VAN DE WERELD

9R7A2358

Ik was even vergeten dat ik nog niet alles uit Zuid-Afrika gedeeld had hier. Terugkijkend naar deze foto’s lijkt het onwerkelijk dat ik daar was, nog maar een paar weken geleden.

Waar het, wanneer de motor afsloeg, alles behalve stil was. Waar krekelkoren en tientallen vogels klonken. Bladeren ritselend door de wind, of door dieren die hun weg zochten buiten de gebaande paden, zodat we ze niet konden zien maar wel horen.

Midden in de natuur, maar even van de wereld.

9R7A23489R7A23429R7A2363 9R7A2374 9R7A2387 9R7A2407 9R7A2438 9R7A2505 9R7A2524 9R7A2551 9R7A2576 9R7A2595 9R7A2597 9R7A2614  9R7A2649 9R7A2685 9R7A2700 9R7A2704

BED

Bed

Ik bevind me op een eilandje dat Bed heet. De populatie is er laag en alles is er wit: van het dekbedlandschap tot de zakdoekenbegroeiing. Een enkele oplader kronkelt over de vlakte. Ergens op het eiland bevindt zich een afstandsbediening, al laat die zich maar zelden zien. Zo nu en dan meert er iemand aan met een kop thee of een boterham met hagelslag.

De uren verstrijken zonder dat ze een noemenswaardige invulling hebben gekregen. Aanvankelijk vond ik dat niet zo erg en keek ik met een serene glimlach naar Dora the Explorer, de AbCruncher XP52934 op TellSell en wel ja, nog een herhaling van The Bold and the Beautiful. Maar nu vind ik het wel weer mooi geweest – ik kan duizend dingen bedenken die ik liever zou doen. Feit blijft dat wanneer ik ook maar iets van dat lijstje probeer te realiseren, blijkt dat het geen zin heeft. Mijn hoofd is vol en leeg tegelijk, beide van het verkeerde soort.

Dus zucht ik nog eens diep en laat ik me weer achterover zakken in mijn kussens.

Bed1

(Zie hier links de andere helft van de populatie.)

EEN AANEENSCHAKELING VAN WILLEKEUR

9R7A2949

Kaapstad is een aaneenschakeling van willekeur. Er valt nauwelijks te spreken van een gebied of een wijk. De witte auto’s die de verkeersstroom domineren, vormen één van de weinige verbindende principes in de stad. Niets lijkt bij elkaar te horen – het omslaan van een hoek leidt telkens tot een nieuw, onvoorspelbaar tafereel.

Zoals een jongen die op een straathoek in een panfluit staat te blazen. Spelen kan het niet genoemd worden; hij produceert slechts een reeks valse tonen. Zelf is hij er ook niet tevreden mee. Na nog enkele tevergeefse pogingen gooit hij het ding op de grond en gaat er vastberaden op staan. Hij stampt net zolang met zijn voet tot het zeker is dat de fluit nooit meer muziek zal produceren.

Drie straten verder zijn twee mannen om onverklaarbare reden de verf van verkeerslichten te schrapen. Het geluid van metaal op metaal mengt zich met die van het verkeer. Gele schilfers dwarrelen richting de straatstenen als onbedoelde confetti.9R7A2957

Er heerst verdeeldheid onder de mensen hier. Van apartheid is geen sprake meer, maar voor mij is het voelbaarder dan verwacht. Toch zijn er dingen die hen verenigen. Een taxichauffeur vertelde over de dood van Nelson Mandela, en wat voor impact dat had op het land. ‘Everybody cried – not only black people. Not the white, the Indian, the Chinese, you name it. It were South Africans who cried.’ Mandela is alomtegenwoordig. Zijn beeltenis is te zien door de gehele stad, in de vorm van standbeelden, posters en banieren op gebouwen.

Zoals iedere taxichauffeur ons adviseert (en het een toerist in Zuid-Afrika betaamt) bezoeken we de Tafelberg. Ik kijk met bewondering naar het uitzicht, maar houd steevast een meter afstand van de halfhoge muurtjes die ons er van weerhouden de diepte in te storten. Voor velen moeten ze er toch uitnodigend uitgezien hebben – menig toerist liet zichzelf zittend op zo’n muurtje vereeuwigen, soms zelfs met de armen wijd gespreid. Bij iedere windvlaag hield ik mijn hart vast.

9R7A2939

Ook in de seizoenen is geen eenheid te ontdekken: het is hier afwisselend lente, zomer of herfst. Regelmatig passeren mannen in winterjassen meisjes met ontblote benen. Wanneer de dag ten einde loopt, kan ik ze geen ongelijk meer geven: wanneer de zon laag staat en de wind is gaan liggen heb ook ik behoefte aan wapperende rokjes.

’s Middags streek ik neer op een zanderig trappetje, om daar sokken en schoenen achter te laten. Mijn broekspijpen sloeg ik twee, drie keer om. In de branding speelde ik tikkertje met het water.

(Het water won.)

En dat stemde me, zelfs zonder rokje, geheel tevreden.

9R7A29619R7A2959

DIE DAGEN

9R7A1797

Dit zijn misschien wel de fijnste dagen. De dagen van ’s avonds mijn sandalen klaarzetten, in de hoop dat ik het de volgende dag aandurf ermee door de koude morgen te fietsen. Het is geen winterkou – eerder een veelbelovende frisheid, die de indruk wekt dat het weer zo’n dag zal worden. Zo’n dag waarop alles te relativeren valt door simpelweg naar buiten te kijken.

Op die dagen lijkt er meer tijd te zijn. Het is pas lente, maar nu al ervaar ik zomeravonden die eindeloos voortduren – zoals ze dat nou eenmaal doen. Er is tijd om eens op een willekeurige dinsdag af te spreken, om met vriendinnen te koken of een film te kijken terwijl niemand echt kijkt.

Er ontstaan plannen voor de echte zomer, die even ver weg als dichtbij lijkt. Met bepaalde dingen wil ik niet meer wachten. Vier jaar lang liet ik mijn haren groeien, binnen een half uur lag de helft ervan bij de kapper op de vloer. Een paar dagen voelde ik me Milou, maar dan met kort haar. Inmiddels weer Milou.

Mijn roze teennagels steken fel af tegen het gifgroene linoleum van de door mij zo geliefde bètalokalen. Korte mouwen en kippenvel, want de ramen zijn er altijd open en mijn jas moet aan de kapstok. Maar later op de dag ben ik blij met die zomerkleren, al verbranden mijn bovenarmen een beetje door mijn kanten shirtje heen.

Op school valt er elke dag wel iets te vieren; dan liggen er ballonnen metershoog in de docentenkamer, inmiddels hebben we na drie lesdagen alweer weekend. Pauzes worden voornamelijk buiten gespendeerd. Met wat geluk eindigen de lessen twee minuten eerder, om de kans op een bankje in de zon te vergroten.

Anders gezegd: er is altijd een reden om waterijsjes te halen in een tussenuur. En zo niet, dan zijn de waterijsjes een reden op zich.

Processed with VSCOcam with f2 preset

Processed with VSCOcam with f2 preset

Processed with VSCOcam with hb2 preset

WELKOM IN ZUID-AFRIKA

9R7A2000

De reis begon in Amsterdam, met een tien uur durende vlucht naar Johannesburg. Vroeger vond ik het niet fijn om te vliegen, want saai. Inmiddels geniet ik er juist van – het is het beste excuus om tien uur lang niets anders te doen dan lezen, films kijken of gewoon een beetje voor je uit staren. Vanaf Johannesburg vlogen we naar Hoedspruit, in ongetwijfeld het kleinste vliegtuig waarin ik ooit gezeten heb. Onder ons werd de wereld steeds verlatener. In de verte strekten blauwe bergen zich uit in de mist – ik kon niet zien waar het land eindigde en de lucht begon. Wegen van rode aarde ontstonden vanuit het niets, als de bron van een rivier opdoemend uit het beboste landschap.

Het was een korte vlucht: na drie kwartier sprong het lichtje voor de gordels aan, de landing zou spoedig ingezet worden. Het enige wat ik me kon afvragen was: waar dan? Er was, afgezien van die kronkelige zandpaden, nog geen enkel teken van beschaving te ontdekken. Toen we een paar minuten later aan de grond stonden, bleek mijn vraag niet geheel onterecht. Het vliegveld bestond slechts uit een landingsbaan en een klein gebouw, dat er puur voor het idee neergezet leek te zijn. Echter, meer was er ook niet nodig; vanaf Eastgate vertrokken dagelijks slechts twee of drie vluchten.

De rit naar ons verblijf zou ongeveer twintig minuten duren, ‘depending on the traffic’. Dat verkeer bleek te bestaan uit vijf apen, een paar hangbuikzwijntjes en vier olifanten. Op twee meter afstand staken ze op hun dode gemakje de weg over. Welkom in Zuid-Afrika.

9R7A20309R7A2035

Die middag al gingen we echt op safari. In een verbouwde pick-up crosten we over de stoffige paden. De zon scheen nog fel en het was warm, maar de vaart die we hadden, veroorzaakte een aangename wind. Al na anderhalf uur in het Kapama Park waren mijn verwachtingen meer dan waargemaakt. We zagen zebra’s, giraffes, impala’s, nog meer olifanten en natuurlijk prachtige natuur, overal waar je keek. (En ook babydiertjes! Ik smolt, echt waar. En wees gerust, ook daar zijn foto’s van.) Wat mij nog het meest verbaasde was hoe dichtbij alle dieren waren. Ze waren allemaal heel rustig en liepen om de pick-up heen alsof het een grote rots was die er altijd al gestaan had. De olifanten kwamen zelfs zo dichtbij dat ik bijna een staart in mijn gezicht gezwiept kreeg.

Rond zes uur begon het donker te worden, en daarmee ook een stuk koeler. De koplampen schenen op de weg, met een zaklamp werden de struiken belicht, op zoek naar ogen die zouden reflecteren. En dat deden ze. In de schemering lagen twee vrouwelijke leeuwen midden op het pad. Toen we dichterbij kwamen was ik ervan overtuigd dat ze weg zouden lopen, maar het deerde ze niets. Met ingehouden adem bewonderde ik ze. Niet veel later was er ook een mannetje gespot, maar die liet zich iets minder makkelijk zien. Onze gids gaf zich echter niet gewonnen en stuurde de pick-up zonder pardon de bossen in. Na een roerige achtervolging belandden we weer op de weg. De leeuw liep voor ons uit, met langzame, trotse stappen. Toen hij na zeker tien minuten een geschikte plek had gevonden, vleide hij zich midden op de weg neer en sloot hij zijn ogen.

Conclusies na dag één: Zuid-Afrika is prachtig. Olifanten hebben de liefste, zachtste pootjes die er maar zijn. En leeuwen zijn, hoewel ik anders vermoedde, de meest luie dieren ooit.

9R7A20519R7A20869R7A20899R7A20949R7A21209R7A21389R7A21459R7A21629R7A21689R7A22029R7A22079R7A23219R7A22849R7A2302

Dit waren de eerste foto’s vanuit Zuid-Afrika. More is yet to come!

DUIZEND

9R7A1891

Dit is het duizendste verhaal.

Een verhaal over smalle zandweggetjes die nergens naartoe leiden, afgezien van een weiland aan weerskanten.

We stapten uit, liepen richting de zon. We baanden ons een weg door takken en over sloten, tot we de rand van nog zo’n weiland bereikten. Mijn zwarte laarsjes zakten weg in de stoffige aarde. Voetstappen doorbraken nu het gestreepte patroon dat daarin zo zorgvuldig was aangebracht.

Over hoe we wachtten tot de zon verder zou zakken en de lucht roze zou kleuren. En dat we ons afvroegen hoe dat eigenlijk kon. Dat ik dat zou moeten snappen, maar niet deed.

(Over hoe het heel sereen had kunnen zijn, ware het niet dat er zich een puppyschool honderd meter verderop bevond. Maar dat kan je op de foto’s natuurlijk niet zien.)

Batterijen raakten leeg en het werd kouder, het was tijd om te gaan. We liepen terug, ik keek nog één keer om. De silhouetten van de bomen staken af tegen een voorzichtig roze lucht.

9R7A1906    9R7A18319R7A19119R7A19629R7A19609R7A1954

NIETS OM AAN TE DENKEN

Collages3

Het was weer even stil hier – ik moest vorige week mijn stem ergens anders laten horen. Mijn eigen stem, andermans woorden.

Er is geen aandacht meer voor grote lijnen. Het betreft nu details, die onze regisseuse telkens opschrijft in een turquoise notitieboekje. Het was ooit slechts gevuld met horizontale strepen, nu staan er duizenden letters die samen ideeën en aandachtspunten vormen. We volgen de lijst: een verwarrende blik, een verkeerd geplaatste pas, een handgebaar dat meer aandacht trekt dan het zou moeten doen. Het zijn zaken die op zichzelf niemand zullen opvallen. Echter, samen maken ze een verschil.

We verkennen de ruimte en wennen aan het fellere licht. Het toneel verandert langzaam in een kleedkamer. Er staan wat tafels en stoelen die stiekem uit het biologielokaal komen. De spiegels die erop staan worden omringd door delen van scripts, toitjes, grimespullen en allerhande prullaria.

Door een verlaten school loop ik naar het laatste verlichte lokaal. Morgen zullen hier weer brugklassers razen. Nu sluit ik de ramen en doof ik het licht.

Toneel 20151

De avond van de première, mijn hoofd is leeg. Het is iets wat ik regelmatig wens – dat ik eens een moment nergens aan zou kunnen denken. Juist nu komt die wens uit. Soms herinner ik me een enkele zin of handeling, die in een flits voorbij komt. Het biedt me geen houvast, omdat ik ze niet kan combineren tot een lopend geheel, zoals ik dat straks wel hoop te kunnen. We eten (of eten niet). Ik probeer mijn rode wangen weg te poederen, maar tevergeefs. Ieder bereidt zich voor. Sommigen lezen hun teksten. Ik durf niet meer naar mijn script te kijken, bang voor alle woorden die ik ben vergeten.

We doen nog een concentratie-oefening, waardoor je er van iedereen achterkomt wat zijn lievelingsdier is en wat zijn vader voor werk doet. Het werkt, ik vind mijn rust.

En dan is het ieder voor zich, alleen met de stilte of drukte in zijn hoofd. We worden omringd door duisternis, afgebakend door de zwarte vierkante vloer. Een zachte gloed beschijnt ons van onderen. Het warme licht strijkt langs mijn koude armen, waarop haren recht overeind staan. Alles in mij staat op spanning. Nog drie minuten.

Een laatste woord. We moeten genieten, vooral alles loslaten en de vrijheid nemen elkaar te verassen. (De nodige grappen worden gemaakt: ‘Zullen we gewoon iets heel anders spelen. Of de hele rolverdeling omgooien.’) We roepen heel hard ‘HOER’ bij wijze van een yell, want dat bekt lekker. Dan is het tijd.

Toneel 2015

De deuren gaan open. Het publiek zoekt een plaats in de zaal, wij hebben de onze op het toneel al ingenomen. Beide avonden verwacht ik vrienden en familie. Ik zoek hen en zij zoeken mij. Onze ogen zullen elkaar onvermijdelijk kruisen. Zij lachen en ik lach terug, maar dat valt niet op. Ik lach de hele tijd al, net als mijn tegenspelers. Mijn lip begint te trillen –  achteraf heb ik vernomen dat daar niets van te zien was.

Het lukt me alles los te laten. Al doende vallen de stukjes op zijn plaats. Als vanzelf weet ik waar ik moet zijn en wat ik moet zeggen. Spelen maakt plaats voor zijn, ik sta midden in het verhaal. En dan is er dat gevoel. Dat gevoel dat ik al eerder ervoer maar waar ik op dit moment pas van kan genieten: er is niets om aan te denken. Nu is alles wat er is.

Processed with VSCOcam with f2 preset

(En ziehier de reden dat ik normaliter de foto’s maak en er zelf niet op sta.)

Wij, vrienden!

Wij zijn rijker dan de zeeën diep.

Wij hebben alles wat er is.

Wij hebben — luister goed! — elkaar!

– uit ‘De Jossen’, Tom Lanoye (2004)

WAT IK HET LIEFSTE DOE

9R7A1528

Het is weer tijd om uit te ademen. Om me achterover op bed te laten vallen met een hoofd vol zorgeloze gedachten en dat er even geen twijfel bestaat. Niet meer dat zenuwachtige geklik van pennen of het massale gesnif in bedompte klaslokalen na een fietstocht door de koude morgen. Donderdagmiddag zette ik de laatste punt op mijn proefwerkpapier.

Het ging allemaal goed overigens, mocht je je dat afvragen. Op één vak na – mogen jullie raden welke. Ik ga er even niet meer aan denken. De testweek is voorbij en nu heb ik vier vrije dagen. Ik beschouw het als minivakantie – het is maar net wat je er zelf van maakt, natuurlijk. Samen met mijn ouders en Mart ben ik in Amsterdam, waar het perfect weer belooft te worden om paaseitjes te zoeken.

Verder ga ik mijn tijd gebruiken om wat dingen te filmen voor mijn project. Vrijdag maakte ik al een begin in het dorp, waar ik over de ventweg racete. Mart zat achter het stuur, ik hing als een soort razende reporter uit het open dak, met mijn camera in de aanslag. Maar daarover later meer.

9R7A1534

Vijf toneelspelers, één idyllisch berglandschap

Dinsdag beginnen mijn lessen weer, maar of ik me veel met school bezig ga houden, durf ik te betwijfelen. Na een aantal maanden van repetities, vinden volgende week de voorstellingen van het schooltoneel plaats, waar ik in meespeel. Zoals ieder jaar is het weer een enigszins absurd stuk. Toen we het script voor het eerst lazen, heb ik meermaals hardop moeten lachen. In de praktijk lijkt het allemaal wat serieuzer, maar het gaat er natuurlijk om hoe serieus je het neemt. Donderdag hadden we voor het eerst een hele doorloop met publiek. Op het einde zaten zij zo te lachen dat ik zelf mijn gezicht niet meer in de plooi kon houden. Nog een week om daarop te oefenen, dus.

Voor die voorstellingen worden ieder jaar posters gemaakt. Dat is natuurlijk een goede zaak, aangezien het zo onder de aandacht wordt gebracht. Echter is er dit jaar voor gekozen een foto van de spelers te gebruiken. De voorstelling heeft op een vreemde manier te maken met The Sound of Music. Op die poster staan we dan ook in vol Dirndl-ornaat, gefotoshopt voor een idyllisch berglandschap. En dat hangt dan door de hele school, gedurende drie weken. Er is ook geen ontkomen aan: welke ingang ik ook neem, ik kom die posters tegen. Inmiddels word ik dan ook herkend, wanneer ik over het schoolplein loop.

(Grapje.)

9R7A1540

Wat juist voelt

Vrij snel na de voorstellingsweek vinden de jaarlijkse schoolconcerten plaats. Daar doe ik zelf niet aan mee. (Gelukkig niet, zeg. Toneel vind ik geweldig, maar dan heb ik een personage waarachter ik me kan verschuilen. Ik zou maar als mezelf op zo’n podium moeten gaan staan. Nee, mij niet gezien.) Wat ik er wel ga doen is foto’s maken, zoals ik dat eerder al deed. Ik vind het altijd erg leuk om te doen – door zo’n donkere zaal sluipen, komen waar niemand mag komen en daardoor zien wat niemand anders ziet. En bovenal: uren achtereen doen wat ik het liefste doe.

Wat ik het liefste doe, dat kan ik doen, de komende weken. Ik ga toneelspelen, filmen, schrijven, fotograferen en ervan genieten. Dat ik niet hoef te leren wat juist is, maar zelf kan uitzoeken wat juist voelt.

Rest mij jullie een fijn paasweekend te wensen!

LAATSTEN

9R7A1109

Woensdag 11 maart, 09.00

Een nieuwe dag, een nieuwe stad. Goedemorgen Kraków.

9R7A1113 9R7A1116

We bezochten veel locaties waar gefilmd was voor Schindlers List en een synagoge. Daar ontdekten we dat een keppeltje voor de meeste jongens niet veel deed, behalve het veroorzaken van de slappe lach. Een selectief groepje stond het juist weer erg goed, alsof ze het altijd al gedragen hadden.

We hadden pauze, met een groepje meisjes ging ik op zoek naar een plek waar we onze koude handen konden opwarmen aan een kop thee of chocolademelk. Het duurde langer dan verwacht. Pas toen we onze drankjes geserveerd kregen, begrepen we waarom. We hadden in het Engels besteld (mijn Pools is nog niet helemaal op niveau) en vroegen om ‘tea’ en ‘hot chocolate’. Dat laatste was erg letterlijk genomen door degene die ons bediende. Hele repen chocolade heeft die jongen moeten staan smelten. Het resulteerde in kopjes met daarin een donkerbruine substantie die leek op chocoladevla, maar dan warm.

Tegen de tijd dat we onze drankjes kregen, hadden we eigenlijk al terug moeten zijn op de plek waar we een half uur eerder ‘losgelaten’ waren, zoals een van de docenten het steevast noemde. Maar goed, we waren deze week nog geen enkele keer te laat gekomen. Als echte scholieren was het onze taak dat minstens één keer te doen op zo’n reis, dus dat hadden we dan ook maar weer klaargespeeld.

9R7A1163

Ik gaf mijn camera meermaals uit handen aan enthousiaste vriendinnen. En daar kwamen best wat mooie plaatjes uit! (Bovenstaande door Celine.)

9R7A1269

‘Ja, en jij moet zelf ook eens op de foto!’

(Ik heb nu tien van dit soort foto’s van mezelf.)

9R7A1138

De mist maakte plaats voor regen en de fabriek van Schindler bleek gesloten, waardoor er een gat in het programma was. We konden terug naar het hostel of nog even zelfstandig de stad in. Die keuze was niet erg lastig, zeker niet nadat iemand het woord ‘Sephora’ had laten vallen. Ook wilde ik nog een lelijke souvenir inslaan voor bij de verzameling.

’s Avonds liepen we weer richting het grote plein en belandden we bij een Mexicaans restaurantje. We bestelden quesedilla’s, enchilada’s, burrito’s en faghita’s. Uiteindelijk bleek het allemaal ongeveer hetzelfde te zijn, zij het in verschillende vormpjes. Allemaal lekker, dat dan weer wel.

9R7A1258

Fast forward naar Dresden, waar we donderdagavond aankwamen. We besloten dat we die nacht net zo goed niet konden slapen, zodat we tijdens de reis naar huis goed moe zouden zijn. Met zo’n vijftig leerlingen en vijf docenten bezetten we een hele verdieping van het hostel… op een paar kamers na. Stipt tien uur stond er dan ook al een vrouw voor onze kamerdeur die in het Duits begon te tieren. (Of misschien vroeg ze wel heel aardig of we wat zachter konden doen. In het Duits lijkt het nou eenmaal onmogelijk om iets te zeggen zonder boos te klinken.)

De muren waren dun, de sfeer was goed, de nacht was kort. En de morgen kwam vroeg.

9R7A1363

We hadden drie uur in Dresden. Mijn grens wat betreft imposante gebouwen met interessante geschiedenissen was bereikt voor die week. Tijdens de wandeling van het hostel naar de binnenstad kwamen we langs een heleboel winkels – in tegenstelling tot imposante gebouwen met interessante geschiedenissen, hadden we die nog nauwelijks gezien. ‘Ik wil terug naar dat leuke stuk!’ zei vriendin Carmen toen we nog drie kwartier vrije tijd hadden voor vertrek. Zoals jullie ongetwijfeld weten is het met mijn richtingsgevoel niet zo best gesteld. Echter kon zelfs ik bedenken dat je binnen drie kwartier net heen en terug zou kunnen lopen, zonder een winkel van binnen te hebben gezien.  ‘Dan zul je moeten rennen,’ zei ik. Maar Carmen had haar zinnen erop gezet. ‘Ja, en?’

(Zei ging ervoor, ik paste ervoor.)

9R7A1352

Natuurlijk maakten we nog een groepsfoto, zoals dat hoort op zo’n reis. Een geslaagde reis, tevens mijn laatste reis met deze groep mensen. Het eerste ‘laatste’, zoals er nog vele ‘laatsten’ zullen volgen.

Het was zo’n week die ook een maand had kunnen zijn. Er was veel te zien, veel te doen. Ik heb verhalen gehoord die ik dacht nooit te horen en verhalen gedeeld die ik dacht nooit te delen. Ik heb mensen opnieuw leren kennen. (Hoi Celine, hoi Sam!) Ik heb gehuild en gelachen en rillingen over mijn rug gevoeld, van afschuw en geluk. Ik heb in de zon gezeten in een grote stad en op een muffe hostelkamer gehangen met allemaal lieve mensen en gedacht: zo is het goed en zo mag het altijd zijn.

9R7A1228

We gingen nog één keer de bus in. Oh, de bus – die viel zeer zeker in de categorie ‘dingen-die-ik-niet-zal-gaan-missen-wanneer-ik-weer-thuis-ben’. Hoe gezellig en knus het aan het begin van de week ook leek. In de categorie ‘dingen-die-ik-heb-gemist-terwijl-ik-niet-thuis-was’: groente en fruit. We aten bij McDonalds, de enige mogelijkheid op de laatste stop. Ondertussen verlangde ik naar komkommers en kiwi’s, bessen en broccoli.

Terwijl we Nederland naderden, heerste er een rust die gelijk was aan de ochtend dat we er wegreden. Zachte muziek klonk uit een draagbaar boxje. Per tweeën deelden we dekentjes, maar verder waren we allen in onze eigen bubbel. We raasden over wegen zoals we er zoveel gezien hadden die week, echter nu in tegenovergestelde richting. Met onze gedachten waren we overal behalve daar. Langzaam kwamen we thuis.