#205 BOROBUDUR

IMG_2796

Het was nog donker en het was nog nacht. Kleine zaklampen verlichtten de weg naar boven, zodat we niet zouden struikelen over de net-te-hoge-traptreden. Dat was expres gedaan, aldus onze gids, Meneer Han. Zo zou je heel bewust de top bereiken. ‘Je komt tenslotte niet zomaar in Nirwana,’ sprak hij. We kwamen voor zonsopgang, maar die vond helaas achter de wolken plaats. Het werd langzaam licht. Te langzaam om het te zien, snel genoeg om het te merken. De contouren van de Borobudur staken steeds duidelijker af tegen de mistige lucht.

De Borobudur is een boeddhistisch heiligdom, dat eeuwen verborgen heeft gelegen onder de as van een nabijgelegen vulkaan en de begroeiing van het Javaanse landschap. In 1814 is het herontdekt. Vanochtend beklommen we de negen etages, die de boeddhistische kosmos vertegenwoordigen. Boven was het stil, hoewel er behoorlijk wat mensen waren. Alsof er was afgesproken om enkel te fluisteren. Het luidste geluid kwam van de vogels. Ze lieten zich eerst horen en daarna zien: kleine, zwarte zwaluwen die in razend tempo tussen de klokken door manoeuvreerden. Met de stad werd ik wakker. Het verkeer kwam op gang, en wij begonnen aan de afdaling, langs vele reliëfs in het steen – langs de honderden verhalen van de Borobudur.

#204 BATIK & SILVER

IMG_2743

Na een weekje strand in Seminyak, was het in de Borobudur weer tijd voor wat culturele activiteiten. We moesten eerst even langs de supermarkt, wat een bezienswaardigheid op zich was. (Sowieso, supermarkten in het buitenland zijn leuk. Het geeft een zo non-toeristisch mogelijk inkijkje in de levenswijze van de plaatselijke bevolking.) Ten eerste leek het meer op een IKEA dan op een supermarkt: torenhoge stellingen met daarin stapels en stapels kartonnen dozen. Het leek wel een magazijn, en even later bleek dat ook te kloppen – naast supermarkt was het ook een soort distributiecentrum voor alle mensen met een ‘supermarkt aan huis’. Zij kochten daar groot in, om het vervolgens in hun eigen winkeltjes weer door te verkopen.

De officiële excursie van vandaag was echter niet de supermarkt, maar een batik- en zilverwerkplaats in Jokjakarta. Het waren beiden kleinschalige werkplaatsen, waar een stuk of twintig man op hun dooie gemakje bezig was, niet gehinderd door de vier toeristen die opeens binnenkwamen. Ik weet dat het mij op mijn zenuwen zou werken, hoor. En al helemaal met zo’n soort bezigheid. Zowel bij het maken van batik stoffen als het bewerken van djokja zilver bleek veel precisie te komen kijken. Een vaste hand en vingers gemaakt voor details, dat waren twee cruciale benodigdheden. Daaruit vloeiden zilveren sieraden voort, zilveren bestek en zelfs hele boten vervaardigd uit zilver. (‘Bijzonder’, ‘apart’ of ‘speciaal’, zou ik het noemen.) Zijde werd voorzien van eindeloze laagjes was en verf, door immer geduldige handen.

#202 NO, THANK YOU

365202

23 juli, Seminyak Beach

‘Hellooo! Would you like to buy sunglasses?’

‘No, thank you.’

‘How are you?’

‘Fine, thank you.’

‘Are you on a holiday? Where are you from?’

‘Yes, I am. I’m from Holland. The Netherlands.’

‘Ahh, Holland. Kijken, kijken, niet kopen, eh! Are you enjoying your holiday? The weather is nice, right?’

‘Yeah, absolutely. I love the sun.’

‘Ah, okay. Good, good.’

‘So… Would you like to buy sunglasses?’

‘No, thank you.’

#201 SEA CEREMONY

DSC00286

Tijdens een strandwandeling kan je hier van alles tegenkomen. Rondzwervende honden, verkopers van kettingen/vliegers/zonnebrillen, schelpen, verloren teenslippers en… uitvaartceremonies, zo bleek vandaag.

We liepen er recht tegenaan. In eerste instantie was het mij nog niet helemaal duidelijk wat er ging plaatsvinden. Er stond een flinke groep mensen bij elkaar in het zand, allen gekleed in mooie kleuren. Ik kon niet horen of zien wat ze deden. Samenzijn, denk ik. Na een tijdje viel de kring uiteen. Vervolgens gebeurde het allemaal heel vlug. Zeven mannen liepen de zee in en verstrooiden de as, samen met talloze offers. De rest keek toe met opgehesen rokken, de enkels net in het water. De as verspreidde zich als een zwarte vlek in de branding, de mensen verlieten de zee. Langs de weg stonden meerdere pick-ups en een vrachtwagen, waarin nog eens tien man zat te wachten in de laadbak. De anderen klommen achterin de pick-ups en reden weg, terwijl de golven het strand overspoelden met bloemen.

#200 OFFERINGS

IMG_2723

Wanneer ze er altijd al waren en er altijd zullen zijn, blijft de schoonheid van kleine dingen vaak onopgemerkt. Voor de mensen op Bali behoren de offers die ze maken tot de orde van de dag. Bananenbladeren worden tot een mandje gevouwen, waar vervolgens bloemen ingelegd worden. Dan een stokje wierook, en tenslotte extra’s naar keuze – van een zakje sojasaus tot mentos. (Waar deze keuze van afhankelijk is, heb ik nog niet ontdekt. Geld? Generatie? Of neemt men gewoon wat er voorhanden is?) Dit alles resulteert in een kleurig offer op handpalmformaat, waar duidelijk veel tijd aan besteed is. Maar vervolgens wordt het ergens neergelegd, en niet meer naar omgekeken. Niet zelden liggen de offertjes gewoon op straat, waar ze achteloos worden vertrapt of overreden.

Vandaag kwam ik het schattigste offer ooit tegen. Het zag er een beetje geïmproviseerd uit, maar juist dat maakte het zo lief. En hoewel de offers voor de goden zijn, wilde ik het toch graag vastleggen. Om even de aandacht te vestigen op de schoonheid van kleine dingen.

#197 GAS/VODKA/APPLE JUICE

IMG_2676

De beste manier om je op een onbekende plek te verplaatsen is meestal zoals de lokale bevolking dat doet. Dat is blijkbaar het handigst, efficiëntst of goedkoopst – anders zouden zij het niet doen. In Amsterdam pak je dus de fiets. In Londen, Parijs en New York: met de metro. En in Ubud: op een scooter.

En dus leenden we vandaag twee scootertjes en vier helmen. Ik ging bij Mart achterop, die zijn rijstijl al snel wist aan te passen aan die van de Balinezen. (Met wat getoeter en een behoorlijke vaart kriskras overal doorheen.) We reden naar de stad en nog een stuk verder, over een brug, door een stukje tropisch woud en langs rijstvelden. Nog meer tempeltjes en een school die net uit was. De papa’s en mama’s wachtten hun kroost op aan de overkant van de straat, op scooters, met een extra helm in de hand.

Maar voordat we dit überhaupt konden zien, moest er getankt worden. ‘Three bottles each’, was ons gezegd – wat dat ook mocht betekenen. We moesten linksaf gaan en dan zouden we ergens langs de weg kunnen tanken. Zo gezegd, zo gedaan. Na een paar minuten stopten we. Een man en een vrouw zaten op het stoepje voor hun huis, waarvoor rijstkoekjes lagen te drogen in de zon. We maakten duidelijk dat we wilden tanken. De vrouw keek ons even wantrouwig aan, maar reikte toen toch naar een rek achter haar. Ze pakte een van de doorzichtige glazen flessen die daar in keurige rijen stonden opgesteld. ‘Absolut Vodka’, luidde het opschrift. Aangezien de kleur van de vloeistof meer leek op die van appelsap, durfde ik te betwijfelen of dat klopte. De vrouw ontkurkte de fles en goot hem leeg in de tank. Wij konden alleen maar hopen dat het geen appelsap was. Of, zoals Mart het zo treffend verwoordde: ‘Voordat ik mijn eigen scooter toch zou verkrachten met dat spul…’

Maar het werkte. We crosten over de weg en al snel bleek ongeveer één op de vijf huishoudens, naast mini-supermarkt, ook mini-tankstation te zijn. Allemaal hadden ze eenzelfde rekje, gevuld met identieke glazen flessen. Vrijwel allemaal bedrukt met die blauwe woorden: Absolut Vodka. Dus nu vraag ik me af: wat is het met die flessen? Ik kan drie verklaringen bedenken: ze zijn heel goedkoop, heel stevig – of het is gewoon een excuus om veel te zuipen. Combinaties zijn mogelijk.

#196 WHERE I WOKE UP

IMG_2616

Wakker worden is een bijzondere ervaring wanneer je niet precies weet waar je terecht bent gekomen. Gisteravond had ik het vermoeden dat ik in een klein paradijsje was beland. Al bij het openen van de gordijnen bleek dat te kloppen: palmbomen, zon en een strakblauwe hemel. We verlieten de boerenbuiten en reden richting Ubud City. Dat was dat niet zoals ik verwacht had. Ik weet niet wat ik dan wél verwacht had… Maar niet dit.

De straatjes die ’s nachts zo uitgestorven hadden geleken, waren dat absoluut niet. Langs de hele route woonden mensen, dicht op elkaar in smalle, lage huizen. Vrijwel allemaal hadden ze een ouderwetse poort en muur, met zo’n puntdakje en krullerige versiersels, geheel in tempelstijl. Niet zelden stond de poort open, waardoor je achter het hek steevast een hindoeïstisch beeld kon zien staan. De oude bouwwerken werden afgewisseld met gebouwtjes met golfplaten daken, die vaak gebruikt werden als winkel. Ze deden me een beetje aan poppenhuisjes denken, vanwege het feit dat ze geen deur hadden aan de voorkant. Op die plek was simpelweg de muur weggelaten, waardoor er goed zicht was op de mini-supermarkt/kledingwinkel/autogarage aan huis.

Iedereen was bezig – was het niet met werken, dan wel met heel bewust nietsdoen, op het stoepje voor het huis. Daarnaast droeg iedereen slippers. Buiten, welteverstaan – als het huis of de winkel betreden wordt, gaan ze uit, om op de stoepjes te worden achtergelaten. Wat we verder nog tegenkwamen: kleine offertjes aan Ganesha, heilige bomen omwikkeld met stof, nog meer scooters en af en toe een overstekende kip die nergens van opkeek. Zij wist tenslotte niet beter.