zee

Er zijn bosmensen, bergmensen en zeemensen. Ik ben dat laatste – alleen al de zoute geur stemt me behoorlijk tevreden. In het najaar was ik aan het daten met een jongen die niet van de zee hield. Dat was snel klaar.

(Grapje.)

De zee kende me op m’n best. Blootvoets, ontspannen, dobberend op mijn rug of met een boek in de hand. Dit jaar was het anders.

Ik was regelmatig op het strand, op zoek naar het gevoel dat alles goed was. Ik kon het lang niet altijd vinden – zelfs daar niet. De zee zag me in allerlei toestanden en was zelf de grote constante – Noordwijk, Bloemendaal, Cadzand, Scheveningen. Het maakte altijd wel iets beter, de vanzelfsprekendheid van eb en vloed, de grootheid en eenheid van het water, maar vaak was het niet genoeg om te vergeten wat er achter de duinen bestond. Niet genoeg om op te wegen tegen alles wat niet meer zeker was.

Dat ik me nooit alleen hoefde te voelen. Dat ik kon gaan en staan waar ik wilde, wanneer en tot hoe laat. Dat ik plannen durfde te maken. Dat die plannen door zouden gaan en ik daarnaar uit durfde te kijken. Dat ik niet hoefde te kiezen tussen verstandig en samen zijn. Dat mijn ouders niets zou overkomen – al liepen ze naast me langs de vloedlijn, nog twijfelde ik eraan. Dat ik wist wat goed voor me was. Dat ik geen gevaar voor anderen zou zijn. Dat anderen geen gevaar waren voor mij, al helemaal niet degenen die ik liefhad. Dat mijn lichaam me de waarheid vertelde, dat ik die zelf kon verifiëren zonder tussenkomst van een externe partij met een wattenstaaf.

Op de laatste dag van maart daagde de zee me uit. Het was opeens boven de twintig graden. Het water was dat niet. Samen met mijn broer liep ik erheen, mijn kleren liet ik achter op het harde zand. Ik ging erin, eruit, toch erin. Hoofd onder water – een schok door mijn lijf, een herstart van mijn adem.

Een paar weken later was ik er opnieuw, ditmaal met mijn huisgenoten. We hadden een voetbal mee, een frisbee, een vlieger. Het was weer kouder, toch deden we onze schoenen uit. Met mijn voeten in het zand besefte ik dat ik van de zee niets meer hoefde – ik genoot enkel, zoals vroeger.

Het was geen makkelijk jaar, voor vrijwel iedereen denk ik, zo ook voor mij. Ik wilde er graag nog iets over schrijven, maar het was nog te dichtbij. Dat je dit nu kan lezen betekent dus dat het al veel beter gaat. Ik ben sinds februari klaar met mijn scriptie en nu een half jaar vrij. Ik ben druk aan het schrijven, maar niets wat meteen de wereld in gaat. Dat komt vast later! Voor nu veel liefs van mij.

#158 SHORE

IMG_2326

De dag begon al vroeg, maar het was het waard.

(Bovendien kon ik in de auto verder slapen.)

We reden door de regen naar Knokke. Relatief dichtbij, maar het voelde heel ver weg. Vanwege de mensen die soms Frans spreken, misschien. Of vanwege de zon die, eenmaal daar, wel scheen. Of vanwege de zoute wind die rook naar de zee. Ik wist het niet zeker maar dat was niet erg. Het was gewoon fijn.

We reden verder. De auto was warm en ik at aardbeien die mijn handen plakkerig maakten. Toen we in Cadzand aankwamen, waren er vele kroontjes uit het raam verdwenen.

Er was nog meer zand, nog meer zon en nog meer blauwe lucht. Er waren mijn voeten die schrokken van het koude water. Er was een blote man één strand verderop. Ik was rozig en ontspannen en blij. Er was een terugreis, en ik viel weer in slaap.

En er waren nog veel meer foto’s, dus scroll vooral even verder!

IMG_2331 IMG_2334 IMG_2336 IMG_2337 IMG_2357IMG_2327

#49 I COULD GET USED TO THIS

IMG_3100

Het begint misschien te vervelen, mijn verhalen over mijn tijd hier op Islamorada. De dagen zien er namelijk allemaal redelijk vergelijkbaar uit. Zwemmen, zonnen, boekje lezen… Oké, dat riedeltje heb ik echt al wel tien keer herhaald, denk ik. Wat deze dag anders maakte dan de anderen was de verjaardag van papa. En wat voor een verjaardag: hij werd vijftig. (Mannen vinden het niet erg als je hun leeftijd vertelt, toch? Pap?) We gingen nog een keer op kanotocht, daarna ging de relax-modus weer aan.  Mart en ik gaven aan het eind van de middag (ondanks het lekkere weer) toe aan onze nieuwe verslaving: de serie New Girl. Het is behoorlijk vreemd, de helft van de dingen die gebeuren slaan helemaal nergens op, maar het is zo grappig. Daarnaast was het sowieso wel fijn om even niet buiten te zijn, aangezien ik dan snel in een roze garnaaltje zou veranderen. De dag eindigde weer op het strand, met lekker eten en live muziek op de achtergrond. Hier kan ik wel aan wennen. In theorie dan. In de praktijk gaan we morgen weer naar huis.

#41LAZY DAY(S)

IMG_6869

Tijdens de eerste anderhalve week van de vakantie hebben we behoorlijk veel gedaan. Kilometers gelopen, veel dingen bezocht, bekeken en in ons opgenomen. Heel leuk allemaal, maar vakantie is er ook om soms even niets te hoeven. Daarom besloten we van de eerste dag in Miami maar meteen een hele luie te maken. Op een ligbedje op het strand, onder een parasolletje, een boek in één dag uitlezen, gewoon, omdat het kan. Helemaal rozig worden van de zon, de zee en de zoute wind. Op je rug in het water dobberen, je haar in in touw zien veranderen (maar dat maakt niets uit, dat is hip tegenwoordig. Beachy waves, noemen ze dat. Oké!) Ergens in de middag vertrok ik met een roze hoofd richting het hotel. (Ja, dat rozige kan je ook letterlijk nemen. Wanneer ik me niet insmeer wordt ik rood, wanneer ik dat wel doe wordt ik niet bruin. Ik blijf niet wit. Nee, ik wordt roze.) Lekker het zand uit mijn haren en tussen mijn tenen vandaan spoelen onder een koude douche. (Nee, dat is niet waar. Een frisse douche. Of lauw. Zo’n diehard ben ik nou ook weer niet.) ’s Avonds een beetje slenteren, beetje eten en dan lekker naar bed, heerlijk slapen. En dan waarschijnlijk morgen weer.