Lachstuipen ja, niet zomaar een grinnikje. Ook via je telefoon kan je duidelijk maken hoe hard je ergens om moet lachen. ‘Haha’ is in het echt slechts een glimlachje, ‘hahaha’ is een korte lach met geluid. Wanneer iemand ‘ha. ha.’ zegt heeft hij of zij geen reden tot lachen (als in: ‘Ik ben mijn samenvatting kwijt! Shit, nou moet ik alles opnieuw gaan doen!’ ‘Hij zit in de brievenbus.’ ‘ha. ha.’). ‘lol’ staat voor laughing out loud, maar ik vind het zo droog klinken dat ik me daar niets bij voor kan stellen wanneer het op mijn beeldscherm verschijnt. ‘HAHAHAHAHA’, ook wel de digitale lachstuip, verscheen er meerdere malen in ons gesprek. ‘#fotoinbad maak m trending!!!’ Aangezien iedereen wel boven de boeken hing, maar niemand er écht mee bezig was, volgde de rest al snel.

#fotoinbad

(En dan heb ik nog een paar laatste vragen voor je. Herken je mij? Doe je mee met #fotoinbad? En vind je me heel raar na het lezen van dit verhaal of valt het nog mee?)

PICTURE THIS: DISTRACTION

IMG_7436

Met goede moed sla ik mijn boeken open. Niet voordat ik een tweet eruit heb gegooid: ‘En nu maar eens écht beginnen met leren. #letsgetthispartystarted.’ Zo. Nu weet iedereen dat ik druk bezig ben en ze me absoluut niet mogen storen. Ik schuif mijn telefoon aan de kant en begin te lezen. Doodse stilte, op het getik van mijn klok na. Tik. Tik. Oké, de abc-formule. De discriminant is b kwadraat min vier ac. Tik. Tik. En dan is x… Tik. Tik. min b min wortel d of.. Tik. Tik. Tik. TIK. TIK!!! Argh! Zo kan ik echt niet leren. Tijd voor een achtergrondmuziekje.

Iets later dan gepland begin ik aan Engels. Ik moest die muziek eerst nog opzoeken en dat heeft gewoon even tijd nodig. Niet alles is geschikt. Liever geen radio, die reclames tussendoor zijn vreselijk irritant. Het moet ook niet te druk zijn, of heel erg in je hoofd blijven hangen. (‘Hey, ho, there she goes, she thinks she’s made of candy-eheh!’ Niet erg bevorderlijk voor de concentratie.) Uiteindelijk bleek helemaal niets uit mijn muziekbibliotheek geschikt. Waar had die vriendin het nou laatst over op Facebook? Even opzoeken. Toen bleken er een paar mensen jarig te zijn, ja, dan is het wel zo leuk om die even te feliciteren. En dat er dan iemand een paar dringende vragen heeft over wiskunde, daar kan ik natuurlijk ook niets aan doen. En om het nou af te kappen terwijl we morgen die test al hebben…

IMG_7433

Maar goed, Engels dus. Ik leer dat altijd via Wrts, en om dat te kunnen doen is het onvermijdelijk om mijn laptop open te slaan. Een gevaarlijk moment dus, aangezien het internet de allergrootste afleiding is van het leren. Maar blijkbaar ken ik mezelf en heb ik Google ingesteld als mijn startpagina. Zes letters op een wit scherm, dat kan ik nog wel weerstaan. Bij Engels stuit ik op vage definities. Letterlijk vertaald: ‘de kamer die een grote kom met een stoel bevat, verbonden met een waterpijp, die je gebruikt wanneer je het afvalmateriaal uit je lichaam kwijt moet raken.’ Dat is wel een heel ingewikkelde manier om een toilet te beschrijven. Daarbij zijn er een hoop woorden die qua definitie erg op elkaar lijken. ‘A feeling of worry or fear, especially about the future’, ‘Worried or afraid that something unpleasant may happen’, ‘Worried and afraid’, ‘Worried or afraid’ (zoek de verschillen) ‘extremely afraid’ (maar dat is ook wel echt iets anders). (Even voor de duidelijkheid: ik verzin dit niet.) Je kan je dus voorstellen dat het op deze manier niet echt opschiet. Om niet te zeggen: echt níét opschiet.

IMG_7442

Maar ik blijk niet de enige. In de groepsgesprekken op What’s app worden wrtslijsten gedeeld en wiskundeuitwerkingen doorgestuurd. Twitter stroomt vol met geklaag. ‘De grootte van een sneeuwvlok is zo veel interessanter dan economie.’ ‘Oooohhhh ik moet nog zo veel leren maar heb zo weinig tijd!’ (ga leren dan, en niet je tijd verdoen aan Twitter). Kom op nou jongens, zo moeilijk is het allemaal niet. Gewoon een kwestie van op tijd beginnen (al is het daar nu misschien wat laat voor), pauzes nemen tussen het leren (in plaats van leren tussen de pauzes) en goed voor jezelf zorgen (mandarijntjes vind ik altijd lekker tijdens het leren. Al is chocola natuurlijk ook niet verkeerd). Maar ik mag eigenlijk ook niets zeggen. Blogposts schrijven kun je immers ook studieontwijkend gedrag noemen.

ABOUT THE BLOG: WHAT’S NEXT?

picasion.com_45e6fbadf95687c6ecb656931bc5b2b4Als er één vraag is die ik vaak heb gekregen dit jaar, dan is het wel: ‘En wat ga je hierna doen?’ Al rond juni werd hij voor het eerst gesteld. Toen was het antwoord natuurlijk simpel: eerst maar eens zien hoe dit verloopt! Maar het einde van het jaar naderde, het einde van mijn project ook. De vraag werd steeds vaker gesteld. ‘Dat zie je op 1 januari!’ heb ik wel eens gezegd. En dat was niet omdat ik het nou zo leuk vind om mensen te plagen met mijn geheimpjes – nee, eigenlijk had ik zelf nog geen flauw idee. En dat werd dan ook het volgende antwoord. Ik neem aan dat die vraag vaak gesteld werd omdat mensen mijn blog graag lazen. Dan kon ik op z’n minst eerlijk zijn en zeggen dat ik er nog niet echt over nagedacht had. Ik was nu nog met het 366 project bezig en genoot er heel erg van. Aan het einde van het jaar zou ik wel zien, dat duurde toch nog een hele tijd… Nou, niet dus. De laatste weken vlogen voorbij en voor ik het wist was het 1 januari. Ik kreeg van allerlei kanten hele leuke reacties (dank daarvoor!). Dat iedereen met veel plezier gelezen had, dat ze het zo knap van me vonden. Veer, nog een veer. Je hoort het wel, ik kan er weer voor een heel jaar tegenaan. Zo’n berichtje eindigde altijd weer met die vraag. Ik besloot voor mezelf om niet opnieuw hetzelfde project te doen. Het was een nieuw jaar, dus tijd voor nieuwe dingen. Maar ik heb zo genoten van het fotograferen en het schrijven, daar wil ik zeker mee door gaan. En dat ga ik dan ook doen, zij het in een iets andere vorm. Ik kijk wel wat er op mijn pad komt en hoop regelmatig iets te posten. Of het nou gaat over de broodrooster (zie hieronder), een fotoserie of iets heel anders. Er zijn namelijk zo veel dingen die ik leuk vind! ‘Creatief bezig zijn’ in het algemeen, mode en kleding, beautydingetjes, muziek… Ik denk dat je van alles langs gaat zien komen. Zo. Nu weten jullie een beetje meer, maar heb ik vooral voor me zelf bepaald wat ik wil gaan doen. (Zij het niet al te duidelijk: ‘Ik kijk wel wat er op mijn pad komt.’ Meestal heb ik wat vaster omlijnde plannen, maar hé… dit is ook weer een uitdaging!)

LET ME TELL YOU ABOUT: THE TOASTER

IMG_7421

Het was bijna kerstvakantie, de koffers stonden klaar, alles was geregeld. Op één laatste dingetje na. Onze broodrooster moest naar de reparateur gebracht worden. Ik kan me goed voorstellen dat je nu hardop zit te lachen. Gewoon een nieuwe kopen was misschien makkelijker geweest, maar onze toaster heeft een geschiedenis, waardoor we ‘m niet weg kunnen doen.

Zo’n twintig jaar geleden bestond ik nog niet, maar de Dwaze Dagen bij de Bijenkorf wel. De rooster werd gespot in de gids en was maar één dag in de aanbieding. Net de dag waarop iedereen moest werken. Oma werd gebeld, of zij hem misschien wilde gaan halen? Dat wilde ze wel. En dan zijn er een paar dingen die ik je moet vertellen: De Dwaze Dagen waren in die tijd véél extremer dan nu (als ik de verhalen mag geloven dan, zoals ik al zei: ik heb het zelf nooit meegemaakt). Ik stel het me voor als in de films: vrouwen die helemaal opgewonden staan te wachten voor gesloten deuren. Mensen die naar binnen stormen als de winkel opent, geschreeuw, gekrijs en harengetrek. (Misschien iets minder ernstig… Maar ik houd wel van een beetje drama.) Vervolgens kan ik je zeggen dat mijn oma al 66 jaar oud was op dat moment. En was ze slecht ter been. Daarvoor had ze een stok… die erg goed van pas kwam. Ze gebruikte ‘m misschien op een iets andere manier dan gewoonlijk, maar bereikte haar doel: ze bemachtigde de broodrooster. Hij kreeg een mooi plekje, maakte de geboorte van mij en mijn broertje mee en verhuisde toen wij dat ook deden, drie jaar geleden voor de tweede keer. Tot zover de geschiedenis, je snapt nu waarschijnlijk waarom we hem niet zomaar konden vervangen.

Bovendien ben ik erg gehecht aan ons roostertje. Een ander zou niet hetzelfde zijn, zo bleek wel toen ik ’s middags bij een vriendin een boterham probeerde te roosteren. Een beetje beduusd stond ik naar het apparaat te kijken. ‘Staat ‘ie wel aan?’ Ons bakbeestje maakt een fijn achtergrondgeluidje wanneer hij zijn werk doet. ‘Tikke-tikke-tikke-tikke-tik!’ (Laat maar, dit doet onder voor het origineel. Kom maar een keer een boterham bij me roosteren, dan kan je het zelf horen.) Oké, misschien is het niet echt een achtergrondgeluid, en héél vroeg op de morgen kan het een beetje op je zenuwen werken. Maar je weet wel dat hij met veel liefde voor je bezig is. De broodrooster van mijn vriendin was echter dodelijk stil. ‘Ja, hij staat aan. Kijk maar, het lampje brandt.’

IMG_7414

Ook bij een andere vriendin liep het niet van een leien dakje. ‘En nu?’ vroeg ik nadat ik twee sneetjes in de gleufjes had gedaan. ‘Nu niks.’ ‘Hoezo, niks? Hoe weet je nou wanneer het klaar is?’ ‘Dan komen ze vanzelf omhoog.’ Een beetje achterdochtig ging ik weer aan tafel zitten. Als wij op zondagochtend gezamenlijk ontbijten sta ik de eerste vijf minuten altijd naast de broodrooster oplettend toe te kijken. Er is wel een soort draaiknop waarmee je een tijd kan in stellen, maar die heeft zo zijn eigenaardigheden. Hij is genummerd van één tot en met drie, maar waar die getallen voor staan is niet duidelijk. Minuten zijn het niet. Het is een kwestie van de broodrooster leren kennen en het tijdschema leren begrijpen. Naar twee en een beetje moet je ‘m draaien, maar je moet ook in de buurt blijven – binnen een half en nul is je boterham zo verbrand. Vanzelf omhoog komen, daar doet onze rooster niet aan – dat is van na zijn tijd. Met een hendeltje moet je je boterhammen omhoog duwen, op een goed getimed moment. En in één soepele beweging – anders kan je timing nog zo strak zijn, maar blijven ze vastzitten en verbranden ze alsnog.

Ons roostertje is dus niet altijd even handig, maar goed, iedereen heeft zijn mindere kanten, toch? Je leert er mee leven. Toen twee van de vier roosterelementen kapot gingen werd het toch een ander verhaal. Van mijn tijdschema klopte niets meer en ergens halverwege moest je je boterhammen eruit halen en even omdraaien. Dit werd te gek: het werd tijd voor een reparatie.

Er werd gebeld, hij zou nooit voor de kerst klaar zijn. Dat maakte niets uit, want we waren er toch niet. Dan hoefde ik ‘m ook niet te missen. Na de vakantie was er één ding wat meteen moest gebeuren. Sommigen mensen halen hun hond uit een kennel, wij haalden onze rooster op van de reparateur.