meisje

En het was al zo’n dag. Band plat, blaar op mijn hak, hand geschaafd toen ik haastig het huis probeerde te verlaten. En daarna hij nog:

‘Nou meisje, ga daar maar zitten.’

De eerste keer twijfelde ik: had ik dit goed verstaan? Met wat goede wil lijkt ‘Milou’ er nog wel op. Twee lettergrepen, twee letters hetzelfde. Maar toen zei hij het nog eens.

‘Eens even kijken meisje.’

Daar aan het einde van zijn zin was het onmiskenbaar. Toch gaf ik hem nog het voordeel van de twijfel. Het kwam door zijn toon, uiterst vriendelijk. Misschien was hij mijn naam vergeten? Pas toen hij meermaals bedenkingen van mijn kant terzijde schoof, onder het mom ‘we kijken wel even’ (synoniem voor ‘we doen het zoals ik wil’) stopte ik met excuses bedenken.

Het was die joviale houding waardoor het me maar traag benauwde, als een vacuümzak waar langzaam alle lucht uit wordt gezogen. Iedereen weet dat een vlam dan direct dooft. Pas onderweg naar huis ontbrandde het vuur. Ook op mezelf was ik kwaad: waarom had ik niets gezegd? Al had dat me mogelijk alleen maar een boos meisje gemaakt, in zijn ogen.

Een collega adviseerde om voor dergelijke situaties wat standaardzinnen paraat te hebben, in de categorie ‘vriendelijk doch doeltreffend’.

‘Dan zijn we rond, meisje.’

‘Zeg maar Milou, hoor.’

PICTURE THIS: DON’T JUDGE A GIRL BY HER SHOES

IMG_7848

Een grijze maandagmorgen, ik zat bij Duits. ‘Konrad Ardenauer ist vielleicht der bekannteste Deutsche Bundeskanzler. Nach dem Abitur…’ Tot hier ging mijn concentratie. Ik keek uit het raam, waar zojuist een hele bups achtste groepers het brugklasgebouw inliep voor een rondleiding. ‘Waarom heeft ze die schoenen aan?’ sprak mijn vriendin naast me. Mijn oog viel op een meisje dat op flinke hakken naar binnen wiebelde. Dat vroeg ik me nou ook af, want 1. Het is koud. Zulke schoenen zijn niet leuk als het koud is, al helemaal niet wanneer je, net als dat meisje, er met blote voeten in zit. 2. Ik ben van mening dat je eerst op hakken moet leren lopen voor je ze daadwerkelijk gaat dragen. Dat scheelt je waarschijnlijk een hoop gênante momenten. (Ik spreek uit ervaring.) (Trouwens, iedereen moet het ook lekker zelf weten, hoor. Ik geef slechts mijn bescheiden mening.)

Ik wendde me weer tot mijn vriendin. ‘Ach ja, zij dacht waarschijnlijk: ik ga voor het eerst naar de middelbare school. Laat ik mijn hakken aan doen.’ En dat snap ik ook wel. Toen ik op al die scholen ging kijken zorgde ik ook dat ik een grote tas bij me had. Het enige wat erin zat waren koekjes en een pakje Dubbelfris. Maar het zou mij niet gebeuren dat ik daar de hele tijd mee in mijn hand moest lopen. Dat was niet cool, vond ik destijds. In de eerste klas wist ik niet hoe snel ik weer van die grote tas af moest komen, maar dat even terzijde.

‘Maar Milou, zij zit hier al op school, hè. In de derde. Ze gééft de rondleiding.’

Oh.

Zo zie je maar: je moet nooit boeken op hun kaft beoordelen. En meisjes niet op hun schoenen.