Weer een dag up in the air.
Tag: Reizen
PICTURE THIS: BOROBUDUR
In tegenstelling tot in Seminyak, maakte ik bij de Borobudur juist heel veel foto’s. Ga er lekker voor zitten, dan klets ik je er doorheen!
Het hotel keek uit over een rijstveld/groentetuin, waar af en toe iemand op z’n dooie akkertje wat stond te harken of spitten.
Hallo uitzicht.
Hallo uitzicht aan de andere kant.
In de batikwerkplaats. De stof hierboven werd bedrukt met een soort stempels, anderen werden helemaal met de hand gedaan.
Dan werd er eerst met potlood een tekening gemaakt.
Hier gingen de stoffen in bad.
En hier… Eh, ik weet niet precies wat hier gebeurt. Maar het zag er mooi uit.
Al een heel eind.
Deze nog niet.
De werkplaats waar dokja zilver werd bewerkt.
Precisiewerk vereist concentratie.
De volgende dag: naar de Borobudur! Al waren we daar eigenlijk al, aangezien zowel de tempel als het gebied eromheen zo genoemd wordt.
Deze meneer speelde verstoppertje tussen de stoepa’s.
Eén van de honderden reliëfs op de lagere etages.
Op de lokale markt.
Uit de serie: oude mevrouwen op de markt.

(Duidelijk het einde van de serie.)

Offertjes.
Pepertjes.
Limoentjes.
Zie je de pepers rechtsboven? Daar hoort nog een mooi verhaal bij. Bij het avondeten kreeg mijn vader er een paar op zijn bord. Hij dacht dat het edamameboontjes waren, maar kwam er al na één beet achter dat dit absoluut niet zo was. Ze waren echt extreem heet, zei hij. Mijn broer zou mijn broer niet zijn als hij dat zelf niet wilde proberen. Dapper at hij er één op en al snel constateerde hij dat ze inderdaad extreem heet waren. Hij slaakte verschillende kreten en zijn ogen begonnen te tranen. Nog een paar minuten was hij er een beetje van slag van. ‘Hoe kan het dat jij er niks meer van merkt?’ vroeg hij mijn vader, waarop die antwoordde: ‘Je denkt toch zeker niet dat ik het doorgeslikt heb?’
Deze boom groeit op en neer: eerst vanaf de wortels omhoog, vervolgens in slierten weer naar beneden. Als deze slierten bij de grond zijn, krijgen ze ook wortels en zo wordt de boom steeds dikker.

Boe.
En met deze Buddha sluit ik af. Op naar de laatste bestemming: Dubai!
#206 MARKETPLACE
Weet je wat ik bedoel wanneer ik zeg: de plekken waar je volgens de reisgidsen absoluut niet moet gaan eten? Waar rauw vlees in de buitenlucht ligt, de vliegen vrij spel hebben en je van driekwart van de dingen überhaupt geen idee hebt wat het eigenlijk is? Precies op die plek was ik vandaag.
Ik zeg niet dat je niet op dat soort plekken zou moeten komen. Integendeel juist: ik heb mijn ogen uitgekeken. Het was de laatste dag van de ramadan. Voor de mensen van Java betekende dat nog één dag niet eten tot zonsondergang, maar wel alvast inkopen doen voor het feest dat zou volgen. Ik vergelijk het maar met Kerstmis: waar heel Nederland met volgestouwde winkelwagens door de supermarkt loopt, liepen hier mensen met levende kippen onder hun arm, manden vol met groenten en plastic zakken gevuld met… Ja, dat kan ik eigenlijk niet met zekerheid zeggen.
Het was buitengewoon druk. Eerst manoeuvreerden we tussen de gebruikelijke verkeerssituatie door: scooters, scooters, scooters, vervolgens een heleboel voetgangers en geparkeerde fietstaxi’s, met daarin achteroverleunende chauffeurs die wachtten op klanten. De rand van de markt werd gevormd door mensen op kleden. Het werkte eigenlijk zoals de vrijmarkt op koningsdag: leg je kleedje op een leuke plek, spreid je spullen uit en je hebt je winkel voor een dag. Sommigen hadden een parasol of paraplu om zichzelf te beschermen tegen de zon, en eventueel ook hun handelswaar, die kon variëren van vuurwerk tot hete pepers.
We baanden ons tussen mensen door, waarbij ik me soms afvroeg of het wel daadwerkelijk een doorgang was, of dat ik eigenlijk midden in iemands ‘winkel’ stond. Het was lastig te zeggen. Wat wel meteen heel duidelijk was: we vielen nogal op. Mensen lachten naar mij en mijn camera, er werd gewezen en er werden zelfs foto’s van ons gemaakt. Ach, weet ik ook eens hoe het voelt. De kleden bleken geen onderdeel van de echte markt – die was binnen. Of ‘binnen’, eigenlijk, want het was gewoon een soort afdak, met daaronder een donker doolhof van kraampjes en gangetjes. Het aanbod was enorm: hoofddoeken, kleding, groenten, fruit, baksels, vlees. Ik heb nog nooit zoveel kippen bij elkaar gezien, dood of levend (maar voornamelijk dood, kaalgeplukt op flinke stapels, met ernaast de verwijderde hoofden en ingewanden). Vuurwerk, speelgoed, dranken, huishoudspullen, ingeblikt eten en had ik al kippen gezegd?
Er waren veel vrouwen. Ze vlochten mandjes van bananenbladeren, rolden deegballetjes of ontdeden ananas van hun schil. Ze waren zo geroutineerd, zo standvastig en soms ook zo oud, dat ik me afvroeg of ze ooit wel van hun plek kwamen. Sommigen bewogen enkel hun handen. Ik ontsmette die van mij.
#204 BATIK & SILVER
Na een weekje strand in Seminyak, was het in de Borobudur weer tijd voor wat culturele activiteiten. We moesten eerst even langs de supermarkt, wat een bezienswaardigheid op zich was. (Sowieso, supermarkten in het buitenland zijn leuk. Het geeft een zo non-toeristisch mogelijk inkijkje in de levenswijze van de plaatselijke bevolking.) Ten eerste leek het meer op een IKEA dan op een supermarkt: torenhoge stellingen met daarin stapels en stapels kartonnen dozen. Het leek wel een magazijn, en even later bleek dat ook te kloppen – naast supermarkt was het ook een soort distributiecentrum voor alle mensen met een ‘supermarkt aan huis’. Zij kochten daar groot in, om het vervolgens in hun eigen winkeltjes weer door te verkopen.
De officiële excursie van vandaag was echter niet de supermarkt, maar een batik- en zilverwerkplaats in Jokjakarta. Het waren beiden kleinschalige werkplaatsen, waar een stuk of twintig man op hun dooie gemakje bezig was, niet gehinderd door de vier toeristen die opeens binnenkwamen. Ik weet dat het mij op mijn zenuwen zou werken, hoor. En al helemaal met zo’n soort bezigheid. Zowel bij het maken van batik stoffen als het bewerken van djokja zilver bleek veel precisie te komen kijken. Een vaste hand en vingers gemaakt voor details, dat waren twee cruciale benodigdheden. Daaruit vloeiden zilveren sieraden voort, zilveren bestek en zelfs hele boten vervaardigd uit zilver. (‘Bijzonder’, ‘apart’ of ‘speciaal’, zou ik het noemen.) Zijde werd voorzien van eindeloze laagjes was en verf, door immer geduldige handen.
PICTURE THIS: SEMINYAK
De week in Seminyak was heerlijk. Ik heb strandwandelingen gemaakt, gezwommen in de zee, een paar onderwaterkoprollen gemaakt in de zee (iets met onderstroom). Ik heb in de zon gelegen, mezelf goed ingesmeerd en ben toch verbrand. Ik heb lekker gegeten en een hele leuke jumpsuit gevonden waar ik inmiddels al niet meer uit te slaan ben. Bovenal ben ik deze week nog meer in de vakantiemood gekomen. Zo van: hee, het maakt allemaal niet zoveel uit. Geniet gewoon. Nu. En dat deed ik dan. Heel fijn.
Dit alles betekende ook dat ik iets minder foto’s heb gemaakt dan gewoonlijk. Niet erg! Want ik heb genoten. (En ik heb alsnog wel een paar foto’s voor jullie, natuurlijk. Milou die geen foto’s maakt – dat zou gewoon niet kloppen.)
Dreigende lucht op de weg naar Seminyak.
Eenmaal in Seminyak bleek al snel dat het tanksysteem hier hetzelfde is als in Ubud.
Dit zou de voorkant kunnen zijn van een afgezaagde chicklit. Of van een CD met dramatische liefdesliedjes.
Maar eigenlijk was het een afscheidsritueel.
Niet omdat ik dit nou zo’n mooie foto vind. Maar ik wilde het nog even laten zien: die laadbak waarin een hoop mannen zaten te wachten, tijdens de ceremonie.
(Ik sneak er even wat instagrammetjes tussendoor.)
Blije shutters.

Blaadjes
Steentjes.
We gaan weer vliegen. (Dit is dus een vliegveld. Met mooie plantjes. En parkeergarages overwoekerd met bloemen. Kunnen ze op Schiphol nog wat van leren.)
Op naar Jogjakarta!
#202 NO, THANK YOU
23 juli, Seminyak Beach
‘Hellooo! Would you like to buy sunglasses?’
‘No, thank you.’
‘How are you?’
‘Fine, thank you.’
‘Are you on a holiday? Where are you from?’
‘Yes, I am. I’m from Holland. The Netherlands.’
‘Ahh, Holland. Kijken, kijken, niet kopen, eh! Are you enjoying your holiday? The weather is nice, right?’
‘Yeah, absolutely. I love the sun.’
‘Ah, okay. Good, good.’
…
‘So… Would you like to buy sunglasses?’
‘No, thank you.’
#201 SEA CEREMONY
Tijdens een strandwandeling kan je hier van alles tegenkomen. Rondzwervende honden, verkopers van kettingen/vliegers/zonnebrillen, schelpen, verloren teenslippers en… uitvaartceremonies, zo bleek vandaag.
We liepen er recht tegenaan. In eerste instantie was het mij nog niet helemaal duidelijk wat er ging plaatsvinden. Er stond een flinke groep mensen bij elkaar in het zand, allen gekleed in mooie kleuren. Ik kon niet horen of zien wat ze deden. Samenzijn, denk ik. Na een tijdje viel de kring uiteen. Vervolgens gebeurde het allemaal heel vlug. Zeven mannen liepen de zee in en verstrooiden de as, samen met talloze offers. De rest keek toe met opgehesen rokken, de enkels net in het water. De as verspreidde zich als een zwarte vlek in de branding, de mensen verlieten de zee. Langs de weg stonden meerdere pick-ups en een vrachtwagen, waarin nog eens tien man zat te wachten in de laadbak. De anderen klommen achterin de pick-ups en reden weg, terwijl de golven het strand overspoelden met bloemen.
PICTURE THIS: UBUD
Je hebt fotogenieke en niet zo fotogenieke plekken op de wereld. Ik denk dat jullie wel kunnen raden in welke categorie ik Ubud zou onderverdelen.
Stukje mozaïek op de stoep.
Hier had ik het al eerder over: wanneer mensen naar binnen gaan, laten ze hun slippers buiten voor de deur achter.
Zie je wel?
Overal op straat waren dit soort dingen te vinden. Het zijn kleine offertjes, die dagelijks gemaakt worden door de mensen hier, grotendeels aanhangers van het hindoeïsme. Hierboven zie je nog vrij simpele exemplaren – soms werden de offers uitgebreid met eten, zoals kleine koekjes of stukjes fruit – ik heb zelfs minidonuts op straat zien liggen.
Bewijs van het tankavontuur!
Deze meneer stond hoofdschuddend toe te kijken hoe onze scootertjes bijgevuld werden.
Dat waren de foto’s van Ubud. Next stop: Seminyak!
#197 GAS/VODKA/APPLE JUICE
De beste manier om je op een onbekende plek te verplaatsen is meestal zoals de lokale bevolking dat doet. Dat is blijkbaar het handigst, efficiëntst of goedkoopst – anders zouden zij het niet doen. In Amsterdam pak je dus de fiets. In Londen, Parijs en New York: met de metro. En in Ubud: op een scooter.
En dus leenden we vandaag twee scootertjes en vier helmen. Ik ging bij Mart achterop, die zijn rijstijl al snel wist aan te passen aan die van de Balinezen. (Met wat getoeter en een behoorlijke vaart kriskras overal doorheen.) We reden naar de stad en nog een stuk verder, over een brug, door een stukje tropisch woud en langs rijstvelden. Nog meer tempeltjes en een school die net uit was. De papa’s en mama’s wachtten hun kroost op aan de overkant van de straat, op scooters, met een extra helm in de hand.
Maar voordat we dit überhaupt konden zien, moest er getankt worden. ‘Three bottles each’, was ons gezegd – wat dat ook mocht betekenen. We moesten linksaf gaan en dan zouden we ergens langs de weg kunnen tanken. Zo gezegd, zo gedaan. Na een paar minuten stopten we. Een man en een vrouw zaten op het stoepje voor hun huis, waarvoor rijstkoekjes lagen te drogen in de zon. We maakten duidelijk dat we wilden tanken. De vrouw keek ons even wantrouwig aan, maar reikte toen toch naar een rek achter haar. Ze pakte een van de doorzichtige glazen flessen die daar in keurige rijen stonden opgesteld. ‘Absolut Vodka’, luidde het opschrift. Aangezien de kleur van de vloeistof meer leek op die van appelsap, durfde ik te betwijfelen of dat klopte. De vrouw ontkurkte de fles en goot hem leeg in de tank. Wij konden alleen maar hopen dat het geen appelsap was. Of, zoals Mart het zo treffend verwoordde: ‘Voordat ik mijn eigen scooter toch zou verkrachten met dat spul…’
Maar het werkte. We crosten over de weg en al snel bleek ongeveer één op de vijf huishoudens, naast mini-supermarkt, ook mini-tankstation te zijn. Allemaal hadden ze eenzelfde rekje, gevuld met identieke glazen flessen. Vrijwel allemaal bedrukt met die blauwe woorden: Absolut Vodka. Dus nu vraag ik me af: wat is het met die flessen? Ik kan drie verklaringen bedenken: ze zijn heel goedkoop, heel stevig – of het is gewoon een excuus om veel te zuipen. Combinaties zijn mogelijk.
#196 WHERE I WOKE UP
Wakker worden is een bijzondere ervaring wanneer je niet precies weet waar je terecht bent gekomen. Gisteravond had ik het vermoeden dat ik in een klein paradijsje was beland. Al bij het openen van de gordijnen bleek dat te kloppen: palmbomen, zon en een strakblauwe hemel. We verlieten de boerenbuiten en reden richting Ubud City. Dat was dat niet zoals ik verwacht had. Ik weet niet wat ik dan wél verwacht had… Maar niet dit.
De straatjes die ’s nachts zo uitgestorven hadden geleken, waren dat absoluut niet. Langs de hele route woonden mensen, dicht op elkaar in smalle, lage huizen. Vrijwel allemaal hadden ze een ouderwetse poort en muur, met zo’n puntdakje en krullerige versiersels, geheel in tempelstijl. Niet zelden stond de poort open, waardoor je achter het hek steevast een hindoeïstisch beeld kon zien staan. De oude bouwwerken werden afgewisseld met gebouwtjes met golfplaten daken, die vaak gebruikt werden als winkel. Ze deden me een beetje aan poppenhuisjes denken, vanwege het feit dat ze geen deur hadden aan de voorkant. Op die plek was simpelweg de muur weggelaten, waardoor er goed zicht was op de mini-supermarkt/kledingwinkel/autogarage aan huis.
Iedereen was bezig – was het niet met werken, dan wel met heel bewust nietsdoen, op het stoepje voor het huis. Daarnaast droeg iedereen slippers. Buiten, welteverstaan – als het huis of de winkel betreden wordt, gaan ze uit, om op de stoepjes te worden achtergelaten. Wat we verder nog tegenkwamen: kleine offertjes aan Ganesha, heilige bomen omwikkeld met stof, nog meer scooters en af en toe een overstekende kip die nergens van opkeek. Zij wist tenslotte niet beter.














































































