In tegenstelling tot mijn 40-minutenleersysteem, werkt mijn ‘schrijf-alles-op-want-dan-onthoud-je-het-systeem’ nog niet zo denderend.
Categorie: Fotografie
#302 FLOCK
Elke dag is een goede dag om een camera bij me te dragen, maar vandaag in het bijzonder. Zonder waarschuwing vlogen ze over. Honderden tegelijk, de stille avondschemering vullend met een lichtvoetig gefluit. Ze cirkelden afwisselend boven het water en de bomen, in vijf vlagen na elkaar. Zwermen kruisten elkaar in de lichtblauwe lucht, met de maan op de achtergrond. Over de route bestond geen twijfel. Op dat moment was het mooi. Maar misschien nog wel mooier: op deze goede dag om een camera bij me te dragen, was dat ook daadwerkelijk het geval.
#301 THUMBHOLE
#300 NEW METHOD
Terwijl ik nog steeds het gevoel heb dat de zomervakantie pas twee weken voorbij is, bevind ik me toch alweer op een kwart van het schooljaar. Dat schiet lekker op, zou je zeggen. En dat is ook zo. Maar het betekent ook dat de testweek met rasse schreden nadert. Sterker nog: over vier dagen is het al zover. Ondanks de vier jaar aan ervaring waar ik me inmiddels op kan beroepen, blijft het een enigszins hectische periode voor mij. Hoewel ik heb geleerd soms tevreden te zijn met een zeven of zelfs een zes, zijn de hogere cijfers nog steeds mijn streven. Dat betekent dat ik het snap, en dat vind ik een fijne gedachte.
Telkens neem ik me voor om tijdens de gewone schoolweken al wat te leren of samenvatten, maar daar komt het gewoon niet van. Er is namelijk altijd gewoon huiswerk, in te leveren projecten of mijn eigen leven dat ik op dat moment belangrijker vindt. En dan komt het dus aan op die laatste dagen. Het is niet zo dat ik dan van nul af aan moet beginnen – met een beetje opletten tijdens de les kan al een hoop bereikt worden, en zelfs in de vijfde klas ben ik nog vrij braaf in het maken van mijn huiswerk. (Meestal.) Maar het leren van de feiten en het snappen van alle onderliggende verbanden en logica, moet toch kort van tevoren nog gebeuren. And that kind of freaks me out sometimes.
Het is zo veel dat ik soms het overzicht kwijtraak. Dan liggen de boeken voor het ene vak voor me, maar ben ik met mijn gedachten alleen maar bij alle andere dingen die ik nog moet doen, leren, snappen en kunnen. Overbodig te zeggen dat dit niet erg bevorderlijk is voor de concentratie. En zo ben ik dus een hele dag kwijt aan studeren, met achteraf toch het gevoel dat ik niet genoeg gedaan heb. Waar de meeste middelbare scholieren tot in den treure moeten worden aangespoord eindelijk eens te beginnen met leren, wordt tegen mij gezegd dat ik ermee moet stoppen voor die dag.
Aangezien ik bezig ben meer rust en vrolijkheid in mijn leven te krijgen, moest ook mijn studiemethode op de schop. Ik kreeg de tip lijstjes te maken met wat ik moest doen, plus de tijd die ik ermee bezig zou zijn. Precies, net als in de brugklas. En dan de timer zetten zodat ik me er ook echt aan zou houden. Na een tijdje experimenteren met wat het beste werkte voor mij, ben ik uitgekomen op blokjes van veertig minuten. Daarin doe ik dan één vak. Zo kan ik veertig minuten studeren zonder afgeleid te raken – daar is tenslotte geen tijd voor. Ook als het niet lukt (en ik normaal de neiging zou hebben iets even heel hard door de kamer te gooien), kan ik daar nu beter mee omgaan. Ik mag mezelf veertig minuten kapot ergeren omdat ik het niet snap, maar dan is het klaar. Streep erdoor, volgende vak! Heel bevredigend is dat. Nu nog hopen dat mijn cijfers dat ook zullen zijn.
#299 EXPRESSIONS
‘Maak drie portretfoto’s waarin je gezichtsuitdrukkingen laat zien die overeenkomen met cliché gezichtsuitdrukkingen uit soap-series.’
Dus dat deed ik. Al mijn foto’s waren wazig – mijn afstandsbediening is kapot en mijn inschattingsvermogen niet erg valide, blijkbaar. Toch nam ik er genoegen mee. Mijn tijd kon ik wel beter gebruiken en zoals altijd geldt: het is maar CKV.
#298 LAME EXCUSE
Op tijd op school komen is voor mij eigenlijk nooit een probleem geweest. In de eerste klas fietste ik met twintig andere enthousiaste bruggers naar school. We moesten regelmatig stoppen omdat er weer eens een zware boekentas van de bagagedrager gedonderd was, maar door het recordtempo dat we aanhielden kwamen we toch standaard een kwartier te vroeg. Nu, vier jaar later, fiets ik meestal met één vriendin, soms alleen. Eenmaal op school heb ik zo’n vijf minuten de tijd om mijn spullen in mijn kluisje te dumpen en vervolgens richting mijn les te gaan. Er is dus niet veel speling, maar die is ook nooit nodig geweest. Tot vandaag.
Alle jeugd uit het dorp waar ik woon is na de basisschool genoodzaakt hun opleiding elders voort te zetten. In de meeste gevallen is dat Eindhoven. Vanaf half acht ’s ochtends trekt er dan ook een hele stoet pubers op de fiets het dorp uit. Allen moeten zij het kanaal over via een brug. Het ding staat natuurlijk altijd open op dagen dat je tóch al bijna te laat ging komen. Toen ik er vandaag aankwam dacht ik dat dit ook nu het geval was. Al een paar honderd meter van tevoren stonden de auto’s stil en vlak voor de brug wachtten tientallen scholieren tot de slagbomen opengingen. Dat ze dat het komende uur zeker niet zouden gaan doen, had ik nog niet in de gaten.
Toen er een busje met ‘werkzaamheden’ erop verscheen, werd het snel duidelijk: het ding deed het niet. Best vervelend, aangezien die brug eigenlijk de enige manier is om vanuit het dorp richting de stad te komen. Dat wil zeggen, mocht je geen zin hebben om om te rijden via dorp nummer twee of het industrieterrein. En dat heb je niet, want de tocht wordt sowieso met twintig minuten verlengd. Toch waren de meeste mensen zo slim om meteen maar om te rijden, in plaats van te wachten tot het euvel verholpen was.
Desalniettemin was ‘het hele dorp’ te laat. Terwijl de les al een kwartier begonnen was, kwam ik binnenvallen, mijn jas nog aan en mijn tas bomvol boeken. Nou ken ik mijn docenten na vier jaar wel een beetje, en wist ik dat ik bij deze betreffende persoon niet te laat gemeld zou worden, mits ik een goed verhaal had – of het nou verzonnen was of niet. Beetje jammer dat ik moest aankomen met de meest afgezaagde smoes ooit: de brug was kapot. En het was nog waar ook.
#297 LINEAR
#296 SHRED
#295 EYE/LEAF
#294 PORTRAITS
Vrijdagmiddag, kwart voor vijf, station Eindhoven. Ik spreek een wat oudere man aan.
‘Hallo, mag ik u misschien iets vragen?’
‘Dat mag.’
Tijdens dit antwoord wordt zijn slechte gebit zichtbaar. Zijn grijze, korte haar steekt af tegen zijn getinte huid. Hij draagt een lange, nette jas en voor hem ligt een bergje met plastic tassen.
‘Ik ben bezig met het maken van een documentaire, met als vraag: ‘Wat maakt je tot wie je bent?”
‘Hoezo weet je niet wie je bent? Je bent een meisje, een puber, een scholier.’
‘Nou, het gaat er niet om wie ík ben, het is meer een algemene vraag. En ik ben daarvoor mensen aan het filmen in de stad. Als een soort portret, maar dan bewegend. En nu vroeg ik me af: zou ik u misschien vast mogen leggen?’
‘Nee. Maar mijn hond wel.’
Geen hond te bekennen.
‘Maar die heeft u nu niet bij zich.’
‘Oh, jawel.’
De man graaide in de berg die aan zijn voeten lag en jawel: er kwam een hondentas onder vandaan. Met één hand greep hij er een klein beest uit.
‘Ik denk dat ik daar niet zoveel aan heb, eerlijk gezegd. De documentaire gaat namelijk over mensen, niet over honden.’
‘Maar dit is geen hond – dit is een chihuahua!’
(Ik zweer toch dat hij net zei dat hij een hond bij zich had.)
‘Alsnog denk ik…’
‘Ja, weet je, ik ben een BE’er.’
‘Sorry, ik weet niet wat dat inhoudt.’
‘Een Bekende Eindhovenaar.’
Ik bekeek hem nog eens goed, maar ik kende hem niet.
‘Oh, oké…’
Wat hij hiermee wilde zeggen was me niet helemaal duidelijk, maar het leek me beter dat niet te zeggen.
‘Dus wat doe je nou? Zit je op school?’
‘Ja, ik zit in de vijfde klas.’
‘Van wat?’
‘Het VWO.’
‘Oh, dus je gaat studeren neem ik aan.’
‘Dat is wel het plan, ja.’
‘En wat dan?’
‘Ik weet het nog niet zeker. Het liefst iets creatiefs, kunst- of filmacademie – als ik word toegelaten.’
‘Ja, dat is allemaal onzin, slechte baankansen, vreselijk. Noem eens een echte studie.’
‘Nou, in mijn ogen zijn dat echte studies. Maar ik overweeg ook Industrial Design, of misschien filosofie.’
‘Ja, kijk, filosofie. Daar houd ik nou van. Ik ben namelijk zelf een artiest, begrijp je. Maar nu moet ik gaan, ik moet mijn bus halen.’
Je kan je voorstellen dat ik enigszins verward achterbleef.
Gelukkig reageerde verder vrijwel iedereen positief op mijn vraag. De eerste paar keer was ik nogal zenuwachtig om hem te stellen, dat wel. En daarom was het zo fijn dat Mienke ook vandaag mijn partner in crime was. Ze kwam met goede ideeën en hielp met het dragen van alle spullen waarvan ik besloten had dat ze écht mee moesten. Maar vooral gaf ze me steeds een zetje in de goede richting. Wie gaan we aanspreken? Die mevrouw daar. Hop, hop, gewoon doen. En dan deed ik het. En daar werd ik dan weer blij van – zeker bij het zien van het resultaat op mijn laptop. Met een constante glimlach bewerkte ik de beelden. En dan is dit nog maar het begin.
En omdat ik het niet kan laten: een klein voorproefje. Waarvan weet ik zelf nog niet precies – het is een proces met momenteel nog behoorlijk wat wazig gedoe. Maar dat komt vast wel.










