#180 FAKE MESS

DSC00065

Ik probeer vaak dingen vast te leggen zoals ze juist niet zijn. Want zoals het is, ken je het al. Ik kom dichterbij, kies een ongebruikelijke hoek of uitsnede en probeer zo een origineel en verassend beeld te creëren. Dat is voor mij fotografie. Soms hoef je hiervoor alleen maar je ogen open te houden en kom je zomaar iets tegen. (Een roze olifant, of vier meisjes in witte tutu’s.)  Maar het kan ook zijn dat ik niets fotogenieks tegenkom gedurende mijn dag. En dan moet je het lot een handje helpen. Dit hierboven is dus gestileerde rommel. Voor de foto. Want de echte rommel had ik al opgeruimd. En dat wilde ik jullie eigenlijk ook niet aandoen.

#179 HOW ARE YOU?

DSC00060

Als iemand vraagt hoe het gaat, zeg je meestal ‘goed’. Toch? Ik in ieder geval wel. Omdat het daadwerkelijk goed gaat, of omdat ik geen zin heb om uit te leggen waarom het niet goed gaat.

(En soms omdat het diegene waarschijnlijk toch geen reet kan schelen.)

Maar sommige ‘hoe gaat het’s’ zijn niet met één woord te beantwoorden. De vraag gaat dan gepaard met een indringende blik die zegt: ‘Waag het niet om enkel het sociaal wenselijke antwoord te geven.’

Naar aanleiding van wat ik eerder vertelde, wordt de vraag vaak aan mij gesteld. In mijn poging om hier voortaan eerlijk in te zijn, vertel ik dat dan. Soms zijn het geen leuke verhalen. Want er zijn momenten waarop ik er toch even doorheen zit. Het verschil is dat ik het nu uitspreek, het wat beter kan relativeren en daardoor niet meer in zo’n negatieve spiraal terechtkom.

Vanuit diezelfde eerlijkheid kan ik zeggen dat het heel vaak wél goed gaat. Ik doe het rustig aan. Dat voelt nog wat onwennig, omdat ik dat niet vaak doe en het mezelf nu eindelijk eens toesta. Maar ik probeer ervan te genieten. En dat lukt me best goed.

De zorgen die ik alsmaar liet groeien in mijn hoofd, maken plaats voor fijne gedachten, over dingen waar ik blij van wordt. Ze waren er altijd al, die dingen, maar het lukte me vaak niet om ze te zien. Dat vind ik wel verdrietig, frustrerend soms ook. Dat ik zoveel mag en kan, maar dat ik daar niet altijd van heb kunnen genieten. ‘Zonde’ is het juiste woord. Aan de andere kant heeft het geen zin om er op die manier op terug te kijken. Ik kan er niets meer aan doen, en er me schuldig over voelen zou alleen maar in de weg staan bij datgene waar ik naar streef: weer ongecompliceerd blij zijn. Met mezelf, met hoe het is. Want ik ben verdorie pas zestien – veel te jong om me zorgen te maken. Zeker als die nergens voor nodig zijn.

Er zijn een paar dingen die ik hiervan geleerd heb.

1. Ik kan niet alles zelf oplossen. En dat hoeft ook niet.

2. Praat. Het helpt. Wees eerlijk tegen anderen, maar vooral ook tegen jezelf.

3. Ik heb een heleboel lieve mensen om me heen. Die willen weten hoe het écht met me gaat. Die ik kan vertrouwen, die me de ruimte geven. En af een toe een schop onder mijn kont. Want naast mensen die luisteren en advies geven, ben ik ook blij met hen die gewoon eens zeggen: ‘Meid, maak je niet druk.’

#177 TO FAINT OR NOT TO FAINT

DSC00041

Ik zweer je dat ik niet zenuwachtig was. Dat kan ik echt in alle eerlijkheid zeggen. Daarnaast zal ik eerlijk zeggen dat ik het ook niet per se leuk vond, die drie inentingen. Maar het zou vast wel meevallen en bovendien was het voor een goed doel: de vakantie naar Indonesië. Ik ging dus rustig zitten. Ik kreeg drie prikjes, drie pleistertjes, en klaar – niets aan de hand.

Dacht ik.

Ik moest namelijk nog even wachten tot de rest van de familie ook aan de beurt was geweest. Dat duurde zo’n vijf minuutjes. Vervolgens werden er nog wat dingen overlegd. En vanaf dat moment begon ik me een beetje raar te voelen. De kamer werd alsmaar waziger en de geluiden leken steeds verder weg. ‘Ja, ja, Milou,’ dacht ik, ‘stel je niet aan. Als je dat maar hard genoeg denkt, ga je het je inderdaad inbeelden.’

‘Kan het kloppen dat ik een beetje duizelig ben?’ vroeg ik, toen we aanstalten maakten om te gaan. Zelfs mijn eigen stem klonk vreemd. De verpleegster keek mijn kant uit. Blijkbaar had ook zij het idee dat ik de auto niet zou gaan halen. ‘Ho, kom maar hier!’ zei ze, waarna ze me vastgreep. Net op tijd.

Dus daar lag ik dan, met mijn benen omhoog op de behandeltafel. Het lichte gevoel in mijn hoofd maakte me lacherig – ik stelde me voor dat het zo zou voelen om high te zijn. Dus hoe je het ook wilt stellen, ik was sowieso een ervaring rijker.

#175 HOME ALONE PART II

IMG_6142

Alleen thuis zijn vergt wat zelfkennis. Ik weet dat ik minstens een kwartier te lang in bed blijf liggen, als niemand me vertelt dat ik dat niet moet doen. Ik besloot ’s avonds maar vast te ontbijten. Dat scheelt toch weer.

Nee, hoor. Ik maakte het alleen klaar. Daar won ik geen vijftien minuten mee. Maar, zo weet ik met een moeder die me wakker maakt en een vader die mijn fiets buiten zet: op de vroege ochtend helpen alle kleine beetjes.

#173 TOO LITTLE/LOTS OF TIME

IMG_2507

De houding van middelbare scholieren is rond deze tijd van het jaar (lees: bijna zomervakantie) te vergelijken met deze boeken: futloos en onderuitgezakt. Leerlingen nemen elkaar mee in hun val, want gezeur werkt aanstekelijk. Ze willen niet meer leren, niet meer werken. Maar het moet – is het niet van henzelf, dan wel van ouders of docenten. Strijders noemen zij zich.

(Na de strijd zijn ze misschien gesneuvelden. De tijd zal het leren.)

Die tijd is ook het probleem. Het teveel aan tijd zorgt voor een uitzichtloze situatie, waarin het nog eindeloos duurt voordat ze eindelijk vrij zijn. Anderzijds is er te weinig tijd. Te weinig om alles te begrijpen wat begrepen moet worden. En het ook nog allemaal te onthouden.

Sinds kort weet ik dat wanhopig zijn in deze situatie een keuze is. De andere optie: je doet gewoon een beetje rustig aan. Maakt een realistische planning, let eens op in de les. Niet te veel zeuren. En dan zijn die laatste twee weken zo voorbij.