de kleine wereld

De eerste week van deze crisis was ik ziekjes en ging ik dus nergens heen. Eenmaal beter was de drempel van de voordeur tot grote hoogte gestegen. Mijn eerste wandeling buiten voelde als een expeditie. Ik passeerde de Hema en kon alleen maar denken hoe vreemd het zou zijn om daadwerkelijk naar binnen te gaan.

Op diezelfde manier zijn duizend dagelijkse dingen razendsnel abnormaal geworden. Op de trein stappen, pas in de supermarkt bepalen wat je gaat eten. Gedachteloos je hoofd op een schouder laten zakken. Zachte handen. In je ogen wrijven, zonder twijfel in een volle collegezaal plaatsnemen. Je waterfles uitlenen, een beha dragen. Een krappe kapel ingaan om een kaars aan te steken. Ergens lijkt het op liefdesverdriet – dat je ’s ochtends wakker wordt en na een paar seconden denkt: er was iets.

Sinds mijn achttiende ben ik niet meer zo lang thuis geweest. Op deze plek sowieso niet – een tussenhuis, gehuurd terwijl elders een verbouwing plaatsvindt. Niemand had gedacht dat hier nog iets memorabels zou gebeuren. We zijn met z’n drieën, broerlief is in Amsterdam gebleven. Op vakanties zijn we nog wel eens lang samen, maar dan zijn er ook stranden, paleizen, musea. Nu hebben we uitzicht op elkaar. Maar die nabijheid is me veel waard, zeker nu ik weet hoe het is om ver weg te zijn.

Binnen twee dagen ken ik de inhoud van de keukenkastjes, na een week begrijp ik de logica achter de lichtschakelaars. De wijk ken ik al, wat me in staat stelt de zon achterna te lopen zonder te verdwalen. Overdag belt pap over de economie, appt mam harten onder riemen. Ik werk aan een paper over surrealist Magritte – geheel passend bij de tijdsgeest. ’s Avonds douchen, kaarsen aan, samen voor de tv. We zappen op strategische tijden, de talkshows vermijdend. Daar komt weinig nieuws vandaan.

De wereld is nog nooit zo klein geweest. Wanneer er weer groei intreedt, weet niemand. Misschien duurt het nog jaren voordat we weer onbezorgd zoenen, voordat een hoestje weer doet denken aan verkoudheid. Tot die tijd biedt technologie mogelijkheden om dichter bij elkaar te komen. Velen vullen FaceTimend dit vacuüm aan tussentijd. De eerste weken voelde ik die behoefte niet – mijn dagen waren al vol met eigen gedachten. Maar inmiddels zoek ik vaker contact. Maandag appte ik een vriendin, we zochten een moment om elkaar te spreken. Dinsdag had ze al een afspraak, woensdag een tentamen vanuit huis. Donderdag dan – over drie dagen. ‘Eigenlijk best ver weg, voor mensen die niets te doen hebben.’ Ook in deze kleine wereld weten we onze agenda te vullen – met kleine of met grote zaken.

binnen

De natuur heeft ons tot stilstand gemaand. Ze drong ons steeds verder de huizen in. Nu zitten we binnen, terwijl zij buiten de lente van start laat gaan. De lucht is te blauw, de zon te uitnodigend.

Ik ben bij mijn ouders, al bijna twee weken. We maken wandelingen door de wijk, met beleid. In verontschuldigende bogen lopen we om elkaar heen. ‘Sorry dat ook ik dit moment heb gekozen om mezelf uit te laten.’ Maar ik ben blij dat het mag – de natuur leidt ook af. Waar in Utrecht de buurman voor mijn raam staat te roken, word ik hier door uilen begluurd. Mam wijst me op het geluid van openknappende dennenappels, op roze hemels. ‘Toetje, kom eens kijken.’

Het is fijn bezig te mogen zijn met kleine dingen. Want we zitten binnen en het grote nieuws past in geen enkel huis, niet de hele dag, niet zonder barsten in de muren te veroorzaken. Vaker dan zou moeten laat ik de cijfers toe, verdwijn ik in een eindeloze put liveblogs. Maar steeds probeer ik weer op de lente te focussen – al is het vanachter een raam.