#92 APPROXIMATELY

IMG_0356

Vandaag had ik een test levensbeschouwing. Zoals ik gisteren al zei: een test waarvoor veel mensen helemaal niet leren. Ik ben een beetje een controlfreak en deed het dus wel, maar de meesten gaan er blind in. Het lijkt namelijk niets uit te maken of je wel of niet leert. ‘Ik ga naar het casino vandaag’ is op mijn school een ingeburgerd begrip voor ‘vandaag heb ik een test levensbeschouwing’. Vijftig meerkeuzevragen, die afwisselend gaan over het christendom, de islam of een andere religie. Op de computer klik je de antwoorden aan waarvan je denk dat het ongeveer de goede zijn. Daarmee haal je ongeveer een zes of een zeven. En daar ben je dan ongeveer tevreden mee.

Ik kan me voorstellen dat je dit disrespectvol vindt klinken tegenover gelovigen en religie in het algemeen. Ongeïnteresseerd misschien ook. Dat is absoluut niet mijn intentie. Het gaat puur om het vak levensbeschouwing, of eigenlijk enkel om die test. Die is namelijk extreem vaag. Alles wat je tijdens de les hebt meegekregen over geloof en religie, lijkt er expliciet níét in terug te komen. Of op zo’n manier verscholen achter ingewikkelde vraagstellingen, dat niemand het er meer in terugziet.

En dus lijkt leren nutteloos. Met gezond verstand probeer je zo ver mogelijk te komen. Dat lukt meestal wel – dit maal was ik zelfs binnen twintig minuten al klaar. De resterende tijd vulde ik met het tekenen van figuurtjes in Paint. En dat was het dan weer voor vandaag. Ongeveer.

#91 I’M OUT

IMG_9901

Ik heb medelijden met mijn filosofiedocente. Vandaag had ik namelijk een schriftelijk examen ethiek. Wat dat inhoudt? Onder andere rechtvaardigheid, normen, waarden, moraal en de visie van verschillende filosofen. Maar het is vooral schrijven. Honderd minuten lang alles neerpennen wat er in je opkomt. Anders krijg je het sowieso niet af.

Nou kijk ik meestal nog even naar mijn gemaakte werk, voordat ik het inlever. Ik krabbel wat toevoegingen in de kantlijn, maar streep vooral ook heel veel door. Tijdens dat non-stop schrijven komt er namelijk een heleboel flauwekul naar boven. Want laten we even eerlijk zijn: filosofie heeft absoluut te maken met kennis over bepaalde zaken, en onderbouwing met sterke argumenten. Maar aan de andere kant gaat dit heel gemakkelijk over in ‘gewoon maar een eind wegkletsen.’ Dat geklets komt dan allemaal op papier terecht. En ditmaal had ik geen tijd meer om de onzin te schrappen – ik was pas net bij de laatste vraag aangekomen toen de zoemer ging. Vandaar mijn medelijden: die docente zal het allemaal onder ogen moeten zien. Ik hoop dat ze erom kan lachen.

Eenmaal thuis stond ik voor een lastige keuze: leren of niet leren. Het enige vak dat ik de volgende dag had, was levensbeschouwing – ik neigde dus naar niet leren. (Waarom zal ik morgen uitleggen.) Gelukkig was ik in staat om verder dan één dag vooruit te kijken; ik sloeg mijn biologieboek open. En vooruit, toch ook maar een samenvatting maken van ‘Hoofdstuk vier: de islam’. Op een bepaald moment betrapte ik mezelf erop dat ik al een tijdje gedachteloos naar een tekst aan het staren was. Ik besloot dat het weer even genoeg was. Ik schreef een briefje en ging naar buiten.

Misschien was dit ethisch gezien niet de goede keuze. Maar voor mij was het dat wel.

 

#90 COLD

IMG_9889

Ik heb het altijd koud in de testweek. Nu staat er sowieso vaak kippenvel op mijn armen, maar tijdens deze dagen is het nog net even iets erger. Meestal kan ik het weer wel de schuld geven, maar dat gaat op dit moment echt niet op. Het zal aan al dat geleer liggen, dan. Steeds weer lezen, samenvatten, begrijpen en inprenten – dat moet veel energie kosten. Energie die mijn lichaam normaal gebruikt om de boel een beetje warm te houden. Nu moet ik daar zelf maar voor zorgen. Tijdens het studeren verander ik geleidelijk in een soort sneeuwpop: ik trek een vestje aan, nog een trui eroverheen, sjaal erbij… Maar het wil niet baten. Dus wanneer ik dan eindelijk klaar ben (klaar met leren en kláár met leren), ga ik onder een warme douche staan. En word ik eindelijk weer een beetje warm.

#89 TABS

foto-9

Het is geen confetti wat je hierboven ziet. Absoluut niet – er komen niet bepaald feestelijke dagen aan. Na een heleboel leuke gebeurtenissen – toneelweek, een dagje naar Amsterdam – kon ik het vandaag niet langer ontkennen: morgen begint de testweek. Nederlands en natuurkunde staan als eerste op de planning. Ik besloot maar met het moeilijkste te beginnen – nadat ik mijn Binas had ontdaan van deze stickers, die aangeven op welke bladzijde ik de benodigde formules kan vinden. Dit is dan ook de enige aanpassing die je aan die Binas mag maken. Erin schrijven is uit den boze. Doe je het toch en wordt je betrapt, dan heb je een één. Deze dreiging zorgt ervoor dat ik met geen pen in de buurt kom van dat boek – ik zou er maar per ongeluk een streep in zetten die wordt aangezien voor een geheim geheugensteuntje. In werkelijkheid bladert de surveillant bij een test slechts vluchtig door je Binas heen. Of meneer of mevrouw kijkt überhaupt de klas niet in, te druk met de krant of eigen nakijkwerk. Geen probleem – dat levert de beste cijfers op.

(Grapje.)

(Nee serieus, ik en afkijken… Ik krijg al stress van het idee. Braaf hè?)

Ik besloot die plakkers er maar uit te halen. Als ik goed geleerd heb, ken ik alle formules  zo ongeveer uit mijn hoofd. En als dat niet zo is, gaan die verfrommelde tabjes me echt niet meer redden.

Dan is er nog Nederlands. Laatst mocht ik een column schrijven voor een cijfer. Voor de test moet ik helaas iets doen wat niet zo in mijn straatje ligt: woorden leren. Heel veel woorden. Ik kan het wel – behoorlijk goed zelfs, behoorlijk snel. Maar ik zie het nut er gewoon niet zo van in. Je stampt die woorden namelijk in je hoofd, schrijft er vervolgens zo veel mogelijk op je proefwerkblaadje… En de volgende dag ben je alles weer vergeten. Ik snap heus wel dat het ergens goed voor is. Het is een onderdeel van de algemene ontwikkeling. Het is goed om te weten wat ‘monetair’ betekent, of ‘coalitie’. Maar dan zijn er woorden als ‘pluriform’, ‘moratorium’ (niet te verwarren met mortuarium) en ‘nepotisme’… Laat ik het zo zeggen: er gaan dagen voorbij dat ik ze niet tegenkom.

Maar misschien ligt dat aan mij.