Ik ben beland in een soort paradijsje. Wat ik daaronder versta? Een plek aan het water met palmbomen en witte gebouwtjes. De hele dag op blote voeten rond lopen, kanoën, eerst tussen waterplanten, dan langs vele kleine bounty eilandjes en dan met alleen de blauwe zee als uitzicht. Ons huisje wordt omringd door steigers, waar je heerlijk op kunt zitten terwijl je voeten in het water bungelen. Zo spendeerde ik mijn middag dan ook ongeveer. Er gebeurt hier verder niet veel: er dobberen wat bootjes in de zee, minisalamanders schieten de struiken in. Mart en ik speelden schaak met het bord dat op de steiger stond. Ik zal er niet te ver over uitweiden, maar in het vervolg ga ik dammen. (‘Milou, je moet wel zéggen dat je me schaakmat hebt gezet, anders telt het niet.’ En maar denken dat ik goed bezig was, met mijn pokerface…) ’s Avonds zag ik een prachtige zonsondergang vanaf het strand, met palmbomen boven me en mijn blote voeten in het zand. Zoals ik al zei: een paradijsje. De weg hier naartoe zag er overigens niet zo paradijslijk uit, met vele diners, motels die hun glorie verloren hadden. Daarnaast regende het hard, de ruitenwissers maakten overuren. Maar toen sloegen we een klein hoekje om en begon de zon te schijnen. Ik wil hier niet meer weg.
Tag: Zonsondergang
#40 NOT BAD EITHER
Weer een reisdag, maar deze keer met het vliegtuig in plaats van met de auto. Ik heb al behoorlijk vaak gevlogen, maar in Amerika zijn er toch twee dingen anders. Namelijk dat 1. alle douanemensen hier heel chagrijnig zijn. Het lijkt wel alsof ze daarop uitgekozen worden. Ze praten bijna allemaal behoorlijk mompelig, waardoor ik niet versta wat ze zeggen. En dan moet ik dus kiezen: of vragen ‘I’m sorry, what did you say?’ en dan een chagrijnige blik krijgen. Of op de gok een handeling uitvoeren (een stap naar links, zakken leegmaken, handen omhoog, een pirouette draaien), wat altijd het verkeerde blijkt te zijn, natuurlijk. Wat resulteert in nog meer gemompel. Puntje 2 is dat je je schoenen uit moet doen bij de douane. Een erg lachwekkend gezicht, kan ik je vertellen. Iedereen op kousen en met z’n broek op zijn knieën – riemen moeten natuurlijk ook af. Na dit proces verliep de vlucht prima. Blijkbaar zijn we door onweer heen gevlogen, ‘met bliksemflitsen en alles erbij’, maar gelukkig werd mij dat pas verteld nadat we weer veilig geland waren op Miami Airport. Al had het misschien wel een mooie foto opgeleverd. Dan maar de view vanaf onze hotelkamer. Ook niet verkeerd.
#36 CITY SUNSET
Vandaag was alweer de laatste échte dag in New York. Morgenochtend pakken we de spullen in (dit wordt nog een redelijke opgave, denk ik…) en rijden we met de auto naar Washington. Aan de ene kant heb ik het gevoel dat we hier al weken zijn en dat ik de stad door en door ken. Ik weet dat je hier niet hoeft te wachten tot het stoplicht aangeeft dat je mag oversteken – wanneer de weg vrij is, ga je gewoon. Ik kan inmiddels heel nonchalant een taxi aanhouden. Ik ben al op een paar hot & happening places geweest. Elke ochtend geeft de buurman zijn stoepje water voor wat verkoeling. De avenues zijn lang en de streets kort. En dit wist ik al, maar toch: je kan hier geweldig shoppen (de reden waarom het inpakken van mijn koffer lastig zal worden). Ik voel me hier al een beetje thuis dus, maar anderzijds is de tijd hier omgevlogen. Ik zou nog langer willen blijven, meer dingen zien. Na het avondeten vanavond wilden de heren terug naar het hotel. Mama en ik besloten door te gaan naar Times Square. We waren er al even doorheen gereden, maar ik vond dat ik het ’s avonds ook meegemaakt moest hebben. Het plein werd verlicht door de ondergaande zon en de vele knipperende reclameborden. De New Yorkse drukte is op deze plek denk ik op z’n hoogtepunt. Ik keek mijn ogen uit en knipte er op los met mijn camera. Na een tijdje begonnen we een beetje te smelten (het is hier warm!) en toch ook wel moe te worden. Op naar het hotel dus, voor de laatste nacht in the city that never sleeps.


