Tag: Project 365
#85 MISPLACED MIRROR
Van de zomer werd het huis van buiten geschilderd, deze week is de binnenkant aan de beurt. Het grootste deel van de dag zit ik op school en merk ik er niets van. Wanneer ik thuiskom staat de boel lichtelijk ondersteboven en hoor ik een bepaalde schilder af en toe heel hard meezingen met Skyradio. Ook tref ik op willekeurige plaatsen in het huis spiegels aan – waarschijnlijk omdat ze ergens anders in de weg stonden. Vaak zorgt dit voor een verassend effect – de huis-tuin-en-keukenvariant van de optische illusie.
#82 CHAOS
Ik denk dat het voor iedereen een korte nacht geweest was. Niet hebben kunnen slapen vanwege enthousiaste drukte of überhaupt pas om vijf uur je bed in gedoken na een dolle avond stappen. Dat verschilde per persoon. Maar iedereen was moe.Toch was ik om twaalf uur weer present op school. Niet meer om te spelen, helaas. Nee, vandaag gingen we het toneeljaar afronden met een evaluatie en een laatste gezamenlijke lunch. Maar eerst, niet geheel overbodig: opruimen.
Dit protestdoek hing er nog van de vorige avond. Het opschrift was pijnlijk kloppend. Wat een puinhoop. Ten eerste: spullen overal. Hoeden, tassen, kleding, schoenen en sieraden. Lampen, kabels, steigers en microfoons. Stoelen en tafels op hopen in de gang. En natuurlijk – daar zijn ze weer – hoopjes gesmolten raketijs. De andere groep gebruikte van die schuimzoenen in hun stuk. Om de één of andere reden waren ze door het hele gebouw op de vloer te vinden.
(Ik gok iets met een achtervolging, schuim in haren, op gezichten… En op de vloer, dus.)
(Oh ja, nog een tip: mocht je er ooit een laten vallen: meteen opruimen. Anders worden ze helemaal hard en taai en… bah.)
We ruimden het klaslokaal weer in. We hadden er negen keer ons stukje gespeeld, en het was echt een beetje ‘ons’ lokaaltje geworden. We lieten nog een boodschap achter voor de wiskundedocent die het als zijn lokaal beschouwde, en trokken de deur achter ons dicht.
Vervolgens was er taart. Wel drie, zelfs. Iemand had er met slagroom ‘Fuck’ (taart 1) ‘you’ (taart 2) ‘!’ (taart 3) op gespoten. Niets persoonlijks – gewoon een flauwe inside-joke van onze toneelgroep. Zoals we er waarschijnlijk wel meer zullen maken, als we elkaar straks in de gangen tegenkomen. In deze week heb ik weer gemerkt hoe leuk ons clubje is. Ik zal het missen. Maar aan de andere kant zijn er zo veel redenen om te zeggen: ‘Volgend jaar weer.’
#81 FINAL
Als de eerste voorstelling de première heet, noem ik de laatste de finale. En die speelden we vandaag. Het werd de avond die we met de hele groep begonnen om gezamenlijk te eten. (‘Hé, maar jongens, we hebben helemaal geen tafels.’) In een kring, met pizzadozen op schoot. Ik maakte een hoop filmpjes, want we hadden genoeg tijd. We hoefden niets meer te oefenen of herhalen – vanavond gingen we alleen maar genieten. Ik wilde op mijn allerbest spelen, er was tenslotte geen volgende keer meer.
Het werd de avond waarop er tijdens de ijzige stilte die wij als spelers veroorzaakten, iemand in het publiek een boer liet. Wat ik eigenlijk heel grappig vond, maar dat kon ik natuurlijk niet laten merken op dat moment. Ik wist dat mijn vriendinnen in de zaal zaten terwijl ik ze niet eens kon zien. Maar ik hoorde hen zo hard lachen dat het al snel duidelijk was. Ook was het de avond van met je voet in een emmer water gaan staan, van het tiende paar nepwimpers opplakken (ik mag mezelf inmiddels een pro noemen. En dat na één week, die begon zonder enige wimper-ervaring). De avond van in de coulissen je lach inhouden, van dansen op het feest en de avond waarop ik wel tien keer dacht: ‘Oh ja, dit is de laatste keer.’ Maar het dan nog steeds niet helemaal beseffen.
#79 FIRST
Het publiek stroomde langzaam binnen. Ze kletsten, zochten een plekje. Bekeken de zaal. Bekeken ons. ‘Ons’ betekent hier twintig leerlingen die deelnemen aan het schooltoneel. Die zich hebben opgesteld voor het raamkozijn. Ze lachen. Omdat ze weten wat het publiek te wachten staat. En vooral ook omdat het publiek dat zelf nog niet weet.
Ik ben één van die leerlingen. De zaallichten doven, in mijn hoofd tel ik tot tien. Dan begin ik te lopen, heel langzaam. (Deels omdat dat moet, deels omdat ik als de dood ben om te vallen door de hoge hakken die ik draag.) Midden op het toneel blijf ik staan. Ik wacht. Kijk nog een keer veelbetekenend de zaal in. En ik begin.
‘Kijk.’
Dat was mijn eerste zin. ‘Kijk.’ Wat er volgt, is een stuk genaamd ‘Het moest maar eens gezegd worden’. En dat geeft eigenlijk behoorlijk goed weer wat er constant in gebeurt. Er worden dingen gezegd over zaken uit de maatschappij. Zaken waar wij het niet mee eens zijn. We komen in opstand tegen de volwassenen. Vervolgens nemen we hen mee naar het heden, het verleden en de toekomst om hen drie lessen te leren.
Onder het mom ‘het is ons feestje’, laten we het publiek zich constant verplaatsen, van lokaal naar lokaal. (Om diezelfde reden is de school gehuld in rook, liggen de gangen vol met tafels en stoelen en hangen er spandoeken voor de deuren.) Als de zoemer gaat is de les afgelopen en mogen de mensen even pauze houden. Of buitenspelen, als het weer het toelaat.
In die tijd moeten wij als een malle ons lokaal terugbrengen naar de originele staat. Dat houdt in: waterijsjes van de vloer halen, al het gesmolten ijs opdweilen, tientallen euro-biljetten bijeen rapen, de lippenstift van je mond (en soms neus) afboenen en zorgen dat je je eigen props weer bij elkaar hebt voor wanneer de volgende ‘klas’ komt. Ondertussen worden er dingen gezegd als ‘Ik ben een heel stuk vergeten te zeggen!’, ‘Oh god, dat was leraar X net, hij keek me heel raar aan!’ ‘Wie heeft mijn hakken kwijtgemaakt?’ ‘
‘Sssht, ze komen eraan!’
En dan gingen we weer. Drie keer op een avond, plus een gezamenlijke begin- en eindscène. Vanavond was de première, voor een uitverkochte zaal. We schreeuwden, renden, dansten en gaven alles wat we hadden, twee uur lang. Tenslotte bevestigde het applaus mijn vermoedens: het was goed gegaan.
En ik had ervan genoten. Van de voorbereidingen, van het wachten met een zenuwkriebel in mijn buik, van het enthousiasme van de groep. Van het spelen zelf, natuurlijk. En zelfs van het feit dat ik absoluut niet kon slapen die nacht, vanwege de aanwezige adrenaline. Maar dat maakte me dus niets uit – het was om een goede reden.
#78 DRESS REHEARSAL
Deze dag begon met een heuse transformatie. Of ja – deze toneeldag. Het deel daarvoor heb ik eigenlijk niet erg bewust meegemaakt – te moe. Terug naar die make-over – de nepwimpers in het bijzonder: het is niet zo moeilijk als beweerd wordt. Ik dacht dat ik er minstens een half uur mee bezig zou zijn, maar binnen tien minuutjes was het gefixt. Gewoon lekker veel lijm gebruiken, dan blijft het allemaal stevig zitten. En het maakt niet uit als je daarmee knoeit, het droogt toch transparant op. Wel uitkijken dat je je oog niet dichtplakt. Want ja, dat kan gebeuren, weet ik inmiddels.
Wat ik wel gemerkt heb – maar nog nooit van wie dan ook gehoord: wat krijg je een arrogante kop van die dingen! Jeetje, ik schrok af en toe echt van mezelf. Eén opgetrokken wenkbrauw was al genoeg om met mijn blik te kunnen doden. En in combinatie met een kort, omhoog kruipend rokje op de fiets zag ik eruit alsof ik ook nog aan het werk moest ná de voorstelling.
Eenmaal op school aangekomen werden de laatste wijzigingen doorgevoerd, en was het vervolgens tijd voor de generale. Compleet met make-up, hoge hakken en glitterjurk – het was net echt. En het ging goed, in tegenstelling tot wat ik eigenlijk verwachtte. Ons stuk steekt logistiek gezien nogal ingewikkeld in elkaar, namelijk.
Ik ging één keer onderuit. Maar dan ook letterlijk. Vandaar mijn volgende advies voor jullie: bestrooi nooit een linoleum vloer met briefgeld. Je zal erover uitglijden – of dat geld nou echt of nep is.
(Nep, in ons geval. Maar wel redelijk realistisch geprint, wat even later illegaal bleek te zijn.)
Ook zag ik de stukken van de andere twee groepen. Fijn was dat: even zitten en alles over me heen laten komen. Gewoon kijken wat er zou gebeuren in plaats van al drie stappen vooruit te moeten denken. Voor één keer publiek zijn in plaats van speler. Ik heb gelachen, en wat ik zag veraste me – op een hele positieve manier. Het was allemaal goed, allemaal leuk, en allemaal totaal verschillend.
Toen was het opruimen. Afschminken. En naar bed.
En dan morgen echt.
#77 SHINE
#76 STRESS
Tot nu toe was toneel altijd alleen maar leuk, maar nu kwamen die voorstellingen toch echt behoorlijk dichtbij. En dus was er stress. Kwijtgeraakte spullen, teksten en mensen, scènes die werden omgegooid en de logistiek die moest worden geregeld. Maar we kwamen eruit.
Een heel klein beetje stress nog terwijl we naar buiten liepen – ik had wéér geen foto gemaakt.
‘Jongens, willen jullie heel even zo blijven staan?’
Opgelost.
#75 START (+ SORRY)
Een week lang spelen. Een week lang teksten, uitdrukkingen, scènes, repetities, licht, geluid. Een week lang ‘nog één keer herhalen’, niet kunnen slapen want het is allemaal veel te leuk. Niet een week lang zenuwen – die komen pas vlak voor de eerste uitvoering. Wel een week lang lachen, schreeuwen, zingen, dansen. Een week lang toneel, en die begon vandaag.
We maakten er een goede start van. Het was een dag waarop allerlei stukjes bij elkaar kwamen, en dat gaf een goed gevoel. Want het paste.
(Gelukkig maar.)
Bovendien was het de dag waarop we voor het eerst voor publiek speelden. Dat was weer een interessante ervaring, na een half jaar of tegen mijn regisseuse, of tegen een muur aan te hebben gepraat. Ik was weer even vergeten dat zoiets best spannend was. Zeker gezien het feit dat we speelden in een klaslokaal, onder het niets verhullende licht van tl-buizen. En gezien de dingen die we moeten doen.
Het stuk gaat namelijk deels over de zeven zonden. Om te beginnen met… Lust. Wat betekent dat ik loop op hoge hakken, schud met mijn haren, zwoel kijk en op een super sexy manier een cocktail drink.
(HAHAHAHA zie je het voor je?
Nee, ik ook niet.)
En dan sta je tegenover de regisseurs en mensen van de techniek, die doen alsof ze een echt publiek zijn. En dan denk je, ja voor wie sta ik hier nou eigenlijk verleidelijk te doen? Maar goed, straks zitten mijn familie en docenten in de zaal. Het wordt er niet beter op.
Er werd gelachen, dat wel. Dat is fijn, hoor. (Nou hebben we tijdens een hoop scenes wel keiharde muziek aanstaan, dus als het helemaal stil blijft valt het in ieder geval niet op.) Alleen nog hopen dat het publiek straks eenzelfde gevoel voor humor heeft.
Tegen zevenen waren we klaar. Ik besefte: zo’n hele dag spelen doet iets met mij. Ik kan het niet helemaal omschrijven. Enerzijds leef ik heel erg in het moment: wat moet ik nu doen, nu zeggen, hoe moet ik nu kijken? Aan de andere kant gaat het allemaal in een soort waas voorbij. Dat ik, vlak voordat ik het schoolgebouw verlaat, denk: ‘Oh ja, nu ga ik naar huis. Jeetje, dat is er ook nog allemaal.’ Oh ja, ik heb ook nog een écht leven. Daar komt het eigenlijk op neer.
Ik ga helemaal op in alle drama, geloof ik.
(En sorry voor wéér zo’n foto. Ik kon het niet laten. En stiekem was ik ook vergeten om een andere te maken.)









