#37 WASHINGTON VILLAGE

IMG_2436

 

Vandaag stond in het teken van reizen. Inpakken, ontbijten, nog een keer heel goed om me heen kijken… en afscheid nemen van New York. Wel met een nieuwe stad in het vooruitzicht gelukkig, Washington. Ik had echt geen flauw idee wat ik me erbij voor moest stellen. Het Witte Huis, dat was het enige plaatje dat in mijn hoofd verscheen. Voor de rest zou ik het wel gaan zien. Maar eerst een stuk rijden, dus. Ik vind het wel leuk, roadtrippen in Amerika. Lekker muziekje op, een beetje uit het raam kijken, een spelletje, gezellig kletsen. Even een tussenstop bij zo’n typisch Amerikaans wegrestaurant. Ofwel, heel veel en heel ongezond eten. Wij hielden het binnen de perken, hoor. Voor de rest van de reis kochten we een doosje kersen en bessen, die je daar wonderwel ook kon krijgen. Ik weet niet wat er in die berries zat, maar ik werd er in ieder geval extreem melig van. Hikkend van de lach was ik aan één stuk door flauwe grappen aan het maken. Althans, dat probeerde ik. ‘Ja, sorry hoor Milou, maar ik versta je gewoon echt niet!’ Zo erg was het er aan toe… Ach, het zal de pubertijd wel zijn. Rond een uur of vijf kwamen we aan in Washington. Na New York leek het net een dorpje. (Dat zal dus even schrikken zijn, als ik over twee weken weer thuis kom.) We aten bij een  Italiaans restaurant, waar ik het me voor de eerste keer lukte om mijn pasta op te draaien, in plaats van hem te snijden. Dat kan weer van de bucketlist. Een sprintje door de regen naar het hotel. Maar wel nog snel een foto van een Washingtonse straat.

 

PICTURE THIS: A LONELY SHOE ALONG THE ROAD

IMG_7776

(Oké, dit is eigenlijk geen eenzame schoen op straat. Hij heeft wel degelijk nog een rechtervriendje, en die woont bij mij in de kast.)

Stel je voor. Een lange fietstocht door de gure wind. Een verlaten weg, op af en toe een tegenligger na. Mijn oog valt op een voorwerp langs de weg. Wat het is is onduidelijk. Ik ben er ongeveer 20 meter van verwijderd. Een verpakking van iets? 10 meter. Nee, het is niet van karton. 5 meter. Hè? Ik rijd erlangs. Precies op de scheiding tussen de berm en de weg staat een schoen. Het lijkt wel of ik ze de laatste tijd vaker tegenkom. Terwijl ik juist zou denken dat er in de winter geen enkele reden is om ze uit te doen.

Kijk, met handschoenen is het een ander verhaal. Ik kan me precies voorstellen hoe dat gaat. Je zit op de fiets, omdat het koud is heb je handschoenen aangedaan. Maar nu beginnen ze toch enigszins plakkerig aan te voelen. Een beetje onhandig probeer je ze uit te trekken. (Onhandig, want je hebt of maar één hand aan het stuur (lekker wiebelen dus), of je doet het met de kracht van je lippen. En dat, kan ik je vertellen, ziet er nogal vreemd uit. Om het nog niet te hebben over wanneer je ze juist áán wilt trekken.) Dat loopt dus nooit zo soepel, waardoor het kan voorkomen dat je een handschoen laat vallen, wat je niet opmerkt omdat je al lang blij bent dat je ze uit hebt gekregen zonder op je smoel te gaan/ tegen iemand aan te rijden. (Of je merkt het wél, maar bent gewoon te lui om terug te rijden. Kan ook.) Die handschoenen langs de weg, daar kan ik nog wel een redelijke theorie voor bedenken. Maar een schoen?

Het zijn er ook nooit twee. Dat iemand dacht: ‘En nou ben ik er klaar mee.’ En dat hij dan zijn schoenen uittrekt, ze keurig naast elkaar in de berm zet en voortaan blootsvoets door het leven gaat. Ook dit zou ik niet snappen, mét schoenen heb ik al koude voeten, hoe moet dat dan zijn zonder? Maar wanneer ik zo’n eenzame schoen langs de weg zie staan, kan ik daar met mijn verstand niet bij. Een handschoen ongemerkt laten vallen, dat kan gebeuren. Maar schoenen vallen niet zo makkelijk van je voeten af, en wanneer ze dat wel zouden doen, zou ik ook niet te lui zijn om terug te rijden. En de meeste mensen met mij, denk ik, om eerdergenoemde redenen.

Ik rijd tien keer per week dezelfde route naar school, en soms ligt daar opeens zo’n vergeten schoen. Telkens wanneer ik erlangs rijd moet ik er naar kijken. En dan, na een keer of vijf, zes, passeren, is hij vaak weg. Niemand weet waarheen. Misschien gewoon opgehaald door de vuilnisdienst, maar dat vind ik wel een heel onromantisch einde van dit verhaal. Ik stel me liever voor dat er tóch iemand naar op zoek was. Schoen herenigd met eigenaar. Maar, misschien nog belangrijker: met zijn linker- of rechtervriendje. En ze leefden nog lang en gelukkig.