Het was zo’n dag die anders liep dan verwacht. Soms is dat positief, soms negatief. Vandaag was het beide.
Categorie: Fotografie
#104 BOTANIC BLACK & WHITE
#103 FAN BASE
Dat ik zelf al twee jaar niet meer hockey, neemt niet weg dat ik het heerlijk vind om naar wedstrijden te kijken. En helemaal als het gaat om een finale tussen OZ en Bloemendaal, natuurlijk. Voor de gelegenheid was er een tribune gebouwd, die helemaal vol zat met mensen. We belandden achter de fan base van Bloemendaal, die bestond uit ongeveer dertig studenten. (Ik neem even aan dat ze dat waren. Onder andere vanwege hun achterovergekamde haren, luide gebral en behoorlijke bierconsumptie.) Ze schoten kokers af met daarin confetti en oranje poeder. Door de wind werd dit steeds hun eigen richting in geblazen. Hun haren, gezichten en schouders kleurden oranje, waardoor het leek alsof ze op een Holi feest waren plaats van bij een hockeyfinale. Met trommels en luid gezang moedigden ze hun club aan. (‘Bloemendááál! Bloemendááál!’)
Waar bij een voetbalwedstrijd de supporters van beide ploegen strikt gescheiden worden door stalen constructies, zitten ze bij zo’n hockeywedstrijd nog geen tien meter uit elkaar. Achter me bevond zich namelijk de harde kern van OZ. Of eigenlijk de miniatuurversie daarvan; heel jongens C1 leek uitgelopen om hun voorbeelden aan te komen moedigen. Gemiddelde leeftijd: dertien jaar. Ze zwaaiden met vlaggen en schreeuwden de longen uit hun lijf, veel harder nog dan de aanhangers van Bloemendaal. ‘Wat zijn die mensen stil!’ riepen ze toen OZ de 2-1 maakte. Sommige studenten keken geërgerd achterom, maar bij anderen bespeurde ik een glimlach. Waarschijnlijk omdat zij zelf ooit ook zo waren.
#102 SHE’LL BE BACK
Het is je waarschijnlijk niet ontgaan dat er in Eindhoven onlangs een Primark geopend is. Dat dit hordes tienermeisjes met zich mee heeft gebracht, is ook meteen duidelijk wanneer je langs de enorme winkel loopt. Voor de ingang wemelt het van de vrouwelijke pubers, met in hun handen de welbekende papieren tassen. Maar enkele meters verderop staat nog een andere groep mensen: de mannen die bij deze meisjes horen. Van een redelijke afstand aanschouwen zij het tafereel. Zo kunnen ze het overzicht houden en daarnaast komen ze gewoon liever niet te dichtbij. Bang om mee naar binnen gevoerd te worden door de hysterische menigte.
Naast het geslacht hebben de wachtenden voor de Primark nog iets anders gemeen: ze hadden daar eigenlijk niet willen zijn. Ze wilden langs het voetbalveld staan, of op het terras zitten met een biertje. Maar ze hebben zich over laten halen. (‘Nee, op zaterdag is het júíst niet druk!’ ‘Maar voor mannen hebben ze er ook hele leuke dingen!’) Eenmaal gearriveerd hebben ze spijt. Ze vertikken het om mee naar binnen te gaan. En dan kunnen ze niets anders dan wachten.
Er wordt geleund tegen gebouwen, gezeten op paaltjes. Allen kijken ze terneergeslagen. Alsof de vrouwen uit hun leven op oorlogspad zijn, in plaats van aan het shoppen in de Primark. (Al kunnen we niet ontkennen dat er enige gelijkenis is.) Kijk nou naar die vader hierboven. Hij slaat zijn arm om zijn zoon, alsof hij wil zeggen: ‘Ze zal straks weer bij ons zijn. Het komt heus allemaal goed.’
#101 BLOB AND THE CLOUDS
#100 WEEKEND CELEBRATION
Voor mij zijn er twee rustige weken aangebroken op school, maar de eindexamenklassen hebben het nog veel beter getroffen. Ik krijg de indruk dat het voor hen een kwestie van uitzitten is. Aangezien ik in één huis woon met een eindexamenkandidaat, kan ik hier een redelijk goed beeld van vormen, lijkt me zo. Ik weet namelijk dat er voor hem geen sprake meer is van huiswerk of overhoringen. Ook aan de activiteitendag die vrijdag plaats zou vinden, hoeft hij geen deel meer te nemen. Nadat vandaag de laatste bel had geklonken, waren alle eindexamenkandidaten dus vrij. Dit vervroegde weekend moest natuurlijk gevierd worden. En zo stond, op een ogenschijnlijk gewone donderdagavond, heel HAVO-5 in de achtertuin.
(Nee, dat is onzin. Het waren een paar vrienden van mijn broer.)
‘Waarom kwam je er niet bij zitten?’ werd me de volgende dag gevraagd. Nou, ten eerste omdat ik die ochtend wél gewoon om half zeven op had moeten staan. Maar vooral omdat ik door de aanwezigen nog altijd word gezien als ‘het zusje van’. Het lieve, brave, leergierige zusje van. En het zou raar zijn als zij opeens op het avondje van haar broer zou opduiken.
Hoewel ik meestal mijn best probeer te doen dit imago van me af te schudden, besloot ik het er nu maar bij te laten. Ik leek het te bevestigen zelfs, door om half tien al naar bed te gaan. Maar van slapen kwam het nog een lange tijd niet. Mijn slaapkamer grenst namelijk aan de achtertuin. En al waren het maar een paar vrienden, ze maakten lawaai voor heel HAVO-5.
#98 PROBABLY HADN’T NOTICED
#99 FRESH START
#97 WOULD YOU PLEASE…
Ik heb minstens honderd rondjes gelopen vandaag. Als het er niet meer zijn. Twee pauzes lang, heen en weer door hal A, samen met Babs. Meestal met de klok mee, soms ertegenin – we moesten natuurlijk niet misselijk worden. De reden voor deze gekkigheid is dat ik deze week schoolwacht heb, een fenomeen dat twee jaar geleden op mijn school geïntroduceerd is. Deze introductie ging gepaard met een uiterst serieuze en uitgebreide uitleg, die ik hier voor de duidelijkheid even zal plaatsen.
De taak van een schoolwacht is het creëren van een schone en veilige omgeving op school. Dit wordt bereikt doordat er elke pauze, op elke pauzeplek, twee schoolwachten aanwezig zijn. Elke vierdeklasser komt een keer aan de beurt. En deze week ben ik dus de lul.
De schoolwachten dragen felblauwe regenjassen waardoor ze goed herkenbaar zijn (en het erg warm krijgen in verband met het broeikaseffect dat plaatsvindt onder al dat plastic). Ze spreken leerlingen aan, met de vraag of ze hun afval op willen ruimen. En dan moet ik mezelf even corrigeren: wat voor afval dan ook. Of het nu van henzelf is, of van iemand anders.
Tijdens de introductie deden we een rollenspel, waarin een situatie werd nagespeeld die je als schoolwacht tegen zou gaan komen. Dit ging als volgt:
Schoolwacht 1: ‘Zou je dat alsjeblieft even op willen ruimen?’
Leerling: ‘Nee.’
Schoolwacht 2: ‘Zou je dat alsjeblieft even op willen ruimen?’
Leerling: ‘Nee.’
Schoolwacht 1: ‘Je hebt nu twee kansen gehad. Dit is je laatste kans. Zou je dat alsjeblieft even op willen ruimen?’
De nadruk wordt gelegd op het woordje ‘kans’. Het opruimen moet niet gezien worden als een verplichting. Nee, de leerling heeft daadwerkelijk de keuze om het wel of niet te doen. (Als je een derde keer ‘nee’ zegt, krijg je een registratieformulier en een twee uur durende strafmiddag. Maar dat terzijde.)
Vandaag heb ik gemerkt dat het er in de realiteit iets anders aan toe gaat. Wanneer ik naar een groepje leerlingen toeloop, zien ze me bijna altijd aankomen – ik ben dan ook moeilijk te missen met zo’n jas aan. Er klinkt een collectieve zucht: ‘Ah, nee hè…’ Ik houd me netjes aan het protocol en vraag aan één van hen: ‘Zou je dat alsjeblieft even op willen ruimen?’ Daarbij wijs ik naar een propje, verpakking, flesje drinken of ander willekeurig object op de vloer. ‘Waarom ik?’ hoor je het slachtoffer denken. (Soms zeggen ze het ook hardop.) Het slachtoffer kijkt vervolgens naar beneden en ziet het afval liggen. Dan kijkt diegene me recht in de ogen. Oeh, als blikken konden doden… Toch rapen ze het op, denkend aan de consequenties als ze het niet zouden doen. Briesend lopen ze richting de prullenbak. ‘Dankjewel!’ zeg ik met een grote glimlach.
Schoolwacht ben je niet voor je lol, en ook mensen aanspreken doe je liever niet. Maar er staan overal conciërges op de loer, die dingen zeggen als ‘Het mag wat actiever!’ of ‘Wees maar goed streng!’ Daarnaast ben je na tien keer ‘Ik zie, ik zie’ gespeeld te hebben, wel weer toe aan wat spanning en sensatie. Dus kies je toch maar iemand uit. Diegene ziet jou als verantwoordelijke voor zijn ellendige lot: iets opruimen. Iets wat vies is en bovendien nóóit van hem. Op deze manier ontstaat er een ‘ik pak jou nog wel’-houding, met alle gevolgen van dien.
Volgens mij heeft schoolwacht de school zeker schoner gemaakt. Maar veiliger…
#96 FULL COLOR
Ik moest meer kleur gaan dragen, besloot ik even geleden. Ik weet het: een schokkende uitspraak voor iemand die vaak genoeg compleet in het zwart gekleed gaat. Iemand die zegt dat je nooit genoeg zwarte jurkjes in je kast kan hebben. Maar soms ben ik bang dat ik er zelf ook een beetje zwartgallig van wordt. Bovendien: nu de zon steeds vaker schijnt, is zwart absoluut niet handig vanwege het hitte-absorberend vermogen. Het werd dus tijd om kleur te bekennen.
Kwam het even goed uit dat ik gisteren met mama naar Antwerpen ging. Ook ditmaal niet per se om culturele activiteiten te ondernemen. Wel slaagde ik in mijn missie: ik kwam thuis met jurkjes, vestjes, printjes. En alles in kleur.
(Oké, het jurkje dat je rechts ziet is deels zwart. En misschien heb ik ook wel een paar zwarte ballerina’s gekocht. Maar die had ik echt nodig.)
Nu kan ik een lange tijd genieten van het plezier dat nieuwe kleren biedt: eindeloos veel nieuwe combinaties kunnen maken. Vandaag ging ik voor een fijn shirt en nieuwe schoenen. Maar wel met een zwarte broek. Ik moet het natuurlijk rustig afbouwen.









