FOR MEN

For men

Vanaf het moment dat ik kon lezen, heb ik een onschuldige afwijking ontwikkeld: ik lees alles wat ik zie, of ik het nu wil of niet. Vandaag was dat onder andere de tekst op een fles douchegel. Het was er één van mijn broer – die gebruik ik het liefst. Dat begon een paar jaar geleden, in de tijd dat hij behoorlijk fan was van Abercrombie & Fitch. In de winkels van dit kledingmerk lopen regelmatig knappe halfnaakte mannen rond, het is er zo donker dat je een zaklamp nodig hebt om de kleding te bekijken – en het ruikt er naar de hemel.

(Niet dat ik daar ooit geweest ben, natuurlijk.  Maar mocht het bestaan, dan denk ik dat het ruikt als ‘Fierce’ van Abercrombie.)

Op een goede dag bleek er ook Fierce-douchegel te bestaan, waar direct een voorraad van werd ingeslagen. De Abercrombie-manie is inmiddels weggeëbd, en dus ook de heerlijke geur die ermee gepaard ging. Maar nog steeds gebruik ik de douchegels van mijn broer, omdat ze simpelweg lekkerder ruiken dan die van mij.

Momenteel staat er Nivea for Men in onze badkamer. Wel gek eigenlijk: douchegel for women bestaat niet. Alsof mannen – mocht de specificatie for men op de fles ontbreken – vergeten dat ook zíj af en toe moeten douchen. Wat wil die term überhaupt zeggen? Nadere inspectie leerde mij dat Nivea for Men was ontwikkeld ‘especially for mens skin’. Ik heb zo’n vijf jaar biologie gehad en kan allerlei fysieke verschillen tussen mannen en vrouwen noemen, maar dit is toch langs mij heen gegaan.

Wat is er zo speciaal aan douchegel voor mannen? Uit een kleinschalig onderzoek kon ik de volgende generieke eigenschappen afleiden. Ten eerste de kleur van de fles: grijs, blauw of zwart. Dan de geur: douchegels voor mannen ruiken naar mannen – op een andere manier kan ik het niet omschrijven. Deze associatie ontstaat natuurlijk doordat het voornamelijk mannen zijn, die douchegels voor mannen gebruiken. Volg je me nog? Een typisch gevalletje kip en ei.

Natuurlijk weet ik dat douchegel for men maar bestaat om één reden: geld. Het is pure marketing, die gericht is op mannen die stuurloos voor het schap met toiletartikelen staan, overdonderd door ál die keuzes. In hun ooghoek zien ze een rijtje donkerblauwe flessen, waar in blokletters FOR MEN opstaat. Daar grijpen ze natuurlijk naar, opgelucht dat de keuze al voor hen gemaakt is. Vrouwen gebruiken het vervolgens niet, want het is for men en het ruikt ook naar men. Zij kopen dus hun eigen fles, die waarschijnlijk ook nog duurder is dan een vergelijkbaar ‘mannelijk’ product. Er zijn allerlei onderzoeken gedaan naar deze zogeheten Pink Tax, waardoor een roze scheermes meer kost dan een blauw exemplaar. Bij de producent rinkelt de kassa.

Dit soort genderspecifieke marketing beperkt zich overigens niet tot toiletartikelen. Een uiterst irritant voorbeeld komt van Optimel. Momenteel word je doodgegooid met een spotje, waar Optimel wordt aangeprezen als vrouwenproduct. ‘Ik ben moeder, dochter en vriendin. (…) Ik ben lekker relaxed. Ik ben vrouw, maar ik ben vooral mezelf.’

En dus drink ik Optimel? Het verband ontgaat mij hier volledig. Bovendien: waarom zou je dit doen? Als marketing gericht is op geld verdienen, lijkt het me in veel gevallen helemaal niet lucratief je te richten tot één sekse. De helft van de wereldbevolking behoort dan opeens niet meer tot de doelgroep. Ik kan me voorstellen dat tampons lastig te verkopen zijn aan klanten zonder baarmoeder. Maar er zijn vast vrouwen die graag Snickers eten, of die met enige regelmaat een drilboor gebruiken. Er zijn genoeg mannen die houden van Optimel, misschien ook nog ‘lekker relaxed’ en ‘zichzelf’ zijn – maar geen moeder, dochter, vrouw.

AWKWARD

De jeugd van tegenwoordig maakt veelvuldig gebruik van Engelse woorden in hun dagelijkse conversaties. Afkortingen zijn populair: op WhatsApp zijn de lol’s, wtf’s en omg’s niet van de lucht, maar ook in het echte leven schromen tieners niet dit soort termen te gebruiken. Er is er één die het tienerbestaan perfect typeert. Bij voorkeur in een luide meisjesstem: awkward!

Want awkward, dat is het leven van een puber nu eenmaal vaak – ik spreek uit ervaring. Tussen mijn dertiende en vijftiende vond ik vrijwel alles gênant. Dat komt door een combinatie van factoren, denk ik. Ten eerste legt mijn brein voortdurend allerlei verbanden. Meestal best handig, maar soms zit er een verband tussen dat nergens op slaat. Dat flap ik er dan uit, en vaak midden in mijn zin denk ik al: néé! Hoe kan ik dit nu zeggen?

Me schamen voor andere mensen, daar was ik ook erg goed in. Als stereotype puber pretendeerde ik geen kind van mijn ouders te zijn, wanneer ze iets deden wat ik écht niet vond kunnen. Nog steeds ervaar ik regelmatig plaatsvervangende schaamte. Ongemakkelijke situaties op televisie, vreselijk acteerwerk in films; het maakt dat ik wegkijk, omdat ik het gewoon níét kan aanzien.

Ten slotte vul ik snel andermans gedachten in. Dan gebeurt er iets ongemakkelijks, en hóór ik de mensen om me heen haast denken hoe gênant het wel niet is. Met de jaren ben ik er wel achter gekomen dat iets wat voor jou heel opvallend leek, door een ander vaak nauwelijks is opgemerkt. Het is natuurlijk ook egoïstisch om te denken dat iedereen maar de hele dag op jou staat te letten. Echter, door zo’n uitroep – awkward! – vestig je wel degelijk de aandacht op wat je zojuist gedaan hebt. Zo graaf je dus je eigen graf.

Schermafbeelding 2016-03-09 om 21.05.03

Vriendin Marre stuurde me laatst bovenstaand plaatje. ‘Story of my life!‘ antwoordde ik. (In het Engels, ja. Ik behoor zelf ook tot de jeugd van tegenwoordig.) Schaamte over je vroegere zelf. Een vorm die ik als enige dacht te kennen, maar dat bleek dus niet het geval. Mocht dit wel nieuw zijn voor je, laat het me dan uitleggen. Het kan op elk willekeurig moment op komen zetten, maar mij overkomt het vaak als ik in bed lig. Ik ben rustig het leven aan het overdenken, mijn gedachten dwalen af en BAM! Daar is het: een ongemakkelijk moment uit het verleden. Iets wat ik deed of zei, en wat me zelfs nu nog – gerust vijf jaar later – onder mijn dekens doet kruipen, met de wens om niet meer te bestaan.

Een vraag aan de oudere lezer: gaat dit ooit voorbij? Is schaamte slechts een puber-ding? Ik denk het niet. Er komen waarschijnlijk nog genoeg momenten waarop ik graag even door de grond zou zakken. Wel ontwikkel je een gezonde dosis relativeringsvermogen, die maakt dat je sneller onder de grond (of dekens) vandaan durft te komen. Daarbij krijg je iets meer schijt aan de ongeschreven regels, iets meer bluf, en ontstaat het besef: het leven is zo awkward als je het zelf maakt.

ZEVENENZEVENTIG DAGEN

Over zevenenzeventig dagen ben ik geen middelbare scholier meer. Dat weet ik omdat 1.) het geregeld paniekerig door de klas geroepen wordt en 2.) ik het net heb nageteld in mijn agenda. Ik wil jullie natuurlijk geen foutieve informatie verstrekken. Toen ik in de brugklas zat, had ik behoorlijk wat ontzag voor de eindexamenleerlingen. In de hoogste klassen, daar zaten de mensen die hun shit voor elkaar hadden. (En de knappe jongens, die zaten er ook.) Met de jaren nam dat ontzag wel wat af, maar ik had nog steeds het idee: in de zesde gaat het gebeuren. Inmiddels ben ik erachter dat dit wel meevalt. Er gebeurt niet per se méér in de zesde. Het is enkel dat alles voor het laatst gebeurt.

Bij scheikunde brouw ik nog één keer toverdrankjes. Zo voelt het na vijf jaar nog steeds – alleen de koperen ketel ontbreekt. Het ziet er allemaal deskundig uit, dankzij die labjassen en –brillen. Ik weet wat ik moet doen en ook ongeveer waarom. Maar stiekem ben ik nog steeds verbaasd wanneer twee kleurloze vloeistoffen samen ineens roze worden. (Of dat voortkomt uit een gebrek aan begrip of een overvloed aan verwondering, laat ik graag in het midden.)

Tijdens filosofie maakten we plannen voor De Laatste Schooldag. Met hoofdletters ja – we hebben allemaal ambitieuze ideeën. Wat er daadwerkelijk van terechtkomt moet ik nog zien, maar de voorpret is al meer dan leuk. Bij Frans plannen we nog even zes toetsen in drie weken. Ik maak nog één keer stampij over iets waar ik het niet mee eens ben. Voor Nederlands zoek ik twaalf samenvattingen op Scholieren.com.

(Nee hoor, ik heb mijn lijst braaf gelezen. Maar mag ik wel even van dit moment gebruikmaken om – ik denk namens de gehele bovenbouw – Kees van der Pol te bedanken? Geen idee wie het is, maar zijn samenvattingen zijn top.)

Mijn agenda wijkt niet van mijn zijde, momenteel. Dagelijks breng ik minstens tien minuten bladerend door, pogend overzicht in mijn hoofd te creëren. Dat lukt soms wel, soms niet. Waar dat geblader sowieso in resulteert, is dat ik vooruit leef. Alles gaat over wat er hierna komt. Over zoveel weken, zoveel dagen. De laatste toetsen, deadlines, examens. Vakantie. En dan daarna: studies*, kamers, lotingen – op naar de tijd van mijn leven.

Ik vind het niet gek dat ik met mijn hoofd al in de toekomst ben. Ik ben wel klaar hier, namelijk. Tijdens leswisselingen erger ik me kapot aan stoeiende brugklassers en vraag ik me af waar die kinderen in hemelsnaam de energie vandaan halen. Vrijwel alles is irritant, saai en vermoeiend. Het is verleidelijk om te denken: in september gaat het gebeuren.

Leven van moment tot moment. ‘Als ik daar ben, dan…’ Dan niks, blijkt vaak genoeg. Eenmaal ‘daar’, blijkt het vaak heel gewoon, en bovendien is er direct wel weer iets anders om naartoe te leven. In die zin is het leven één grote anti-climax, waarin vrijwel niets exact is zoals je verwacht had. Ik zal nooit ál m’n shit voor elkaar hebben. Er is altijd wel een los eindje, twee schroefjes en een moertje waarvan niemand weet wat ermee moet. Ook al heb je heel precies de handleiding gevolgd.

(Gebruikte ik zojuist een IKEA-meubel als metafoor voor het leven? Jazeker.)

Je zou dit kunnen opvatten als pessimistisch, maar zo is het niet bedoeld. Wat ik wil zeggen: ik ben klaar voor de toekomst. Ik heb zin om nieuwe vrienden en herinneringen te maken. Maar ik wil de periode ervoor niet vanzelfsprekend achten. Want achteruit leven doe ik ook. Ik weet zeker dat ik over een aantal jaar zal terugdenken aan leuke momenten op de middelbare school. Werkweken die voelden als extra vakantiedagen, veels te flauwe grapjes over natuurkundige verschijnselen, eindeloze lachbuien tijdens het achtste uur. Maar die herinneringen, daar zit ik nu nog middenin. Dus hoe gewoon het momenteel ook lijkt, ik wil ervan genieten – voor de zevenenzeventig dagen dat het nog duurt.

* Ik had het nog niet echt vermeld hier, maar long story short: het is gelukt. Volgend jaar doe ik Audiovisual Media op de HKU!

(BEPAALD GEEN) HOCKEYMEISJES | DOCUMENTAIRE

Iedere week iets beter dan de week ervoor. Dat is de doelstelling van MC1. ‘(Bepaald Geen) Hockeymeisjes’ is een documentaire over dit selectiehockeyteam. De speelsters zijn twaalf tot veertien jaar oud – een leeftijd waarop er van alles staat te veranderen. Van basisschool naar middelbare, van meisjes naar jonge vrouwen. Tussen al die verandering is het team een constante. Voor en met elkaar werken ze naar één gezamenlijk doel.