BED

Bed

Ik bevind me op een eilandje dat Bed heet. De populatie is er laag en alles is er wit: van het dekbedlandschap tot de zakdoekenbegroeiing. Een enkele oplader kronkelt over de vlakte. Ergens op het eiland bevindt zich een afstandsbediening, al laat die zich maar zelden zien. Zo nu en dan meert er iemand aan met een kop thee of een boterham met hagelslag.

De uren verstrijken zonder dat ze een noemenswaardige invulling hebben gekregen. Aanvankelijk vond ik dat niet zo erg en keek ik met een serene glimlach naar Dora the Explorer, de AbCruncher XP52934 op TellSell en wel ja, nog een herhaling van The Bold and the Beautiful. Maar nu vind ik het wel weer mooi geweest – ik kan duizend dingen bedenken die ik liever zou doen. Feit blijft dat wanneer ik ook maar iets van dat lijstje probeer te realiseren, blijkt dat het geen zin heeft. Mijn hoofd is vol en leeg tegelijk, beide van het verkeerde soort.

Dus zucht ik nog eens diep en laat ik me weer achterover zakken in mijn kussens.

Bed1

(Zie hier links de andere helft van de populatie.)

#229 AND THEN WHAT

IMG_0007

Ik had een zinvolle maar ook vrij heftige ochtend achter de rug. Om kwart voor drie kwam ik thuis – gapend. Ik was moe.

‘Dan ga je toch even in bed liggen?’ luidde mama’s advies. Zoals het een goede puber betaamt, nam ik het niet direct aan.

‘Dan voel ik me zo… Lui.’

‘Ja, en dan?’

Daar had ze een punt. Want wat dan? Zou iemand me ongelooflijk missen, die twee uurtjes? Lagen er nog stapels werk op me te wachten? Had ik eigenlijk andere verplichtingen? Nee, nee, en nee.

Op de laatste vakantiedinsdag lag ik tussen vier en zes in bed. Nu kon het nog.

#67 YOUR OWN BED

IMG_9809

 

Carmen en ik brachten een hele week samen door, maar we waren elkaar nog lang niet zat. De dag na de thuiskomst appten we nog wat heen en weer. In eerste instantie omdat ik haar wilde laten weten dat ik een oogschaduw van haar had gevonden in mijn toilettas. (Niet expres. Echt niet.) Haar paspoort bleek ook nog bij ons te zijn. Vervolgens kletsten we nog wat na. De ‘ik vond het supers’ werden heen en weer verzonden. ‘Maar ik ben wel blij dat ik weer op mijn eigen kussen kan slapen.’ zei Carmen. Je eigen bed is het allerfijnste, dat vind ik ook. Maar mijn kussen? Daar hecht ik geen waarde aan. Mijn bed ligt er vol mee, dat wel. Maar eigenlijk puur voor de sier. Vlak voordat ik mijn ogen sluit werp ik ze allemaal van mijn bed af, om er de volgende ochtend over te struikelen als ik uit mijn bed strompel en mijn ogen nog niet gewend zijn aan het donker. (Het licht aandoen is niet echt een optie. Te fel.) Maar vandaag werd ik wakker door het ochtendlicht, waarna ik me nog een keer om kon draaien. Wel vaker, zelfs. Zaterdagochtend in mijn eigen bed. Heerlijk.

#60 SHIFT AND STYLE

IMG_3146

Vandaag stond in het teken van een kleine verbouwing, namelijk die in mijn kamer. Ik wilde mijn bed naar beneden hebben. Het stond eerst op een soort zoldertje van ongeveer een meter hoog. Mijn kamer is niet extreem groot, dus een creatieve indeling was vereist. Het bij jullie misschien bekende ‘fotomuurtje’ (de zwarte muur waarvoor ik outfitfoto’s maak) moest natuurlijk vrij blijven. (‘Ik vind het wel een beetje een handelsmerk.’ aldus mama.’) Na even meten en schetsen waren we eruit. Schuiven maar. Bureaus en kasten waren vlug verplaatst, maar toen kwam het serieuze werk: mijn bed moest naar beneden, zo’n tweeënhalve meter via een ijzeren ladder. Gelukkig hadden we twee erkende verhuizers tot onze beschikking (a.k.a. Mart en vriend), met iets meer spierballen dan ikzelf. Het bed kwam veilig beneden, maar laten we hopen dat het nooit meer naar boven hoeft. Vervolgens iets waar geen testosteron bij nodig was: het inrichten van de kamer. Ik herschikte mijn plankjes en groepeerde mijn frutseltjes tot alles naar wens was. Er moet nog een stuk van mijn bureau afgezaagd worden (dit klinkt dramatischer dan het is), een spiegel opgehangen en ik ga kijken of ik mijn vader zo gek kan krijgen om de televisiekabel zo om te leggen dat ik vanuit mijn bed kan kijken (dus dan weet je dat die vraag komt, pap). Maar voor nu was het helemaal prima. Tevreden plofte ik neer op mijn bed. Ik weet dat dit het voor de meeste mensen heel normaal is, zo normaal dat ze het waarschijnlijk nooit doen. Maar aangezien ik vier jaar lang op een soort zoldertje heb geslapen (wat heel knus was maar betekende dat ik niet op mijn bed ging chillen/springen/leren/een film kijken op een regenachtig moment) voelt mijn kamer nu als een soort hotel, waar je op bed kan zitten met je laptop, al is het midden op de dag. Een klein verschil met een echte hotelkamer: mijn bed wordt niet opgemaakt door een onzichtbare schoonmaakster, dat zal ik toch echt zelf moeten doen. En dat is dan weer een verschil met mijn vorige slaapplaats: vanwege de hoogte hoefde ik mijn bed niet op te maken (van mezelf) – ik was toch de enige die het zag.