Voor mij zijn er twee rustige weken aangebroken op school, maar de eindexamenklassen hebben het nog veel beter getroffen. Ik krijg de indruk dat het voor hen een kwestie van uitzitten is. Aangezien ik in één huis woon met een eindexamenkandidaat, kan ik hier een redelijk goed beeld van vormen, lijkt me zo. Ik weet namelijk dat er voor hem geen sprake meer is van huiswerk of overhoringen. Ook aan de activiteitendag die vrijdag plaats zou vinden, hoeft hij geen deel meer te nemen. Nadat vandaag de laatste bel had geklonken, waren alle eindexamenkandidaten dus vrij. Dit vervroegde weekend moest natuurlijk gevierd worden. En zo stond, op een ogenschijnlijk gewone donderdagavond, heel HAVO-5 in de achtertuin.
(Nee, dat is onzin. Het waren een paar vrienden van mijn broer.)
‘Waarom kwam je er niet bij zitten?’ werd me de volgende dag gevraagd. Nou, ten eerste omdat ik die ochtend wél gewoon om half zeven op had moeten staan. Maar vooral omdat ik door de aanwezigen nog altijd word gezien als ‘het zusje van’. Het lieve, brave, leergierige zusje van. En het zou raar zijn als zij opeens op het avondje van haar broer zou opduiken.
Hoewel ik meestal mijn best probeer te doen dit imago van me af te schudden, besloot ik het er nu maar bij te laten. Ik leek het te bevestigen zelfs, door om half tien al naar bed te gaan. Maar van slapen kwam het nog een lange tijd niet. Mijn slaapkamer grenst namelijk aan de achtertuin. En al waren het maar een paar vrienden, ze maakten lawaai voor heel HAVO-5.
Gisteravond vond ik iets leuks. Zoals altijd wanneer dit gebeurt, had ik er eigenlijk geen tijd voor. Of laat ik het zo zeggen: wanneer ik saaie, belangrijke dingen moet doen, ga ik op zoek naar wat afleiding. En dan vind je dus van alles. Dit maal was het een doos met verschillende boekjes: kleine foto-albums, de dummy die ik twee jaar bijhield voor het vak Cultuur en verschillende dagboeken. Met daarin behoorlijk variërende teksten.
‘ 20 september 2005. Lief dagboek. Vandaag was ik naar de dierentuin geweest.’
Maar ook:
’20 september 2008. Lief dagboek. Ik moet echt even wat dingen op een rijtje krijgen.’
Aldus een elfjarige.
Naast deze bundels van mijn dramatische levensverhalen, vond ik ook nog iets anders. Iets wat ik graag met jullie wil delen: mijn agenda uit de brugklas.
Op mijn allereerste dag op de middelbare kreeg ik een agenda. Niet van mijn ouders, maar van school. Deze agenda had een overzichtelijke, witte binnenkant, waardoor de focus zou liggen op datgene waar het om ging: het huiswerk. Hoe anders is dat bij de hysterische agenda’s die je in de winkel kan kopen. Toch wilde ik wél zo’n agenda. Een hele hippe, met kleurtjes, plaatjes, en frutsels. En bovenal één die geen enkele andere brugklasser had. Maar aangezien dat dus niet de bedoeling was, besloot ik mijn creativiteit te gebruiken om mijn agenda toch een beetje uniek te maken. Hoe ik dat deed, zal ik je laten zien.
Kijk, hier begint de hysterie al. Stickers, foto’s, stiften en pennen: alles werd uit de kast getrokken. Net nieuwe vriendinnen werden geacht om op één van deze pagina’s een lieve boodschap achter te laten.
Wanneer we aankomen bij de wekelijkse overzichtspagina’s, zien we twee dingen. 1. Ik was heel ijverig in het noteren van huiswerk. 2. In de brugklas had ik behoorlijk veel tijd. Zoveel tijd, dat ik elke week de bladzijdes van mijn agenda kon versieren met een nieuw thema. Hierboven is het thema ‘Lente’
Thema ‘Herfst’.
Thema ‘We doen een project in Eindhoven en raken daar totaal de weg kwijt’
Thema ‘Oud en Nieuw’
Tekeningetjes van twee inside-jokes die in mijn brugklas gemaakt werden. Ik weet alleen niet meer waarom het zo grappig was.
‘Zet dit met koeienletters in je agenda!’ zei je mentor wel eens. En dan deed je dat.
En als klapper op de vuurpijl: een spiegeltje achterin. Dat had ik in de Fancy gelezen, en dat leek me superhandig.
Ik heb mijn agenda dat jaar in ieder geval erg intensief gebruikt. Dat kan ik nu bepaald niet meer zeggen.
Ik heb minstens honderd rondjes gelopen vandaag. Als het er niet meer zijn. Twee pauzes lang, heen en weer door hal A, samen met Babs. Meestal met de klok mee, soms ertegenin – we moesten natuurlijk niet misselijk worden. De reden voor deze gekkigheid is dat ik deze week schoolwacht heb, een fenomeen dat twee jaar geleden op mijn school geïntroduceerd is. Deze introductie ging gepaard met een uiterst serieuze en uitgebreide uitleg, die ik hier voor de duidelijkheid even zal plaatsen.
De taak van een schoolwacht is het creëren van een schone en veilige omgeving op school. Dit wordt bereikt doordat er elke pauze, op elke pauzeplek, twee schoolwachten aanwezig zijn. Elke vierdeklasser komt een keer aan de beurt. En deze week ben ik dus de lul.
De schoolwachten dragen felblauwe regenjassen waardoor ze goed herkenbaar zijn (en het erg warm krijgen in verband met het broeikaseffect dat plaatsvindt onder al dat plastic). Ze spreken leerlingen aan, met de vraag of ze hun afval op willen ruimen. En dan moet ik mezelf even corrigeren: wat voor afval dan ook. Of het nu van henzelf is, of van iemand anders.
Tijdens de introductie deden we een rollenspel, waarin een situatie werd nagespeeld die je als schoolwacht tegen zou gaan komen. Dit ging als volgt:
Schoolwacht 1: ‘Zou je dat alsjeblieft even op willen ruimen?’
Leerling: ‘Nee.’
Schoolwacht 2: ‘Zou je dat alsjeblieft even op willen ruimen?’
Leerling: ‘Nee.’
Schoolwacht 1: ‘Je hebt nu twee kansen gehad. Dit is je laatste kans. Zou je dat alsjeblieft even op willen ruimen?’
De nadruk wordt gelegd op het woordje ‘kans’. Het opruimen moet niet gezien worden als een verplichting. Nee, de leerling heeft daadwerkelijk de keuze om het wel of niet te doen. (Als je een derde keer ‘nee’ zegt, krijg je een registratieformulier en een twee uur durende strafmiddag. Maar dat terzijde.)
Vandaag heb ik gemerkt dat het er in de realiteit iets anders aan toe gaat. Wanneer ik naar een groepje leerlingen toeloop, zien ze me bijna altijd aankomen – ik ben dan ook moeilijk te missen met zo’n jas aan. Er klinkt een collectieve zucht: ‘Ah, nee hè…’ Ik houd me netjes aan het protocol en vraag aan één van hen: ‘Zou je dat alsjeblieft even op willen ruimen?’ Daarbij wijs ik naar een propje, verpakking, flesje drinken of ander willekeurig object op de vloer. ‘Waarom ik?’ hoor je het slachtoffer denken. (Soms zeggen ze het ook hardop.) Het slachtoffer kijkt vervolgens naar beneden en ziet het afval liggen. Dan kijkt diegene me recht in de ogen. Oeh, als blikken konden doden… Toch rapen ze het op, denkend aan de consequenties als ze het niet zouden doen. Briesend lopen ze richting de prullenbak. ‘Dankjewel!’ zeg ik met een grote glimlach.
Schoolwacht ben je niet voor je lol, en ook mensen aanspreken doe je liever niet. Maar er staan overal conciërges op de loer, die dingen zeggen als ‘Het mag wat actiever!’ of ‘Wees maar goed streng!’ Daarnaast ben je na tien keer ‘Ik zie, ik zie’ gespeeld te hebben, wel weer toe aan wat spanning en sensatie. Dus kies je toch maar iemand uit. Diegene ziet jou als verantwoordelijke voor zijn ellendige lot: iets opruimen. Iets wat vies is en bovendien nóóit van hem. Op deze manier ontstaat er een ‘ik pak jou nog wel’-houding, met alle gevolgen van dien.
Volgens mij heeft schoolwacht de school zeker schoner gemaakt. Maar veiliger…
Ik moest meer kleur gaan dragen, besloot ik even geleden. Ik weet het: een schokkende uitspraak voor iemand die vaak genoeg compleet in het zwart gekleed gaat. Iemand die zegt dat je nooit genoeg zwarte jurkjes in je kast kan hebben. Maar soms ben ik bang dat ik er zelf ook een beetje zwartgallig van wordt. Bovendien: nu de zon steeds vaker schijnt, is zwart absoluut niet handig vanwege het hitte-absorberend vermogen. Het werd dus tijd om kleur te bekennen.
Kwam het even goed uit dat ik gisteren met mama naar Antwerpen ging. Ook ditmaal niet per se om culturele activiteiten te ondernemen. Wel slaagde ik in mijn missie: ik kwam thuis met jurkjes, vestjes, printjes. En alles in kleur.
(Oké, het jurkje dat je rechts ziet is deels zwart. En misschien heb ik ook wel een paar zwarte ballerina’s gekocht. Maar die had ik echt nodig.)
Nu kan ik een lange tijd genieten van het plezier dat nieuwe kleren biedt: eindeloos veel nieuwe combinaties kunnen maken. Vandaag ging ik voor een fijn shirt en nieuwe schoenen. Maar wel met een zwarte broek. Ik moet het natuurlijk rustig afbouwen.
Vandaag was een dag van binnenpretjes. ’s Ochtends fietste ik naar school en hoorde ik iemand fluiten – een vette ‘fjietfjieuw’. Ik keek over mijn schouder en zag een man op een dak staan, een dakpan in zijn ene hand. De andere stak hij op. Hij zwaaide.
Ik denk niet dat het de gewenste reactie was, maar ik schoot keihard in de lach.
Weer thuis leerde ik Franse woordjes. De staking, de traan, de vrijlating, de kus. En toen: de pindakaas.
Vond ik ook weer erg grappig.
Ook was er ‘un annuaire’. Vertaling: een thematisch zoeksysteem op internet. (Ook wel Google, maar dat zou te makkelijk zijn, natuurlijk.) Vervolgens kwam ik tot de ontdekking dat ik nog behoorlijk veel moest doen in behoorlijk weinig tijd. Dat het dus nog een lange avond zou worden. En toen was het even klaar met de binnenpretjes.