BED

Bed

Ik bevind me op een eilandje dat Bed heet. De populatie is er laag en alles is er wit: van het dekbedlandschap tot de zakdoekenbegroeiing. Een enkele oplader kronkelt over de vlakte. Ergens op het eiland bevindt zich een afstandsbediening, al laat die zich maar zelden zien. Zo nu en dan meert er iemand aan met een kop thee of een boterham met hagelslag.

De uren verstrijken zonder dat ze een noemenswaardige invulling hebben gekregen. Aanvankelijk vond ik dat niet zo erg en keek ik met een serene glimlach naar Dora the Explorer, de AbCruncher XP52934 op TellSell en wel ja, nog een herhaling van The Bold and the Beautiful. Maar nu vind ik het wel weer mooi geweest – ik kan duizend dingen bedenken die ik liever zou doen. Feit blijft dat wanneer ik ook maar iets van dat lijstje probeer te realiseren, blijkt dat het geen zin heeft. Mijn hoofd is vol en leeg tegelijk, beide van het verkeerde soort.

Dus zucht ik nog eens diep en laat ik me weer achterover zakken in mijn kussens.

Bed1

(Zie hier links de andere helft van de populatie.)

#90 OFF SICK

IMG_7483

Gisteren werd ik wakker met het gevoel alsof er een tennisbal in mijn keel zat. Vandaag klonk mijn stem ook daadwerkelijk zo en leek mijn hoofd – pardon my French – vol snot te zitten. Niet zo leuk, wanneer je net in een nieuwe klas zit waarvan je de helft van de mensen nog niet kent. En zij mij dus ook niet – ik ben bang dat ik nog een wel even bekend zal staan als ‘dat meisje met dat rare niesje’ (die klinkt als een hoest en altijd zo’n tien keer achter elkaar klinkt) of ‘die ene met dat wc-papier in haar tas’. (Ik moest toch iets, mijn zakdoekjes waren op.) Sommige mensen kunnen hier prima mee omgaan. Die slikken een pilletje of negeren het simpelweg. Gisteren en vanochtend heb ik dat geprobeerd. Gewoon doorlachen, doorleren, doorleven. Dropje, Strepsil en niet zeuren. Maar mijn hoofd bleef maar bonken, ik voelde een raar soort misselijkheid. Voor de tigste keer zocht ik naar het wc-papier in mijn tas. Mijn bovenlip voelde aan als schuurpapier. Ik was er klaar mee. Noem me een watje, maar ik ging naar huis. (Ja, inderdaad, in mijn eerste officiële schoolweek, hoe krijg ik het voor elkaar.) Eenmaal thuis bleek een bed, een echte zakdoek en slaap al een hoop goed te maken. ’s Avonds belde oma, met onder andere de mededeling dat mijn neefje zijn arm gekneusd had en mijn nichtje haar duim gebroken. ‘Ja, Milou is een beetje verkouden.’ Dat relativeert de boel – morgen weer naar school.