kermis of de hel

Processed with VSCO with f2 preset

Op een fiets met een scheef zadel rijd ik door Amsterdam. Daardoor lijkt het alsof ik steeds iets meer naar links stuur dan zou moeten, terwijl ik toch weet dat het zo niet werkt. Ik ga eigenlijk te snel, gezien het extra paar benen dat langs mijn bagagedrager bungelt. Racend van grachten, plots opdoemende paaltjes ontwijkend – de fietstocht is al een attractie op zich.

Uit de gezichtsuitdrukkingen van vele gestrande verkeersgangers blijkt waar de uitdrukking ‘kermis in de hel’ vandaan komt. De Dam is momenteel beide. Een tramconducteur leunt achterover in zijn cabine, ingesloten tussen tien taxi’s en twee gebakskramen. Klanten leunen tegen de tram terwijl ze wachten op hun wafels. Die liggen rijendik in de vitrines, de onderste laag zichtbaar lijdend onder het gewicht van hun bovenburen.

We proberen een grijpmachine. We zijn gezwicht voor de Nemo’s die ons vanachter glas verwijtend, arrogant of brutaal aankijken – het verschilt per exemplaar. Keer op keer zien we het oranje pluche uit de mechanische grijparm glippen: te glad en te zwaar. Naast ons haalt een misvormde middenformaat Pickachu wel de eindstreep. Maar daar doen we het niet voor.

En dus lopen we verder, zoekend naar een andere manier om Nemo te bemachtigen. We passeren de booster, die beurtelings langs Madame Tussauds en de ABN AMRO raast. De rij bestaat uit een mix van enthousiastelingen en twijfelaars. ‘Het is toch maar de vraag hoeveel die schroeven aankunnen,’ zal altijd één van hen zeggen. Het is begrijpelijk dat je het plastic toegangskaartje niet kan ruilen na aanschaf.

Bij de blikkentent blijven we staan, de kleurrijk verlichte kraam afspeurend naar die felbegeerde Nemo. We zien immense teddyberen en pistolen voor tienjarigen, maar geen oranje vis. Bovendien biedt ook dit spel weinig kansen: geen voltreffer die de stapel met zand gevulde blikken doet omvallen.

Dan maar een suikerspin, en meteen de grootste die er te halen valt. ‘Mega’ blijkt ook écht mega. Bijna-een-meter-hoog-mega. Het ding is dermate topzwaar dat hij met twee handen vastgehouden moet worden. We blijven achter met plakkerige vingers plus een prettige suikerroes. En het besef: op de kermis is alles zwaarder dan het lijkt.

Processed with VSCO with p5 preset

ik keek achtentwintig films in zeven dagen (en vond er iets van)

Processed with VSCO with f2 preset

Wat Nederlandse film betreft speelt alles zich af in Amsterdam. Daar zitten de makers, de acteurs, de productiehuizen en ook de festivals vinden daar plaats. Maar hét Nederlandse filmfestival (alleen al door de naam: Nederlands Film Festival) vindt plaats in Utrecht. En dat heb ik geweten.

Na twee weken als filmstudent denk ik enige routine gevonden te hebben, maar dat is gauw weer voorbij. Vanuit school dompel ik me een week lang onder in de wereld van de Nederlandse film, in de breedste zin van het woord. Ik kijk korte en lange films, documentaires, klassieke speelfilms en experimentele video’s. Welgeteld achtentwintig, in zeven dagen.

Processed with VSCO with f2 preset

‘Je bent geen consument meer,’ aldus mijn docente scenarioschrijven. In het kader van film betekent dat: ik kan niet meer in de bioscoop gaan zitten, een bak popcorn wegwerken en achteraf mijn mening beperken tot een ‘goed’ of ‘slecht’. Ik moet begrijpen, interpreteren en vooral iets vínden.

Soms is dat gek. Om na te praten over bijvoorbeeld de openingsfilm, die niet ongeschonden uit de discussie komt. Er wordt gestrooid met minpunten, losse eindjes en slordigheden die de film tot niet bepaald geweldig maken. Ook mij heeft het niet gegrepen. Maar temidden van die discussie denk ik toch ook steeds: wat weet ik er nou van?

Want wat weet ik ervan, als filmstudent van drie weken oud? Ik heb er zelden problemen mee mijn mening te geven. Maar wanneer het gaat over kunst, is het toch ook een kwestie van smaak. En om dan mijn mening als ‘juist’ te zien… Dat klopt volgens mij niet.

Dat ook daarover de meningen verschillen, wordt snel duidelijk. Naast films bezoek ik filmcolleges, waar studenten uit Utrecht en Amsterdam de gelegenheid krijgen vragen te stellen aan de makers. Het is nogal een slagveld. Studenten wiens mening wél heilig lijkt grijpen de microfoon, waardoor de vragen vragen variëren van kritisch tot ronduit bot. Een hilarisch hoogtepunt wordt verzorgd door een jongen die spreekt over make me careEr is niet genoeg sprake van make me care in de film, volgens hem. Hoe denkt de regisseur zijn publiek te laten caren om het verhaal? Een belangrijkere vraag wordt ondertussen gesteld in de HKU Whatsappgroep: wat in hemelsnaam is mekiniqair? 

Processed with VSCO with f2 preset

En er valt nog meer te lachen. Met Fleur bekijk ik een documentaire over Siberië, een verplicht nummer. Op het scherm verschijnt ‘deel één’, ‘deel twee’, ‘stil intermezzo’ en zo zijn we een uur verder. Fluisterend vraag ik aan Fleur hoeveel delen er eigenlijk zijn. ‘Vierentwintig,’ probeert ze met een strak gezicht te antwoorden. Voor mij genoeg om gigantisch de slappe lach te krijgen. Zo’n vijf minuten moet ik mezelf verbijten, terwijl de rest van de zaal uiterst serieus kijkt naar een zwerfkoe die op een plastic zak staat te kauwen. Wat het er natuurlijk niet beter op maakt.

Ik verlaat één keer voortijdig de zaal, val één keer in slaap. Ik zie mooie, lelijke, irritante en uiterst saaie films. En ik vind er iets van. Wat daarbij zeker helpt, is dat ik me als filmstudent serieus genomen voel. Het is makkelijk om in gesprek te raken met regisseurs en producenten, ik kan vragen wat ik wil. Vanwege de kleinschaligheid wordt er regelmatig lacherig gedaan over de Nederlandse filmindustrie. Maar dat maakt het voor mij mogelijk om niet steeds te denken: wie ben ik nou? In deze week heb ik de sfeer geproefd en ontdekt in wat voor wereld ik terecht ga komen. Soms heb ik zelfs het gevoel dat ik er al middenin zit- al is het maar vanwege dat professioneel ogende pasje om mijn nek.

Processed with VSCO with b1 preset

Na al dat filmgeweld kan ik jullie natuurlijk niet zonder aanraders achterlaten. Daarom hier mijn drie favorieten:

  • Vincent, een Vlaamse speelfilm. Donker maar hilarisch.
  • Beyond Sleep, naar het boek van W.F. Hermans. Traag, prachtig, intrigerend – en de regisseur bleek een enorm leuke man.
  • Nature: All Rights Reserved, een HKU afstudeerdocumentaire. Strak, grappig en het zet je aan het denken.

een weekend in parijs

9r7a9121

We zijn nu op het moment waar ik vaak aan gedacht heb, deze zomer. Met zicht op hoe het gaat lopen, hoe de ritmes van onze levens gaan samenvallen – en soms niet. Dit weekend treffen we elkaar in Parijs.

9r7a9056

De vrijdag begint in Utrecht, met twee colleges. De docente geeft aan te begrijpen dat we vaak in brakke staat naar haar zullen luisteren, vanwege de nodige feestjes op donderdagavond. Een paar uur later sluiten we onze ogen. Er wordt een filmfragment afgespeeld en wij beelden ons in hoe het eruit ziet, aan de hand van de muziek. En zo geldt voor alles op de HKU: het had kunnen lijken op een normale school, maar dat is het niet.

9r7a8961

En dus noem je iedereen bij de voornaam. Krijg je huiswerk toegestuurd via Facebook en beginnen de lessen soms om zeven minuten over twaalf. Er wordt gestrooid met tegenstrijdigheden, die weer allemaal teniet worden gedaan door één en dezelfde kreet: doe vooral ook wat jouzelf juist lijkt. Daar kan ik iets mee.

Tussen de colleges door eten we pepernoten uit de kantine (plus- danwel minpunt). Na een gehaast applaus ren ik de zaal uit, richting Parijs.

9r7a9129

De straatverlichting kleurt de avond geel. We eten vroeg voor daar en laat voor hier. Een restaurant met een krijtbord als kaart en eieren met mayonaise op het menu. Om de hoek een bed, een bank en De Wereld Draait door. Ook in Frankrijk.

9r7a8974

Op zaterdag ben ik in het park, voor foto’s van het gewone maar absurde Parijse leven. Een vrouw in sportkloffie spreekt me aan. Alles aan haar zegt me dat ze die kans maar zelden krijgt: praten tegen iemand anders dan zichzelf. Dus ik luister, terwijl ik eigenlijk schuil voor de regen, met kans op een foto. Met Fransen valt prima te praten, merk ik. Zolang je maar niet laat blijken dat je er niets van verstaat.

9r7a9218

Aan ‘merci’ heb je genoeg. Ik koop nectarines bij de Turkse winkel, we geven onze merci over en weer, net als het plastic zakje en het wisselgeld. Nog een ‘au revoir’ toe en klaar ben je.

9r7a9203

Volgende dag. Pap zegt bonjour bij binnenkomst, stokbroden en kranten in het Frans. Maar het idee is hetzelfde: wij vieren aan een lange houten tafel op zondagochtend.

9r7a9031

Weer in de trein. Een vrouw met een last-minute kaartje zit met een buggy in het tussengedeelte. Ze neemt een slok wijn uit een fles terwijl ik wacht voor de wc. Wankelend door het gangpad is iedereen dronken. Ik loop door de wagon tegen de richting in – toch brengt de Thalys me terug.

9r7a9217

Eerst was alles automatisch verbonden. School met vrienden, vrienden met het dorp en het dorp met thuis. Een leven als compleet bouwpakket. Momenteel zijn het losse legoblokjes, verspreid door de kamer. Soms is er één kwijt of vergeten, word ik er pas aan herinnerd wanneer ik er met mijn blote voet in ga staan. De vanzelfsprekende samenhang is dat niet meer. Maar via de rails rijg ik het geheel aan elkaar.

chill

Ik draag oortjes, maar luister nergens naar. Zoals de kast opentrekken, maar niet weten wat je wil pakken. Gapen zonder moe te zijn. Een handeling uit automatisme, halfslachtig uitgevoerd omdat ik – in ieder geval in mijn hoofd – ergens anders mee bezig ben.

Zo ook nu, zijdelings zittend op een stoel voorin de bus. Naast me een zachte stinkberg als cadeautje voor thuis, erbovenop een rugzak waarin ik graai naar de OV-chipkaart die ik een minuut geleden nog in mijn hand had.

Ik merk pas dat er geen muziek aanstaat wanneer ik achter me gemompel hoor. Het is een oudere dame, murmelend tegen niemand in het bijzonder. Hard genoeg om haar afkeurende toon op te vangen, te zacht om te verstaan wat ze letterlijk zegt. Zo niet het meisje dat weer achter haar zit. Sneakers en een rokje, zonnebril terwijl de zon niet schijnt. Ze voert een telefoongesprek op kroegvolume.

‘Waar was je heen dan?’

‘Met Mimi?’

‘Chill.’

‘Ja.’

‘Nee, nee.’

‘Chill.’

‘Chill.’

‘Chill.’

Een blik achterom, de oudere dame kijkt me aan. Plots ontcijfer ik haar gemompel. ‘Chill,’ zegt ze kribbig, ‘ja, chill.’ Ik kan mijn lach niet geheel verbergen. En ze ziet het. Zonder woorden probeert ze me aan haar kant te krijgen, bij de groep die zich verheven voelt omdat ze woorden als deze niet gebruiken.

Ik kijk weg, gebruik mijn telefoon als ontsnapping. Het eerste gesprek dat ik open, het eerste bericht dat ik zie: ‘Heel chill.’

een avondvullend programma

Processed with VSCO with p5 preset

Heb je donderdagavond tussen negen en twaalf een meisje over het station zien rennen? In Utrecht, Arnhem of Amsterdam Zuid? In een geel rokje, afwisselend met en zonder tas? Zo ja: dat was ik.

De eerste sprint moest getrokken worden toen mam me afzette op station Zuid. Ik was even vergeten dat fietsers en automobilisten andere routes dienen te nemen om daar te komen. Met nog drie minuten de tijd haastte ik me de auto uit en sprintte ik de trappen af, langs de borrelende kantoorlui het station in.

Ik haalde mijn trein en belde met Colette, die twee weken geleden begon aan haar university avontuur in Amerika. We zaten beide vol verse verhalen, en de reis richting Utrecht was dan ook te kort om ze allemaal te delen. Kletsend stapte ik uit. Op het perron bleef ik staan, nog even profiterend van de aanwezige wifi om ons gesprek af te ronden.

Met een humeur zo zonnig als mijn rokje liep ik door Utrecht Centraal. Ik had een veelbelovende introductie van de kunstacademie achter de rug. De volgende ochtend had ik mijn eerste les. Het was pas half tien. Ik zou keurig op tijd in bed liggen en uitgeslapen beginnen. Ik had zojuist twee van mijn drie gezinsleden gezien – in deze periode een prima score. Alles voelde positief en licht. Heel licht, misschien zelfs té… Shit. Waarom bungelde er niets over mijn schouder? Waar was mijn tas?

In een reflex greep ik naar mijn jaszakken. Portemonnee, telefoon – de cruciale dingen had ik. Over vijf minuten zou ik weer vrolijk op mijn fietsje zitten en vervolgens mijn kamer binnengaan. Ware het niet dat ik daar sleutels voor nodig had. En die zaten niet in mijn zak. Ik rende nog terug richting het perron, maar bedacht me na vijftig meter dat ik, vrolijk bellend, de trein had zien wegrijden. Met mijn spullen erin.

Ik kon wel janken. (En dat deed ik ook, natuurlijk – leer mij kennen, ik huil om alles – maar later pas). Ik stond me te verbijten bij de infobalie, terwijl een mevrouw mijn postcode (?) intikte op haar computer. Gelukkig werd ik toen gebeld. Dat mijn tas op weg was naar Arnhem en dat ik ook maar die kant op moest komen. ‘Arnhem Centraal?’ vroeg ik wel drie keer. In deze staat van zijn zag ik mezelf gemakkelijk de verkeerde trein in stappen.

Ik belandde in een vieze, volle coupé. Mijn telefoon was bijna leeg, dus vulde ik mijn tijd met het meeluisteren met kletsende medepassagiers en het kapotbijten van mijn onderlip. Dit in tegenstelling tot mijn buurvrouw, wiens mond de helft van de reis open hing – tot ze er bij Ede-Wageningen een knalroze stuk Bubblicious in stopte.

Ze deed hard haar best om binnen het stereotype ‘dom blondje’ te passen. Gelig haar, een huid met een oranje gloed en de lijm van haar nepwimpers klonterend op haar oogleden. Haar tijd vulde ze met het lezen van een artikel over Doutzen Kroes in de Metro en het bewerken van een selfie, waarop ze haar mond wel dicht had. Helaas was het slechts om de beruchte duckface te kunnen vormen.

Arnhem Centraal bleek leeg en groot, als een winkelcentrum dat bijna ging sluiten. Dat gevoel maakte dat ik ook dit station rennend verkende, op zoek naar de plek waar mijn tas was afgegeven. Het was donker op perron zes-zeven, maar helemaal achterin zag ik een klein kantoortje. Ik kwam dichterbij en zag een vrouw zwaaien. Ze kwam naar buiten. ‘Is dit je tas?’ vroeg ze, het antwoord uitblijvend omdat ik volledig buiten adem was. Ik knikte maar. ‘Je moet naar Utrecht, toch? Je trein gaat pas over vijfentwintig minuten.’ Ik grabbelde in de tas en hoorde mijn sleutels gelukzalig rinkelen. ‘Geeft niet,’ hijgde ik, zo opgelucht als ik nog nooit geweest was. ‘Ik ben allang blij. Heel erg bedankt.’ De vrouw opende de deur. ‘Wil je misschien koffie of thee?’

(Op dit moment moest ik natuurlijk huilen. Gelukkig werd het direct teniet gedaan door de opmerking ‘Geeft niks hoor, ik ben ook zo’n emo-kip.’) 

Om elf uur checkte ik in voor de terugreis en werd ik eraan herinnerd dat het 1 september was. De verjaardag van mijn broer, maar ook de dag waarop mijn studenten-OV in was gegaan. Laten we zeggen dat ik de eerste dag waarop ik gratis mocht reizen ten volste benut heb.

De vorige post sloot ik af met drie tips, en dat beviel me eigenlijk wel. Al is het maar zodat ik ze zelf onthoud. Komt ‘ie:

  1. Zorg dat er altijd iets in je tas zit waar je telefoonnummer op staat. Dan bestaat er een kans dat je gebeld wordt door de conducteur, met de mededeling dat je tas richting Groningen/Maastricht/Arnhem aan het reizen is. (Henny, bedankt.)
  2. Betere tip: gewoon niet je shit vergeten in de trein. Maar dat had je zelf vast ook al bedacht.
  3. Doe lief tegen de mensen van de NS. Ja, er is vaak vertraging of ander gelazer. Maar ze bellen je wel op met een gevonden tas, leggen je uit wat je moet doen en waar je moet zijn. Ze geven je thee en zoeken uit waar en hoe laat je trein terug vertrekt omdat jouw telefoon leeg is, zodat je om één uur ’s nachts gewoon in je eigen bedje ligt in plaats van onder de Dom. Waarvoor veel dank.

over wisseltrucs, verenigingsperikelen en het kebabpaleis

Processed with VSCO with c1 preset

Nog voor de week is begonnen, besluiten we al te negeren wat de bedoeling is. Om negen uur staan we dus niet met de eerste shift bij Tivoli – we liggen nog in bed. We worden wakker op mijn slaapzolder die voor de gelegenheid in één groot matras veranderd is. Ik heb twee logees: oud-klasgenootje Mélina en nieuw-klasgenootje Sophie. Op tijd voor shift twee parkeren we onze fietsen. Een regenboogkleurig zebrapad leidt ons naar het gebouw waar het studentenleven dan echt moet gaan beginnen, middels de Utrechtse Introductie Tijd.

We krijgen een bandje, een nummer (allemaal een ander) en een tas vol met flyers die we de hele week nog toegestopt zullen krijgen. Al na één dag had ik een full-time horecabaan en een semi-gratis sportabonnement kunnen hebben. Maar omdat ik weet dat sommige dingen nu eenmaal té mooi zijn, eindig ik slechts met reclamefolders en een sletterige sticker. (‘Bezet? We zullen zien…’)

In het Wilhelminapark begint de zoektocht naar mijn groep. Het is een zee van in rode shirts gehulde mentoren, in hun hand een bordje met het groepsnummer. Het brugklas déjà vu is onvermijdelijk, alleen al vanwege de obligate en licht ongemakkelijke voorstelronde. Mélina en ik voeren een wisseltruc uit en komen terecht in Sophie’s groep, waardoor we maandag na een geslaagd karaokefeestje met z’n drieën de Utrechtse nacht door fietsen.

UIT20163

Dinsdagochtend ontmoet ik mijn nieuwe groepsleden in de afwezigheid van alcohol en harde muziek, waardoor ik een beter idee krijg met wie ik nu eigenlijk de week ga doorbrengen. Tijdens een workshop rugby komt ieders ware aard naar boven. Sommigen zijn te lief, anderen te hard en een deel ligt nog met een brak hoofd in bed. Ik behoor zelf tot de tweede groep. Na een uur ben ik zo’n vijf tackles en een broek vol grasvlekken verder. Tot grote hilariteit van de echte rugbyers, die de workshop organiseren. ‘Alleen nog de schouder erin en ze kan meedoen.’ Ik wijt het aan een combinatie van een tikje te lomp en een tikje te fanatiek. De verleiding om me direct in te schrijven is dan ook zeer groot, maar ik besluit toch nog even verder te kijken.

Er valt een hoop te kiezen wat betreft verenigingen, en iedereen gaat ergens bij – zo lijkt het. Ik ga mee naar rondleidingen en lach mee om bizarre paklijsten die na inschrijving in een fiks tempo bij elkaar gesprokkeld moeten worden. (‘Een uilenbal. Een blauwe kameel. Een handdoek voor als je eventueel kan douchen.’) Ook vanuit andere steden krijg ik wat mee van het verenigingsgeweld. Broerlief is al twee weken van de aardbodem verdwenen. Een vriendin uit Leiden doet een beroep op mijn creativiteit, in de hoop een invulling te vinden voor alle non-existente voorwerpen die ze dient te verzamelen.

We komen terecht in typische net-het-huis-uit-situaties. Dat we zowel fris als sinaasappelsap als wijn uit wijnglazen drinken, want die zijn nog schoon en afwassen kost moeite. Dat ik opeens saaie dingen koop als schoonmaakmiddel en wc-papier (zoveel soorten!). Dat we de Olympische Spelen heel goed kunnen volgen, omdat ons leefritme prima past bij de Braziliaanse tijdzone. Dat we om weet-ik-veel-hoe-laat in een bushokje friet zitten te eten, omdat ik de smerigheid binnen in het kebabpaleis niet aankan. En dat er dan daadwerkelijk nog een bus langskomt, want zo gaat dat in een grote stad.

(Je merkt, ik ben niets gewend.)

UIT20162

Maar de grootste bijdrage aan dat gevoel wordt geleverd door de studenten zelf, die de stad domineren deze week. Daarbij verbaas ik me over de enorme hoeveelheid knappe mensen die er in Utrecht woont. Wachten bij het stoplicht is niet meer erg en naar de supermarkt gaan is één grote datingshow. Flirten en boodschappen op een band laden gaat verrassend goed samen. Dan heb ik het niet echt over mijzelf, overigens. Nog even inkomen.

(Mocht je nu denken: lekker oppervlakkig, Milou – het is nog vakantie, hè. Inhoud volgt daarna weer.)

Het lijkt ook alsof we op vakantie zijn in Utrecht, inclusief overnachtingen in mijn eigen huis. De avonden beginnen met Thirty Seconds, waarbij de nodige memorabele quotes ontstaan. (‘Mercurius, is dat bier of een voetbalclub?’) Bovendien blijkt Mélina een waar topografisch wonder – de hoofdstad van Litouwen, anyone? We zetten de nacht voort op het dakterras van een studentenhuis, beklimmen honderden treden in Tivoli en dansen daarna ergens verder.

UIT20164

De UIT valt tegelijk met de zomer. Enkel strakblauwe luchten en licht verbrande schouders. Ultiem weer om te hangen in het park, zoveel mogelijk gratis waterijsjes te scoren en gewoon door Utrecht te fietsen. De zon laag, de terrassen vol. En te bedenken: ik wóón hier. Dit is mijn stad. Na deze week weer wat meer.

Ten slotte nog wat praktische info – vrij zeldzaam hier op de blog, dus doe er je voordeel mee. Drie tips voor toekomstige UIT-lopers!

  1. Regel een fiets in Utrecht. Bijna belangrijker dan een kamer, tijdens de UIT-week. Utrecht is niet extreem groot, maar de activiteiten zijn verspreid door de hele stad. Daarnaast heeft iedereen een beetje een hekel aan je wanneer ze je een week lang achterop moeten nemen. Sta je meteen 1-0 achter. Een fiets, dus.
  2. Zeg ‘ja’ tegen alles. Oké, misschien niet álles. Probeer je verstand niet helemaal uit te schakelen. Maar de UIT-week is een kans om op plekken te komen waar je daarna waarschijnlijk niet meer komt. Dus pak die. Ga mee naar het dakterras van je groepsgenootje, naar de workshop rugbyen om elf uur ’s ochtends, hoe gaar je ook bent. Zeg sowieso ja tegen de rondleidingen die door alle verenigingen georganiseerd worden. Je ontdekt een hoop lachwekkende tradities en komt direct in studentikoze sferen. Al is het maar door de geur van verschraald bier die op elke sociëteit aanwezig is.
  3. En dan de ultieme tip, die ik zelf van meerdere UIT-lopers kreeg: wissel van groepje als het je niet zint. Hoe enthousiast je ook probeert te zijn, soms klikt het gewoon niet zo. Kan gebeuren, met vierduizend nieuwelingen die willekeurig worden ingedeeld. Bedank voor de geweldige eerste dag/ochtend/vijf minuten. En dan nokken. Voor iedereen beter.

of dit ooit went

9R7A8917

We rijden van San Francisco naar Carmel, Big Sur en verder. Op de radio klinken ieder uur dezelfde liedjes, eventuele scheldwoorden vervangen door een beschaafder alternatief. Mij doet het vooral raden naar wat er oorspronkelijk gezegd werd. Het landschap verandert, van huizen naar loodsen naar bergen. Amerika is, behalve het land van heel veel, ook het land van heel veel niets.

9R7A89349R7A8942

Soms doemt er toch een huis op, temidden van al die leegte. Een verroeste brievenbus naast de stoffige oprijlaan, het rode vlaggetje naar beneden. Misschien omdat er geen post is, misschien omdat het niet meer rechtop blijft staan. Aan het einde een grijze pick-up, zoals een goed Amerikaan betaamt. ‘SCHOOL BUS STOP 500 YARDS’ staat er op een geel bord dat we passeren.

9R7A89869R7A8882

Ik vergeet soms dat er mensen zijn die hier daadwerkelijk hun leven leiden. Dat er kinderen zijn die elke ochtend deze bergen aflopen om een half uur in zo’n gele bus te zitten, op naar een school met een football field en een theater voor de performing arts. Dat er mensen zijn die wekelijks een uur rijden voor de boodschappen en verder avocado’s kweken, naast de paarden in de achtertuin. Of dat die achtertuin het strand is. Dat is voor hen gewoon.

9R7A8886

Een objectief ‘gewoon’ bestaat niet. Het zijn de dingen die je zo vaak ziet of doet dat ze vanzelfsprekend worden. Voor jouzelf. Want reizend door deze omgeving, kan ik me nauwelijks voorstellen dat dit ooit went.

9R7A90209R7A8920

Dan vraag ik me af of de mensen hier nog acht slaan op de gouden bergen, het gras zo droog dat het al vlam vat wanneer je erover nadenkt. Of zij zich ook verbazen over het feit zich boven de wolken te bevinden. Of zij proberen de diepte te schatten tot daar beneden, zich afvragen of de golven zo klein zijn of zijzelf zo hoog. Of ze elke avond de mist zien optrekken, de zon zien verdwijnen achter wat net nog de horizon was. Of zij de zee nog horen, constant ruisend vanuit waar de wind dan ook waait.

9R7A89299R7A8967

Of zij ook het idee hebben aan het einde van de wereld te zijn gekomen, rug naar het land en blik op de zee. Of dat ze denken dat, andersom, de wereld juist hier begint.

Ik vraag me af of het altijd bijzonder blijft. Of zelfs dit ooit gewoon wordt.

zwart-wit

9R7A8649

De term ‘zwart-wit’ betekent doorgaans niet veel goeds. Wanneer het op fotografie aankomt, denk ik daar anders over. Men vindt het vaak zonde – iets van vroeger. Waarom zou je nog, nu het niet meer hoeft? Naar mijn idee valt er soms veel te winnen wanneer een foto zijn kleur verliest.

De focus verschuift. Er is meer aandacht voor lijnen, schaduw, contrast. De bedoeling van een rommelig beeld kan ineens duidelijk worden door afleiding in de vorm van kleur te elimineren. Hoewel San Francisco een zeer kleurrijke stad is, leent het zich perfect voor foto’s in zwart-wit.

9R7A87699R7A87909R7A8710

Al is het maar vanwege alle tegenstellingen die het in zich heeft. Fishermans Wharf – meer kermis dan haven – tegenover de uitkijkplaatsen bij de Golden Gate, waar het ruikt naar eucalyptusbomen en waar feloranje bloemetjes langs de bergen omhoog groeien. Dan Union Square, met reclameborden die je toeschreeuwen en uit hun context getrokken rode dubbeldekkers die om het kwartier hordes toeristen inladen.

9R7A8601

Iets hoger op de heuvels bevindt zich weer een andere wereld, in de vorm van pastelkleurige woonwijken. Huizen met opritten die zo scheef zijn dat het een ware uitdaging wordt om de auto de garage in te rijden. De brandtrappen, prominent aanwezig op de façades, werpen scherpe schaduwen op de roze, gele en blauwe gebouwen. De elektriciteit wordt nog via houten palen geleid, door kabels die met grote nonchalance gespannen lijken. De duiven kan het niets schelen – die maken er gretig gebruik van.

9R7A8843

Na iedere hoek onthult zich een nog steilere heuvel en een kilometers ver uitzicht. Ik verdenk de taxichauffeurs van een onderlinge competitie: wie kan zijn passagiers het best het gevoel geven dat ze geen ritje in een taxi, maar in een achtbaan maken? Het lukt hen meermaals mijn trommelvliezen te laten poppen.

9R7A8805

Het is kouder dan verwacht. Verdampend zeewater hult de bruggen in mist en laat mij wegduiken in mijn sjaal. Ik voel me weer even veertien wanneer ik noodgedwongen in een hoodie, spijkerbroek en op gympen door de stad loop – een ultiem veilige kledingkeuze voor de gemiddelde puber. Tevens het laatste restje warme kleren dat ik bij mij heb, bedoeld voor in het vliegtuig. Anderzijds maakt de mist elke zonnestraal tot een cadeautje.

9R7A85379R7A88289R7A8675

De stad doet soms Europees aan. Het zal liggen aan de veelal gehandhaafde laagbouw, maar de vele fietsers vervullen hierin ook een rol. Tussen de SUV’s in het centrum beschouw ik het als verkapte zelfmoordpoging – alleen al vanwege die dodelijke heuvels – maar verder naar de kust kan ik het begrijpen. De helmen die ermee gepaard gaan zijn wat minder Europees, net als de verkeersregels. Het duurde even voor ik ze doorhad. Door rood rechtsaf slaan mag altijd, doorrijden op een verlaten kruising nooit – ervan uitgaande dat er een stopbord staat. En dat staat er, geloof me.

Dan die mysterieuze letters op de weg: ‘XING PED’. Na heel wat gefantaseer over Chinese restaurants, Japanse keizers en de grenzen van China Town, kwam ik erachter dat het ‘PED XING’ moest zijn; pedestrian crossing.

9R7A87239R7A8734

San Francisco betekent palmbomen, maar ook dichte mist. Hippe espressobars, maar ook Rosies Diner, waar je de koffie zelf moet inschenken (Maar dan kan je wel kiezen uit zes verschillende smaken. Vanille, hazelnoot, je zegt het maar.) Ontelbaar veel vrouwen in yogabroeken, die onmogelijk allemaal op weg kunnen zijn naar een yogaklas. En dan nogal wat mensen die de weg volledig kwijt lijken te zijn.

9R7A8567

Ze rijden heen en weer met volgeladen winkelkarretjes, zoeken naar warmte liggend op luchtroosters en staan met kartonnen borden in de winkelstraten. Sommigen pennen er hun hele levensverhaal op. Hoe het zo gekomen is, en wat ze nodig hebben om ervoor te zorgen dat het niet zo zal blijven. Anderen houden het kort. ‘Need for weed’. ‘Spare a slice of pizza’. ‘Anythang halps’.

9R7A8837

San Francisco voelt vrij en meegaand, met ruimte voor grijs. Gebouwd op de heuvels die er nu eenmaal zijn.

welcome to the u.s.a.

9R7A8523

Tien uur, vier slechte films en 8800 kilometer verder. We volgen de bordjes naar een grote grijze ruimte, waar we in de rij aansluiten voor de paspoortcontrole. We leggen onze right hand, right thumb, left hand, left thumb op een scanner. Ondertussen verkondigt Barack Obama via meerdere videoschermen een boodschap.

9R7A86559R7A8519

Welkom in het land waar alles in de spiegel ‘closer is than it appears’. Waar bakkerijen bestaan die taarten bakken voor je hond. Of winkels die gespecialiseerd zijn in glutenvrije croutons. Waar minutenlange televisiespotjes worden uitgezonden om medicijnen te promoten. Een kwart van de tijd worden de gunstige effecten benadrukt. De rest van de kostbare seconden gaan op aan het benoemen van bijwerkingen. ‘This medicine can cause headache, weight gain, dizziness, confusion and heart failure.’ Ondertussen zien we beelden van een blije picknickende familie op een zonovergoten grasveld. ‘Be sure to ask your doctor about it!’

9R7A88489R7A87519R7A8721

Het land waar je in de supermarkt kan kiezen tussen tien verschillende soorten water. Voss designwater, Smartwater, Propel fitnesswater, Kellogs proteïnewater en elektrolytwater met een pH van 9,5. Wat me niet helemaal gezond lijkt overigens, gezien dit overeenkomt met de pH van bleekwater. Maar het zal vast ergens goed voor zijn.

9R7A85399R7A86859R7A8550

Welkom in het land waar iedereen – zo mogelijk – nóg harder praat dan in Nederland. In de kamer naast ons wordt een soap opera opgenomen. Tenminste, ik hoop dat de relatiecrisis aan de andere kant van de muur in scène gezet was, gezien het hoge theatrale gehalte ervan. Voor ons was het prima te volgen; elke handeling werd letterlijk benoemd door een vrouw met een schelle, harde stem. Type pornoblond, iets te veel mascara, satijnen kamerjas met luipaardprint – vertelt mijn fantasie me, althans. Vervolgens een mompelend antwoord in een lage mannenstem. Type net kalend, iets te suf, tien jaar ouder dan zijn vriendin. Zij was veelal aan het woord en richtte zich steeds tot ‘good God’. Ik hoop maar dat Hij niet meeluisterde, gezien alle verwensingen die er voorbij kwamen.

9R7A86689R7A88219R7A8642

Een kort fragment:

‘What the fuck, you just slammed a door into my face!’

(Mompel, mompel.)

‘What the fuck are you doing?! You can’t just slam a door into my face! Go get me an icepack!’

(Mompel, mompel.)

‘Go get me an icepack! Oh my god, I just can’t… Get me an icepack!’

(Mompel, mompel.)

‘Get me a beer, then! No, you know what, I’m so done. Leave. Just leave.’

(De man begint nu ook te schreeuwen.)

‘No, you leave!’

‘This is my room!’

‘No, it’s my room!’

‘No, my room!’

(Enzovoorts.)

Zo ging het door, tot een uurtje of drie. ’s Nachts. Gelukkig vond de rest van de opnames ergens anders plaats. De eerste afleveringen van Take it or leave it zullen vanaf oktober te zien zijn bij CBS.

9R7A85839R7A85629R7A8566

Welkom in het land waar je bij elke maaltijd frietjes krijgt – of je dat nu wilt of niet. In de stad waar elke toerist een San Francisco trui draagt, omdat het kouder is dan verwacht. Waar afslankcrèmes voor je onderkin worden gepromoot op levensgrote banners, inclusief voor en na foto’s. (‘No double chin. No surgery. No kidding.’)* Waar je zomaar naast Jack Sparrow in de lift kan komen te staan. Waar het afwisselend ruikt naar sour dough, huiskamerparfum, zoute zee en pies. Waar er stoom door de straten waait en er op elke hoek een stop sign staat. Het land van groot, mooi en bizar, allemaal tegelijk. Zoals Obama het verwoordde: welcome to the United States of America.

Ik ben op vakantie! Als je mij een beetje kent, weet je wat dat betekent: heel veel foto’s en verhalen. Next up: San Francisco in zwart-wit.

* Mocht je dit niet geloven, klik even hier.

zoeken en vinden

Het was zoeken en vinden, de afgelopen dagen. Zoeken naar mijn fiets in Utrecht. Zoeken naar de juiste woorden voor de diploma-uitreiking. En zoeken naar Pokémon, natuurlijk, al heeft dat niet direct betrekking op mij. Dat wil zeggen, ik zie het niet als een levensdoel op zich om een Pikachu te vangen of gymmaster te worden. Maar verder vind ik het alleen maar grappig dat enkele vriendinnen, familieleden en eigenlijk de halve wereld in de ban is van Pokémon Go. Alleen al omdat het de maatschappij op een sympathieke manier ontregelt. Nachtelijke meetings in het park, en het aloude ‘Doe je voorzichtig?’ dat vervangen is door ‘Je gaat niet rijdend Pokémons vangen, hoor!’

(Maar serieus: zorg alsjeblieft dat je nergens tegenaan knalt.)

In Utrecht vind ik steeds beter mijn weg. Naar mijn idee bevindt alles zich aan dezelfde lange straat, al zal dat waarschijnlijk betekenen dat ik pas een fractie van de stad gezien heb. Toch is het in mijn geval (‘zeg ik links, ga dan vooral rechts’) telkens weer een kleine overwinning wanneer ik, zonder op mijn telefoon te kijken, mijn fiets op de juiste bestemming kan parkeren.

Het terugvinden van die fiets is weer een ander verhaal. Wanneer ik op de Oudegracht een plekje zie, prop ik mijn zwarte gevaarte daar gedachteloos in. Slot van drie kilo eromheen, niets meer aan doen. En dus struin ik enige tijd later op en neer langs de rekken, terwijl ik telkens weer versteld sta van mijn eigen onoplettendheid. Ik moet ‘m maar snel oranje gaan spuiten, die fiets. Of van die plastic mamabloemen kopen voor aan mijn stuur.

(Maak je geen zorgen, toekomstige stadsgenoten. Ik zal geen neonkleurig kratje voorop zetten. Ik ben me er van bewust dat dat – vooral bij fietsenrekkenschaarste – zeer asociaal is.)

De eerste nacht dat ik in Utrecht sliep, was ik met Mienke. We deden een poging tot het schrijven van een verhaal voor de diploma-uitreiking. Het feit dat die nog even op zich liet wachten, maakte dat de druk om daadwerkelijk iets te schrijven vrij laag was. Maar het begin was gemaakt.

Vorige week donderdag voelden we dan toch enige urgentie dat verhaal af te maken. Dus dat deden we. We schreven en schrapten. We overlegden uitvoerig over een gebrek aan samenhang, over momenten die per se vernoemd moesten worden en welke grappen we wel of niet konden maken.

Afgelopen maandag besloten we het geheel maar eens te oefenen. Precies op tijd voor de diploma-uitreiking, die avond. Voorzien van corsages en een gezonde dosis zenuwen liepen we de zaal binnen. Op de achtergrond klonk een heel Amerikaans deuntje, overstemd door het applaus van vrienden en familie. Wij leerlingen namen plaats in het midden en werden overladen met mooie woorden. Voor iedereen was er een mooi, grappig, maar vooral persoonlijk verhaal. En toen kwamen wij.

‘Daar ben ik weer,’ begon ik, mijn stem galmend door de gymzaal. Door een samenloop van omstandigheden stond ik voor de vijfde keer op het podium tijdens ons laatste woord. De insteek was ‘doen alsof’. Wij leerlingen waren daar behoorlijk goed in, maar aangezien we de school zouden verlaten, was het niet langer nodig. Ik voelde me lichtelijk bezwaard om te vertellen over spijbelpraktijken en alcoholaffaires, na alle lof die over me was uitgesproken. Maar na het delen van die ‘stoere verhalen’, hebben we hopelijk de juiste woorden weten te vinden. Aan de hand van vele herinneringen wilden we bovenal duidelijk maken dat we een enorm fijne tijd hebben gehad.

(En toen kwam er opeens een filmpje voorbij dat vanuit de zaal werd gemaakt. Hierbij drie tips aan mezelf:

  1. Blijf van je haar af
  2. Minder boos kijken mag
  3. Blijf van je haar af.

Maar verder ging het best prima.)

In de aula zocht ik een hoop leraren die ik nog wilde bedanken. Niet allemaal gevonden, dus bij deze nog eens: bedankt voor alles. We zochten en vonden elkaar, de mensen met wie ik die mooie tijd beleefd heb. Een allerlaatste foto op het duistere schoolplein. Dertien meisjes in zomerse jurkjes, bloemen in de hand. Boven ons de leus waar we zo vaak de draak mee hebben gestoken, maar die voor ons toch waar geworden is. Zoals mijn mentor over me zei: mezelf gezocht en gevonden. Groot geworden op het Eckart.