#272 CHILDISH

IMG_0352

Het was de dag waarop ik te horen kreeg dat ‘dit in VWO 5 toch wel duidelijk had moeten zijn.’ Dat ‘dit me wel teleurstelt van een VWO 5 klas’. Dat ‘dit niet het niveau is dat hoort bij VWO 5.’

Het was ook de dag waarop ze me een practicum lieten doen met speelgoedautootjes. Het was een contrast dat ik wel moest opmerken.

#255 BACK ON TRACK

IMG_3319

We vertrekken weer iets later dan vorig jaar, en om tien voor acht volstaat een gaap als begroeting. De eerste so’s zijn gepland. Op de bodem van mijn tas bevindt zich een samengeperste laag papier, gevormd door lege pakjes kauwgom en brieven die ik steeds vergeet aan mijn ouders te geven. Mijn kluisje lijkt wel een overhead locker – open carefully, as luggage might fall out. Huiswerk wordt deels gemaakt, deels genegeerd, deels vergeten. Mijn pennen zijn leeg of kapot, mijn kamer is een chaos. Ik zit weer helemaal in het ritme.

#243 CHEESE

IMG_0131

‘Hoe zal ik lachen? Mond open of dicht?’

‘Haren over mijn schouders of op mijn rug?’

‘Zal ik mijn jasje aanhouden?’

‘Shit! Dit shirt valt helemaal weg tegen achtergrond!’

‘Milau? Miloe? Ja, ga maar zitten. Oh, ik zou inderdaad nog even iets aan je haar doen, hoor. Even een stukje draaien. Schouders recht. Say cheese! Nee, ik wil echt die tandjes zien! Jaaa, zo ja. Nou, dat was ‘m weer, hoor. Volgende!’

(Over de schouder van de fotograaf wierp ik een blik op de net gemaakte foto. Ik verwachtte gesloten ogen of iets tussen mijn tanden, maar het viel me alles mee. Hij was het niet met me eens. ‘Hmmm,’ mompelde hij, terwijl hij vertwijfeld naar het scherm keek. ‘Nou ja. Oké dan.’ Oké dan. Daar moest ik het mee doen. Naar mijn idee impliceerde het: eigenlijk sta je er niet al te best op, maar veel beter zal het toch niet worden.)

‘Inschuiven, jongens! Inschuiven! En jij daar rechts! Ja, jij, groen shirt! Jij mag hier vooraan komen liggen. Jawel. Dat kan me niet schelen. Hoppa. Hé, jullie zitten helemaal niet in deze klas! Willen jullie heel snel van die stoelen afkomen?! Oh, en dat meisje daarboven. Die rode! Even wisselen met je buurvrouw, want ik zie alleen je voorhoofd. Nou, daar komt ‘ie, hoor. Drie, twee, één… Lachen!’

Braaf rechtten wij onze schouders en forceerden we een glimlachje. Oh het leed, dat de schoolfoto heet.

#237 (NOT ONLY) FUN AND GAMES

IMG_0050

De dag begon met het ontzettend aangename geloei van een sirene. De bron van het lawaai was zo’n één meter verwijderd van de slaapkamerdeur. Wakker waren we, dat in ieder geval. Gewoonlijk ontbijt ik redelijk eenzaam en in stilte – dat is zeg maar voor iedereen het beste. Maar kwart voor zeven of kwart over acht maakt een hoop verschil wat betreft mijn gemoedstoestand. En zo zat ik vrolijk aan tafel met zo’n twintig brugklassers. We speelden kwartet met broodbeleg. (‘Mag ik van jou… een boterham, de boter én de hagelslag?’)

Op de vroege ochtend is er bij de meeste bruggers nog geen sprake van een overschot aan suiker of een gebrek aan concentratie. Vandaar dat er op dat moment lessen gepland zijn. De eerste ging over pesten. Het blijft een zwaar onderwerp om te bespreken wanneer je omringd bent door mensen die je nog niet zo goed kent. Toch komt er tijdens zo’n les een hoop naar boven en werden er ervaringen van beide kanten gedeeld. Bij mij was er de hoop dat er nooit een les twee nodig zou zijn.

’s Middags was het tijd voor luchtigere zaken. We liepen naar het bos voor Levend Stratego. Samen met Colette vormde ik de uitvalbasis voor B1Z. Door sommige mensen (ik noem geen namen) werd ons verweten dat we vals speelden. Ik wijt het succes van onze klas aan hun fanatisme en ijzersterke tactiek. Vanaf ons picknickkleed (ook wel vuilniszak) keken we hoe ze als een stel Duracellkonijntjes af en aan renden. Soms met lege handen, maar des te vaker met kaartjes van de tegenstander. Dat ‘de vlag’ ook maar gewoon een kaartje was, was niet voor iedereen duidelijk geworden. ‘Welke kleur heeft die vlag? We hebben echt overal gekeken!’ Het had hen niet belemmerd in het tikken van medeleerlingen, bleek na een grondige puntentelling. Tweehonderdachttien waren het er, om precies te zijn. Het leverde B1Z de winst op.

Aangemoedigd door dit succes gingen we door naar het volgende onderdeel: het toneelstuk. Met een groepje van zeven tekstschrijvers ging ik om tafel zitten. De vorige dag hadden zij al een hele verhaallijn bedacht, dus het was slechts een kwestie van uitwerken. Dat maakte het nog niet direct een eenvoudige kwestie, overigens. Er was een béétje moeite met het focussen op datgene wat we moesten doen. (Ter herinnering: het schrijven van de tekst.) Uiteindelijk ben je er als minimentor om te helpen, dus dat was ook allemaal niet zo erg. Het probleem ligt dan eerder bij mij – streng zijn is niet echt mijn ding.

Gelukkig was dat ’s avonds niet meer nodig – ze mochten weer los. En dat gold ook voor de minimentoren, overigens. We speelden het welbekende Geluidenspel. Wij als posten verstopten ons buiten rondom het kasteel, enkel herkenbaar door de geluiden die we maakten. Dat kon een kat zijn, een hond, maar ook een deurbel. Colette en ik kregen ‘galopperend paard’ toebedeeld. Daar waren we natuurlijk super blij mee, dat snap je. Ongeveer een uur lang deden we verschillende variaties, maar het wilde niet echt baten – we zaten te goed verstopt. Over op rigoureuzere middelen dan maar. We zongen ‘er staat een paard in de gang’ tot vrijwel iedereen ons gevonden had.

Een half uur later had vrijwel iedereen zijn bed gevonden. We maakten nog een welterusten-slaaplekker-totmorgen-rondje, een nu-moeten-jullie-echt-gaan-slapen-rondje en uiteindelijk een rondje om de tafel in de eetzaal. Met de minimentoren kletste ik de avond vol. Tussendoor probeerden we ook nog een bordspel uit te kiezen, maar tegen de tijd dat we eruit waren was het zo laat dat we besloten er maar vanaf te zien. Tegen de tijd dat ik nog krap vijf uur zou kunnen slapen, raakte mijn hoofd mijn kussen.

#236 ONE-O-ONE

IMG_0046

Mijn derde jaar als minimentor begon op dezelfde plaats als waar mijn middelbare schooltijd vier jaar geleden begon. Om een uur of acht arriveerde ik samen met Colette bij een kasteel in Baarlo, waar 101 leerlingen al sinds die ochtend waren. We trokken een sprintje door de regen en bijkomende modder, wat niet heel gemakkelijk ging – iets met zware koffers. Direct bij binnenkomst werd dit gecompenseerd door een erg warm welkom. Al binnen één minuut hing er een brugklasser om mijn nek, renden er drie voor me uit de trap op en was er zelfs één die vroeg of hij kon helpen mijn spullen naar boven te sjouwen. Wat ik hem nooit gevraagd zou hebben, natuurlijk. Maar ja, hij bood het zelf aan… Eenmaal op onze kamer was er van uitpakken geen sprake – we donderden onze spullen op een stapelbed en de rest zou later wel komen.

(Of niet.)

We moesten weer naar beneden, namelijk. De spelletjesavond stond op het punt te beginnen. De spellen varieerden van hints tot een (indoor) hindernisbaan. Ik zat bij ‘Wie ben ik’, waar ik voorhoofden beplakte met briefjes. Daarop kon ‘Spongebob’ staan, maar ook ‘Elvis Presley’. Die laatste bleek geen enkele brugger te kennen, overigens. Een generatiekloof kon het niet zijn, want hij stierf ook ver voor mijn geboortedatum. Maar zelfs toen ik hints gaf over veel gel en witte discopakken, ging er geen belletje rinkelen. Ach, alle voetballers raadden ze wel en dat kon ik dan weer niet zeggen.

Na honderd plakbandjes, tien maal uitleg en twintig stiekeme hints was de avond ten einde. Een vroege wekker, veel nieuwe indrukken en behoorlijk fanatisme zorgden voor redelijk vermoeide kinders. Maar de meesten lieten zich natuurlijk niet kennen – hé, zeg, het was pas de eerste avond. Ik trof dus behoorlijk wat stuiterballetjes op die slaapkamers, wat ik bij sommigen weet aan een klein suikeroverschotje. Gelukkig beschik ik over een tactiek die al een paar jaar best succesvol blijkt. Hij gaat als volgt: eerst even gezellig kletsen. Heel belangrijk, al is het alleen maar omdat ik het zelf leuk vind om al die verhalen te horen. Dan bonjour ik ze hun bed in, en zeg ik dat ze iets zachter moeten gaan praten. Dat kunnen ze maar beter doen, ‘want straks komt docent X, en die is echt niet zo aardig, hoor. Dus als die merkt dat het hier nog één groot feest is, zal hij/zij wel streng optreden.’ Een soort good cop/bad cop, al is de bad cop daar dus niet echt van op de hoogte. Maakt ook niet zoveel uit – zover komt het toch nooit.

Zo geruisloos als ik kon, ging ik de trap weer af – wat niet heel geruisloos was. Het gekraak van de treden echode door de hal van het kasteel, waar het gefluister achter de deuren langzaam maar zeker afzwakte. Eenmaal beneden was het ook niet erg stil. De (mini)mentoren sloten de dag af. We kletsten wat, bespraken wat er was gebeurd en wat er nog zou gaan gebeuren die week. Met het oog op de drukke planning maakten we het niet ál te laat. Ik spreidde mijn slaapzakje, stootte mijn hoofd tegen het bed van de bovenbuurvrouw en viel daarna vredig in slaap.

#235 NERVES & COMPLAINS

IMG_3049

De mensen die mijn blog al drie zomers volgen, weten ongeveer hoe deze eruit zien. Want toevallig was de opbouw ervan de afgelopen drie jaar enigszins hetzelfde. Steeds pakte ik drie keer mijn koffer in. Eerst voor een vakantie met mijn familie. Daarna voor een week in Friesland. En ook deze zomer volgde weer een derde tripje: het brugklaskamp. Officieel heb ik dan geen vrij meer, maar die paar dagen zijn zo leuk dat ik ze maar ben gaan zien als een verlenging van mijn vakantie.

De eerste schooldag moest ik nog wel daadwerkelijk naar school, maar dat stelde niet zoveel voor. In een lokaal waar het veel te warm was, kreeg ik informatie over het komende jaar. Vervolgens was er een lunch met alle mensen van mijn lichting. Een hoop van hen had ik de hele zomer niet gezien, dus dat was leuk. Alhoewel… Een behoorlijk deel van hen was niet bepaald in opperbeste stemming. Klaag, zucht, steun en oh wat zijn we zielig want we moeten weer een heel jaar naar school. Ik zal niet zeggen dat ik er nooit over zeur, maar om nou op de eerste dag al zo depressief te doen? Dat gaat me te ver. Bovendien lijkt het me bij uitstek een instelling die ervoor zorgt dat het inderdaad een heel vervelend en lang jaar zal worden.

Hoe anders was de sfeer onder de brugklassers. Rond half drie druppelden ze het plein op, met gloednieuwe tassen over hun schouders. Enthousiast maar toch ook gespannen, en opgelucht wanneer ze iemand herkenden van de bijeenkomst voor de vakantie. Vandaag kregen ze de laatste informatie voor de werkweek. Daarnaast werden de zenuwen zoveel mogelijk weggenomen en werden de laatste dingen gecheckt. Hadden ze allemaal een rekenmachine en kon iedereen bij zijn kluisje? (Nee en… Ja! Tot mijn verbazing, moet ik eerlijk bekennen.)

’s Avonds verzamelde ik al een groot deel van mijn spullen, waarbij ik rekening probeerde te houden met een heleboel scenario’s: spelletjes op een zompig grasveld, touwtrekken in de felle zon, verstoppen in een donker bos, verkleedpartijtjes met grote rugzakken, natgesproeid worden met een tuinslang, dansen alsof je leven ervan af hangt… Het komt allemaal voorbij op zo’n brugklaskamp. Ik besloot te blijven bij mijn favoriete inpakstrategie: gewoon veel meenemen. Dat heeft tenslotte al drie zomers prima gewerkt.

#184 END OF THE (SCHOOL)YEAR

DSC00091

Ik leef in schooljaren. De overgang van 31 december naar 1 januari wordt natuurlijk gevierd, maar toch voelt de eerste schooldag voor mij meer als de start van een nieuw jaar. En de laatste schooldag dus als het einde. Vandaag was die dag.

Ik maakte mijn laatste test. Het was, zoals ik dat noem, een ‘kletstest’. Laat ik daar even een definitie van geven: er is weinig concrete kennis voor nodig. Het gaat meer om de vaardigheden die gedurende de jaren zijn opgebouwd. Daarnaast gewoon logisch nadenken, en zo kletste ik mezelf er wel doorheen. Gelukkig maar, want van intensief leren was het niet meer gekomen. En de komende weken gaat dat ook niet meer gebeuren, want het is nu officieel vakantie.

Er zijn nog wat formaliteiten (boeken inleveren, rapport ophalen), maar daarna heb ik zes weken vrij. Dat is altijd even wennen. Er komt sowieso een ochtend waarop ik denk dat ik me verslapen heb. En een ochtend waarop ik denk: ‘Ik wil niet opstaan.’ Om vervolgens de beseffen dat dat ook niet hoeft. Best feeling ever.

Op mijn vierde jaar kan ik met een goed gevoel terugkijken. Er was een groot contrast met de onderbouw. Soms was dat nadelig: wanneer ik tot ’s avonds laat bezig was vanwege de toegenomen moeilijkheidsgraad van bepaalde vakken. Bepaalde vakken die ik in mijn vrije deel gekozen had. Ik haalde mijn eerste onvoldoende (en ging taart eten om het te vieren). Ook dit bleek slechts een kwestie van wennen – zelfs die moeilijke vakken heb ik met prima cijfers afgesloten.

Anderzijds merkte ik ook de voordelen van de bovenbouw. Er was meer ruimte om de dingen te doen zoals je dat zelf wilde. Als je mij een beetje kent, weet je dat ik daar van houd: geen strikte regeltjes, maar mijn eigen plan trekken, zoals mij dat het beste lijkt. En dus geen gezeur over huis- en leerwerk dat je moet bijhouden ‘want de test komt eraan!’ Ja, ja. Ik zorg dat ik het op de test weet. Want soms heb ik eerder gewoon geen tijd. (Of prioriteit – een sociaal leven is toch ook wel leuk.)

De mensen uit mijn lichting hebben dit jaar gemaakt. Er werd gezeurd, gestrest en gekloot, zoals het goede middelbare scholieren betaamt. Maar het waren de wilde verhalen, de leuke momenten in de klas en de feestjes die ik me zal herinneren. Zo ook vanavond. De lucht geurde naar vuur, pasgevallen regen en kleffe marshmallows. Met het geknetter van de vlammen op de achtergrond sloot ik het jaar af.

#181LAST MINUTE

DSC00068

Pauzes tussen de testen zijn er om even je gedachten te verzetten en je knorrende maag tot bedaren te brengen met een peperkoekje. Maar in de praktijk gaat dat er anders aan toe. Dichtvallende ogen en lonkende bedden – oké, en soms een matige planning – zorgen ervoor dat niet alle stof de vorige avond is bestudeerd. En dan komt het aan op die laatste tien minuten. Ervaring leert mij dat er op dat moment beter geen vragen meer gesteld kunnen worden. Want dat gaat dan ongeveer zo:

Persoon 1: ‘Ik snap dit niet, kan iemand het nog even snel uitleggen?’

Persoon 2: ‘Wat, van hoofdstuk vier? Die hoefden we helemaal niet te kennen.’

Persoon 3 mengt zich in het gesprek: ‘Hoezo niet? Die heb ik juist super goed geleerd!’

Persoon 2: ‘Nee, ik weet het zeker. Echt hoor, die hoefden we niet te kennen. Toch..?’

Persoon 4 roept vanaf een paar meter afstand: ‘Frans zou alleen gaan over hoofdstuk zes.’

Persoon 1: ‘We hebben het helemaal niet over Frans!’

Al snel volgen er nog vijf mensen met een mening en is de chaos compleet. Paniek! Stress! Nee, je kan je beter even afzonderen in een hoekje van de gang. Rekenmachine volknallen met formules, nog één laatste blik op de samenvatting. En dan die test zelf natuurlijk nog.

#180 FAKE MESS

DSC00065

Ik probeer vaak dingen vast te leggen zoals ze juist niet zijn. Want zoals het is, ken je het al. Ik kom dichterbij, kies een ongebruikelijke hoek of uitsnede en probeer zo een origineel en verassend beeld te creëren. Dat is voor mij fotografie. Soms hoef je hiervoor alleen maar je ogen open te houden en kom je zomaar iets tegen. (Een roze olifant, of vier meisjes in witte tutu’s.)  Maar het kan ook zijn dat ik niets fotogenieks tegenkom gedurende mijn dag. En dan moet je het lot een handje helpen. Dit hierboven is dus gestileerde rommel. Voor de foto. Want de echte rommel had ik al opgeruimd. En dat wilde ik jullie eigenlijk ook niet aandoen.