SCHLITTEN IM SCHNEE

IMG_2170

Naast skiroutes zijn er in ons skigebied ook wandel- en sleeroutes. Als je door de witte sneeuw naar beneden komt sjezen moet je soms uitkijken voor een wandelend echtpaar, een hele familie met buggy’s of soms zelfs een groep paardrijders. Ook de speciale ‘schlittenbahn’, zoals dat hier heet, is zeer populair. Mannen, vrouwen, kinderen – er gingen nog net geen baby’s van die baan af. Het verbaasde me eigenlijk. Die baan was behoorlijk smal, behoorlijk steil, en als je eraf viel… nou, dan viel je behoorlijk diep naar beneden. Maar als al die mensen het er zonder kleerscheuren vanaf brachten, moest dat ons toch ook lukken? We hadden kaartjes gekregen voor het ‘nachtschlitten’, elke dinsdag en donderdag van vijf tot acht ’s avonds. De liften gaan langer naar boven en de baan wordt verlicht. Eigenlijk was ik moe na een lange dag skiën. Met lichte tegenzin pakte ik mezelf weer in met een dikke sjaal, skihandschoenen en moonboots. Ook besloot ik mijn helm op te zetten – je weet maar nooit.

Sleeën1

Er zijn van die dingen waar je eigenlijk geen zin in hebt, maar waarvan je achteraf blij bent dat je ze hebt gedaan. Het sleeën was ook zo’n ding. Ik was een beetje bang dat ik van de baan af zou sleeën/van mijn sokken gereden zou worden/niet zou kunnen remmen of sturen, maar het viel allemaal reuze mee. Ja, het remmen was in het begin lastig. En daardoor ging je ook behoorlijk vaak onderuit. Maar dit zorgde (naast een beetje pijn, maar hé, we kunnen wel tegen een stootje!) vooral voor de slappe lach. Toen ik het hele sleegebeuren enigszins onder controle leek te hebben besloot ik wat harder te gaan. Aan de vele hobbels op de baan had ik niet echt gedacht, en door het feit dat het avond was zag ik ze ook niet echt goed. Ik vloog bijna naar beneden, het leek wel een kermisattractie. Het enige verschil is dat je in zo’n attractie goed vast zit. Op een slee niet.

Sleeën

We vielen behoorlijk vaak dus. Op een bepaald moment lag Carmen beneden, haar slee iets verder boven haar. Ze kon er net niet bij. Ik stond nog aan het begin van de berg. ‘Ik duw mijn slee wel tegen die van jou!’ riep ik. Voordat ik had nagedacht over deze actie gaf ik mijn slee een zet. Je kan al raden wat er gebeurde, natuurlijk. Mijn slee ging met een grote boog om die van Carmen heen en reed met een rotvaart door naar beneden. Ik gleed naar Carmen toe. Dan maar samen op één slee. Met z’n tweeën heb je natuurlijk veel meer snelheid. Ook nu kwamen de hobbels weer, en al snel lagen we in de sneeuw. Onze slee bleef echter niet liggen – nee, ook slee nr. 2 naderde de finish zonder bestuurder. (Je kan je voorstellen dat dit alles niet zo heel vlot ging, omdat we continu zo hard moesten lachen dat het pijn deed.)

Sleeën2

Het heeft ook wel iets, dat nachtsleeën. Doordat het donker is zie je niet zo goed waar je heen gaat. Dit zou je een nadeel kunnen noemen. Aan de andere kant zie je ook niet hoe steil die hellingen eigenlijk wel niet zijn, en roetsj je dus zorgeloos naar beneden. Naast dit alles is het ook gewoon erg mooi, zo ’s avonds tussen de bergen. De lampen die de piste verlichten laten de sneeuw glitteren. De lucht kleurt allerlei tinten blauw. Net als mijn achterwerk, na zo’n sleetochtje. Ook mijn middenrif doet pijn, maar dat is van het lachen.

GODI IN A GOLDEN FRAME

IMG_2147

Dit is niet echt een passende foto bij deze post… Maar het is wel een leuke foto, dus ik vond het wel kunnen.

Aangezien ik pas één jaartje (een beetje) kan skiën, en het voor Carmen al acht jaar geleden was, leek het ons slim om een lesje te nemen. We zaten te wachten voor de skischool, mama was binnen om te kijken waar en wie onze leraar was. Na een tijdje kwam ze naast me zitten. ‘Hij heet Godi.’ Ik reageerde niet op zijn naam (want er zijn een hoop skileraren met een (in onze ogen) rare naam). Nee, het eerste wat ik vroeg was: ‘En is ‘ie een beetje knap?’ ‘Ja, dat weet ik niet.’ Carmen, die naast me zat, beëindigde het telefoongesprek met haar ouders. Mama vertelde haar over onze skileraar. ‘Is ‘ie knap?’ was ook haar eerste vraag. We zeggen vaak dezelfde dingen, meestal ook nog op hetzelfde moment. Het verbaasde ons niets.

We gingen nog even snel naar het toilet. Toen we weer terugkwamen zag ik mijn ouders praten met een man. Een oude man. ‘Hij is niet knap, Carmen.’ zei ik over mijn schouder. Erg vond ik het eigenlijk niet. Een knappe leraar zorgt alleen maar voor veel afleiding en extra veel schaamte wanneer je onderuit gaat. Ik schat Godi ruim zestig jaar oud. Zijn skibril stond permanent op zijn voorhoofd, als een witte vlek. Vanaf onder zijn neus was zijn huid zo bruin als cognac, en had het de structuur van leer. Hij was erg vriendelijk een sprak ‘ein beetje Nederlandsch.’ We stelden ons voor, de ski’s werden gehaald en we kluunden naar de lift.

We belandden midden in de ‘na de lunch drukte.’ Iedereen wil dan weer met de lift naar boven. Iets voor ons in de rij stond een jonge skileraar met een stuk of acht kleine kinderen. En druk dat ze waren! Ze stonden allemaal met hun tong naar buiten in elkaars gezicht te spetteren. ‘Jongens, niet spugen!’ sprak de jongen. ‘Die kleine kinderen zijn altijd zo lastig,’ zei Godi tegen mij. De kinderen gingen vrolijk door. ‘Nee, echt niet doen! Ophouden met spetteren, straks mogen jullie een sneeuwballengevecht doen.’ ‘Jeeeeeej!’ klonken acht hoge stemmetjes, en ze begonnen al om zich heen te grijpen. ‘Niet nu!’ Godi zuchtte. ‘Arme skileraar.’ Ik lachte. ‘Wij zullen ons gedragen hoor.’

Eenmaal boven oefenden we met parallel skiën en stoppen (dat laatste is leuk, dan kan je zo’n hele wolk van sneeuw maken.) ‘Niet vallen, hu!’ zei hij telkens. Maar toen het wel gebeurde (één keertje maar!) kwam hij alsnog de hele berg terug opgelopen. ‘Hu’ was zijn stopwoordje, hij zei het na elke zin. ‘Gaat goed, hu? Jullie komen achter mij aan, hu!’ Maar dat deed niets af aan het feit dat hij een hele goede leraar was. We merkten het ook aan zijn populariteit op de piste. Iedereen kende hem. ‘Heee Godi!’ zei de man bij de lift. Hij kreeg knikjes van vele kanten, mensen die bij hem op lessen hadden gezeten spraken hem aan. Hij was een soort opperskileraar.

Na ongeveer anderhalf uur kwamen we langs een kampvuur aan de zijkant van de piste. Boven het vuur hing een ketel. Om het vuurtje heen zaten een hoop mensen op boomstammen, met witte bekertjes in hun hand. ‘Zullen we even iets drinken?’ vroeg Goddi. ‘Even snel.’ Ik keek naar de ketel met glühwein. Maar, dat is met alcohol, toch?’ ‘Nee, je kan kiezen.’ (‘Aah, wat saai, Milou!’ was de reactie van één van mijn medevakantiegangers. ‘Heel verstandig.’ zei een ander. Vervolgens schoot hij in de lach. Hmm, allebei niet echt een compliment, wel?) Ik vind glühwein niet lekker, dus waarom zou ik het drinken? In plaats daarvan kregen we een soort warme limonade. Wat ook niet echt lekker was, eigenlijk. Vooral heel zoet. Maar toch wel gezellig, zo’n kampvuurmomentje.

Na twee uur kwamen we weer veilig beneden. ‘Jullie hebben das sehr gut gedaan!’ zei Godi. Voor de les waren Carmen en ik nog gaan kijken in het gebouw van de skischool. Daar hangen foto’s van alle leraren op de muur. Godi konden we niet vinden. Maar na de les snap ik wel waarom. Hij hangt waarschijnlijk op een ereplekje, in een gouden lijstje.

THIS WEEK IN: SKIES

This week in skies3

Vorig jaar maakte ik iedere dag een foto, maar nu ben ik iets anders van plan hier op mijn blog. Elke week kies ik een thema, wat ik vastleg met foto’s, woorden, tekeningen, muziek, een filmpje… Het kan van alles zijn! Mijn ontbijtjes van die week, de leukste sms’jes per dag, zeven keer mijn uitzicht, of de sokken die ik draag. Deze keer: mijn week in luchten. (En dat klinkt best wel vreemd… Ach ja, je snapt wat ik bedoel.)

This week in skies

MONDAY – SWEET SKY

Een mooie blauwe lucht met wat zachte schapenwolkjes.

TUESDAY –  THREATENING

Strakblauw, lief wit, en dan… dreigend donker. Komen we nog droog thuis? Dat was de vraag van vandaag.

This week in skies1

WEDNESDAY – SKY IN REFLECTION

De lucht in de reflectie van mijn telefoon (zie ook deze post).

THURSDAY – SUNRISE

Dit vind ik één van de leuke kanten van de winter. Wanneer het zo koud is, is het vaak ook heel helder ’s ochtends, wat weer zorgt voor een super mooie zonsopgang.

ejr.

FRIDAY – PURPLE SKY

Vandaag geen mooie zonsondergang, maar wel een paarse lucht. Ook erg bijzonder.

SATURDAY – SKY FROM ABOVE

Dat is altijd zo leuk aan vliegen: je stijgt op in een grauw land, vliegt door de wolken heen, en dan schijnt altijd de zon! (Behalve als het nacht is, trouwens…)

IMG_2152

SUNDAY – SWISS SKY

Een strakblauwe lucht om onder te skiën, beter kan niet.

Dat was ‘m weer voor deze week! Zoals je kan zien aan de laatste twee foto’s ben ik op skivakantie, vandaar dat het misschien even wat rustiger is op mijn blog. Als ik thuiskom zal ik in ieder geval genoeg leuke verhalen te vertellen hebben! ;)

PICTURE THIS: …WHAT, ACTUALLY?

Collages

Mijn oog viel hierop en ik kon het natuurlijk niet laten om even een fotografisch experimentje te doen.

IMG_7901

IMG_7889

IMG_7905

Mocht je het niet snappen, kijk dan even naar de afbeelding hieronder. Als je het scherpstelpunt van je camera op een bepaalde manier instelt focust hij op de reflectie, in plaats van het voorwerp, en dan krijg je zo’n wazige weerspiegeling. Vandaar ook dat de bomen ondersteboven staan, ik heb de foto’s niet gekanteld ;).

Reflection

PICTURE THIS: DON’T JUDGE A GIRL BY HER SHOES

IMG_7848

Een grijze maandagmorgen, ik zat bij Duits. ‘Konrad Ardenauer ist vielleicht der bekannteste Deutsche Bundeskanzler. Nach dem Abitur…’ Tot hier ging mijn concentratie. Ik keek uit het raam, waar zojuist een hele bups achtste groepers het brugklasgebouw inliep voor een rondleiding. ‘Waarom heeft ze die schoenen aan?’ sprak mijn vriendin naast me. Mijn oog viel op een meisje dat op flinke hakken naar binnen wiebelde. Dat vroeg ik me nou ook af, want 1. Het is koud. Zulke schoenen zijn niet leuk als het koud is, al helemaal niet wanneer je, net als dat meisje, er met blote voeten in zit. 2. Ik ben van mening dat je eerst op hakken moet leren lopen voor je ze daadwerkelijk gaat dragen. Dat scheelt je waarschijnlijk een hoop gênante momenten. (Ik spreek uit ervaring.) (Trouwens, iedereen moet het ook lekker zelf weten, hoor. Ik geef slechts mijn bescheiden mening.)

Ik wendde me weer tot mijn vriendin. ‘Ach ja, zij dacht waarschijnlijk: ik ga voor het eerst naar de middelbare school. Laat ik mijn hakken aan doen.’ En dat snap ik ook wel. Toen ik op al die scholen ging kijken zorgde ik ook dat ik een grote tas bij me had. Het enige wat erin zat waren koekjes en een pakje Dubbelfris. Maar het zou mij niet gebeuren dat ik daar de hele tijd mee in mijn hand moest lopen. Dat was niet cool, vond ik destijds. In de eerste klas wist ik niet hoe snel ik weer van die grote tas af moest komen, maar dat even terzijde.

‘Maar Milou, zij zit hier al op school, hè. In de derde. Ze gééft de rondleiding.’

Oh.

Zo zie je maar: je moet nooit boeken op hun kaft beoordelen. En meisjes niet op hun schoenen.

LOVE: GOOGLE

scan

Google is mijn held. Waarom? Om te beginnen is het een zeer handige startpagina. Hoezo? Je hebt toch zo’n zoekbalkje rechts bovenin je scherm? Maar zoals ik al eerder op mijn blog heb gezegd: ik ken mezelf. Wanneer ik Nu.nl, Twitter of Facebook instel als mijn startpagina is daar altijd wel iets interessants te zien. Vooral bij de ‘Opmerkelijk’ pagina van Nu.nl kan ik lang blijven hangen. ‘Middelbare scholieren moeten intekenen voor wc-papier’, ‘Dieven stelen voor 50.000 euro aan chicken-wings’ of ‘Begrafenisstoet rijdt door drivetrough’. Zeg nou zelf, wanneer je zoiets leest, wil je daar toch meer over weten? Oké, misschien ook niet. Ik wel, in ieder geval, dus wanneer ik dan voor school iets moet opzoeken ben ik zo een half uur verder. Google als startpagina is  mijn oplossing. Ik ga namelijk niet bewust zoeken naar nieuws over een vermiste schildpad die al dertig jaar op zolder zit. Het nieuws op die opmerkelijk pagina is zo… opmerkelijk, dat ik het niet eens kan bedenken.

Google is dus handig tegen de afleiding, wanneer ik bezig ben voor school. Maar ook tijdens schoolopdrachten kan het hulp bieden. Bij Frans, bijvoorbeeld, zijn we bezig met een uitwisseling. Hiervoor sturen we mailtjes aan kinderen uit het Franstalige gebied van België. In het Frans dus. Leuk om te doen, maar heel diep gaat het allemaal niet. Dat krijg je ervan wanneer je alleen maar voorgekauwde zinnetjes uit je boek leert. Ik kan bijvoorbeeld zeggen ‘Moet je het kaartje afstempelen?’ (Il faut composter le billet?). Ook kan ik mijn voicemail instellen in het Frans (Laissez-moi un message après le bip sonore.). Maar woorden die een zin een beetje lekkerder laten klinken, beter laten lopen, die staan er niet in. Dingen als ‘in ieder geval,’ ‘maar goed,’ of ‘ik weet niet hoe het met jou zit’ zijn niet aanwezig op de Pages Jaunes, de woordenlijsten in mijn boek. En daar komt Google weer om de hoek kijken. Translate! En ik verdenk mijn correspondentiemaatje ervan dat zij het ook gebruikt (‘Ikk ben heel blij van een e-mail te krijgen , ik wacht er heers lang op :)’ Maar ik mag niets zeggen natuurlijk, mijn Frans zal ook verre van foutloos zijn. Ik denk dat we hard gaan lachen samen, op de dag van de uitwisseling.)

scan0001

En dan nog even in het kort waarom ik het zo geweldig vind. Google Maps helpt me bij mijn gebrek aan richtingsgevoel. Daarnaast wordt je, wanneer je via Google Maps een route plant van Japan naar Hawaï, doodleuk verteld om even de Grote Oceaan over te kajakken. Dat je snake kan spelen wanneer je een YouTube-filmpje aan het laden bent (want dat is tegenwoordig ook van Google.) De aparte Doodles waarin ze hun logo veranderen op belangrijke dagen (zoals daar zijn: de 150e verjaardag van de metro, 9 januari, of Chinese Valentijnsdag, 23 augustus. Om maar even wat te noemen). Dat Google alles weet. Iets wat ik altijd nog een keer wil invullen bij een werkstuk: Bron: Google. (Oei, oei, oei, als er één manier is om mijn docent Nederlands op de kast te krijgen…)

En nou weet ik wel dat Google eigenlijk een groot gemeen bedrijf is, wat je gegevens opslaat en daar veel geld aan verdient. Dat je door hen steeds banners van de Zara op je scherm kijkt, omdat ze weten dat je hun webshop hebt bezocht. En dat je daardoor spullen van de Zara gaat kopen en Google daarmee op de één of andere manier de wereld gaat overnemen. Maar jongens, dat is nu nog allemaal niet aan de hand. Voor nu is Google mijn held.

PICTURE THIS: A LONELY SHOE ALONG THE ROAD

IMG_7776

(Oké, dit is eigenlijk geen eenzame schoen op straat. Hij heeft wel degelijk nog een rechtervriendje, en die woont bij mij in de kast.)

Stel je voor. Een lange fietstocht door de gure wind. Een verlaten weg, op af en toe een tegenligger na. Mijn oog valt op een voorwerp langs de weg. Wat het is is onduidelijk. Ik ben er ongeveer 20 meter van verwijderd. Een verpakking van iets? 10 meter. Nee, het is niet van karton. 5 meter. Hè? Ik rijd erlangs. Precies op de scheiding tussen de berm en de weg staat een schoen. Het lijkt wel of ik ze de laatste tijd vaker tegenkom. Terwijl ik juist zou denken dat er in de winter geen enkele reden is om ze uit te doen.

Kijk, met handschoenen is het een ander verhaal. Ik kan me precies voorstellen hoe dat gaat. Je zit op de fiets, omdat het koud is heb je handschoenen aangedaan. Maar nu beginnen ze toch enigszins plakkerig aan te voelen. Een beetje onhandig probeer je ze uit te trekken. (Onhandig, want je hebt of maar één hand aan het stuur (lekker wiebelen dus), of je doet het met de kracht van je lippen. En dat, kan ik je vertellen, ziet er nogal vreemd uit. Om het nog niet te hebben over wanneer je ze juist áán wilt trekken.) Dat loopt dus nooit zo soepel, waardoor het kan voorkomen dat je een handschoen laat vallen, wat je niet opmerkt omdat je al lang blij bent dat je ze uit hebt gekregen zonder op je smoel te gaan/ tegen iemand aan te rijden. (Of je merkt het wél, maar bent gewoon te lui om terug te rijden. Kan ook.) Die handschoenen langs de weg, daar kan ik nog wel een redelijke theorie voor bedenken. Maar een schoen?

Het zijn er ook nooit twee. Dat iemand dacht: ‘En nou ben ik er klaar mee.’ En dat hij dan zijn schoenen uittrekt, ze keurig naast elkaar in de berm zet en voortaan blootsvoets door het leven gaat. Ook dit zou ik niet snappen, mét schoenen heb ik al koude voeten, hoe moet dat dan zijn zonder? Maar wanneer ik zo’n eenzame schoen langs de weg zie staan, kan ik daar met mijn verstand niet bij. Een handschoen ongemerkt laten vallen, dat kan gebeuren. Maar schoenen vallen niet zo makkelijk van je voeten af, en wanneer ze dat wel zouden doen, zou ik ook niet te lui zijn om terug te rijden. En de meeste mensen met mij, denk ik, om eerdergenoemde redenen.

Ik rijd tien keer per week dezelfde route naar school, en soms ligt daar opeens zo’n vergeten schoen. Telkens wanneer ik erlangs rijd moet ik er naar kijken. En dan, na een keer of vijf, zes, passeren, is hij vaak weg. Niemand weet waarheen. Misschien gewoon opgehaald door de vuilnisdienst, maar dat vind ik wel een heel onromantisch einde van dit verhaal. Ik stel me liever voor dat er tóch iemand naar op zoek was. Schoen herenigd met eigenaar. Maar, misschien nog belangrijker: met zijn linker- of rechtervriendje. En ze leefden nog lang en gelukkig.

OUTFIT: (NOT SO) WEATHERPROOF COATING

Coated Jeans

Na al die positieve reacties op mijn ‘This week in outfits’ post, besloot ik dat ik wel vaker mijn kleding kon laten zien. Het setje hierboven droeg ik op dinsdag. Vanuit school zouden we naar de Technische Universiteit Eindhoven fietsen voor een wiskundedag. Bij de planning van deze dag kon natuurlijk geen rekening gehouden worden met het weer. Het weer hield ook geen rekening met onze planning: het kwam met bakken uit de hemel. Dat was een verfrissend fietstochtje dus. Ik dacht slim geweest te zijn door mijn gecoate broek aan te doen. Regenjassen hadden toch ook zo’n coating? Zo’n sóórt coating misschien wel, maar de werking was toch iets anders, ontdekte ik. Ik werd gewoon hartstikke nat, al was het maar een ritje van twintig minuutjes. Ach ja, mijn broek léék in ieder geval droog, dat was dan nog iets.

 

LOVE: LITTLE THINGS THAT MAKE ME HAPPY

IMG_0374

– Dat ik na dagen (maar het lijkt wel maanden) de blauwe lucht weer heb gezien. Hartstikke leuk hoor, al die sneeuw, maar als het verandert in spiegelglad ijs op de weg ben ik er wel een beetje klaar mee. Zondag werd mijn wens beantwoord, door de komst van een hele hoop regen. Tsja… Het ene kwaad had plaats gemaakt voor het andere. Ik zag mezelf al nat en bibberend op school komen de volgende dag. De koele maar blauwe lucht deze ochtend maakte me dus erg blij. En toen ik het na gym erg warm had en buiten de zon scheen had ik bijna het idee dat het lente was. En ook al is het niet waar, toch wordt ik er vrolijk van.

IMG_7724

– Een schoon, nieuw, wiskundeschrift. (Ik heb het dus niet over wiskunde zelf, hè. Niet dat ik het zo’n ramp vind, maar gelukkig word ik er niet van.)

– Blog-gerelateerde dingen: heel veel leuke reacties, nieuwe (onbekende) bezoekers, stijgende cijfers. En – totaal onbenullig, maar toch: wanneer je ‘milou’ + mijn achternaam intypt op Google, er ‘blog’ achter verschijnt.

IMG_7727

– Dit briefje wat ik kreeg van een jongen uit mijn klas. Heeft geen verdere uitleg nodig, toch?

– Onverwachte leuke dingen. Ik heb vandaag kinderen uit groep acht rondgeleid op onze school. Ik stond niet ingeroosterd, maar er werd iemand ziek. Dat is natuurlijk niet leuk, maar dat betekende wel een extra rondleiding voor mij. Het is echt zo leuk om te doen. Door de school wandelen, dingen vertellen die voor mij heel logisch lijken maar dat absoluut niet waren toen ik zelf in groep acht zat. Ik herken mezelf ook wel terug in die kinderen. Vaak zijn ze nogal druk van opwinding, constant vragen afvurend. Maar als ze dan een lokaal binnenlopen om even te kijken, durven ze vaak niet zo ver. Het zijn toch allemaal ‘grote kinderen’ die daar vlak voor je zitten. En dat er steeds net iets te hard ‘Ahh, wat schattig!’ geroepen wordt, helpt natuurlijk ook niet echt. Tegen ons lijken ze echter alles te durven zeggen. ‘Zijn er veel knappe jongens op deze school?’ Aan de andere kant komen ze dankjewel zeggen na de rondleiding. En dan kan ook ik het niet laten te denken: ‘Nahh. Wat schattig.’

– Complimentjes van onbekenden. Tijdens zo’n rondleiding lopen er ook ouders en leerkrachten mee en ook zij stellen natuurlijk vragen. Nadat we de route hadden afgewerkt sprak één van de ouders mij nog aan omdat ze nog met wat vragen zat. Ik probeerde alles zo goed mogelijk te beantwoorden, daar ben ik voor op dat moment. Het gesprek ging van het één over in het ander, en eindigde met een hoop complimentjes. Dat ik het zo leuk vertelde allemaal, dat ik goed in mijn schoenen stond en dat dat te zien was. Dat ik zo te horen heel bevlogen bezig was met de dingen die ik deed. ‘Maar ga nu maar pauze houden, hoor!’ Een beetje verbaasd maar ook blij liep ik weg.

Zo verandert een doorsnee maandag in een dag die ik me zal herinneren, om al deze kleine dingetjes.

HATE: PERFORATED T-SHIRTS

Gaatjes in shirts

Ik vraag me af welk verband jullie zien tussen deze foto’s. Dat het allemaal t-shirts zijn? Dat ze allemaal gestreept zijn (fout, dat is niet waar)? Om te zien wat ik bedoel moet je misschien iets dichter bij je scherm gaan zitten. Wat je ziet zijn zes fijne, zachte, flinterdunne t-shirtjes. Van die shirtjes die je helemaal afdraagt tot ze van ellende uit elkaar vallen. Ik heb er een hoop van, en heb een haat-liefdeverhouding met ze. De liefde komt van het eerdergenoemde (fijn, zacht, heel dun), de haat… Is vastgelegd op deze foto’s. Ik weet niet wat het is met mij, maar er komen al-tijd gaatjes in. En altijd op dezelfde plek: in het midden van het shirt, een stukje onder mijn navel. Alsof ik ben uitgeschoten met de perforator. Herkent iemand zich hierin of ben ik de enige met dit probleem? Nu is probleem misschien wel een groot woord. Mama is handig met naald en draad, dus meestal is het zo opgelost. Maar het is hetzelfde als met het scheuren van een nagel, het te koud hebben onder de dekens en te warm erboven, niet genoeg dip hebben voor je chips of niet genoeg chips voor je dip… Eerste wereldproblemen, maar toch irritant. Dan heb ik weer eens een leuk, fijn, heerlijk zacht t-shirt heb gekocht en hoor ik mama zeggen: ‘Eh, Milou, dat nieuwe roze shirt van jou, hè…’ Dan wordt het me soms even te veel. ‘Neeee! Nee, dat kan echt niet! Die heb ik alleen maar gedragen om ‘m te passen!’ ‘Nee, ik bedoel niet dat t-shirt. Het is dat met die streepjes.’ Het betreffende shirt heb ik al wél eens gedragen. Één keer, welgeteld. Niets ‘drie keer is scheepsrecht’, nee, bij mij is het meteen bingo. Er zijn al verschillende theorieën langsgekomen, waarvan de meest waarschijnlijke is dat mijn shirts achter de rits van mijn broek blijven hangen. Sinds die theorie er is probeer ik er echt op te letten. (En dat is denk ik meteen waar het fout gaat. Ik probeer erop te letten. Wat niet betekent dat ik er altijd op let…) Tevergeefs dus. Mijn favorietjes worden natuurlijk het meest gedragen, en zijn daardoor ook het meest gehavend. Sommigen hebben al drie keer een reparatie ondergaan. Ik vrees voor het moment waarop die kleine gaatjes zullen uitscheuren en één groot, gapend gat zullen vormen waar geen naald en draad tegenop kan. Die kleine gaatjes op mijn buik, daar kan ik mee leven. Maar zo’n groot gat is me toch iets te fris op de fiets.