#9 SUIT & TIE

IMG_8638

 

‘Kan jij even pakken?’ riep ik richting Marts kamer. Geen antwoord, de telefoon rinkelde door. ‘Mart!’ snel rende ik twee trappen op, greep naar de telefoon… Net te laat. ‘Jeetje, je kan toch wel even de telefoon opnemen?’ ‘Nee, we zijn bezig!’ ‘Ja, met wat dan? FIFA?’ Ik opende de deur, en trof twee jongens aan, kijkend naar een stappenplan op een laptop en ondertussen klungelend met hun stropdassen. Ik glimlachte. Het had iets liefs, twee van die grote jongens, bezig mannen te worden. Maar duidelijk nog nooit eerder een stropdas gestrikt. Voor alles is er een eerste keer. Het verliep niet geheel soepel. ‘Die plaatjes zijn ook helemaal niet duidelijk.’ Ik waagde een poging, volgde het – in mijn ogen – toch behoorlijk duidelijke stappenplan en eindigde met een redelijk geslaagd resultaat. Al weet ik dat zij het straks, na aankomende gala’s, studentenlevens en de vele stropdassen die daarvoor gestrikt moeten worden, zeker beter zullen kunnen. Maar tot die tijd wil ik het best voor ze doen.

#8 SHOOT, SHIT & SWANS

IMG_8608

Acht januari was een dag waarop ik foto’s maakte. ‘No shit, dat doe je elke dag’, zou je nu kunnen denken. Maar het lag dit maal toch iets anders. Behalve deze foto voor mijzelf, maakte ik ook foto’s voor een ander. Vriendin Valerie en ik besloten gisteren dat we snel eens elkaars outfits moesten fotograferen. ‘Ja, want je moet vaker outfits plaatsen, want die zijn zo leuk!’ Valerie heeft zelf ook een blog en kon wel een fotografe gebruiken. Dan viel er ook nog eens een blokuur gym uit, en was er opeens tijd om deze shoot plaats te laten vinden. En zo werd dit dus een dag waarop ik model stond. Beetje awkward, als je een statief en afstandsbediening gewend bent als enige gezelschap. Daarnaast was er werkelijk shit aanwezig, en wel onder de zool van mijn schoen. Het nadeel van buiten foto’s maken – het werd me meteen pijnlijk duidelijk. Aan de andere kant: langs mijn kamerraam komen er geen witte zwanen drijven terwijl ik bezig ben.

#5 PINK ELEPHANT

IMG_4560

Over een dikke week ben ik jarig, en ik heb geen idee wat ik moet vragen. (Ja, wat een heerlijk luxeprobleem.) ‘Maar, serieus, kan je echt niks bedenken?’ hoor ik van familie en vrienden. ‘Nou, eigenlijk wil ik wel een roze olifant,’ zeg ik dan, bij wijze van grapje. (Hoewel… Sommige mensen nemen het erg serieus. Eén keer heb ik er echt een gekregen. Een klein, roze houten olifantje. Hoe diegene het gevonden heeft is me nog steeds een raadsel.) Gisteren kwam ik er ook een tegen, zelfs op ware grote. Denk ik tenminste, ik heb er nog nooit direct naast één gestaan. Bovendien, dieren willen nog wel eens groter uitvallen dan ik van tevoren verwacht had. Zo ging ik eens koeknuffelen… Maar dat is eigenlijk een heel ander verhaal. Terug naar die roze olifant. Ik deed nog een korte poging om er op te klimmen, maar staakte die snel. ‘Misschien had je beter een broek aan kunnen trekken.’ Oeps. Nou ja, heeft vast niemand gezien. En die olifant houdt z’n mond wel.

#3 A HOUSE OR A HOME

IMG_8555

Hier is een huis een plek, omringd door muren en met een dak erboven, of in ieder geval iets dat de regen tegenhoudt. Er is een brievenbus en een huisnummer. Tenslotte is er een deur – ramen zijn, zoals je ziet, niet noodzakelijk. Dan de dingen die je huis tot een fijne plek maken: een tv, een koelkast en airconditioning. Familie om een feest mee te vieren, muziek, eten. Je hond die voor de deur ligt te slapen. Dat het dak bijna uit elkaar valt van de roest, de klimplanten je huis overwoekeren, en dat die auto al tien jaar functioneert als bloempot in de voortuin… Dat maakt niet uit. Het geeft de plek toch ook een bepaalde sfeer. Het maakt van een huis, je thuis.

#1 STARDUST

IMG_8502

 

Oudejaarsavond op Curaçao ging, zoals altijd, gepaard met een hoop lawaai. Het woord ‘rotje’ klinkt, door de verkleining waarin het eindigt, veel te schattig voor al het buskruit dat hier afgeschoten wordt. Een soort bommen zijn het, die je voelt in je buik en waarvan de knallen echo’s achterlaten. Mijn familie is er dol op, maar ik vind het toch altijd nog een beetje eng, dat geknal zo rond mijn blote enkels. Je weet tenslotte nooit uit welk donker steegje er zomaar één of andere bom geworpen kan worden, door een eng mannetje (of door een brutaal jongetje van vijf, net zo makkelijk). Daarnaast ben ik ook niet erg overtuigd van mijn eigen vuurwerkskills. De eerste keer dat ik iets liet knallen, vloog er direct erna een bosje in brand. Daar zal ik nooit meer helemaal overheen komen, vrees ik. Ik hield me dus ver van het geweld wat mijn broer allemaal afstak, maar had wel een paar tolletjes die, na ze met een sierlijk boogje gegooid te hebben, wat pirouettes draaiden, vervolgens een schattig gilletje slaakten en gracieus de lucht in vlogen. Een soort barbievuurwerk, ook (of misschien vooral) vanwege de knalroze kleur. Nadat we onze eigen vuurwerkshow hadden afgesloten, reden we naar de stad. Op de brug was het weer ouderwets druk. De studenten hosten heen en weer, de toeristen wisten niet waar ze kijken moesten en de gezinnen hadden zich al om een uur of negen geïnstalleerd, inclusief tuinsets en koelboxen, om maar een goed plaatsje te krijgen. Om twaalf uur klonk er een luid ‘Bon aña!’ en begon het siervuurwerk. Vlak voordat we de brug verlieten schoot er plots nog een serie omhoog.  De laatste restjes vuurwerk zweefden als een soort sterrenstof door de zwarte lucht. Dag 1 van de 365 was vastgelegd – het jaar kon beginnen.