#44 Ω

IMG_4901

Door al die gezellige bètavakken die ik gekozen heb, moet ik regelmatig een practicum doen. Bij scheikunde gaat dat best goed. Je gooit wat vloeistoffen bij elkaar tot je een leuk brouwseltje hebt. Wat er daarna gebeurt is altijd een verassing. Soms klinkt er een knal, dan verandert er iets van kleur en af en toe begint je mengsel ineens als een gek te schuimen. Zaak is te proberen om hier niet al te veel van te schrikken en niets uit je handen te laten. Als dat je lukt, ben je er eigenlijk al.

Biologie is een ander verhaal. Vaak moet je preparaten maken, wat een nogal friemelig werkje is waar minuscule schaafjes, naaldjes en dekglaasjes aan te pas komen. Friemelige werkjes zijn niet zo aan mij besteed. Gelukkig werk je altijd in tweetallen, dus als mij het niet lukt, kan mijn partner het wel voor elkaar krijgen. Mocht je niet precies weten wat je moet doen, dan kijk je gewoon hoe je buren het aanpakken. Je besluit om te doen wat zij doen, of juist compleet het tegenovergestelde. En dan komt het meestal wel goed.

Maar dan is er natuurkunde. Bij dat vak doe je de meeste practica en ook vandaag was het weer feest. Vooraan in de klas staan karren met benodigdheden. Je pakt van alles eentje en loopt vervolgens nog drie keer heen en weer omdat je van het ene drie exemplaren nodig hebt, en het andere helemaal niet hoeft te gebruiken. (‘Waarom ligt het er dan?’, wil je weten? Om ons in de war te brengen, denk ik.) Je probeert met al die schakels, lampjes, weerstandjes en draadjes een opstelling te maken die enigszins lijkt op het plaatje. Dan moet alles verbonden worden met kabeltjes. Er zijn rode en blauwe. Waar de rode horen en waar de blauwe is altijd weer de vraag. En dan heb je het eindelijk uitgevogeld, en herinner je je dat het eigenlijk helemaal niets uitmaakt. Want het zijn precies dezelfde kabeltjes, enkel met een ander laagje verf.

Meestal duurt het een kwartier en vele vragen voordat mijn partner en ik snappen wat we moeten doen. Maar nu wisten we het – het was allemaal duidelijk. IJverig sloegen we aan het meten en rekenen. Wat waren wij goed bezig. ‘Zo klopt het, toch?’ vroeg mijn practicumpartner uiteindelijk aan de docent, meer als retorische vraag. Hij boog zich over de getalletjes, mompelde wat. ‘Nee.’ sprak hij, net iets te vrolijk voor de situatie. (Maar hij is eigenlijk altijd vrolijk, dus ik kan het hem niet kwalijk nemen.) Gelukkig had ik het uur erna filosofie. Zolang het goed onderbouwd is, klopt je antwoord daar altijd.

INDUSTRIAL DESIGN

Schermafbeelding 2014-02-02 om 20.32.47

Na alle profielkeuzestress word ik langzaam klaargemaakt voor de volgende keuze: de studie. Nou word ik niet in het diepe gegooid. Er is een heel traject van gesprekken, open dagen en bijeenkomsten. Afgelopen week ging ik naar een studievoorlichting. Op één school kwamen scholieren van verschillende scholen samen, om te luisteren naar studenten van universiteiten verspreid over heel Nederland.

Er vielen me een paar dingen op, die avond. Ten eerste, dat je iets leuk en interessant kan vinden, maar dat je tegelijkertijd weet dat het toch niks voor jou is. Ook werd nog maar eens bevestigd dat ik er goed aan heb gedaan om niet naar de school te gaan waar de voorlichting plaatsvond. Ik vind het nog steeds net een gevangenis.Vervolgens hoorde ik drie keer: ‘Deze opleiding is anders dan anderen.’ Dat is natuurlijk wat elke universiteit probeert te claimen, maar als iedereen het zegt, wordt het gewenste effect niet bereikt, denk ik. Toch was er één opleiding die er voor mij daadwerkelijk uitsprong: Industrial Design. 

Het combineert namelijk drie dingen die ik leuk vind. Ten eerste design, dat spreekt voor zich denk ik. Ik ben heel graag creatief bezig en zou dat in deze opleiding echt kwijt kunnen, in tegenstelling tot bij veel andere universitaire studies. Dan is er ook een maatschappelijk aspect. De dingen die je ontwerpt moeten in een behoefte voorzien, en voldoen aan de wensen van gebruikers. Je bent dus bezig met wat mensen willen, hoe ze leven en hoe ze omgaan met bepaalde dingen. Tenslotte bevat de opleiding een stukje wiskunde en natuurkunde. Ook techniek speelt een grote rol bij de ontwikkeling van veel producten. Dat zou ik als een minpunt kunnen zien. Het zijn namelijk niet bepaald mijn favoriete vakken. Aan de andere kant, doe ik dat N&T profiel dan niet voor niks. (Zoals ik het afgelopen halfjaar toch wel vaak stiekem gedacht heb…)

Er kleeft ook een nadeel aan: de opleiding is aan de Technische Universiteit. En dat heeft in mijn ogen nou niet echt een spannend imago. Toen ik er de eerste keer vanuit school was, zag ik vooral veel slungelige jongens met grote rugzakken, een heleboel ingewikkeld uitziende machines en ruimtes waarin mensen onderzoeken aan het doen waren. Nee, dit wordt het niet, dacht ik meteen. Maar. (En niet zomaar een maar. Een díkke maar.) Al twee keer heb ik ontdekt dat het er soms ook anders aan toe gaat. Zoals met een architectuurproject, waarvoor we naar de TU gingen. Daarbij waren we echt creatief bezig – dus niet, zoals ik dacht, alleen maar met getallen, formules en computers. Bij de voorlichting Industrial Design werd de werkwijze van de studie toegelicht. Er zijn projecten, veel praktijk en geen examens, maar een beoordeling via een zogenaamde showcase. Hierin leg je het hele proces vast doormiddel van foto’s, filmpjes en schetsen. Hallo, alleen dat al is helemaal mijn ding.

Dus, wat houdt me tegen, zou je denken, toch? Nou, eerst moet ik natuurlijk even het VWO afronden. Maar dan is er nog iets. En dat is de stad, Eindhoven. Dat ligt echt vlakbij het dorpje waar ik nu woon, en mijn middelbare school ligt er ook. Ik wil eigenlijk heel graag ergens anders heen. Amsterdam, Utrecht – in ieder geval weg van hier. De wijde wereld in, zoiets. Want deze stad ken ik al zo goed. (Of ja. Binnen mijn gedesoriënteerde beperkingen, dan.) Maar als ik het over een tijd nog steeds zo’n toffe studie vind, kan ik me daar denk ik wel overheen zetten.

Voor nu ben ik al lang blij dat ik een beetje een idee heb van wat ik zou willen. Misschien. Want ja, ik ken mezelf – misschien wil ik over een jaar wel weer iets anders.

#27 A BRIEF SUMMARY

IMG_4743

 

De foto hierboven vat in het kort mijn schooldag samen. Eenmaal aangekomen bleek ik van de zes uur die ik aanwezig diende te zijn, er maar twee gevuld waren met lessen. Nogal zuur, dan hoor je dat en bedenk je dat je op dat moment dus eigenlijk nog in je bed had kunnen liggen. Maar dan is het al te laat. En wat doe je dan? Precies, je pakt je telefoon erbij. Nou was ik door de festiviteiten van gisteren vergeten om hem op te laden, en zat ik na een paar potjes Candy Crush al onder de gevreesde 20%. Stress, paniek! Hier moest ik nog de hele dag mee door zien te komen. Nou zijn er mensen die structureel vergeten hun telefoon van stroom te voorzien, of hem zo intensief gebruiken dat hun batterij rond een uurtje of elf al bijna leeg is. En die mensen nemen, samen met hun boeken en boterhammetjes, gewoon een oplader mee. Ik ging dus op zoek, en vond er één bij vriendin Carmen in lokaal V28. (Ik appte haar of ze er één bij zich had. ‘Je kent me toch?’ kreeg ik terug.) Op de meeste dagen hád ik mijn tijd ook nuttig kunnen besteden, maar op deze eerste schooldag na de testweek was er echt niets om te doen. Tijdsverspilling zou je het kunnen noemen. Maar vandaag was het eerder een welkome rustige start.

#23 NONE OF THE ABOVE

IMG_8754

‘In bovenstaande afbeelding zie je een stamboom. Aan het hoofd van de stamboom staan poes P en kat T. (In het echt heten ze Poekie en Tijger, maar dat is in de biologie natuurlijk irrelevant.) Poes P en kat T leven in een dorp nabij Arnhem, bij een lieftallige bazin. Zij geeft de katten tweemaal daags kattenvoer van het merk X. Behalve die ene keer dat ze een halve dag vastzat in de trein. Ze kwam terug van haar oma, maar vanwege de sneeuw stopte de trein op de helft van het traject. Hierna volgt nog veel meer onbelangrijke informatie, die je – als je er niet helemaal meer bij bent op dag vier van de testweek – allemaal gaat lezen. Dit kost veel tijd en punten.

Poes P heeft last van de aandoening hyperthyreoïdie. Ze paart met kat T, en vervolgens met kat H van de buren. Kat T is hier niet van op de hoogte. De vachtkleuren van de nakomelingen zijn: wit-grijs-gevlekt en zwart met witte pootjes.

Welk(e) van de onderstaande bewering(en) kan/kunnen worden gedaan op basis van bovenstaande informatie?

A Wanneer de nakomeling van poes P en kat T het vrouwelijk geslacht heeft, is de kans groter dat zij een grijze vacht heeft dan wanneer de nakomeling van poes P en kat H het mannelijk geslacht heeft.

B De kans dat alle drie de nakomelingen hyperthyreoïdie hebben is 19,45%.

C Kat T heeft traag zaad.

D Wanneer een nakomeling het vrouwelijke geslacht heeft, zal ze Nala heten.

E Geen van de bovenstaande beweringen kan worden gedaan op basis van bovenstaande informatie.’

Dus. Je kan wel raden wat ik geantwoord heb, denk ik. (Néé, niet antwoord D. Ik was redelijk wanhopig, maar ik heb ook mijn grenzen, hoor.) Ik koos voor antwoord E. Het zal vast fout zijn, bedacht ik me later. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat iemand zo’n ingewikkelde vraag gaat bedenken, om de leerling vervolgens tot de conclusie te laten komen dat het allemaal onzin is. Nee, dat zou behoorlijk irritant zijn. (Al vond ik dat sowieso wel gelden voor deze test.) Er konden dus vast een heleboel beweringen worden gedaan op basis van bovenstaande informatie. Maar ik kon dat even niet. Het laatste antwoord was in mijn geval dus wel het juiste.

#16 THE WEEK BEFORE

IMG_4629

 

Volgende week is de tijd van testen en toetsen weer aangebroken. Dit weekend ga ik flink blokken en dan die testen erdoorheen knallen. Een redelijk slopende week vind ik het altijd. Maar toch ben ik tot de conclusie gekomen dat ik de week van tevoren eigenlijk nog erger vind. Dan moet je namelijk huiswerk maken, leren voor so’s en leren voor je proefwerken. Dat laatste schiet er dan vaak een beetje bij in, wat weer de nodige stress met zich meebrengt. Dat ik niet de enige ben die dat ervaart, blijkt wel.  Waar iedereen tijdens de testweek praat over de hoopvolle vooruitzichten (‘Nog maar … dagen’), lijkt er de week van tevoren maar één toon te zijn waarop gepraat wordt: zeur, klaag, zeur. Je gaat er vanzelf aan meedoen en voor je het weet hoor je jezelf dingen zeggen als ‘Het is zóóó veel allemaal!’, ‘Dit is echt niet normááál meer!’ en ‘Ik ben er nu al hélemaal klaar mee!’. Je begrijpt mijn punt. Dan ga je je dus ook nog aan jezelf ergeren en dan is het plaatje wel compleet. Om even wat lichtpuntjes toe te voegen aan dit (ook al zo negatieve) verhaal: testweken betekenen naast een hoop ellende, ook uitslapen, maar twee tot drie uur per dag op school zijn – en de twee weken erna zijn rustig. Genoeg tijd om weer bij te komen, dus.

 

 

A DAY IN THE MUSEUM

IMG_4207

Afgelopen donderdag hadden we een activiteitendag op school. In de onderbouw betekent dat een dagje zwemmen, schaatsen of discobowlen. In de vierde klas ga je naar een museum. Klein verschil, maar hé, we waren er toch een dagje uit. En we gingen met de bus, wat sowieso altijd leuk is. Picture this: een bus vol met kinderen die helemaal hyper zijn omdat ze snoep hebben gegeten bij wijze van ontbijt. Dance knalt door meegnomen boxjes, de bus schudt lichtjes heen en weer. En dan is het pas tien uur ’s ochtends. Juist.

De Pont in Tilburg was de bestemming, een museum voor moderne kunst. Nu vind ik dat, in tegenstelling tot menig vierdeklasser, wél best interessant. Zeker omdat er een fotografietentoonstelling te zien was die ik graag wilde zien. Hierboven zie je een deel van Thousands, een werk waarvoor een fotograaf zijn leven vastlegde in duizend polaroids. Nu kan je je waarschijnlijk wel voorstellen waarom ik dat interessant vind – zelf heb ik een soortgelijk project gedaan. Het feit dat het allemaal polaroids waren, maakte het extra indrukwekkend. Van elke foto was er maar één, er was geen sprake van digitale bewerking. Eigenlijk een soort voorloper van Instagram, bedacht ik me toen ik langs al die foto’s liep. De opstelling maakte het nog extra speciaal: de foto’s hingen in een opeenvolging van kleine ruimtes, en bij elk hoekje dat je omsloeg liep de tijdlijn weer een stukje verder.

IMG_4215

Ik denk dat de kunstenaar Mark heet…?

IMG_4217

Een space-auto’tje

IMG_4218

IMG_4206De dag begon trouwens niet bij De Pont, maar bij mijn CKV lerares thuis. Ja, dat vond ik zelf ook wel bijzonder. We deden een opdracht over geënsceneerde fotografie. Behoorlijk hilarisch. Het werd een extreme verkleedpartij – van ABBA leggings tot bloemetjesjurken en van bontjassen tot satijnen badjassen (soms in combinatie). De opdracht was om twee thema’s te kiezen, en hierbij een geënsceneerde foto te bedenken, compleet met kleding en attributen. V4 ging er helemaal voor, no shame. Aan het einde van deze ochtend kregen we allemaal een gele sticker, om er iets leuks van te maken en vervolgens op de muur te plakken en een herinnering achter te laten aan een hele gezellige dag.

Tijdens dit soort dagen merk ik steeds beter dat we nu in clusters les krijgen in plaats van in vaste klassen. Er is namelijk sprake van ‘V4’ in plaats van ‘klas zus en zo’. Je leert mensen weer op een andere manier kennen, sommigen spreek je voor het eerst pas echt goed. Ik denk dat er een steeds hechtere groep gaat ontstaan, tijdens deze drie jaren. En zeker met een reisje naar Londen in het vooruitzicht is dat heel leuk.

#95 SECOND HALF

IMG_7371

Nu het alweer ruim twee weken geleden is sinds ik weer naar school ging, leek vandaag me wel een goed moment voor een update. Wat vind ik zover van het leven als bovenbouwer?

Duidelijk anders dan dat van een onderbouwer, dat staat vast. Tijdens de ‘tweede helft’ is er meer werk en van een ander niveau – geen Jip en Janneke taal meer. Er wordt meer aanspraak gedaan op je inzicht, dus de tijd van stampen en dan in praktijk een tien kunnen halen, is voorbij, denk ik. Maar eigenlijk moet ik dat nog gaan zien, vrijdag om precies te zijn.

Vervolgens de binas die ik vandaag heb gekregen, ook zo’n bovenbouw dingetje. Aan de ene kant erg handig, je mag hem gebruiken bij al je testen, so’s en examens. Maar ergens is het ook een beetje treurig… Zoveel formules, het periodiek systeem en orgaanstelsels die ik uit mijn hoofd heb moeten leren, en nu staat het allemaal in zo’n boekje. Al is het niet zo dat ik al die dingen ook ná de zomervakantie nog onthouden heb, dus nu hoef ik ze in ieder geval niet opnieuw te leren.

Er zijn natuurlijk mensen die ik mis. Carmen bijvoorbeeld, met haar zit ik welgeteld één uur per week in de les. Dat is bedroevend weinig, zeker als je bedenkt dat we al drie jaar bijna non-stop naast elkaar hebben gezeten. Van dat ene uurtje gaan we natuurlijk wel het mooiste van de hele week maken.

De afwisseling die de clusters met zich meebrengen, vind ik heel leuk. Nieuwe docenten en natuurlijk steeds andere klassen. Soms zorgt dat voor wat rare situaties. Vorig jaar riep iedereen wel eens iets door de klas – wanneer ik dan af en toe een opmerking maakte, viel dat niet zo op. Maar bij bepaalde vakken zit ik met een totaal andere groep mensen. Mensen die heel rustig zijn en waarbij niemand is die veel zegt. Waarbij niemand is die ook maar íéts zegt, eigenlijk. Als ik er eens iets uitflap, is het telkens akelig stil. Beetje awkward. Ook vandaag ging ‘uitspraak van de dag’ weer naar mij. Of toch niet?  Twee brugklassers onder elkaar: ‘V…28.’ ‘V? We moeten in de T zijn!’ De eerste weer, met een ‘keizachte g’: ‘Godverdomme.’ Voor hen is het ook nog even wennen.

#79 CLASS & TIMETABLE

IMG_3301De website van mijn school is denk ik verre van de meest geliefde plek op het internet. Toch werd hij vandaag druk bezocht. De klassenlijsten stonden online. Zondagavond zes uur precies, pas één dag voordat school weer begint. Aan de ene kant keek niemand er echt naar uit, de tijd dat we daadwerkelijk in die lessen zouden zitten. Maar aan de andere kant was het toch prettig geweest om iets eerder op te hoogte gesteld te worden van mijn klasgenoten en docenten. Niet dat je er iets mee kan… Behalve er alvast aan wennen. Net als vorig jaar brachten we de laatste vakantiedag door in de tuin van vriendin Colette, die gisteren jarig was. De hele dag kletsten we over alles behalve school – daar gingen we die laatste dag niet mee vullen. Maar om zes uur konden we er toch niet omheen: iedereen plakte vast aan zijn mobieltje, telkens weer refreshend. ‘Hij doet het niet!’ klonk er, gevolgd door blije en minder blije kreten. ‘Oh neee, niet docent X!’ ‘Wie is BEF?’ Een kippenhok was het. Eén meisje zat niet bij ons op school en wist zelf allang waar ze dit jaar terecht zou gaan komen. Zij bekeek het hele gestress van een afstandje. Ik kan me voorstellen dat ze hard gelachen heeft. Laten we dat maar doen, erom lachen. Ondanks al die eerste en achtste uren. Ondanks die docenten waar horrorverhalen de ronde over doen. Laten we er weer een leuk jaar van maken. Leuk en school? Ja hoor. Maar daar moet je wel zelf voor zorgen.

#55 NOT YET

IMG_7237

 

‘Uw bestelling is verzonden.’ Wanneer ik een e-mail krijg met deze tekst, betekent dit dat er iets leuks naar me op weg is. Een fijn paar schoenen, dat leuke jurkje dat in de winkel al uitverkocht was of een nieuwe jas. Toen ik gisteren mijn mail opende, bleek er een bestelling onderweg te zijn waar ik nou niet echt naar uitkeek: mijn schoolboeken. Pakketjes waar je met smart naar uitkijkt laten altijd lang op zich wachten, maar met ongewenste verzendingen is het blijkbaar precies andersom. Gisteren ontving ik een berichtje, vandaag al stond er een witte doos op mijn bureau, de welbekende blauwe letters er pontificaal opgedrukt. Ik maakte hem eventjes open en controleerde de inhoud. Alles zat erin en ik had gelukkig geen boeken waar iemand met een markeerstift op los was gegaan, of exemplaren die met plakband aan elkaar hingen. Maar na deze korte inspectie ging die doos meteen weer dicht en belandde hij in een donker hoekje, met het opschrift ‘nog even niet.’

#24 BYE BYE BOOKS

IMG_2929

Boeken inleveren is altijd een beetje een gedoe. Wat is de beste manier om een pakket van zo’n tien kilo een kilometer of acht te vervoeren? Met de auto natuurlijk, maar die optie is er niet altijd (en daarnaast, je kan je niet eeuwig door je ouders overal heen laten brengen.) Met de fiets kan je kiezen voor een hernia (met een rugzak), het continu maken van wheelys (door je tas achterop te zetten) of een tas die uit elkaar scheurt (door ‘m aan je stuur te hangen). Dit jaar pakte ik het slimmer aan door mijn boeken meteen na de testen op school te laten. Kaften eraf, papieren en schriften eruit en alle  werkboeken in de prullenbak. Ik kwam een hoop belangrijke en minder belangrijke dingen tegen: kwijtgeraakte opdrachten en so’s, maar ook afgescheurde velletjes vol met potjes huisje verhuren en boter kaas en eieren. Ook dit belandde meteen bij het afval. Vandaag kon ik dus met m’n allerkleinste tasje naar school fietsen. (Al was dat ook meer voor het idee – er zat een lipgloss, pakje zakdoekjes en een telefoon in.) Eenmaal op school opende ik mijn kluisje, dat nog nooit zo netjes geweest was. Alles ging op een stapel en toen volgde een nogal wiebelige overtocht. Ik heb mijn kluisje namelijk in het Studiehuis, zeg maar het Nieuw-Zeeland van onze school (erg ver verwijderd van de rest). De aula, waar het hele feest plaatsvond, is dan te vergelijken met Nederland. Die boeken wegen behoorlijk wat, zo allemaal bij elkaar. Ik opende een paar deuren met mijn achterwerk (ik heb die klapdeuren wel eens vervloekt, maar nu snap ik het). Je begrijpt dat die stapel begon te glijden. Net op tijd plofte ik mijn boeken neer op de daarvoor bestemde tafel (‘Plof hier uw boeken neer’ stond er op een bordje. Nee grapje.) Alles langs de scanner. Minifeestje toen bleek dat ik helemaal niets kwijt had gemaakt. ‘En een prettige vakantie.’ Dankjewel.