#208 ALL THAT GLITTERS AIN’T GOLD

DSC00411

Java was uitgestorven toen we vertrokken. De wegen waren besneeuwd met wit papier. ‘Firecrackers’, sprak de bestuurder van het busje, ‘vanwege het einde van de ramadan.’ Die mensen moeten wel de hele nacht fire hebben staan cracken, bedacht ik me, of gewoon dozen vol papiersnippers hebben opgeblazen: op sommige plaatsen was de straat nauwelijks nog te zien. De uitdrukking ‘geen kip op de weg’ was wel en niet toepasselijk: vrijwel niemand te bekennen, afgezien van een paar kippen. In Dubai wachtte ons een groot contrast. Wolkenkrabbers in plaats van huisjes. Geen rijstvelden, maar watervallen, fonteinen en aquaria. Geen scooters maar ferrari’s, niet vasten maar eten. Geen regenwoud maar felgroene grasvelden, midden in de woestijn.

Djokjazilver maakte plaats voor klatergoud.

#206 MARKETPLACE

DSC00375

Weet je wat ik bedoel wanneer ik zeg: de plekken waar je volgens de reisgidsen absoluut niet moet gaan eten? Waar rauw vlees in de buitenlucht ligt, de vliegen vrij spel hebben en je van driekwart van de dingen überhaupt geen idee hebt wat het eigenlijk is? Precies op die plek was ik vandaag.

Ik zeg niet dat je niet op dat soort plekken zou moeten komen. Integendeel juist: ik heb mijn ogen uitgekeken. Het was de laatste dag van de ramadan. Voor de mensen van Java betekende dat nog één dag niet eten tot zonsondergang, maar wel alvast inkopen doen voor het feest dat zou volgen. Ik vergelijk het maar met Kerstmis: waar heel Nederland met volgestouwde winkelwagens door de supermarkt loopt, liepen hier mensen met levende kippen onder hun arm, manden vol met groenten en plastic zakken gevuld met… Ja, dat kan ik eigenlijk niet met zekerheid zeggen.

Het was buitengewoon druk. Eerst manoeuvreerden we tussen de gebruikelijke verkeerssituatie door: scooters, scooters, scooters, vervolgens een heleboel voetgangers en geparkeerde fietstaxi’s, met daarin achteroverleunende chauffeurs die wachtten op klanten. De rand van de markt werd gevormd door mensen op kleden. Het werkte eigenlijk zoals de vrijmarkt op koningsdag: leg je kleedje op een leuke plek, spreid je spullen uit en je hebt je winkel voor een dag. Sommigen hadden een parasol of paraplu om zichzelf te beschermen tegen de zon, en eventueel ook hun handelswaar, die kon variëren van vuurwerk tot hete pepers.

We baanden ons tussen mensen door, waarbij ik me soms afvroeg of het wel daadwerkelijk een doorgang was, of dat ik eigenlijk midden in iemands ‘winkel’ stond. Het was lastig te zeggen. Wat wel meteen heel duidelijk was: we vielen nogal op. Mensen lachten naar mij en mijn camera, er werd gewezen en er werden zelfs foto’s van ons gemaakt. Ach, weet ik ook eens hoe het voelt. De kleden bleken geen onderdeel van de echte markt – die was binnen. Of ‘binnen’, eigenlijk, want het was gewoon een soort afdak, met daaronder een donker doolhof van kraampjes en gangetjes. Het aanbod was enorm: hoofddoeken, kleding, groenten, fruit, baksels, vlees. Ik heb nog nooit zoveel kippen bij elkaar gezien, dood of levend (maar voornamelijk dood, kaalgeplukt op flinke stapels, met ernaast de verwijderde hoofden en ingewanden). Vuurwerk, speelgoed, dranken, huishoudspullen, ingeblikt eten en had ik al kippen gezegd?

Er waren veel vrouwen. Ze vlochten mandjes van bananenbladeren, rolden deegballetjes of ontdeden ananas van hun schil. Ze waren zo geroutineerd, zo standvastig en soms ook zo oud, dat ik me afvroeg of ze ooit wel van hun plek kwamen. Sommigen bewogen enkel hun handen. Ik ontsmette die van mij.

#205 BOROBUDUR

IMG_2796

Het was nog donker en het was nog nacht. Kleine zaklampen verlichtten de weg naar boven, zodat we niet zouden struikelen over de net-te-hoge-traptreden. Dat was expres gedaan, aldus onze gids, Meneer Han. Zo zou je heel bewust de top bereiken. ‘Je komt tenslotte niet zomaar in Nirwana,’ sprak hij. We kwamen voor zonsopgang, maar die vond helaas achter de wolken plaats. Het werd langzaam licht. Te langzaam om het te zien, snel genoeg om het te merken. De contouren van de Borobudur staken steeds duidelijker af tegen de mistige lucht.

De Borobudur is een boeddhistisch heiligdom, dat eeuwen verborgen heeft gelegen onder de as van een nabijgelegen vulkaan en de begroeiing van het Javaanse landschap. In 1814 is het herontdekt. Vanochtend beklommen we de negen etages, die de boeddhistische kosmos vertegenwoordigen. Boven was het stil, hoewel er behoorlijk wat mensen waren. Alsof er was afgesproken om enkel te fluisteren. Het luidste geluid kwam van de vogels. Ze lieten zich eerst horen en daarna zien: kleine, zwarte zwaluwen die in razend tempo tussen de klokken door manoeuvreerden. Met de stad werd ik wakker. Het verkeer kwam op gang, en wij begonnen aan de afdaling, langs vele reliëfs in het steen – langs de honderden verhalen van de Borobudur.

#204 BATIK & SILVER

IMG_2743

Na een weekje strand in Seminyak, was het in de Borobudur weer tijd voor wat culturele activiteiten. We moesten eerst even langs de supermarkt, wat een bezienswaardigheid op zich was. (Sowieso, supermarkten in het buitenland zijn leuk. Het geeft een zo non-toeristisch mogelijk inkijkje in de levenswijze van de plaatselijke bevolking.) Ten eerste leek het meer op een IKEA dan op een supermarkt: torenhoge stellingen met daarin stapels en stapels kartonnen dozen. Het leek wel een magazijn, en even later bleek dat ook te kloppen – naast supermarkt was het ook een soort distributiecentrum voor alle mensen met een ‘supermarkt aan huis’. Zij kochten daar groot in, om het vervolgens in hun eigen winkeltjes weer door te verkopen.

De officiële excursie van vandaag was echter niet de supermarkt, maar een batik- en zilverwerkplaats in Jokjakarta. Het waren beiden kleinschalige werkplaatsen, waar een stuk of twintig man op hun dooie gemakje bezig was, niet gehinderd door de vier toeristen die opeens binnenkwamen. Ik weet dat het mij op mijn zenuwen zou werken, hoor. En al helemaal met zo’n soort bezigheid. Zowel bij het maken van batik stoffen als het bewerken van djokja zilver bleek veel precisie te komen kijken. Een vaste hand en vingers gemaakt voor details, dat waren twee cruciale benodigdheden. Daaruit vloeiden zilveren sieraden voort, zilveren bestek en zelfs hele boten vervaardigd uit zilver. (‘Bijzonder’, ‘apart’ of ‘speciaal’, zou ik het noemen.) Zijde werd voorzien van eindeloze laagjes was en verf, door immer geduldige handen.

#202 NO, THANK YOU

365202

23 juli, Seminyak Beach

‘Hellooo! Would you like to buy sunglasses?’

‘No, thank you.’

‘How are you?’

‘Fine, thank you.’

‘Are you on a holiday? Where are you from?’

‘Yes, I am. I’m from Holland. The Netherlands.’

‘Ahh, Holland. Kijken, kijken, niet kopen, eh! Are you enjoying your holiday? The weather is nice, right?’

‘Yeah, absolutely. I love the sun.’

‘Ah, okay. Good, good.’

‘So… Would you like to buy sunglasses?’

‘No, thank you.’

#201 SEA CEREMONY

DSC00286

Tijdens een strandwandeling kan je hier van alles tegenkomen. Rondzwervende honden, verkopers van kettingen/vliegers/zonnebrillen, schelpen, verloren teenslippers en… uitvaartceremonies, zo bleek vandaag.

We liepen er recht tegenaan. In eerste instantie was het mij nog niet helemaal duidelijk wat er ging plaatsvinden. Er stond een flinke groep mensen bij elkaar in het zand, allen gekleed in mooie kleuren. Ik kon niet horen of zien wat ze deden. Samenzijn, denk ik. Na een tijdje viel de kring uiteen. Vervolgens gebeurde het allemaal heel vlug. Zeven mannen liepen de zee in en verstrooiden de as, samen met talloze offers. De rest keek toe met opgehesen rokken, de enkels net in het water. De as verspreidde zich als een zwarte vlek in de branding, de mensen verlieten de zee. Langs de weg stonden meerdere pick-ups en een vrachtwagen, waarin nog eens tien man zat te wachten in de laadbak. De anderen klommen achterin de pick-ups en reden weg, terwijl de golven het strand overspoelden met bloemen.

#200 OFFERINGS

IMG_2723

Wanneer ze er altijd al waren en er altijd zullen zijn, blijft de schoonheid van kleine dingen vaak onopgemerkt. Voor de mensen op Bali behoren de offers die ze maken tot de orde van de dag. Bananenbladeren worden tot een mandje gevouwen, waar vervolgens bloemen ingelegd worden. Dan een stokje wierook, en tenslotte extra’s naar keuze – van een zakje sojasaus tot mentos. (Waar deze keuze van afhankelijk is, heb ik nog niet ontdekt. Geld? Generatie? Of neemt men gewoon wat er voorhanden is?) Dit alles resulteert in een kleurig offer op handpalmformaat, waar duidelijk veel tijd aan besteed is. Maar vervolgens wordt het ergens neergelegd, en niet meer naar omgekeken. Niet zelden liggen de offertjes gewoon op straat, waar ze achteloos worden vertrapt of overreden.

Vandaag kwam ik het schattigste offer ooit tegen. Het zag er een beetje geïmproviseerd uit, maar juist dat maakte het zo lief. En hoewel de offers voor de goden zijn, wilde ik het toch graag vastleggen. Om even de aandacht te vestigen op de schoonheid van kleine dingen.