Tag: Zelfportret
#100 LAST DAY OF SUMMER
Een week geleden ging ik nog met blote benen naar school, maar toch heb ik het idee dat de zomer ten einde loopt. En niet alleen omdat ik met mijn project bij dag honderd aanbeland ben. Nee, je kan het merken, aan een heleboel dingen. Gesprekken gaan niet meer over de zomervakantie, behalve wanneer iemand zegt ‘Ik wil weer vakantie.’ Verder is het ‘Ik ben moe.’ ‘Ik heb het zo druk.’ wat de klok slaat. ’s Ochtends word ik niet meer gewekt door de vogeltjes, maar is het nog donker als ik op moet staan. De blaadjes beginnen te vallen en verkleuren, er liggen weer pepernoten in de winkel en de eerste verkoudheid heeft zich alweer aangemeld bij mij. Wanneer ik terugkijk naar mijn vakantiefoto’s lijkt dat wel een jaar geleden. Kledingwise verandert er ook een hoop: panty’s komen weer uit de kast en ik heb mijn nieuwe winterlaarzen al een paar keer aangehad. (Al ligt dat meer aan mij – ik wil nieuwe schoenen en kleren altijd meteen dragen.) Daarnaast kan ik weer zwart aan zonder dat ik overkom als een depressief persoon en op de foto met mijn geliefde beanie als ik dat wil. Ja, de laatste foto van deze zomer is er een van mezelf – de leuke dingen om vast te leggen zijn even op.
Ik heb er een hoop meegemaakt deze zomer: leuke dingen. Een hoop uitstapjes, afgesproken met vrienden en nieuwe mensen ontmoet van wie ik hoop ze nog vaak te gaan zien. Een week zeilen, een week op brugklaskamp en natuurlijk de reis naar Amerika. Het was een zomer om niet te vergeten. En mocht ik dat wel doen… Dan heb ik de foto’s nog.
#95 SECOND HALF
Nu het alweer ruim twee weken geleden is sinds ik weer naar school ging, leek vandaag me wel een goed moment voor een update. Wat vind ik zover van het leven als bovenbouwer?
Duidelijk anders dan dat van een onderbouwer, dat staat vast. Tijdens de ‘tweede helft’ is er meer werk en van een ander niveau – geen Jip en Janneke taal meer. Er wordt meer aanspraak gedaan op je inzicht, dus de tijd van stampen en dan in praktijk een tien kunnen halen, is voorbij, denk ik. Maar eigenlijk moet ik dat nog gaan zien, vrijdag om precies te zijn.
Vervolgens de binas die ik vandaag heb gekregen, ook zo’n bovenbouw dingetje. Aan de ene kant erg handig, je mag hem gebruiken bij al je testen, so’s en examens. Maar ergens is het ook een beetje treurig… Zoveel formules, het periodiek systeem en orgaanstelsels die ik uit mijn hoofd heb moeten leren, en nu staat het allemaal in zo’n boekje. Al is het niet zo dat ik al die dingen ook ná de zomervakantie nog onthouden heb, dus nu hoef ik ze in ieder geval niet opnieuw te leren.
Er zijn natuurlijk mensen die ik mis. Carmen bijvoorbeeld, met haar zit ik welgeteld één uur per week in de les. Dat is bedroevend weinig, zeker als je bedenkt dat we al drie jaar bijna non-stop naast elkaar hebben gezeten. Van dat ene uurtje gaan we natuurlijk wel het mooiste van de hele week maken.
De afwisseling die de clusters met zich meebrengen, vind ik heel leuk. Nieuwe docenten en natuurlijk steeds andere klassen. Soms zorgt dat voor wat rare situaties. Vorig jaar riep iedereen wel eens iets door de klas – wanneer ik dan af en toe een opmerking maakte, viel dat niet zo op. Maar bij bepaalde vakken zit ik met een totaal andere groep mensen. Mensen die heel rustig zijn en waarbij niemand is die veel zegt. Waarbij niemand is die ook maar íéts zegt, eigenlijk. Als ik er eens iets uitflap, is het telkens akelig stil. Beetje awkward. Ook vandaag ging ‘uitspraak van de dag’ weer naar mij. Of toch niet? Twee brugklassers onder elkaar: ‘V…28.’ ‘V? We moeten in de T zijn!’ De eerste weer, met een ‘keizachte g’: ‘Godverdomme.’ Voor hen is het ook nog even wennen.
#78 ‘LONG HAIR’
‘Oh, wat heb je toch mooi haaaaar! Zo veel. En zo dik!’ Dat is ongeveer de standaard reactie die ik krijg wanneer ik plaatsneem in een kappersstoel of wanneer mijn haar prominent los op mijn rug hangt. En dat vind ik ook wel. Soms. Vandaag zat ik bij de kapper. Nat en helemaal uitgekamd vond ik het vooral heel erg lang. Bij sommige begrippen kan ik geen duidelijke definitie geven (‘Bedrijfskunde’, een ‘moped’. ‘Buitenspel’), maar ‘lang haar’ zou ik als volgt omschrijven: ‘Wanneer je met je hand de haren die los over je rug hangen, kan vastpakken.’ En dat kan ik. Dus is het ‘lang’. En af en toe ‘onhandelbaar’. Maar wanneer ik, zoals vandaag, bij de kapper ben geweest en ze het steil hebben gemaakt, ben ik er wel blij mee. Dan wappert het in de wind, woel ik er vrolijk met mijn hand doorheen en laat ik een geur van shampoo achter wanneer het in het rond zwiert. En pak ik het af en toe vast, met mijn hand achter mijn rug.
#63 BEAUTIFUL SUMMER
Wanneer je mij een beetje kent, weet je dat ik het leuk vind om mezelf op te doffen. Mooie kleren aan, poedertje hier, glansje daar – ik ben er niet vies van. Het is ook gewoon een rustig begin van mijn dag. Mezelf een beetje pamperen met een crèmepje, met wat kwastjes over mijn gezicht aaien en door een wolkje van parfum heenlopen. Ik vind het heerlijk om me helemaal schoon en fris en mooi te voelen, mijn beste zelf, klaar voor de dag. Maar in de zomer ligt het allemaal iets anders. Zoals vanochtend bijvoorbeeld. Laat in de ochtend rolde ik mijn bed uit, om heerlijk lang te gaan zitten ontbijten, met slaaphoofd en -haar. Ik ging zelfs de krant halen buiten (in mijn witte pyjamaatje. I know, living on the edge). Douchen doe ik wel (behalve als ik meteen het zwembad inspring), maar het make-upritueel kort ik rigoureus in. Het is gewoon niet nodig, om verschillende redenen. Ten eerste, wanneer ik de hele dag ga zwemmen slaat het natuurlijk nergens op. Want, zal ik je eens een geheimpje verklappen? Waterproof is nooit zó waterproof dat je ermee de zee in kan. Als jij van het strand komt zónder zwarte strepen onder je ogen, ben je óf een man, óf ben je het water niet in geweest, óf droeg je überhaupt geen mascara. Ik ga dan voor de laatste optie. Ook omdat die ‘waterproof’ formules de hel zijn om eraf te krijgen en ik dan de volgende dag al mijn wimpers op mijn kussen terugvind. Zelfs als je niet gaat zwemmen gaat alles lopen, vanwege de hitte. En ten slotte: van de zomer word je vanzelf een beetje mooier. Ik kan mijn pluizige haar ‘beachy waves’ noemen. Ik ben extreem relaxed, en dat is te zien. De zon doet wonderen voor mijn huid (dag puistjes, vlekjes, bultjes!)(ja, ik smeer me goed in!), maar ook voor mijn humeur. Een beetje lief lachen en je hebt verder niets nodig.
#53 MATURE
‘Want, je bent student?’ ‘Nee, ik ben pas vijftien.’ ‘Vijftien? Oh. Waarom kleedt je je dan zo volwassen?’ Een gesprek tussen mij en een jongen die me aansprak op straat. Voor de NCRV sprak hij mensen aan met de vraag of ze lid wilden worden. Ik probeer er altijd met een grote boog omheen te lopen (je zal zo snappen waarom), maar deze keer lukte het niet. ‘Hoi!’ zei hij, terwijl hij voor me sprong. Ik zette mijn zonnebril af. ‘Hoi.’ Hij draaide zijn riedeltje af: of ik de NCRV kende, of ik dit en dat en dat programma kende (‘Ja, alle drie wel.’ ‘Welke vind je het leukst?’ ‘Nou, eigenlijk kijk ik ze nooit.’) Hij moet gemerkt hebben dat ik het niet heel interessant vond wat hij ging zeggen. ‘Moet je ergens heen?’ ‘Ja, er staat daar iemand op me te wachten.’ De meestgebruikte, slapste smoes ooit en het was nog waar ook. ‘Oh. Nou heb je heel even? Want, je bent student?’ zei hij, waarschijnlijk van plan om de meest fantastische aanbieding voor studenten van de NCRV aan me voor te leggen. Het liep echter anders. ‘Nee, ik ben pas vijftien.’ ‘Oh. Vijftien? Waarom kleedt je je dan zo volwassen?’ Het viel stil. En dat is nou precies waarom dit soort gesprekken niet mijn ding zijn. Ik weet nooit wat ik moet zeggen. Meestal kan ik heel goed verwoorden wat ik bedoel of wil, luid en duidelijk. Maar wanneer het gaat om het afwijzen van iemand met een ‘fantastische aanbieding’ of ‘hele korte enquete’ (ja, ja), sta ik met mijn mond vol tanden. Ooit sprak een vrouw op straat me aan. Ik dacht dat ze me de weg ging vragen, maar het bleek een Jehova te zijn. Ze bleef maar doorpraten, dat het nog goed kon komen met me, dat God ook van mij hield. Twintig minuten verder en zeven folders rijker durfde ik het gesprek eindelijk af te kappen. Nu was dit wel een paar jaar geleden. Maar wanneer mensen uitgekozen zijn op hun vlotte babbel, sta ik vaak nog met een mond vol tanden. Ik kom altijd achteraf pas met een scherp antwoord. Of zelfs meerdere. In de ‘volwassen kleding’ situatie: 1.) ‘Jij bent twintig en draagt nog een beugel, daar zeg ik toch ook niets van?’ 2.) ‘Hoe vind jij dat een meisje van vijftien zich zou moeten kleden, dan?’ 3.) ‘Ja, mijn Hello Kitty trui zat in de was.’ Wat die kleding betreft: daar kan ik hem eigenlijk geen gelijk in geven. Misschien lag het aan mijn zonnebril, de rode lippen of mijn losse haar. Maar dat bloemenjurkje wat ik droeg kan het echt niet geweest zijn.
#13 AND THEN THIS HAPPENS
‘Waterstress. Tekort aan schoon drink- en irrigatiewater en…’ Een buzz doorbreekt de stilte. Nee. We gaan door. ‘Integraal waterbeheer. Dit houdt in dat landen afspraken maken over… ‘Buzz. Buzz.’ Ik werp een blik opzij: een oplichtend scherm. Een tweet, app, facebookbericht, snapp, e-mail, sms, telefoongesprek. (Alhoewel… Hoe vaak overkomt jou dat laatste nog? Precies, ja.) De verleiding is groot. ‘Buzz.’ De druppel. Slide, unlock. Even kijken.
Een halfuur later. Oh ja. Nog even leren.
#10 HEY
PICTURE THIS: ME TAKING PICTURES
Wanneer je foto’s maakt, sta je er zelf niet vaak op. Geen probleem, vind ik. Het is altijd een heel gedoe met timers en statieven (of het ontbreken hiervan, dan wordt het helemaal lastig) en vaak is het ook gewoon niet de bedoeling. Een mooie foto van een buddhabeeld in Hong Kong zou er niet echt beter van worden wanneer ik lekker prominent op de voorgrond zou gaan staan. Ondanks dit alles vind ik het af en toe wél leuk om mezelf terug te zien op een foto. Als ik langs de plaatjes scroll die ik het afgelopen jaar gemaakt heb, kan ik soms haast niet geloven dat ik op al die plekken ben geweest en al die dingen heb meegemaakt en dit alles heb gefotografeerd. Maar wanneer ik dan een foto van mezelf zie waarop ik aan het fotograferen ben, kan ik er niet omheen. Ik heb zo veel leuke dingen gedaan en toffe plaatsen bezocht in één jaar! En dan vallen me nog wat andere dingen op, namelijk: tijdens het fotograferen is het soms onvermijdelijk om rare poses aan te nemen. Op een stoel, kruk of tafel, gehurkt in de sneeuw of voorover geleund op een balustrade. Daarnaast kan ik blijkbaar geen haar in mijn gezicht verdragen als ik bezig ben. Knotjes, staarten of vlechten, maar één keertje had ik het los (toen was ik net naar de kapper geweest, dus zat het heel mooi.) Ik heb wat foto’s van mij verzameld, de meesten gemaakt door mijn ouders, met daarbij de foto’s die ik op dat moment aan het maken was. Snappen jullie het nog? Zo nee, scroll gewoon even verder. En zo ja… dan zou ik het ook doen!
Soms was het een haastklusje vlak voor de training. Daar sta je dan in je hockeyrokje!
Een prachtig aquarium in Dubai.
Doorgaan met het lezen van “PICTURE THIS: ME TAKING PICTURES”












