LAATSTEN

9R7A1109

Woensdag 11 maart, 09.00

Een nieuwe dag, een nieuwe stad. Goedemorgen Kraków.

9R7A1113 9R7A1116

We bezochten veel locaties waar gefilmd was voor Schindlers List en een synagoge. Daar ontdekten we dat een keppeltje voor de meeste jongens niet veel deed, behalve het veroorzaken van de slappe lach. Een selectief groepje stond het juist weer erg goed, alsof ze het altijd al gedragen hadden.

We hadden pauze, met een groepje meisjes ging ik op zoek naar een plek waar we onze koude handen konden opwarmen aan een kop thee of chocolademelk. Het duurde langer dan verwacht. Pas toen we onze drankjes geserveerd kregen, begrepen we waarom. We hadden in het Engels besteld (mijn Pools is nog niet helemaal op niveau) en vroegen om ‘tea’ en ‘hot chocolate’. Dat laatste was erg letterlijk genomen door degene die ons bediende. Hele repen chocolade heeft die jongen moeten staan smelten. Het resulteerde in kopjes met daarin een donkerbruine substantie die leek op chocoladevla, maar dan warm.

Tegen de tijd dat we onze drankjes kregen, hadden we eigenlijk al terug moeten zijn op de plek waar we een half uur eerder ‘losgelaten’ waren, zoals een van de docenten het steevast noemde. Maar goed, we waren deze week nog geen enkele keer te laat gekomen. Als echte scholieren was het onze taak dat minstens één keer te doen op zo’n reis, dus dat hadden we dan ook maar weer klaargespeeld.

9R7A1163

Ik gaf mijn camera meermaals uit handen aan enthousiaste vriendinnen. En daar kwamen best wat mooie plaatjes uit! (Bovenstaande door Celine.)

9R7A1269

‘Ja, en jij moet zelf ook eens op de foto!’

(Ik heb nu tien van dit soort foto’s van mezelf.)

9R7A1138

De mist maakte plaats voor regen en de fabriek van Schindler bleek gesloten, waardoor er een gat in het programma was. We konden terug naar het hostel of nog even zelfstandig de stad in. Die keuze was niet erg lastig, zeker niet nadat iemand het woord ‘Sephora’ had laten vallen. Ook wilde ik nog een lelijke souvenir inslaan voor bij de verzameling.

’s Avonds liepen we weer richting het grote plein en belandden we bij een Mexicaans restaurantje. We bestelden quesedilla’s, enchilada’s, burrito’s en faghita’s. Uiteindelijk bleek het allemaal ongeveer hetzelfde te zijn, zij het in verschillende vormpjes. Allemaal lekker, dat dan weer wel.

9R7A1258

Fast forward naar Dresden, waar we donderdagavond aankwamen. We besloten dat we die nacht net zo goed niet konden slapen, zodat we tijdens de reis naar huis goed moe zouden zijn. Met zo’n vijftig leerlingen en vijf docenten bezetten we een hele verdieping van het hostel… op een paar kamers na. Stipt tien uur stond er dan ook al een vrouw voor onze kamerdeur die in het Duits begon te tieren. (Of misschien vroeg ze wel heel aardig of we wat zachter konden doen. In het Duits lijkt het nou eenmaal onmogelijk om iets te zeggen zonder boos te klinken.)

De muren waren dun, de sfeer was goed, de nacht was kort. En de morgen kwam vroeg.

9R7A1363

We hadden drie uur in Dresden. Mijn grens wat betreft imposante gebouwen met interessante geschiedenissen was bereikt voor die week. Tijdens de wandeling van het hostel naar de binnenstad kwamen we langs een heleboel winkels – in tegenstelling tot imposante gebouwen met interessante geschiedenissen, hadden we die nog nauwelijks gezien. ‘Ik wil terug naar dat leuke stuk!’ zei vriendin Carmen toen we nog drie kwartier vrije tijd hadden voor vertrek. Zoals jullie ongetwijfeld weten is het met mijn richtingsgevoel niet zo best gesteld. Echter kon zelfs ik bedenken dat je binnen drie kwartier net heen en terug zou kunnen lopen, zonder een winkel van binnen te hebben gezien.  ‘Dan zul je moeten rennen,’ zei ik. Maar Carmen had haar zinnen erop gezet. ‘Ja, en?’

(Zei ging ervoor, ik paste ervoor.)

9R7A1352

Natuurlijk maakten we nog een groepsfoto, zoals dat hoort op zo’n reis. Een geslaagde reis, tevens mijn laatste reis met deze groep mensen. Het eerste ‘laatste’, zoals er nog vele ‘laatsten’ zullen volgen.

Het was zo’n week die ook een maand had kunnen zijn. Er was veel te zien, veel te doen. Ik heb verhalen gehoord die ik dacht nooit te horen en verhalen gedeeld die ik dacht nooit te delen. Ik heb mensen opnieuw leren kennen. (Hoi Celine, hoi Sam!) Ik heb gehuild en gelachen en rillingen over mijn rug gevoeld, van afschuw en geluk. Ik heb in de zon gezeten in een grote stad en op een muffe hostelkamer gehangen met allemaal lieve mensen en gedacht: zo is het goed en zo mag het altijd zijn.

9R7A1228

We gingen nog één keer de bus in. Oh, de bus – die viel zeer zeker in de categorie ‘dingen-die-ik-niet-zal-gaan-missen-wanneer-ik-weer-thuis-ben’. Hoe gezellig en knus het aan het begin van de week ook leek. In de categorie ‘dingen-die-ik-heb-gemist-terwijl-ik-niet-thuis-was’: groente en fruit. We aten bij McDonalds, de enige mogelijkheid op de laatste stop. Ondertussen verlangde ik naar komkommers en kiwi’s, bessen en broccoli.

Terwijl we Nederland naderden, heerste er een rust die gelijk was aan de ochtend dat we er wegreden. Zachte muziek klonk uit een draagbaar boxje. Per tweeën deelden we dekentjes, maar verder waren we allen in onze eigen bubbel. We raasden over wegen zoals we er zoveel gezien hadden die week, echter nu in tegenovergestelde richting. Met onze gedachten waren we overal behalve daar. Langzaam kwamen we thuis.

LITTEKENS

9R7A1065

Dinsdag 10 maart 2015, 06.33

‘Goedemorgen jongens en meisjes. We zijn in Auschwitz.’

Het was niet het meest opbeurende bericht om mee wakker te worden. Ik was echter heel blij dat we er waren, aangezien het betekende dat ik de bus uit kon. De omschrijving van mijn nacht zal ik beperkt houden: ik was ziek. Ziek door vermoeidheid en moe door ziekheid. En dan over Poolse hobbelwegen rijden in een muffe bus, met het idee dat de komende acht uren zo zullen zijn… Het was geen ideale situatie, laat dat duidelijk zijn.

Het complex was nog verlaten en gehuld in mist. We waren vroeg. Sommigen probeerden nog wat verder te slapen, de meesten hadden net als ik behoefte aan frisse lucht en een plek om je tanden te poetsen. Ik wisselde euro’s voor zloty’s en kreeg een handvol muntjes, die ik weken later nog in verscheidene zakken en zijvakjes tegen zou komen.

9R7A1057

Gestaag vulde de parkeerplaats zich met bussen, met daarin veelal scholieren. We werden opgesteld in rijen en kregen headsets aangereikt, waardoor we onze gids zouden horen. Ze leidde ons naar waar onze rondleiding begon. Het was tevens de plek waar dagelijks honderden gevangenen woorden lazen die ze nooit waar zouden kunnen maken: ‘Arbeit macht frei.’

9R7A1082

We waren in Auschwitz 1, het kleinere deel waar de beruchte poort stond en de huizenblokken van steen waren. Veel van die blokken dienden nu als museum, met aan de muren in het geheim gemaakte foto’s en verhalen van jaren geleden. Achter glas lagen voorwerpen die nooit bij hun rechtmatige eigenaren terug zouden komen: bergen schoenen, brillen, koffers. Babykleertjes. Haren, immense bergen ingevlochten haren die bij binnenkomst werden afgeschoren en verzameld. Zodat ze later ‘een beter doel konden dienen’.

9R7A1073

Joodse vrouwen huilden bij de aanblik van de familienaam op een van de ellenlange lijsten, waarmee een poging werd gedaan al die anonieme slachtoffers hun identiteit terug te geven.

9R7A1095

Na een korte busrit kwamen we bij het tweede deel van Auschwitz. Nog meer dan Auschwitz 1 voelde het als een filmdecor. Ik herkende de houten barakken. Echter, het overgrote deel ervan was verwoest – van de meeste stond alleen nog de schoorsteen overeind. Honderden van die bakstenen pilaren stonden verspreid over het terrein, dat in stukken verdeeld werd door hekken van prikkeldraad. Wat nog meer in het oog sprong was de spoorweg. Onder de wachttoren door kwamen de treinen het kamp in. Aan het einde van de oorlog werd het spoor verlengd, zo vertelde onze gids: tot direct naast de gaskamers.

In mij groeide een gevoel dat het midden hield tussen afschuw en schaamte. Meer dan ooit kon ik me voorstellen hoeveel mensen slachtoffer geworden zijn van deze praktijken en hoe vreselijk die geweest waren. Ook besefte ik hoe goed ik het wel niet had, met het feit dat ik alles kon doen en zeggen wat ik wilde. Die vrijheid is zo vanzelfsprekend dat hij nooit bewust gewaardeerd wordt. Op dat moment deed ik dat zeker wel en vroeg ik me af hoe ik nog kon klagen over iets als drukte op school, of – inderdaad – een oncomfortabele busreis.

Diezelfde vrijheid gaf me de kans om daar in Auschwitz te zijn. Om met eigen ogen te zien wat ik slechts uit boeken en films kende. In tegenstelling tot vele anderen had ik ook de vrijheid er weer weg te gaan.

Aangekomen in het hostel in Kraków, stootte kamergenootje Mienke haar hoofd tegen de scherpe punt van een trapleuning. In eerste instantie leek het niet zo erg, maar ’s avonds bleek het toch gehecht te moeten worden. Een aantal uur zat ze te wachten in een Pools ziekenhuis, terwijl de rest van de groep lol trapte op de kamers. Ik bleef achter met ambivalente gevoelens. Het leek bijna ongepast om het heel leuk te hebben na wat ik vandaag gehoord en gezien had.

Het is goed dat ik er geweest ben. Het was goed me eens te realiseren hoe bevoorrecht ik ben met het leven dat ik kan leiden. Maar met schuldgevoelens zou ik niemand verder helpen. Ook de tijd kon ik er niet mee terugdraaien.

OVER CHOCOLADE-EENDJES EN BELADEN WOORDEN

9R7A0906

Maandag 9 maart 2015

Half zeven, in Berlijn gaat de wekker. Met z’n achten op een kamer slapen is gezellig, maar je wordt zo vroeg wakker als diegene die het eerste wil opstaan. We hadden onze tijd ook wel nodig: om acht uur zouden we vertrekken. Voor die tijd moest de puinhoop nog ingeperkt worden tot het formaat van acht koffers en iedereen wilde nog douchen. Omdat ik van mezelf weet dat ik niet op mijn best ben op de vroege morgen, had ik al wat voorbereidingen getroffen. Mijn wekker stond pas drie kwartier later. Dat is zo’n heerlijk gevoel: langzaam wakker worden, met de gedachte dat het eigenlijk nog niet hoeft.

9R7A0917

En ik werd niet zomaar ergens wakker: we waren in Berlijn!

9R7A0937

(Een deel van) de groep.

9R7A09489R7A0969

We gingen langs een immense chocoladewinkel, waar een donkerbruine Brandenburger Tor in de etalage stond te pronken. Ook hadden ze er chocolade-eendjes – het is immers over een maand al pasen.

9R7A0970

We bezochten een stukje van de muur.

9R7A0979

Ik genoot van de zon – en het feit dat ik daar was, in Berlijn, op een maandagmorgen in maart.

9R7A0996

We bezochten het museum ernaast.

9R7A1002 9R7A1018

Vervolgens gingen we naar het Sony Centre, waar we kaartjes haalden voor de film die we later die avond gingen zien.

9R7A1020

En waar ik nog even wat meer abstracte foto’s maakte, want die had ik nog niet genoeg.

(Het is dat ik hierboven die groepsfoto geplaatst heb, maar anders zou je je waarschijnlijk afvragen of ik ook mensen ben tegengekomen in Berlijn.)

9R7A1043

Met de metro reden we een stuk de stad uit, naar Hohenschönhausen. In deze voormalige Stasi-gevangenis kregen we een rondleiding van een mevrouw die ons halverwege tussen neus en lippen door vertelde zelf ook in deze gevangenis te hebben gezeten. De ondervragingen en isolatietechnieken waar ze vervolgens over sprak, kregen toen wel een andere lading. Haar woorden brachten rillingen in mijn lijf teweeg. Buiten wachtten we buiten op de andere groepen, terwijl de laagstaande zon scherpe schaduwen veroorzaakte op het stenen gebouw.

9R7A1050

We liepen weer richting Sony Centre, maar niet voordat we eerst de Aldi geplunderd hadden alsof we al dagen niets gegeten hadden. Nee, dat viel mee hoor. Maar zo ziet het er nu eenmaal uit wanneer vijftig scholieren tegelijk een supermarkt binnenkomen.

’s Avonds gingen we naar The Imitation Game, over een wiskundige die in de Tweede Wereldoorlog de code kraakte waarin de Duitsers communiceerden. Het is zonder twijfel één van de mooiste films die ik de afgelopen tijd gezien heb. Ik zat er helemaal in; toen de aftiteling in beeld kwam, had ik even tijd nodig om te beseffen waar ik was en waarom. Om deze hele reis hangt natuurlijk een geschiedenissfeertje, dus dat paste ook erg goed.

9R7A0955

Om een uur of elf verlieten we de bioscoop. Niet op weg naar een hostel, maar naar de bus: ons verblijf voor de nacht. Een slaapplek werd het voor mij niet echt – maar daarover later meer.

Ondanks vermoeidheid waren we heel druk. We huppelden langs de Brandenburger Tor en zongen liedjes van Taylor Swift alsof we nooit anders deden. ‘Je hebt verschillende soorten moe,’ legde ik eerder die avond uit aan een docent die mee was. ‘Er is bijvoorbeeld lacherig moe, of irritant moe. Nou, dan kan je beter lacherig moe zijn, toch?’ Hij gaf geen antwoord. ‘Of misschien vindt u dat ook irritant. Dat merkt u dan vanzelf wel.’

OVER HOLOCAUST, HIJSKRANEN EN ZOETROZE WOLKEN

9R7A0713

Zondag 8 maart 2015, 03:53

In de bus hing een gedempt soort enthousiasme. Zachtjes werd er door het gangpad gelopen, de bagagerekken werden gevuld met jassen, tassen vol tijdschriften en eten, proviand voor de lange reis. Fluisterend claimden we onze plaatsen. Het aantal uren dat die nacht geslapen was bleek te variëren – van weinig tot heel weinig, tot nul. De motor startte, we lachten halfslachtig naar de ouders die hun ogen lang genoeg open hadden kunnen houden om hun kroost uit te zwaaien.

We bleven wakker tot het licht werd. Met de zonsopkomst viel de stilte, zelfs achterin de bus. Met kussentjes tegen de ramen geleund vielen we in slaap, de gordijnen tevergeefs dichtgeschoven tegen het felle zonlicht.

9R7A0735

Om half zeven vond de eerste stop plaats. (Slaap)dronken strompelden we van de trap af, om vervolgens een half uur te gaan staan koukleumen onder het blauwige licht van het tankstation. Drie jongens gooiden over met een frisbee, de rest van de groep onderdrukte de neiging het ding de snelweg op te werpen.

9R7A0748

Het landschap veranderde van vlak Nederlands naar heuvelachtig Duits en uiteindelijk Berlijns. Een mix van pastelkleurige Oostblokflats, glazen wolkenkrabbers en enorme, Grieks aandoende bouwwerken. We verkenden de stad eerst met de bus, vervolgens te voet.

9R7A0756 9R7A07689R7A0791

(De meeste mensen maakten foto’s van mooie gebouwen in de laagstaande zon, zo af en toe een selfie. Ik was gefocust op hijskranen. Ieder zijn ding, hè.)

9R7A0824

Via verschillende highlights kwamen we bij het Holocaust monument en museum. Waar ik de stemming eerder zou omschrijven als ‘moe en melig’, was hij nu enigszins bedrukt. We zagen familieverhalen, handgeschreven noodkreten en onvoorstelbaar grote getallen die stonden voor het aantal gestorven mensen.

9R7A0827

Het monument zelf was als een luguber grijs doolhof, waarin je het steeds benauwder kreeg al naargelang je je verder naar het midden verplaatste. De muren werden hoger, de gangen leken smaller en je wist nooit achter welke hoek je iemand tegen ging komen. Telkens was je op je hoede en toch schrok je wanneer het gebeurde.

9R7A0854

Maar het was mooi. Overdag als een tekening van Escher, ’s avonds in sterk contrast met de zoetroze wolken.

9R7A0869

Onder deze suikerspinnenhemel liepen we terug naar het hostel, waar iedereen dankbaar op zijn bedje neerplofte. De kamer was binnen tien minuten al een gezellige puinzooi. Elke horizontaal oppervlak was bedekt met reiskussentjes, zakken lolly’s of chips en make-up. Er was muziek en het rook er naar zoete bodylotion en openstaande koffers vol frisgewassen kleding.

(Nu nog wel.)

Via het openstaande raam kwam de koele avondlucht van Berlijn naar binnen.

9R7A0878

We aten bij een willekeurige Italiaan die bereid was tien, twintig en welja, dertig mensen tegelijk binnen te laten. We proostten op wat een hele mooie week zou worden.

OP REIS

IMG_3846

Het begint al weken van tevoren. Er ontstaan wilde plannen waar niets van komt, maar dat geeft niet. Het gaat om het idee, het plezier dat we hebben over een reis die we in ons hoofd al gemaakt hebben. Het wordt het onderwerp van steeds meer gesprekken, tot we het nergens anders meer over hebben.

Er worden afspraken gemaakt over wat en wanneer en met wie. We krijgen tijdschema’s en paklijsten toegestuurd. Op school gaat alles gewoon door – maar niet voor ons.

‘Nee, meneer, dan zijn we er niet.’

Op de valreep iemand die vraagt of we nou vrijdag- of zaterdagnacht zullen vertrekken.

9R7A0651

Want dat is hoe die dingen gaan.

Een vertrouwde rugzak achter uit de kast vissen, erin nog een spoortje aantreffen van een vorige reis; tussen ondefinieerbare kruimels schittert vijf pence op de bodem.

Kleding inpakken en steeds twijfelen tussen leuk of praktisch, leuk of praktisch. Net zolang zoeken tot ik een gulden middenweg heb gevonden.

Tegen beter weten in mijn ogen maar sluiten. Opstaan wanneer nachtmensen gaan slapen, maar ochtendmensen nog niet wakker zijn. Vertrekken, naar daar waar de zon opkomt.

Op reis.

IMG_1751

Ik ga weer op schoolreis! Ditmaal naar Berlijn, Krakow (Auschwitz) en Dresden. Ik ben heel benieuwd hoe het dit jaar zal zijn. Vermoedelijk niet puur ‘lang leve de lol’ zoals de vorige keer, maar wel indrukwekkend. Ik houd jullie op de hoogte!

DEAR LONDON

9R7A0584

De stad waar  mensen je dear noemen. Of love, of darling. Zonder daar verder iets mee te bedoelen.

IMG_0933

De stad waar je binnen een uurtje bent.

IMG_0932Waar je makkelijk een liter thee per dag drinkt.

9R7A0593

Waar de metro je overal brengt waar je heen wilt.

IMG_0948

(En waar zelfs ik de weg kan vinden – ik hou van die kaarten met enkel streepjes en stipjes.)

9R7A0607

Zoals het Design Museum

9R7A0618

Waar er een tentoonstelling was over Women Fashion Power. Met jurken van allerlei bekende vrouwen, van Lady Di tot Lady Gaga.

IMG_0953

Waar ze de schattigste winkeltjes ooit hebben.

IMG_0956

En de leukste schoenen.

De stad waar ik niet heel veel foto’s maakte, omdat ik vooral bezig was met genieten. Hopelijk geeft dit toch een beetje een beeld!

ANDERS

Curacao 1415

Het einde van het jaar is voor velen het moment om terug te kijken. Naar wat je dat jaar bereikt hebt (of niet), naar hoogtepunten, misschien dieptepunten en in het algemeen de dingen waar je aan wilt denken bij het horen van ‘2014’. Ik ben daar niet zo goed in. De laatste paar dagen heb ik me afgevraagd hoe dat komt en ik denk dat ik het weet.

De laatste twee weken van het jaar zijn anders dan de andere vijftig. Niet ik-hoef-niet-naar-school-anders. Of we-vieren-kerst-en-oud-en-nieuw-anders. Alles-anders-anders.

Het begint al bij het uitstappen uit het vliegtuig. In Nederland zijn er dagen waarop ik het bestaan van de zon in twijfel trek. Dat ik in het donker vertrek en in het donker thuiskom. In de tussentijd is alles grijs. In Curacao lijkt het leven getint met aquarelverf. Helderblauwe lucht, felgroene begroeiing en huizen in pastelkleurig roze en geel.

Alleen hier word ik wakker met het geluid van de zee en de vogels. Salamanders schieten voor mijn voeten weg bij het geluid van klikkende slippers. Drijvend op mijn rug hoor ik beneden me de schelpen tinkelen op het ritme van de golven. Het wit van mijn nagels wordt zo wit als het alleen hier was en alleen hier zal zijn, door het zout van de zee en het bruin op mijn handen.

Mijn gedachtes gaan voornamelijk over basale zaken. ‘Waar gaan we eten vanavond?’, ‘Welk boek zal ik nu gaan lezen?’ ‘Hé, een pelikaan!’ Ik kijk niet verder dan een dag vooruit. En dus ook niet zo veel verder terug.

#274 TORONTO

IMG_3531

‘Waar zit je morgen het vierde uur?’

‘In Canada.’

‘Wat?’

Ik had besloten om het maar niet aan iedereen te vertellen, wat maakte dat ik het zelf nog niet helemaal besefte. Tot het vliegtuig na twee films en drie series daadwerkelijk in Toronto landde.

’s Avonds gingen we eten met familie. Het was een paar jaar geleden dat ik hen voor het laatst zag. Met z’n negenen zaten we aan een lange tafel. De avond werd gevuld met verhalen, van vroeger en van nu. Het eten was heerlijk. Ik genoot.

Pas tien uur was ik in Toronto, maar de reis was al geslaagd.