LITTEKENS

9R7A1065

Dinsdag 10 maart 2015, 06.33

‘Goedemorgen jongens en meisjes. We zijn in Auschwitz.’

Het was niet het meest opbeurende bericht om mee wakker te worden. Ik was echter heel blij dat we er waren, aangezien het betekende dat ik de bus uit kon. De omschrijving van mijn nacht zal ik beperkt houden: ik was ziek. Ziek door vermoeidheid en moe door ziekheid. En dan over Poolse hobbelwegen rijden in een muffe bus, met het idee dat de komende acht uren zo zullen zijn… Het was geen ideale situatie, laat dat duidelijk zijn.

Het complex was nog verlaten en gehuld in mist. We waren vroeg. Sommigen probeerden nog wat verder te slapen, de meesten hadden net als ik behoefte aan frisse lucht en een plek om je tanden te poetsen. Ik wisselde euro’s voor zloty’s en kreeg een handvol muntjes, die ik weken later nog in verscheidene zakken en zijvakjes tegen zou komen.

9R7A1057

Gestaag vulde de parkeerplaats zich met bussen, met daarin veelal scholieren. We werden opgesteld in rijen en kregen headsets aangereikt, waardoor we onze gids zouden horen. Ze leidde ons naar waar onze rondleiding begon. Het was tevens de plek waar dagelijks honderden gevangenen woorden lazen die ze nooit waar zouden kunnen maken: ‘Arbeit macht frei.’

9R7A1082

We waren in Auschwitz 1, het kleinere deel waar de beruchte poort stond en de huizenblokken van steen waren. Veel van die blokken dienden nu als museum, met aan de muren in het geheim gemaakte foto’s en verhalen van jaren geleden. Achter glas lagen voorwerpen die nooit bij hun rechtmatige eigenaren terug zouden komen: bergen schoenen, brillen, koffers. Babykleertjes. Haren, immense bergen ingevlochten haren die bij binnenkomst werden afgeschoren en verzameld. Zodat ze later ‘een beter doel konden dienen’.

9R7A1073

Joodse vrouwen huilden bij de aanblik van de familienaam op een van de ellenlange lijsten, waarmee een poging werd gedaan al die anonieme slachtoffers hun identiteit terug te geven.

9R7A1095

Na een korte busrit kwamen we bij het tweede deel van Auschwitz. Nog meer dan Auschwitz 1 voelde het als een filmdecor. Ik herkende de houten barakken. Echter, het overgrote deel ervan was verwoest – van de meeste stond alleen nog de schoorsteen overeind. Honderden van die bakstenen pilaren stonden verspreid over het terrein, dat in stukken verdeeld werd door hekken van prikkeldraad. Wat nog meer in het oog sprong was de spoorweg. Onder de wachttoren door kwamen de treinen het kamp in. Aan het einde van de oorlog werd het spoor verlengd, zo vertelde onze gids: tot direct naast de gaskamers.

In mij groeide een gevoel dat het midden hield tussen afschuw en schaamte. Meer dan ooit kon ik me voorstellen hoeveel mensen slachtoffer geworden zijn van deze praktijken en hoe vreselijk die geweest waren. Ook besefte ik hoe goed ik het wel niet had, met het feit dat ik alles kon doen en zeggen wat ik wilde. Die vrijheid is zo vanzelfsprekend dat hij nooit bewust gewaardeerd wordt. Op dat moment deed ik dat zeker wel en vroeg ik me af hoe ik nog kon klagen over iets als drukte op school, of – inderdaad – een oncomfortabele busreis.

Diezelfde vrijheid gaf me de kans om daar in Auschwitz te zijn. Om met eigen ogen te zien wat ik slechts uit boeken en films kende. In tegenstelling tot vele anderen had ik ook de vrijheid er weer weg te gaan.

Aangekomen in het hostel in Kraków, stootte kamergenootje Mienke haar hoofd tegen de scherpe punt van een trapleuning. In eerste instantie leek het niet zo erg, maar ’s avonds bleek het toch gehecht te moeten worden. Een aantal uur zat ze te wachten in een Pools ziekenhuis, terwijl de rest van de groep lol trapte op de kamers. Ik bleef achter met ambivalente gevoelens. Het leek bijna ongepast om het heel leuk te hebben na wat ik vandaag gehoord en gezien had.

Het is goed dat ik er geweest ben. Het was goed me eens te realiseren hoe bevoorrecht ik ben met het leven dat ik kan leiden. Maar met schuldgevoelens zou ik niemand verder helpen. Ook de tijd kon ik er niet mee terugdraaien.

OVER CHOCOLADE-EENDJES EN BELADEN WOORDEN

9R7A0906

Maandag 9 maart 2015

Half zeven, in Berlijn gaat de wekker. Met z’n achten op een kamer slapen is gezellig, maar je wordt zo vroeg wakker als diegene die het eerste wil opstaan. We hadden onze tijd ook wel nodig: om acht uur zouden we vertrekken. Voor die tijd moest de puinhoop nog ingeperkt worden tot het formaat van acht koffers en iedereen wilde nog douchen. Omdat ik van mezelf weet dat ik niet op mijn best ben op de vroege morgen, had ik al wat voorbereidingen getroffen. Mijn wekker stond pas drie kwartier later. Dat is zo’n heerlijk gevoel: langzaam wakker worden, met de gedachte dat het eigenlijk nog niet hoeft.

9R7A0917

En ik werd niet zomaar ergens wakker: we waren in Berlijn!

9R7A0937

(Een deel van) de groep.

9R7A09489R7A0969

We gingen langs een immense chocoladewinkel, waar een donkerbruine Brandenburger Tor in de etalage stond te pronken. Ook hadden ze er chocolade-eendjes – het is immers over een maand al pasen.

9R7A0970

We bezochten een stukje van de muur.

9R7A0979

Ik genoot van de zon – en het feit dat ik daar was, in Berlijn, op een maandagmorgen in maart.

9R7A0996

We bezochten het museum ernaast.

9R7A1002 9R7A1018

Vervolgens gingen we naar het Sony Centre, waar we kaartjes haalden voor de film die we later die avond gingen zien.

9R7A1020

En waar ik nog even wat meer abstracte foto’s maakte, want die had ik nog niet genoeg.

(Het is dat ik hierboven die groepsfoto geplaatst heb, maar anders zou je je waarschijnlijk afvragen of ik ook mensen ben tegengekomen in Berlijn.)

9R7A1043

Met de metro reden we een stuk de stad uit, naar Hohenschönhausen. In deze voormalige Stasi-gevangenis kregen we een rondleiding van een mevrouw die ons halverwege tussen neus en lippen door vertelde zelf ook in deze gevangenis te hebben gezeten. De ondervragingen en isolatietechnieken waar ze vervolgens over sprak, kregen toen wel een andere lading. Haar woorden brachten rillingen in mijn lijf teweeg. Buiten wachtten we buiten op de andere groepen, terwijl de laagstaande zon scherpe schaduwen veroorzaakte op het stenen gebouw.

9R7A1050

We liepen weer richting Sony Centre, maar niet voordat we eerst de Aldi geplunderd hadden alsof we al dagen niets gegeten hadden. Nee, dat viel mee hoor. Maar zo ziet het er nu eenmaal uit wanneer vijftig scholieren tegelijk een supermarkt binnenkomen.

’s Avonds gingen we naar The Imitation Game, over een wiskundige die in de Tweede Wereldoorlog de code kraakte waarin de Duitsers communiceerden. Het is zonder twijfel één van de mooiste films die ik de afgelopen tijd gezien heb. Ik zat er helemaal in; toen de aftiteling in beeld kwam, had ik even tijd nodig om te beseffen waar ik was en waarom. Om deze hele reis hangt natuurlijk een geschiedenissfeertje, dus dat paste ook erg goed.

9R7A0955

Om een uur of elf verlieten we de bioscoop. Niet op weg naar een hostel, maar naar de bus: ons verblijf voor de nacht. Een slaapplek werd het voor mij niet echt – maar daarover later meer.

Ondanks vermoeidheid waren we heel druk. We huppelden langs de Brandenburger Tor en zongen liedjes van Taylor Swift alsof we nooit anders deden. ‘Je hebt verschillende soorten moe,’ legde ik eerder die avond uit aan een docent die mee was. ‘Er is bijvoorbeeld lacherig moe, of irritant moe. Nou, dan kan je beter lacherig moe zijn, toch?’ Hij gaf geen antwoord. ‘Of misschien vindt u dat ook irritant. Dat merkt u dan vanzelf wel.’

OVER HOLOCAUST, HIJSKRANEN EN ZOETROZE WOLKEN

9R7A0713

Zondag 8 maart 2015, 03:53

In de bus hing een gedempt soort enthousiasme. Zachtjes werd er door het gangpad gelopen, de bagagerekken werden gevuld met jassen, tassen vol tijdschriften en eten, proviand voor de lange reis. Fluisterend claimden we onze plaatsen. Het aantal uren dat die nacht geslapen was bleek te variëren – van weinig tot heel weinig, tot nul. De motor startte, we lachten halfslachtig naar de ouders die hun ogen lang genoeg open hadden kunnen houden om hun kroost uit te zwaaien.

We bleven wakker tot het licht werd. Met de zonsopkomst viel de stilte, zelfs achterin de bus. Met kussentjes tegen de ramen geleund vielen we in slaap, de gordijnen tevergeefs dichtgeschoven tegen het felle zonlicht.

9R7A0735

Om half zeven vond de eerste stop plaats. (Slaap)dronken strompelden we van de trap af, om vervolgens een half uur te gaan staan koukleumen onder het blauwige licht van het tankstation. Drie jongens gooiden over met een frisbee, de rest van de groep onderdrukte de neiging het ding de snelweg op te werpen.

9R7A0748

Het landschap veranderde van vlak Nederlands naar heuvelachtig Duits en uiteindelijk Berlijns. Een mix van pastelkleurige Oostblokflats, glazen wolkenkrabbers en enorme, Grieks aandoende bouwwerken. We verkenden de stad eerst met de bus, vervolgens te voet.

9R7A0756 9R7A07689R7A0791

(De meeste mensen maakten foto’s van mooie gebouwen in de laagstaande zon, zo af en toe een selfie. Ik was gefocust op hijskranen. Ieder zijn ding, hè.)

9R7A0824

Via verschillende highlights kwamen we bij het Holocaust monument en museum. Waar ik de stemming eerder zou omschrijven als ‘moe en melig’, was hij nu enigszins bedrukt. We zagen familieverhalen, handgeschreven noodkreten en onvoorstelbaar grote getallen die stonden voor het aantal gestorven mensen.

9R7A0827

Het monument zelf was als een luguber grijs doolhof, waarin je het steeds benauwder kreeg al naargelang je je verder naar het midden verplaatste. De muren werden hoger, de gangen leken smaller en je wist nooit achter welke hoek je iemand tegen ging komen. Telkens was je op je hoede en toch schrok je wanneer het gebeurde.

9R7A0854

Maar het was mooi. Overdag als een tekening van Escher, ’s avonds in sterk contrast met de zoetroze wolken.

9R7A0869

Onder deze suikerspinnenhemel liepen we terug naar het hostel, waar iedereen dankbaar op zijn bedje neerplofte. De kamer was binnen tien minuten al een gezellige puinzooi. Elke horizontaal oppervlak was bedekt met reiskussentjes, zakken lolly’s of chips en make-up. Er was muziek en het rook er naar zoete bodylotion en openstaande koffers vol frisgewassen kleding.

(Nu nog wel.)

Via het openstaande raam kwam de koele avondlucht van Berlijn naar binnen.

9R7A0878

We aten bij een willekeurige Italiaan die bereid was tien, twintig en welja, dertig mensen tegelijk binnen te laten. We proostten op wat een hele mooie week zou worden.

OP REIS

IMG_3846

Het begint al weken van tevoren. Er ontstaan wilde plannen waar niets van komt, maar dat geeft niet. Het gaat om het idee, het plezier dat we hebben over een reis die we in ons hoofd al gemaakt hebben. Het wordt het onderwerp van steeds meer gesprekken, tot we het nergens anders meer over hebben.

Er worden afspraken gemaakt over wat en wanneer en met wie. We krijgen tijdschema’s en paklijsten toegestuurd. Op school gaat alles gewoon door – maar niet voor ons.

‘Nee, meneer, dan zijn we er niet.’

Op de valreep iemand die vraagt of we nou vrijdag- of zaterdagnacht zullen vertrekken.

9R7A0651

Want dat is hoe die dingen gaan.

Een vertrouwde rugzak achter uit de kast vissen, erin nog een spoortje aantreffen van een vorige reis; tussen ondefinieerbare kruimels schittert vijf pence op de bodem.

Kleding inpakken en steeds twijfelen tussen leuk of praktisch, leuk of praktisch. Net zolang zoeken tot ik een gulden middenweg heb gevonden.

Tegen beter weten in mijn ogen maar sluiten. Opstaan wanneer nachtmensen gaan slapen, maar ochtendmensen nog niet wakker zijn. Vertrekken, naar daar waar de zon opkomt.

Op reis.

IMG_1751

Ik ga weer op schoolreis! Ditmaal naar Berlijn, Krakow (Auschwitz) en Dresden. Ik ben heel benieuwd hoe het dit jaar zal zijn. Vermoedelijk niet puur ‘lang leve de lol’ zoals de vorige keer, maar wel indrukwekkend. Ik houd jullie op de hoogte!

DEAR LONDON

9R7A0584

De stad waar  mensen je dear noemen. Of love, of darling. Zonder daar verder iets mee te bedoelen.

IMG_0933

De stad waar je binnen een uurtje bent.

IMG_0932Waar je makkelijk een liter thee per dag drinkt.

9R7A0593

Waar de metro je overal brengt waar je heen wilt.

IMG_0948

(En waar zelfs ik de weg kan vinden – ik hou van die kaarten met enkel streepjes en stipjes.)

9R7A0607

Zoals het Design Museum

9R7A0618

Waar er een tentoonstelling was over Women Fashion Power. Met jurken van allerlei bekende vrouwen, van Lady Di tot Lady Gaga.

IMG_0953

Waar ze de schattigste winkeltjes ooit hebben.

IMG_0956

En de leukste schoenen.

De stad waar ik niet heel veel foto’s maakte, omdat ik vooral bezig was met genieten. Hopelijk geeft dit toch een beetje een beeld!

ZOALS HET IS

IMG_0980

De wind drijft donkere wolken naar ons toe. Ze onttrekken de gouden lucht aan het zicht. Het blijkt geen loze dreiging. Al snel klinkt het getik van duizenden druppels op de bladeren boven ons.

We lopen, met voor ons uit rennend een hond die denkt dat zij de route bepaalt. (We laten haar in die waan, maar weten beter.) De kou laat mijn wangen gloeien, regen koelt ze weer af. Mijn haar is inmiddels zo onstuimig als het weer. Er zit modder op mijn schoenen en een pootafdruk op mijn broek. Maar het maakt niet uit. Ik hoef alleen maar hier te zijn.

Dus dat is wat ik doe. Ik geniet, van de kou, van de wind – van de geur van de herfst, terwijl de lente al bijna begint.

En dat alles goed is zoals het is.

IMG_0982  IMG_0993IMG_0974IMG_0998

EEN EXCUUS OM VEEL TE ZUIPEN – DEEL II

9R7A0581 Nog voordat carnaval begonnen was, besloot ik hier te delen hoe ik tegen dat feest aankijk. Ik zou er, na het zelf ervaren te hebben, nog op terugkomen. Bij deze.

’s Middags begon het avontuur al, toen ik in Eindhoven naar de film ging met vriendinnen. Vanaf het station is het maar een klein stukje lopen naar de bioscoop, maar toch heb ik er wel even over gedaan. Precies op die plek kwam namelijk de carnavalsoptocht langs. De bas van de muziek voelde ik tot in mijn buik en naast de kant stonden overal mensen. Ik droeg een zwarte jas en een spijkerbroek, maar werd door mensen in bananenpakken en tiroleroutfits aangekeken alsof ik helemaal géén kleren aanhad – ik viel op door onopvallend te zijn.

9R7A0577

’s Avonds mengde ik me beter in het gezelschap. Met tien vriendinnen ging ik de tent in. Aan de hand van deze foto’s kan je waarschijnlijk wel raden als wie ik verkleed was: Hermione Granger – hoe kan het ook anders. Echter geven deze foto’s niet bepaald een accuraat beeld van de sfeer in de tent zelf. Eigenlijk stralen ze precies het tegenovergestelde uit. Ik zou ze omschrijven als netjes, licht, ‘fris’, misschien. In de tent was het… nou ja, niet dat, dus. Het rook er naar een mengeling van bier, zweet en na een tijdje ook sigaretten.

(Want wat nou rookverbod.)

Het was al druk. Tussen de menigte door wurmden we ons naar voren, richting het podium, waar een blaasband de bekende nummers speelde. Het ons-kent-ons-gevoel was sterk aanwezig. Hoewel ik daar meestal niet zo blij van word, vond ik het nu wel leuk. Iedereen groet elkaar, iedereen is blij. Althans… Bijna iedereen. Bij enkelen veroorzaakte de alcohol een agressieve dronk, vermoed ik. Al vrij vroeg op de avond week de menigte even uiteen om aantal mannen door te laten. Ze hielden een hevig protesterende man vast. Met ‘Bloed, zweet en tranen’ op de achtergrond werd hij via de nooduitgang naar buiten geboudeerd. De muziek ging ongestoord verder: ‘…zei ik vrienden, dag vrienden, de koek is op…’ De ironie was me niet ontgaan.

9R7A0576 Dus, wat heb ik de hele avond gedaan? Vooral dansen, springen, zingen. En mensen kijken, natuurlijk. Dat vond ik misschien nog wel het leukste onderdeel, aangezien sommigen echt heel creatief geweest waren. Bijvoorbeeld een meisje dat verkleed was als wegpiraat. Haar kleding was een kruising tussen een piraat en een toerist, met Hawaï-bloemenketting en zwaard. Regelmatig zwaaide ze met een wegenkaart, met daarop geschreven: ‘Op weg naar de klote.’ Vond ik erg leuk gevonden.

Eerder schreef ik dat ik dacht dat carnaval voor veel mensen enkel een excuus was om veel te zuipen. Gezien de hoeveelheid drank en zatte mensen die ik gisteren gezien heb, ga ik daar niet op terugkomen. Maar er was meer. Voor veel meisjes was het een excuus om een nét iets te kort rokje te dragen. Voor anderen een excuus om al weken van tevoren creatief bezig te zijn. En eigenlijk voor iedereen, inclusief mijzelf: een excuus om gewoon een avondje (of vier) te feesten. En wat valt daar nou tegenin te brengen?

Processed with VSCOcam with t1 preset

EEN EXCUUS OM VEEL TE ZUIPEN

IMG_8777

Al ruim een maand geleden werden de eerste voorbereidingen zichtbaar. Op het plein voor de kerk liepen mensen heen en weer met balken en wit zeil. Een paar dagen later stond er een enorme witte tent. Boven de winkels hangen borden met uitspraken in dialect. Op school werd er gepraat over kostuums en pakjes, wie er nog dit of dat te leen had en wie voor welke dag kaartjes had gehaald. ‘En fijne dagen, hè!’ werd mij gisteren nageroepen, bij wijze van afscheidsgroet. Fijne dagen – alsof het Kerstmis is! In Brabant zijn de dagen die eraan komen, voor veel mensen belangrijker dan Kerst. Al maanden wordt er naar uitgekeken: carnaval.

Hoewel het van oorsprong een katholiek feest is, heeft carnaval daar voor mij weinig meer mee te maken. Ik associeer het met harde, lompe muziek, dringende mensenmassa’s en vooral: bier. Bier dat je schoenen aan de vloer laat plakken en waar je de volgende ochtend nog naar ruikt. Carnaval heeft het imago alleen maar leuk te zijn wanneer je (heel) veel gedronken hebt. Dat roept bij mij meteen de vraag op: is en feest waarvoor je bezopen moet zijn om lol te hebben, eigenlijk wel leuk? Of werkt het andersom en is carnaval enkel een excuus om veel te zuipen?

(Correct me if I’m wrong, maar ik neig naar optie twee.)

Als Brabander kan je het eigenlijk niet maken dit te zeggen, maar ik doe het toch: mijn feest is het niet. Ik kan niet zo goed tegen de extreme drukte en vind dronken mensen niet altijd gezellig – voornamelijk irritant. Zaterdag is het toch zover: met een hele groep vriendinnen ga ik een avond doorbrengen in ‘De Tent’, zoals het ding genoemd wordt. Met hen heb ik het sowieso wel leuk. Daarnaast vind ik dat ik het op z’n minst één keer meegemaakt moet hebben om er een eerlijk oordeel over te kunnen vellen. Want misschien mis ik iets. Misschien snap ik als ‘buitenstaander’ niet wat de magie van dit feest is. Weet ik nog niet wat het zo geweldig maakt, maar ga ik dat zaterdag meemaken.

De meeste van mijn vriendinnen zijn behoorlijke diehards wanneer het op carnaval aankomt: de nacht doorhalen, overdag slapen, een nieuwe outfit aantrekken, bodempje leggen en weer door. En dat vijf dagen achter elkaar. Voor mij is dit mijn ‘ontgroening’, vandaar dat ik het bij één avond houd. ‘Maar ik heb nog kaartjes voor de andere dagen, als je wilt.’ zei één van mijn vriendinnen. Mochten mijn opvattingen omtrent dit feest radicaal veranderen, dan heb ik de kans er nog wat extra avonden van te genieten.

Dus voor nu: alaaf. En wordt vervolgd.